|
|
God van
waakzaamheid en hartstocht, bron en geest
van poëzie; Gij die mijn
hart verwijdt en mijn bloed
verhit, die in het
duister van mijn troosteloosheid maakt dat de
landen, de hemelen en de zeeën stromen als in
een magische kristallen bol; Gij die mijn
leven dompelt in de afgrond
van vuur en het met
oceaanwinden samensmelt, kruispunt van
inspiratie, waterval van
licht; Gij die schiet
met het vurige woord als pijl, jager van
beesten en ideeën, mannelijke en
vrouwelijke wil, leven, vagevuur
en verrijzenis, tastbare hoop
op onsterfelijkheid; Gij, mijn God,
als ik u goed gediend heb, sla uw ogen dan
neer en maak uw
blauwe lokken los boven dit
kleine en brandende schepsel dat zingt in
het bloedbevlekte braambos; strooi het zaad
in zijn hart, het zaad dat in
zich bergt de brullende en
veelbladige plataan der poëzie, vermeerder zijn
kracht in hem, maak zijn tong
los, wek woorden in
zijn geest, en ritme in
zijn gehoor, en maak hem uw
mond, maak hem de
trompet van uw troon, maak hem de
stem van de winden en de zee‰n en de zucht van
landen en de kreet van
vuur en de stilte
van sterrestreken. Pandelis Prevel kis Zorg dat ik
niet te snel inslaap. Of als ik te
snel inslaap kom me dan
wekken. Elk uur van de nacht mag je komen.
Kom fluitend de weg op. Stamp op de
veranda. Bons op de deur. Zorg dat ik
mijn bed uitkom en jou
binnenlaat en een lamp aansteek. Zeg tegen me
dat het noorderlicht te zien is, en zorg dat ik
kijk. Of zeg me dat de wolken iets aan het
doen zijn met de maan wat ze nooit
eerder deden; laat het me zien. Kijk of ik kijk.
Praat net zolang tegen me totdat ik half
zo klaarwakker ben als jij en me begin aan
te kleden, me afvragend waarom ik überhaupt
naar bed ging. Zeg me dat
wandelen fantastisch is. Zeg het niet
alleen, overtuig me ervan. Je weet, ik ben
niet al te moeilijk te overtuigen. Robert Francis Verfoeilijk ras,
blijf jezelf maar wegvagen, sterf uit. Fok sneller,
vul, breid uit, zing hymnen, bouw bommenwerpers; steek speeches
af, onthul standbeelden, sluit verbonden, paradeer; verander de
verbijsterde ammoniak en de onthutste cellulose weer in springstoffen; verander de
hoopvolle lijven van de jeugd weer in stinkende
troep waar de vliegen op afkomen; vermaan, bid, zet lange
gezichten, wees ernstig, wees alles behalve onder de indruk,
laat je fotograferen; confereer,
vervolmaak je formules, ga handelen in bacteriën die
menselijk weefsel kunnen aantasten, breng de dood
op de markt; fok, vul, breid
uit, neem toe, vaag jezelf weg, sterf uit, homo genoemd
sapiens. Edna St.
