|
|
De aarde is
mooi, en er valt goed te leven in het
dal van de hoop. Gebeden worden
verhoord. God woont vlakbij achter
de heg. De krant bevat
niet één regel over de bouw van de
toren. Het mes vindt de
moordenaar niet. Hij lacht met
Abel. Het gras is
onverwelkbaarder groen dan de
laurier. In de loop van de
raketten nestelen de
duiven. Niet als een
gek zoemt de vlieg tegen het
dodelijk raam. Alle wegen zijn
toegankelijk. In de atlas ontbreken de
grenzen. Het woord is
verstaanbaar. Wie ja zegt,
bedoelt ja, en ik houd van
betekent: nu en voor
eeuwig. De toorn brandt
langzaam. De hand van de
armen is nooit zonder brood.
Projectielen worden in de vlucht
gestopt. De engel staat
's avonds aan de poort, Hij heeft
gebruikelijke namen en zegt, wanneer
ik sterf: Sta op. Rudolf Otto Wiemer Blijf mooi maar blijf niet
te lang diep onder de grond. Verander niet
in een mol of een worm of een wortel of een
steen. Kom naar buiten
in het zonlicht. Haal adem in de
bomen. Sla de bergen
neer. Verkeer met de
slangen en wees de held
van de vogels. Vergeet niet
met opgeheven hoofd te lopen en
knipoog. Denk. Wandel overal
rond. Zwem
stroomopwaarts. Vergeet niet te
vliegen. Al Young Jij bent de
aarde, waar ik op rust, zacht, week
teder, maar ook hard genoeg, opdat je armen
en je benen de
liefdeskracht hebben om mij te omarmen. Je bent ook de
steen, waaraan ik mij vaak kwets; ik haal mij
open aan je kanten, maar je vacht
van mos verkwikt de wonden, die het
samenleven met jou mij toebrengt. En schaduw van
bomen, en bloemen en vruchten, die zich
overgeven aan mijn gebaren en mijn smaak. En
kristalhelder murmulend water, dat alleen
tegen mij fluistert over liefde in de wereld. Jij bent de
aarde, waar ik op rust. Geen landschap, noch teelaarde,
noch bossen en bergen geroofde
nymfen. Menselijke aarde, waar ik
helemaal en voor altijd op uitrust. Jorge de Sena heel langzaam
worden woorden woorden, worden woorden
zinnen, worden woorden, worden woorden
verhalen, heel langzaam. aan het vuur in
de nacht, in het hoofd,
in het hart, in de handen, in de ogen
worden woorden verhalen. stamelend
proberen, zoekend, druppels worden
waterstromen, waterstromen
meren, meren zeeën. heel langzaam
worden woorden worden woorden
verhalen, heel langzaam verzamelen
woorden gedachten, ideeën, worden zichzelf
en breken open: duizend dingen
worden herkend en geen mens
brengt ze eindelijk thuis ze leven zwervend onder
ons als vrienden en bekenden als tekens van
zeker weten, als tekens van
hoop. J. den Ouden die in je
spreek, geen
schriftwoord van omhoog jou aangezegd, maar jouw
bestaan dat vraagt, ootmoedig
vraagt: wil je mij
nemen zó zoals ik ben? Geloof je echt
in mij? Aanvaard je
mij? Ik ben zoals ik
ben en anders
niet. Ooit werd ik
jou en hem en haar, werden we wij, werden we zij en zij weer
wij. Mag dat van
jou? Mag ik er zijn zoals ik
ben? Bestaan ben ik, gedeeld
bestaan, meer dan 'n
gij, meer dan 'n
god. Ik ben jouw
grond. Ik ben jouw
zin. Jij bent mijn
zin. Gedoog je mij? B.Huijbers Die bevrijd op
uittocht gingen maar gedoemd
tot hongersnood, godvergeten
stervelingen, zijn gevoed met
hemelbrood - zouden wij niet
kunnen zingen dat wij leven
van jouw brood? Meer dan brood
nog zijn de woorden die jij in ons
hebt geprent: dat wij levend
zullen worden van de liefde
die jij bent. Al jouw woorden
die wij hoorden bieden uitzicht
ongekend. Jij ons brood,
wij mogen weten dat wij levend
zullen zijn als wij van jou
willen eten en jou drinken,
