|
|
VOORZICHTIGE HOOP Witte duiven in het blauw van verbrande
venstergaten, wordt er om
jullie oorlog gevoerd? Wit duivensnoer door de lege
vensters over de
breedtegraden heen. Als
rozenstruiken op graven achteloos neemt
gij het onze. Op de met
tranen gewassen steen zet gij uw
kleine nest. Wij bouwen
nieuwe huizen, duiven, de snavels van
de kranen steken hoog boven onze
steden uit, ijzeren
ooievaars, die nesten voor mensen bereiden. Wij bouwen
huizen met muren van
cement en glas waarop jullie
roze voet geen houvast
vindt. Wij ruimen de
ruines op en vergeten het
laatst geslagen uur in het dode oog
van de klok. Duiven, wij
bouwen voor jullie: gij zult in de gladde
muren nestelen, gij zult door onze
vensters vliegen het blauw in. En misschien
zijn er dan een paar kinderen - en dat zou al
heel wat zijn - die tussen
jullie in in de ruines van onze nieuwe
huizen, de huizen die
wij met hoge kranen dag en nacht
door bouwen, verstoppertje
spelen. Dat zou al heel
wat zijn. H. Domin Ik woonde op
een wolk een vliegende
schotel en las geen
krant. Mijn tere
voetjes gingen de wegen
niet meer die ze niet
konden gaan. Elkander
troostend als twee duiven werden ze elke
dag kleiner. Zeker ik was
onnut. De
wolkenschotel brak ik viel de
wereld in een wereld van
schuurpapier. Mijn handpalmen
doen pijn mijn voeten
haten elkaar. Ik
huil. En ben onnut. Hilde
Domin Je moet kunnen
weggaan en toch zijn
als een boom: als bleef je
wortel in de grond, als trok het
landschap en wij stonden vast. Je moet je adem
inhouden tot de wind
aflaat en de vreemde
lucht zijn draai om ons vindt, tot het spel
van licht en schaduw, van groen en
blauw de oude
vertrouwd patronen laat zien en wij weer
thuis zijn, waar het ook
zij en kunnen gaan
zitten en leunen, als was het
tegen het graf van onze moeder. Hilde
Domin 1 De mens dat
huisdier. Droom-bijwoner amfibie met z'n voeten
in een droom met z'n handen
in een kamer lopend in
vreemde dromen altijd in het
onbekende land van de ander nooit het eigen oog
ziend alleen in de
droom alleen uit de
verte alleen in het oog van de ander. 2 Afstanden De verbaasde
vingertoppen de wijsvinger die jou of de ander aanraakt die een spoor
achterlaat geen spoor
achterlaat jouw wijsvinger een verbaasde een
onherhaalbare centimeter
huid. 3 De zachte
vingertop, onherhaalbaar je beroert de huid der
dingen met jouw huid de ronding en
de kanten der dingen heel zacht hun buitenkant. 4. Jouw eenmalig
vinger jouw hand vol eenmalige
vingers jouw
stervelijke hand onderweg naar het
tastbare strelend zijn buitenkant Jouw zachte
vinger een zaad op
asvalt hij schiet geen
wortel in de grond der dingen. 5 De dingen hebben harde
handen wij zijn poreus zij zaaien in
ons woordeloos hun zaden in
ons,
eenmaligen zij, de
blijvenden. Wij zwanger van onze doden onze levenden van de
geheugenloze dingen lopen over hun
plaveisel en gaan voorbij. Hilde
Domin Wij gaan ieder voor zich de smalle weg over de hoofden
der doden -bijna zonder
angst- op de maat van
ons hart als waren wij
veilig, zolang de
liefde niet
aflaat. Zo gaan wij tussen vlinders
en vogels in
verbazingwekkend evenwicht naar een morgen
van boomtoppen -groen, goud en
blauw- en naar het
ontwaken van beminde ogen. Bouw een huis
voor mij Hilde
Domin De wind die de
bloemen kamt en die van
bloesems vlinders maakt, die duiven laat
opsteigen uit oud papier in de krochten
van Manhattan hemelwaards,
tot aan de tiende verdieping, die de
trekvogel tegen de wolken- krabbertorens
verplettert. De wind komt,