Vincent Millay mijn lieve oude
enzovoorts tante Lucy kon
tijdens de net voorbije
oorlog vertellen en wat m‚‚r
is, dat deed ze ook waar iedereen
voor aan het vechten was, mijn zuster Isabel breide
honderden (en honderden)
sokken nog afgezien van hemden
antivlooien-oorwarmers enzovoorts
wanten enzovoorts, mijn moeder hoopte
dat ik zou sterven
enzovoorts heel dapper
natuurlijk mijn vader werd telkens
schor van het praten over wat voor
voorrecht het was en als hij maar gekund
had ondertussen lag mijn
persoontje enzovoorts rustig diep in de
modder enzovoorts (dromend) enzovoorts, van jouw glimlach ogen knieën en
van jouw Enzovoorts) E.E. Cummings Zwicht niet
zoals wij gedaan hebben, ga niet in op
de verleidingen, denk na, weiger, weiger, wijs af. Denk na voordat
je ja zegt, geloof niet
meteen, geloof ook hen niet voor wie het duidelijk is; geloven sust in
slaap, en je moet wakker zijn. Begin met een
schone lei, schrijf zelf de eerste woorden, laat je niets
voorschrijven. Luister goed,
luister lang, aandachtig, geloof het
verstand niet waaraan wij ons onderwierpen. Begin met het
zwijgende verzet van het nadenken, onderzoek en verwerp. Vorm langzaam
het ja van je leven. Leef niet zoals
wij. Leef zonder
vrees. Walter Bauer In deze donkere
nacht waarin demonen
dansen rond de maan waarin wind en
bomen samenzweren om mij te storten in diepten
dieper dan ooit tevoren. O zal ik ooit
vrede ervaren in deze donkere
nacht? In deze donkere
nacht waarin anderen
lachen en schertsen en ik stik in
tranen over eenzame voorbije dagen in
herinneringen aan pijn en een toekomst
waar ik niets van weet O zal ik ooit
licht zien in deze donkere
nacht? De klamme bries
rondom mijn dijen de vleug van
koude aan mijn schouders en in mijn
verborgen diepten een intensere kilte en toch een
zucht een schreeuw naar iets
voorbij de blindheid van deze
donkere nacht. Anthony Rose Wij zwijgen
niet! Gij alleen
zwijgt. Wees toch een
bedding voor het
protest en voor de hoop. Want kijk, wij kunnen niet
veel kiezen, wij hebben
alleen deze ene kans om, wanneer alles
gezegd is en gedaan, in contact te
komen met het mooie,
om met het bloed
een heilige beker te vullen waarmee de
geest verkwikt wordt en gesterkt, om
te gaan terug rechtstreeks naar de wereld. Abba Kovner (God spreekt) Ik zie jullie
komen en gaan bij het
beven van de aarde zoals tijdens de
eerste twee dagen van de wereld, maar groot is
het verschil, mijn werk is
niet langer in mij, ik heb het
helemaal aan jullie gegeven. Mens, mijn
welbeminden, ik kan niets
doen bij jullie tegenspoed, ik heb jullie
alleen maar je moed en tranen kunnen geven, dat is het
warme bewijs voor het bestaan van God. De vochtigheid
van jullie ziel is wat er van mij
in jullie overblijft. Ik kon niets
anders doen. Ik kan niets
anders doen voor de moeder wier zoon op
sterven ligt dan licht aan
jullie geven, kaarsen van hoop. Als het zo niet
was, zou je het weten, slecht
beschermde bedjes, de verlamming
van de kinderen. Ik ben
losgesneden van mijn werk, wat voltooid is
is ver weg en gaat elke dag verder heen. Wanneer de bron
van de berg neerkomt hoe kan zij dan
weer omhooggaan? Ik kan evenmin
tot jullie spreken als een
pottenbakker tegen zijn pot, van de twee is
er een doof, de ander stom
tegenover zijn werk en ik zie hoe
jullie op verblindende afgronden aflopen zonder dat ik
ze aangeven kan, en ik kan
jullie niet influisteren hoe je daarmee
moet omgaan, jullie moeten
helemaal alleen uit de problemen komen zoals wezen in
de sneeuw. En ik zeg elke
dag tegen mezelf na een diepe stilte: 'Daar is er
weer een die fout doet wat hij goed kon doen, weer een die
struikelt omdat hij niet de goede kant op kijkt. En die ander