brood en wijn. Jij zult ons
geen uur vergeten en de dood
krijgt ons niet klein. Lieve deler,
lieve gever, maak ons vrij
van alle pijn. Laat ons jou
zien, is het even, leven is meer
dan de schijn. Wees het brood
dat ons doet leven, laat ons hier
jouw lichaam zijn. Het is een
klein teken maar, een beetje
onbeholpen: we breken wat
brood, een hapje voor
iedere mond, terwijl wij het
zelf niet kunnen: brood zijn voor
deze aarde, voor alle
mensen wereldwijd die honger
lijden naar vrede en
gerechtigheid. Het kleine
teken van Jezus van
Nazareth die het wel
gedurfd heeft en zelf brood
geworden is voor mensen
allerwegen: een gebroken
leven dat sterker was dan
de dood. In de schaduw van zijn
verhaal willen we
nadoen wat Hij heeft
gedaan: brood delen op zoek naar
zijn weg want zo worden
wij het lichaam van
Jezus. Enkel vragend
weert de waarheid zich Enkel vragend
weert de waarheid zich, klagend roert
zich het verzet. Voorbij de
einder van het heden ligt haar oorsprong. Draagt zij
vrucht in onze tijd? Waar vindt de
waarheid vaste grond? Waar is
gerechtigheid gevestigd? Blijft ons hart
de mensen trouw? Hoe kan het
kwaad toch steeds opnieuw beginnen, dat addergif
zich straffeloos verspreiden? Enkel biddend
leeft de waarheid nog, voorbij de
einder van het kwaad reikhalst zij om vrucht te
dragen in deze tijd. Breek de tanden
van het kwaad, stop de
vraatzucht van het onrecht, laat geweld
ineenkrimpen tot niets, dat hun pijl de
terugweg vindt, verstik het
strovuur van hun macht, laat deze
misgeboorte gaan. Enkel schouwend
wordt de afbraak van het kwaad bewaard,
voorbij de einder van de tijd wortelt het
verzet, een boom, haar vrucht groeit in het
heden. Hoe ver zal ik
met je meegaan? Langs welke
wegen zal het leven ons leiden: tot waar wij
weten dat de liefde
geduldig is en herbergzaam? Welke dalen
moeten wij nog doorkruisen om te kunnen
zeggen dat het goed was wat wij hier,
met de stem van ons hart, zeggen vandaag? Maar het is
goed, jouw hart weet het en het mijne ook. Het is goed dat wij - wat
er ook gebeuren mag - tot elkaar
geroepen zijn om samen op weg te gaan, toevertrouwd
aan elkaars genade. Zo ver als het
leven reiken zal, zul je hopen
dat ik bij je thuis zal zijn en, gehavend
misschien, bij jou rust
zal vinden. Nog is de
horizon ver, maar in jouw
ogen is de toekomst al begonnen, waarin - op
goede en kwade dagen - ik worden mag
die jij hoopt dat ik worden zal. Blijft dat
hopen, met liefde die geduldig is. De wonderen zijn de wereld
nog niet uit. Dat ik jou
tegenkwam met in jouw
ogen die blik die vraag en
ja-woorden van vrede spreken, en die ik nooit
vergeten zal. Ogen die
spraken en zwegen. En even stond
de wereld stil toen jouw ziel
de mijne raakte en de mijne aan
je vroeg met mij op weg
te gaan. En wat ons
dreef, zal ons ook
morgen drijven. Wonderen gaan
met ons vervullen met goede moed als we elkaar
in de ogen blijven zien als toen en
vandaag en alle dagen En wat groter
is dan ons hart, zal jou en mij
tot zegen zijn: onze levens met
elkaar verbonden zijn, en liefde aan
liefde toevertrouwd. Want de
wonderen zijn de wereld
nog niet uit: het gras groeit en in de bomen
zingt de wind het lied van
zijn verlangen. En mensen zijn
onze weg door het leven. Met dromen die
hen gaande houden tot ver voorbij
de horizon. Ga met me mee als de vogels
hun nesten bouwen, als het
voorjaar uitbot en bloeit en aan de
wereld verhalen vertelt over wat komen
gaat en nog nooit
werd gezien. Ga met me mee als de zomer