de zilte wind, die ons
voortdrijft over zee en ons
neerwerpt op een strand als kwallen die weer worden
weggespoeld. De wind komt. Houd mij vast. * Ach, mijn licht
lichaam van zand, gevormd naar
het eeuwige beeld, maar van
zand. De wind komt en neemt een
vinger mee, het water komt en maakt
rimpels op mij. Maar de wind legt mijn hart
bloot -die tjilpende
rode vogel achter mijn
ribben- en schroeit de
huid van mijn hart met zijn
salpeteradem. Ach, mijn
lichaam van zand! Houd mij vast houd mijn lichaam van zand. * Laat ons
landinwaarts gaan waar kleine
kruiden de aarde verankeren. Ik wil vaste
grond, groen, geknoopt
van wortels als een mat. Zaag om de
boom, raap stenen en bouw een
huis voor mij, Een klein huis met een witte
muur voor de
avondzon en een waterput
voor mijn mond om die te
spiegelen, opdat hij niet als op de zee zichzelf
verliest. Een huis naast een
appelboom of een olijf waaraan de wind voorbij gaat als een jager,
wiens jacht ons niet geldt. het nietwoord gespannen tussen woord en woord Hilde
Domin 1 Heden
roepen wij heden noemen
wij. Een stem die een woord
zegt het wedervarene. met wat lucht
die in ons opstijgt met niets dan
onze adem vocalen en
consonanten samenvoegend
tot een woord een naam het temt het ontembare het dwingt een hartslag
lang ons ding te zijn. 2 Dat is
onze vrijheid de juiste namen
noemend onbevreesd met een klein
stemmetje elkaar roepend met een klein
stemmetje het
verslindende bij name noemen met niets dan
onze adam salva nos ex ore leonis de muil open
houden waarin te wonen niet onze keus
is. Hilde
Domin Mooier
zijn de gedichten van het geluk. Zoals de
bloesem mooier is dan de steel waaraan ze toch
ontspringt zijn mooier de
gedichten van het geluk. Zoals de vogel
mooier is dan het ei zoals het mooi
is als licht wordt is mooier het
geluk. En zijn mooier
de gedichten die ik nooit schrijven zal. Hilde
Domin De
dans (Bij het lezen van Pablo Neruda) 'Eenvoud, hoe
vreselijk is wat ons gebeurt, ze willen niets
van ons weten in hun clubjes' ik dans je loop met
grote pas ik vlieg jij bent een
riviergod. Die grote
stroom van jouw
woorden weter en aarde, de mijne de
adem die het blad
beweegt. Jouw eenvoudige jouw
onvervalste woorden net als mijn eenvoudige
woorden ruiken naar mens. Hilde
Domin In later tijden
zullen ze over ons lezen. Nooit heb ik
dat gewild, in later tijden medelijden van
schoolkinderen wekken. Nooit op die
manier in een
schoolschrift staan. Wij,
veroordeeld te weten en niet te
handelen. Onze stof wordt nooit
meer aarde. Hilde
Domin De aanwas van
dromen maakt bang als onbraken de
vleugels om over die
muren heen te vliegen. Schreeuw om een hand, een
deur, van vlees, van
hout. Hilde
Domin De vreugde dat
allerbescheidenste dier die tedere
eenhoorn zo stil je hoort het
niet als het komt,
als het gaat mijn huisdier vreugde als het dorst
heeft likt het de
tranen van mijn dromen. Hilde
Domin Ze hebben mij
dode op het water gelegd ik vaar de
rivieren af de Rhòne de Rijn de Quadalquivir de Walvisrivier
in de tropen. Bij de zee de
zerken. Ik zonder
muntjes tussen mijn tanden ik drijf in
mijn bed voorbij aan de
barmhartige bewaarders van beminde
doden boventallig onnutter dan
wrakhout de dag in. Hilde
Domin Ze spugen je in
het gezicht trek een wolk
om je heen zeg dat het
regent. Een regennat
gezicht is
maatschappelijk aanvaard zelfs een
betraand. De mishandelde zij onbevangen dat hem
vergeven wordt. Zeker wist dat
iedere jood in het Derde
Rijk. Alleen de
gehangenen hingen daar ergerlijk om
