liturgie2
Start Omhoog liturgie3

                 



ONTWERP VOOR EEN PAASLIED

De aarde is mooi, en er valt goed

te leven in het dal van de hoop.

Gebeden worden verhoord. God woont

vlakbij achter de heg.

 

De krant bevat niet één regel over

de bouw van de toren. Het mes

vindt de moordenaar niet.

Hij lacht met Abel.

 

Het gras is onverwelkbaarder

groen dan de laurier. In de

loop van de raketten

nestelen de duiven.

 

Niet als een gek zoemt de vlieg

tegen het dodelijk raam. Alle

wegen zijn toegankelijk. In de atlas

ontbreken de grenzen.

 

Het woord is verstaanbaar. Wie

ja zegt, bedoelt ja, en

ik houd van betekent: nu en

voor eeuwig.

 

De toorn brandt langzaam. De

hand van de armen is nooit zonder

brood. Projectielen worden in de

vlucht gestopt.

 

De engel staat 's avonds aan de poort,

Hij heeft gebruikelijke namen en

zegt, wanneer ik sterf:

Sta op.

Rudolf Otto Wiemer


VOOR DICHTERS  

Blijf mooi

maar blijf niet te lang diep onder de grond.

Verander niet in een mol

of een worm

of een wortel

of een steen.

 

Kom naar buiten in het zonlicht.

Haal adem in de bomen.

Sla de bergen neer.

Verkeer met de slangen

en wees de held van de vogels.

 

Vergeet niet met opgeheven hoofd te lopen

en knipoog.

Denk.

Wandel overal rond.

Zwem stroomopwaarts.

 

Vergeet niet te vliegen.  

Al Young


Jij bent de aarde  

Jij bent de aarde, waar ik op rust,

zacht, week teder, maar ook hard genoeg,

opdat je armen en je benen

de liefdeskracht hebben om mij te omarmen.

 

Je bent ook de steen, waaraan ik mij vaak kwets;

ik haal mij open aan je kanten,

maar je vacht van mos verkwikt de wonden,

die het samenleven met jou mij toebrengt.

 

En schaduw van bomen, en bloemen en vruchten,

die zich overgeven aan mijn gebaren en mijn smaak.

En kristalhelder murmulend water,

dat alleen tegen mij fluistert over liefde in de wereld.

 

Jij bent de aarde, waar ik op rust. Geen landschap,

noch teelaarde, noch bossen en bergen

geroofde nymfen. Menselijke aarde,

waar ik helemaal en voor altijd op uitrust.  

Jorge de Sena


...worden woorden verhalen  

heel langzaam worden woorden woorden,

worden woorden zinnen, worden woorden,

worden woorden verhalen, heel langzaam.

 

aan het vuur in de nacht,

in het hoofd, in het hart, in de handen,

in de ogen worden woorden verhalen.

 

stamelend proberen, zoekend,

druppels worden waterstromen,

waterstromen meren, meren zeeën.

 

heel langzaam worden woorden

worden woorden verhalen, heel langzaam

verzamelen woorden gedachten, ideeën,

worden zichzelf en breken open:

 

duizend dingen worden herkend

en geen mens brengt ze eindelijk thuis

ze leven

zwervend onder ons als vrienden en

bekenden

als tekens van zeker weten,

als tekens van hoop.  

J. den Ouden


Stem van je hart ben ik

die in je spreek,

geen schriftwoord van omhoog

jou aangezegd,

maar jouw bestaan dat vraagt,

ootmoedig vraagt:

 

wil je mij nemen zó

zoals ik ben?

Geloof je echt in mij?

Aanvaard je mij?

Ik ben zoals ik ben

en anders niet.

 

Ooit werd ik jou

en hem en haar,

werden we wij,

werden we zij

en zij weer wij.

Mag dat van jou?

Mag ik er zijn

zoals ik ben?

 

Bestaan ben ik,

gedeeld bestaan,

meer dan 'n gij,

meer dan 'n god.

Ik ben jouw grond.

Ik ben jouw zin.

Jij bent mijn zin.

Gedoog je mij?  

B.Huijbers


Jij brood  

Die bevrijd op uittocht gingen

maar gedoemd tot hongersnood,

godvergeten stervelingen,

zijn gevoed met hemelbrood -

zouden wij niet kunnen zingen

dat wij leven van jouw brood?