boven de velden koepelt en het koren
rijpt goudgeel, als de straten
warm zijn tot in de avond en de mensen
dankbaar om zo veel zon en zegen. Ga met me mee als de wind in
de bomen klimt, als hij wolken
aanjaagt van verre en als de dagen
gebukt naar de avond gaan. Schuil dan bij
me en luister naar
wat de hemel in de bomen
zingt voor jou en mij
misschien een lied van
verlangen. Ga met me mee als de wereld
stil wordt, als de bomen
verstard tegen de hemel staan en in de stilte
dromen van morgen, van mensen die
als jij en ik verwonderd door
de wereld gaan. Ga met me
mee, want de wereld
is te groot voor een en mensen
worden gegeven aan mensen. 'Wie in de
liefde leeft, blijft in het
licht', staat er
geschreven. 'Gij zijt het
licht de wereld', evangeliewoord, gesproken tot
.... en...., en tot allen
die in het spoor vandaag en voor altijd de weg van
vrede willen gaan. Daarvan moge
deze handvol vuur een
hartverwarmend teken zijn. 'Wie
liefheeft, blijft in het
licht'. is blind
geboren worden tussen dromen
en sprookjes, zoekend naar
vrijheid in een
raadselachtig bestaan. Kind zijn is leven met
een lach en een traan in een veel te
nauwe ruimte, groeiend in
hels lawaai van motor en
ander vreemd signaal. Kind zijn is spelen in de
zon zoekend naar
een stukje groen, waar je nog
rustig een spelletje
met de bal kunt doen. Kind zijn is groeien in
het licht van de zomer om naar je
eigen echo te kunnen luisteren; tot je
moegeteld aan uren en tijd jezelf niet
meer herkent in de spiegel der
volwassenheid. Jos Vandromme Hoor. Maar ik
kan niet horen. Mijn oren
dichtgestopt. Mijn adem
opgekropt. Mijn hart van
leegte zwaar. Ik ben nog niet
geboren. Ik ben niet.
Niet waar. Hoor, Maar ik
wil niet horen. Zou ik uw woord
verstaan, ik moest uw
wegen gaan, U volgen hier
en nu. Ik durf niet
zijn geboren en leven toe
naar U. Hoor, roept Gij
in mijn oren en jaagt mijn
angst uiteen. O stem door
merg en been verwek mij uit
het graf, uw mens opnieuw
geboren - o
toekomst,
laat niet af. in handen ben
ik met gevoel om
te strelen in handen ben
ik: troost is mijn
naam achter ogen
kijk ik in harten van
mensen achter ogen
kijk ik: troost is mijn
naam door oren hoor
ik het verdriet en
de vragen door oren hoor
ik: troost is mijn
naam. van mensen leef
ik: hun verstaan en
begrippen; van mensen leef
ik: Troost is mijn
naam. Annelou Koens Je aan een als je Je aan een zonder je te voelen, slechts te weten. Je eigen je eigen omhoog
houden. Je
toevertrouwen als je zelf niet meer kunt, zonder
gezichtsverlies. Dat vraagt om mensen die en elkaar Marinus van den Berg Komt,
verwondert u hier, mensen Komt,
verwondert u hier, mensen ziet, hoe dat u
God bemint, ziet vervuld
der zielen wensen, ziet dit
nieuwgeboren kind! Ziet, die 't
woord is, zonder spreken, ziet, die 't
woord is, zonder pracht, ziet, die 't al
is, in gebreken, ziet,
die 't licht is, in de nacht, ziet, die 't
goed is, dat zo zoet is, wordt
verstoten, wordt veracht. Ziet, hoe men
met Hem handelt, hoe men Hem in
doeken bindt, die met zijne
godheid wandelt op de vleugels
van de wind. Ziet, hoe ligt
Hij hier in lijden zonder teken
van verstand, die de hemel
moet verblijden, die de kroon
der wijsheid spant. Ziet, hoe tere
is de Here, die 't al
draagt in zijne hand. O Heer Jesu,
God en mensen, die aanvaard
hebt deze staat, geef mij wat ik
door U wensen, geef mij door
uw kindsheid raad. Sterk mij door
uw tere handen, maak mij door
uw kleinheid groot, maak mij vrij