aan te zien en werden
geranseld stervende om hun sterven. Hilde
Domin 1 En altijd de
tuin onder de
bloeiende bomen altijd het ontbijt onder de grond droomvolk de
terechtgestelden onze kinderen 2 Knoken en
stenen stenen niet gooien stenen niet
niet gooien. Muren met
stenen bouwen. Muren niet bouwen. De armen laten zakken De armen heffen elkaar huilend omarmen. Gebruiksaanwijzing voor armen. Hilde
Domin Abel sta op het moet
opnieuw gespeeld dagelijks moet
het opnieuw gespeeld dagelijks moet
het antwoord nog voor ons liggen het antwoord
moet ja kunnen zijn als je niet
opstaat Abel hoe zou het
antwoord dat enig
belangrijk antwoord ooit veranderen wij kunnen alle
kerken sluiten en alle
wetboeken afschaffen in alle talen
der aarde als je alleen
maar opstaat en het
terugdraait dat eerste
verkeerde antwoord op de enige
vraag waar het op aan
komt sta op opdat Ka‹n
zegt opdat hij het
zeggen kan Ik ben jouw
hoeder broeder hoe zou ik niet
jouw hoeder zijn Dagelijks sta
op opdat het oog
voor ons ligt dat ja hier ben
ik ik jouw broeder Opdat de
kinderen van Abel niet meer bang
zijn omdat Ka‹n
geen Ka‹n wordt Ik schrijf dit ik een kind van
Abel en ben
dagelijks bang voor het
antwoord de lucht in
mijn longen neemt af als ik op het
antwoord wacht Abel sta op opdat het
anders begint tussen ons
allen De vuren die
branden het vuur dat op
aarde brandt moet het vuur
van Abel zijn En aan staart
der raketten moeten de vuren
van Abel zijn Hilde
Domin Minder dan de
hoop op hem dat is de mens eenarmig altijd Alleen de
gekruisigde beide armen wijd open de Hier-ben-ik. Hilde
Domin Ze is dood vandaag is haar
verjaardag dat is de dag waarop zij in
die driehoek tussen de benen
van haar moeder naar buiten
werdt gewurgd zij die mij naar
buiten heeft gewurgd tussen haar
benen zij is as * altijd moet ik
denken aan de geboorte
van een ree hoe het zijn benen op de grond zet * Ik heb niemand
het licht in gedwongen alleen woorden Woorden draaien
hun hoofd niet om ze staan op meteen en gaan Hilde
Domin Voor ons, van
wie de deurposten verbrand zijn, waarop onze
kinderjaren centimeter voor
centimeter waren
aangebracht. Wij die geen
boom in onze tuinen
plantten om een stoel te
zetten in zijn
groeiende schaduw. Wij die
neerzitten op de heuvel als waren wij
tot herders aangesteld van de
wolkenschapen die op de blauwe weide boven de
olmen voorttrekken. Voor ons die
steeds onderweg zijn - levenslange
reizen, als tussen
planeten - naar een nieuw
begin. Voor ons staan de
herfsttijlozen op in de bruine
weiden van de zomer, en het bos vult
zich met bramen en
rozebottels - Opdat wij in de
spiegel zien en leren ons gezicht te
lezen, waarin de
toekomst zich langzaam ontbloot. Hilde
Domin Hoe weinig ik
van nut ben, ik hef mijn
vinger en laat niet het
kleinste streepje achter in de lucht. De tijd wist
mijn gezicht uit, ze is al
begonnen. Achter mijn
voetstappen in het stof wast regen de
straat blank als een
huisvrouw. Ik was hier. Ik ga voorbij zonder spoor. De olmen langs
de weg zwaaien naar
mij als ik nader, groen blauw
gouden groet, en vergeten mij eer ik voorbij
ben. Ik ga voorbij - maar ik laat
misschien het klein
geluid na van mijn stem, mijn lachen en
mijn tranen en ook de groet
der bomen in de wind op een stukje
papier. En is het
voorbijgaan, geheel
onbedoeld, steek ik de een
of andere lantaren aan in de harten langs de
wegkant. Hilde Domin
|
|
|
voor meer en ander werk zie http://landscape.mystiek.netcanandanann - 05-01-2008 12:38:50 |