|
|
|
|
Jij
die in mij woont Jij
die in mij woont met
de kracht als van een opspuitende bronwel, vol
sprankelend, levengevend water. Ik
heb het - tot mijn schade en schande - klaar
gekregen (wie laat nu het meest vrij?) om
jaar na jaar stenen te verzamelen en
daarmee die bronwel in mij te begraven onder
puin en gruis en eigen drukdoenerij. Ik
moet Jou weet opgraven in mij, opdelven
in mijn diepste diep, het
schilderijtje van mijn wezen, mijn gelaat grondig
laten restaureren van jarenlang vuil. Jij
hebt er Jouw gezicht in uitgetekend, daar
waar Jij verblijf houdt, diep in mij. Wanneer
krijg jij het klaar om
Jouw beeltenis in mijn wezen weer
van blijdschap te laten stralen in
dat verfrissend, opspattend bronwater, daar
diep, heel diep in mij verborgen? Kom,
trek me naar binnen, blijf
kloppen aan de poort want
ook mijn oren zijn doof geworden, blijf
schijnen in de nacht want
de blindheid van mijn ogen is bijna totaal. Kom,
delf op mijn ware gelaat, maak
mij mooi, maak
van mij Jouw liefste mens, ik
kan niet meer zonder Jou, Jij
die woont in mij, opborrelende
Minne-kracht wassend
water dat leven doet. Kom,
leef je uit in mij.
Ruusbroec
Jedid
Néfésj - geliefde van mijn ziel Geliefde
van mijn ziel, erbarmende vader, trek
Uw dienaar mee naar waar U hem wilt. Rennen
zal dan Uw dienaar als een hinde om
te komen buigen voor Uw glorie. Zoeter
dan het drupsel van een honingraat, dan
welke smaak ook, zal hem Uw vriendschap zijn. Glorievolle,
stralend licht der wereld, hoe
smacht naar Uw liefde mijn ziel. Wil
toch o God, wil toch haar genezen door
haar de verruking van Uw straling te tonen. Dan
zal ze gesterkt zijn en genezen en
eeuwige vreugde wordt haar deel. Gij
van het oerbegin, wil Uw erbarmen wekken, heb
meelij met de zoon van Uw geliefde. Het
is zo lang dat ik gehunkerd heb naar
de schittering van Uw macht. Dit
alleen verlangt mijn hart, heb
meelij toch, verberg U niet... Wil
toch U doen voelen en spreid, mijn Liefste, de
beschutting van Uw vrede over mij uit, verlicht
de aarde met Uw glorie. Blij
en vol vreugde zullen wij met U zijn. Haast
U, toon liefde, want de tijd is gekomen. Toon
ons Uw genade als in de dagen van toen. Vlug
toch, toon ons Uw liefde, want
het uur is gekomen, begunstig
ons als in de dagen van weleer.
mystiek Sjabbatslied door Rabbi Eliezer Azikri
16e eeuw
landschap van de ziel Ik
moet Jou weet opgraven in mij, opdelven
in mijn diepste diep, het
schilderijtje van mijn wezen, mijn gelaat grondig
laten restaureren van jarenlang vuil. Jij
hebt er Jouw gezicht in uitgetekend, daar
waar Jij verblijf houdt, diep in mij.
Ruusbroec
Er
valt een landschap binnen Er
valt een landschap binnen dat
zegt: Ik lig de hele nacht open
voor wie niet slapen kan en
misschien ook voor de blinden. Ik
vraag: Wat zou je dan willen? Antwoord:
Dat jij het zeggen zal, dat
jij nauwkeurig vertelt wat ik
zonder licht klaar heb liggen. Ik
weer: Je hebt dus het gevoel vergeefs
te zijn. Je hebt kleine struiken
van innigheid die niets doen, want
niemand ziet ze, hun bloei is
zwart. Denk je daarom: ze verdwijnen? Niets
verdwijnt wat zich opendoet.
G. Smit
Eeuwig
landschap Soms is er
een landschap meer dan de
wereld, boom en steen worden bloem
en ster in een ondenkbaar
beginnen van
verwantschap. Wat beweegt
tekent gevleugeld
als een engelenhand onspreekbare
woorden bestemming tegen het
licht, -eindelijk herkennen, eindelijk
vaderland. Ogen zijn
open tot het diepst van het oog,
polsslag en ziel dringen
samen naar de zelfde morgenvijver
verwachting, wekken de zelfde
vogelslag. Is dit God?
Zijn hart binnen de
wereld? Zijn vaderschap dat een hand
grote bescherming binnen de
dingen uitstrekt en samenspant?
|
|
|
canandanann 26-08-2010
blog: http://waarnemingvandewerkelijkheid.blogspot.com paintings: http://landscape.canandanann.nl
|