die zich te ver over zijn balkon neerbuigt, en de
zwaartekracht vergeet, en die daar,
die zijn motor niet nakijkt, dag vliegtuig,
dag mens!' Ik kan niets
meer voor jullie doen, helaas als ik
me herhaal gebeurt dat omdat ik
eronder lijd. Ik ben een
herinnering die neerdaalt, jullie leven in
een herinnering, de hoop die
jullie heuvels beklimt, jullie leven in
hoop. Heen en weer
geschud door de gebeden en vloeken van mensen, ben ik overal
tegelijk en kan ik me niet laten zien, zonder te
bewegen dool ik rond en ga van hemel tot hemel, ik ben de
zwerver in mijzelf, en de
krioelende kluizenaar, gewend aan
afstanden, ik ben zeer ver
van mijzelf vandaan, ik verdwaal
diep in mijzelf zoals een kind in het bos, ik roep mijzelf,
ik haal mijzelf binnen, ik trek mijzelf
naar mijn centrum. Mens, als ik
jou schiep was het om het wat helder te zien en om in een
lichaam te leven, ik die geen
handen of gezicht heb. Ik wil je
danken voor het feit dat je serieus van alles doet wat maar een
korte tijd gegeven is op de welbeminde aarde, o mijn kind,
mijn schat, o moed van jouw God, mijn zoon, die
over de wereld bent gelopen in mijn plaats
voor mij uit in je zo
kwetsbare lichaam met zijn grote ellende. Geen stukje
huid waar diep verval zich niet zal voordoen. Ieder van
jullie weet hoe, hoe hij een
dode moet voorstellen zonder dat hij
het hoefde te leren, een volmaakte
dode die alle kanten op gedraaid kan worden, op wie niets
aan te merken valt. God overleeft
jullie, hij alleen overleeft omgeven door
een grote slachting van mannen, vrouwen en kinderen, ook al leven
jullie, jullie sterven
voortdurend een beetje, kom tot een
schikking met het leven, met jullie
trillende liefdes. Jullie hebben
hersens, vingers om de wereld naar eigen
smaak gestalte te geven, jullie hebben
de mogelijkheden om de rede te laten leven en ook de
waanzin in jullie kooi, jullie hebben
alle dieren die de schepping uitmaken, jullie kunnen
rennen en zwemmen zoals de hond en de vis, voortbewegen
zoals de tijger of zoals het lam van een week oud, jullie kunnen
jezelf de dood aandoen zoals het rendier, de schorpioen, en ik blijf de
onzichtbare, de onvindbare op de aarde, heb medelijden
met jullie God die jullie niet gelukkig heeft kunnen maken, kleine stukjes
van mij, o dansende vonkjes, ik bied jullie
slechts een haard waar je weer vuur zult vinden. Jules Supervielle Wie ben ik? Wat
ben ik? Waardoor word
ik wat ik ben? De ik die je
ziet, ben ik dat echt? Of is het de ik
die jij wilt dat ik ben? Ben ik het
zoals ik nu ben? Verschilde mijn
ik van gisteren van de ik die
ik morgen zal zijn? Wanneer je naar
mij kijkt, kun je dan iets zien van wat me
overkomen is? Gebeurtenissen,
gedachtenwisselingen, en gevoelens die elk
ogenblik van elke dag vullen, zijn aan mij
toegevoegd, en maken mij
tot de ik die ik nu ben. Maar mijn ik
van morgen zal anders zijn. Als een chirurg
mijn hersens zou openen, zou hij dan de
daarin verborgen rijkdom van
geheugen zien? Verborgen schat,
voorgoed opgeslagen, verborgen voor
hem, verborgen voor jou, en grotendeels
ook verborgen voor mij. Alleen God weet
wie ik werkelijk ben, en kent alle
ingrediënten uit het verleden die door elkaar
gemengd zijn om mij tot mij te maken. Alleen God kent
de maat van iedere
ervaring, sterk of zwak; Hij weet hoe
die mij hebben beïnvloed, en welk deel
zij van mij vormen. En ofschoon Hij
alles weet, houdt Hij toch van mij. En vindt dat ik
de moeite waard ben om voor te sterven. En terwijl Hij
opnieuw in mij leeft in de mij die
ik ben, verandert en
wijzigt Hij de ik die ik ben, en maakt mij
meer zoals Hij. Sue Hudspith In den beginne
was er jij, was er er, was er toen, was er de blauwe hemel, was er het Imre Oravecz Hij is gekomen.
