|
|
Het onvertaalbare lied
De eigen hand als kussen nemen. De hemel doet dat met zijn wolken, De aarde met haar kluiten En de boom, die met zijn Eigen bladeren valt.
Alleen zo kan men het lied Zonder afstand horen, Het lied dat niet in het oor gaat, Omdat het in het oor is, Het eeuwige lied, dat zich niet herhaalt.
Elk mens heeft een onvertaalbaar lied nodig. Roberto Juarroz
Ontbinding
Het donkert, en het lokt mij niet Zelfs naar een lamp te tasten. Waar het de dag te eindigen behaagd heeft, aanvaard ik de avond.
En daarmee aanvaard ik dat opstaat Een andere orde van wezens En van dingen niet verbeeld. Armen gekruist.
Ledig van wat wij beminden. Is de hemel weidser. Bevolkte plaatsen Doemen in de leegte op. Woon ik in een ervan?
En ik onderscheid zelfs niet mijn huid Van het toevloeiend duister. Een unaniem eind concentreert zich En toeft in de lucht. Aarzelend.
En deze agressieve geest Die de dag met zich sleept, Drukt nu niet meer. Zo vrede, Verbrijzeld.
Zal zij duizend jaren duren, of Doven met de kleuren van de haan? Deze roos zij is definitief, Al is zij schamel.
Fantasie, valse waanzinnige, Alreeds veracht ik u. En ook u, woord. Op de wereld, eeuwige doorreis, Zwijgen wij. En zonder ziel, lichaam, zijt ge zacht. Carlos drummond de Andrade(vert. A. Willemsen)
zie ook Allerzielen
NIET MET BRANDENDE KAARSEN STEEKT MEN DE WERELD AAN MAAR MET BRANDENDE HARTEN
Peter Lippert
Huye del sol el sol, y se deshace La vida a manos de la propia vida ; Del tiempo que, a sus partos homicida, En mies de siglos las edades pace,
Nace la vida, u con la vida nace Del cadáver la fábrica temida. ¿teme, pues, el hombre en la partida, si vivo estriba en lo que muerto yace ?
Lo que pasó ya falta ; lo futro Aún no se vive ; lo que está presente No está, porque es su esencia el movimiento.
Lo que si ignora es sólo lo seguro ; Este mundo, república de viento Que tiene por monarca un accidente.
Gabriel Bocángel 1603-1658
De zon vlucht voor de zon, en leven doet Niet anders dan het leven zelf ontbinden; Vanuit de tijd, die eeuwig zijn gebroed Geslachten na geslachten blijft verslinden,
Ontstaat het leven, en gelijk begint de Ontluistering die ons karkas doorwroet. Wat vreest de mens nog dat hij sterven moet, Als hij slechts bij wat heen is steun kan vinden?
Wat is geweest, is weg; de toekomst is Nog niet in leven, en wat nu bestaat, Bestaat niet echt, omdat er niets beklijft.
Alleen wat wij niet weten is gewis; De wereld, een op wind gestoelde staat Waarin toevalligheid de wet voorschrijft.
Vert.: J.P Rawie
Changement de decor
Zodra de dag als een dreigbrief In mijn kamer wordt geschoven, Worden de rode zegels van de droom Door snelle messen zonlicht losgebroken.
Huizen slaan traag hun bittere ogen op En sterren vallen doodsbleek uit hun banen.
Terwijl de zwijgende schildwachten, Nachtdroom en dagdroom, haastig Elkaar hun plaatsen afstaan, Legt het vuurpeloton van de twaalf Nieuwe uren bedaard op mij aan. Ellen Warmond (1930)
Epicurus Zijn wij er, Dood is er niet. Is Dood er, ontbreekt het aan ons.
(Vrij naar Epicurus)
Beroemde laatste woorden
En had ik nog één woord over,
het was een meeuw te zijn,
Of de zoomlens Of jou te zijn,
Daniel Franck
DE ENGELEN
Zij hebben allen moede monden en heldere zielen zonder zoom . En een verlangen (als naar zonde) speelt hen soms parten in hun droom. Bijna hetzelfde zijn zij allen; en in Gods tuinen zwijgen zij als vele, vele intervallen in zijn gezang en heerschappij. Alleen als zij hun vleugels spreiden zijn zij de wekkers van een wind: als keerde God met zijn twee brede beeldhouwershanden de bladzijden in het donkere boek van het begin.
Rainer Maria Rilke Uit: Buch der Bilder I, 1 Vertaling: Kees Kok
De dageraad Met donkere kleuren
Deze bomen
voelen zich niet goed met minder hemel, Dit landschap
is hard als het zwijgen, Zoveel jaren
hebben ze allen honger, hebben ze Zoveel jaren
belegerd vanuit vasteland en zee
Yannis Ritsos
Anche gli alberi un tempo erano croci
Anche gli alberi un tempo erano croci Appesi ai rami d‘ombra agonizzavano i miei fratelli, il sole dentro gli occhi.
Perduta era dell'anima l'effigie umana, sconosciuta ogni parola d'amore era tra i simili, scomparso tutto dell'uomo il seme e la misura.
Tutto passò in dilirio: la memoria, torbido lago ove affluisce il cuore, sarà specchio d'immagini e di nomi.
Torno a scoprire i morti ad uno ad uno, incustodite ceneri, a ridire il nome dei compagni come in una segreta antologia.
EIio Filippo Accrocca Auch die Bäume waren einmal Kreuze
Auch die Bäume waren einmal Kreuze. An den Schattenzweigen hängend, waren meine Brüder am Sterben, die Sonne in den Augen.
Verloren war der Seele menschliches Ebenbild, unbekannt war jedes Liebeswort zwischen den Nächsten, verschwunden ganz des Menschen Same und Maß.
Alles ging vorüber im Wahn: das Gedächtnis, ein trüber See, wo das Herz hinströmt, wird Spiegel von Bildern und Namen sein.
Ich kehre zurück und entdecke die Toten einen um den andern, unbewachte Asche, und sage die Namen der Genossen auf wie eine geheime Anthologie.
Vertaling Franco de Faveri/Regine Wanknecht
|
|
|
voor meer en ander werk zie http://landscape.mystiek.netcanandanann - 05-01-2008 12:35:46 |