door uwe banden, maak mij vrij
door uwe nood, maak mij blijde
door uw lijden, maak mij levend
door uw dood! Al wat een mens
geluk kan geven draag je van
binnen met je mee: zoek het niet
hoog of over zee' het staat al in
je hart geschreven. Een stem is
het, ons doorgegeven, die
zegt: Ik
zal er zijn voor u. Laat je
gezeggen, hier en nu, en kies de ware
weg ten leven. Wie antwoord
aan de stem durft geven, weet zich
geboren en bemind, ontvangt de
vrijheid van een kind en wordt van
anderen een zegen! Naar Deut. 30,
11-16 is tot je
laatste uur te leven hoe
dan ook 't Verleden
werd geen rook: in boeken
brandt zijn vuur en blijft nu in
de schuur schijnbaar geen
brandstof over, geloof nog in
de tover van het
gevorderd uur. De nacht heeft
ook zijn zonnen, zijn
brailleschrift, het vuur der eindeloze
bronnen. Het grote
avontuur is wachten op
elk komen, geloven dat
jeugddromen oneindig zijn
van duur. Johan
Daisne soms haat ik je om wat je me
aandoet: dorsten laat je
me, omdat ik je
even heb geproefd. rusteloos jaag
ik je achterna, je bent steeds
verder, achter de horizon. een glimp vang
ik van je op - dan ben je weer
weg. je drijft me
voort op een weg die
ik niet wil en toch kan ik
niet anders dan proberen
jouw weg te volgen, gehoor geven
aan jouw woorden. je hebt me
aangeraakt en ik kan je
niet meer wegdenken uit mijn leven. soms denk ik
alleen maar: jij Wil kamminga Ik zocht jou in
de sterren Toen ik hen als
kind ondervroeg. Ik heb jou aan
de bergen gevraagd, Maar ze gaven
mij slechts af en toe Eenzaamheid en
rust van korte duur. Omdat jij er
niet was, in de lange avonden Bedacht ik de
dwaze lastering Dat de wereld
een vergissing van God was, Ik een
vergissing van de wereld. En toen ik, in
het aangezicht van de dood, Neen heb
geschreeuwd uit al mijn vezels, Dat ik nog niet
klaar was, Dat ik nog te
veel moest doen, Was dat omdat
jij me voor ogen stond, Jij met mij
naast je, zoals vandaag gebeurt, Een man een
vrouw onder de zon. Ik ben
teruggekomen omdat jij er was. Primo Levi Het leven
begint en het heeft al een doel: je moet naar
een ander met al je gevoel. Je moet naar
een ander met al wat je bent en lukt het je
niet, je voelt je miskent. En lukt het je
niet, je slijt aan elkaar: je wordt
slechts met lijden de liefde gewaar. Je wordt
slechts met lijden in liefde heel groot en dan is daar
plots het uur van de dood. En dan is daar
plots het uur van de pijn, jouw leven
verliest, en toch is dat schijn. Jouw leven
verliest met de dood niet zijn zin: wij dansen met
jou het hemelhuis in. Soms denk ik,
God roep toch niet
langer, kijk me niet
steeds zo indringend
aan - soms denk ik,
God hou niet zo aan blijf niet
bezig laat me met
rust - soms denk ik,
God waarom altijd zo met me
doende, waarom maak je zo'n leven in
mij? Zijt Gij de
stem die in mij
roept, zijt Gij in het
hart dat in mij
klopt, zijt Gij de
adem waarvan ik
leef; uw geest mijn
ziel? Zijt Gij mij, mijn diepste
wezen hele leven? Vanmorgen zag
ik haar weer lopen in haar
wiebel-waggelgang, ze is één
van de liefste mensen die ik ken en ik ken haar
nog niet eens zo lang. Ze heeft een
misvormd gezichtje haar ogen zijn
bol en dik, maar altijd is
ze blij en vrolijk en ze heeft
vaak de grootste schik. Ze leeft
onbezorgd en tevreden, dankbaar voor
elk lief gebaar. Hoort zij
muziek, dan schitteren haar ogen, en ze ziet
nooit gevaar. Maar altijd
wordt ze nagekeken en overal herkend, want als ze
haar zien lopen, in haar wiebel-waggelgang, |