Waarvandaan? Hij is
opgeroepen. Waartoe? Hij heft zijn
handen omhoog. Handen. Zij gaan voor
hem uit. Zij kondigen
hem aan. Zij verraden
dat hij het is: de begiftigde. Begiftigd met
Eva, Lilith, Abel, met het vuur,
het werktuig, de druif, de reisstaf begiftigd met
de aarde die moet hem
onderdanig zijn. Met deze handen zal hij de
toren bouwen in Babel de stenen
tafelen grijpen op de Sina‹ in deze handen
zal voor een ogenblik neerstrijken dat wat nooit
te ontvangen is. Gertrud Fussenegger Ik ben je
broeder Kain aan de blauwe
wirwar van mijn aders verandert jouw
leven hoe moet ik je
hoeden aan mijn
knokige hart laat de dood
moeizaam een klaaglied ontspruiten: hoe moet ik je
hoeden. Ik ben je
broeder Kain en zoek de
totale vergetelheid aan de warme
bron van jouw bloed springt vaal
mijn hart op en huilt in
twijfelende angst Mijn God - hoe
moet ik me hoeden voor mezelf. Willi Sagert Uw trouw staat om mij
heen gelijk een muur waarin geen
bres te slaan valt Uw liefde loopt
ontafgebroken wacht zo zal ik in U meer dan
overwinnaar wezen in U die vandaag
voorgoed de dood
ontkracht O.Kruythof Jaren en
littekens later ontdek ik
eindelijk dat alle
engelen reizen onder
aangenomen namen. George Garrett Sterker dan wij
onze zonden een gewicht als
van werelden krijgt ons
eronder. Een steriele
last: winters de heldere
stroom van het hart. Stokstil staan
we hoop in het
zand geschoten zaden in de
wind geslagen. O wees ondanks
alles een eind aan
onze winter soelaas en
zonnewende. Louter
schaduwen zijn we die langer
worden, dood nabootsen. Geruchten
ontzetten ons de zeeën
rijzen op de aarde kan
niet tegen onze onverdraagzaamheid,
dwaasheid. Heb geduld.
Zend een nieuw seizoen naar ons toe,
een nieuwe wil die de bolster
breekt van onze
wandaden. We hebben
berouw, willen goedmaken. Schep ons
opnieuw. Daniel Berrigan Toen
sprinkhanen onze stad bezetten, geen melk meer
in huis kwam, en de krant stikte, opende men de
kerkers, liet de profeten vrij. Nu trokken zij
door de straten, 3800 profeten. Ongestraft
mochten zij spreken, zich rijkelijk tegoed doen aan dat
springende, grauwe beleg, dat wij de plaag noemden. Wie had iets
anders verwacht. Zodra we weer
melk kregen, en de krant herademde, vulden de
profeten de kerkers. Günther Grass (Jeremia 12,1) Ja,
rechtvaardig zijt gij, als ik twist, Heer, met u; maar wat
ik aanvoer is terecht. Waarom gaat het
zondaars goed? waarom slechts teleurstelling
voor al wat ik probeer? Waart gij mijn
vijand, o gij vriend van mij, hoe zoudt gij
erger mij kunnen verslaan, tarten? O, zij
die in drank en lust opgaan gedijen meer in
korte tijd dan hij die u zijn
leven wijdt. Berm en heg, zie nu, hoe dik in
't blad! weer afgezet met kervelkant,
kijk, schuddend in een bries. Vogels bouwen -
maar ik niet; ik verzet als eunuch werk,
en broed; uit komt er niets. O dat gij,
levensheer, mijn wortels regen zendt! Gerard Manley Hopkins Mijn enig kind,
meer van God dan van mij, blijf in deze
tuin vol rijpe peren. De oogst van
wat zij zijn vertoont een bescheiden
en tevreden glans: en als zij van
ouderdom wenen, zijn hun tranen geen
pekelnat maar luie stroop. 'Ik ben van mij
en niet van mij.' Hij leek veel
op een andere man, die stille
vreemdeling die aan mijn deur
verscheen met een leliestaf: hoe kon ik
weten wat ik begon toen ik ogen
ontmoette, woester dan de ogen van
Jozef, die van God? Ik was van mij
en niet van mij. En wie zijn die
twaalf zwoegende lui? Ik begrijp je
woorden niet: ik leerde je
praten, we gaven namen aan de vogels, je hield hun
grote trek bij toen als ieder kind.
Keer dan terug van het plein
der massa's naar de stilte. 'Ik ben van mij
en niet van mij.' Waarom ben je
nors wanneer ik praat? Hier is je
gereedschap, de zaag, het mes, de hamer op je
werkbank. Je leven wordt hier
gemeten week na week geschaafd zoals
de meubels die je maakt, en ik zal je
leren zoals een vrouw van mij te zijn,
en geheel van mij. Wie wenst niet,
als een verwaande wind die blaast waar
hij belieft, tevredenheid? Toch herinner
ik mij hoe jij wegging om te spreken
met in bont gehulde geleerden. Ik hoor
geschreeuw in de stad: wie draagt dat
duister instrument? 'Een, geheel
van hem en niet van hem'. Het groene
lichte grasveld betredend staar ik naar
een vreemde schaduw. Ben jij de
jongen die ik alleen baarde zonder dokter
die de streng doorsneed? Ik kan er niet
toe komen je Heer te noemen, antwoord mij
als mijn enig kind. 'Ik ben van mij
en niet van mij'. Thom Gunn Onze Vader, die
in de hemel zijt, en die mogelijk
doof zijt. Gij hoort onze
gebeden; Gij ziet hoe onmogelijk
zwak ze zijn - deze woorden
aaneengeregen, geweven,
geborduurd, geknoopt tot armzalige
vormen. Als onze
woorden draden waren zouden we
dromen van gouden gewaden maar we worden
wakker in vodden. Heer, geef ons
heden onze dagelijkse
hoop. Ziet u het? Deze handen
hebben ooit gedroomd; onze woorden hebben eens
koningen gekleed. Ed Ingebretsen Toen Jezus de
woestijn in wandelde droeg hij een
mens op zijn rug, tenminste, het
had de vorm van een mens, een visser
misschien met een natte neus, een bakker
misschien met meel in zijn ogen. De man was dood
naar het scheen en toch was hij
ondoodbaar. Jezus droeg
vele mensen toch was er
maar één mens - als het
inderdaad een mens was. Daar in de
woestijn strekten alle blaren hun
handen uit maar Jezus ging
eraan voorbij. De bijen
wenkten hem naar hun honing maar Jezus ging
eraan voorbij. De beer sneed
zijn hart uit zijn lijf en bood het aan maar Jezus ging
eraan voorbij met zijn zware
last. De duivel kwam
nader en sloeg hem in zijn gezicht en Jezus
wandelde verder. De duivel liet
de aarde bewegen als een lift en Jezus
wandelde verder. De duivel
bouwde een stad vol hoeren, elk in een
engelenbedje, en Jezus
wandelde verder met zijn last. Veertig dagen
lang, veertig nachten lang zette Jezus de
ene voet voor de ander en de mens die
hij droeg, als het een
mens was, werd zwaarder
en zwaarder. Hij droeg alle
bomen van de wereld die één
boom vormen. Hij droeg
veertig manen die één
maan vormen. Hij droeg alle
schoenen van alle mensen
in de wereld die één
schoen vormen. Hij droeg ons
bloed. Eén bloed. Bidden, wist
Jezus, is een mens
zijn die een mens draagt. Anne Sexton de leugenaars
zeggen hij is een
leugenaar de dichters
zeggen hij is een
dichter de profeten
zeggen hij is een
profeet de
revolutionairen zeggen hij is een van
ons de heiligen
zeggen hij is een
heilige de machtigen
zeggen hij is
gevaarlijk de bezitters
zeggen hij is een
communist de
nietszeggenden zeggen niets de burgers voelen zich
verontrust de geliefden
zeggen hij voelt zoals
wij de verlorenen
zeggen |