 

Meer dan brood nog zijn de woorden

die jij in ons hebt geprent:

dat wij levend zullen worden

van de liefde die jij bent.

Al jouw woorden die wij hoorden

bieden uitzicht ongekend.

 

Jij ons brood, wij mogen weten

dat wij levend zullen zijn

als wij van jou willen eten

en jou drinken, brood en wijn.

Jij zult ons geen uur vergeten

en de dood krijgt ons niet klein.

 

Lieve deler, lieve gever,

maak ons vrij van alle pijn.

Laat ons jou zien, is het even,

leven is meer dan de schijn.

Wees het brood dat ons doet leven,

laat ons hier jouw lichaam zijn.


Een klein teken maar  

Het is een klein teken maar,

een beetje onbeholpen:

we breken wat brood,

een hapje voor iedere mond,

terwijl wij het zelf niet kunnen:

brood zijn voor deze aarde,

voor alle mensen wereldwijd

die honger lijden

naar vrede en gerechtigheid.

 

Het kleine teken van

Jezus van Nazareth

die het wel gedurfd heeft

en zelf brood geworden is

voor mensen allerwegen:

een gebroken leven dat

sterker was dan de dood.

 

In de schaduw

van zijn verhaal

willen we nadoen

wat Hij heeft gedaan:

brood delen

op zoek naar zijn weg

want zo worden wij

het lichaam van Jezus.


Enkel vragend weert de waarheid zich  

Enkel vragend weert de waarheid zich,

klagend roert zich het verzet.

Voorbij de einder van het heden ligt haar oorsprong.

Draagt zij vrucht in onze tijd?

 

Waar vindt de waarheid vaste grond?

Waar is gerechtigheid gevestigd?

Blijft ons hart de mensen trouw?

Hoe kan het kwaad toch steeds opnieuw beginnen,

dat addergif zich straffeloos verspreiden?

 

Enkel biddend leeft de waarheid nog,

voorbij de einder van het kwaad reikhalst zij

om vrucht te dragen in deze tijd.

 

Breek de tanden van het kwaad,

stop de vraatzucht van het onrecht,

laat geweld ineenkrimpen tot niets,

dat hun pijl de terugweg vindt,

verstik het strovuur van hun macht,

laat deze misgeboorte gaan.

 

Enkel schouwend wordt de afbraak van het kwaad

bewaard, voorbij de einder van de tijd

wortelt het verzet, een boom, haar vrucht

groeit in het heden.


Horizon  

Hoe ver zal ik met je meegaan?

Langs welke wegen zal het leven ons leiden:

tot waar wij weten

dat de liefde geduldig is en herbergzaam?

Welke dalen moeten wij nog doorkruisen

om te kunnen zeggen dat het goed was

wat wij hier, met de stem van ons hart,

zeggen vandaag?

Maar het is goed, jouw hart weet het en het mijne ook.

Het is goed

dat wij - wat er ook gebeuren mag -

tot elkaar geroepen zijn om samen op weg te gaan,

toevertrouwd aan elkaars genade.

Zo ver als het leven reiken zal,

zul je hopen dat ik bij je thuis zal zijn

en, gehavend misschien,

bij jou rust zal vinden.

Nog is de horizon ver,

maar in jouw ogen is de toekomst al begonnen,

waarin - op goede en kwade dagen -

ik worden mag die jij hoopt dat ik worden zal.

Blijft dat hopen, met liefde die geduldig is.


Als toen  

De wonderen

zijn de wereld nog niet uit.

Dat ik jou tegenkwam

met in jouw ogen die blik

die vraag en ja-woorden van vrede spreken,

en die ik nooit vergeten zal.

Ogen die spraken en zwegen.

En even stond de wereld stil

toen jouw ziel de mijne raakte

en de mijne aan je vroeg

met mij op weg te gaan.

En wat ons dreef,

zal ons ook morgen drijven.

Wonderen gaan met ons vervullen met goede moed

als we elkaar in de ogen blijven zien

als toen en vandaag en alle dagen

En wat groter is dan ons hart,

zal jou en mij tot zegen zijn:

onze levens met elkaar verbonden zijn,

en liefde aan liefde toevertrouwd.

Want de wonderen

zijn de wereld nog niet uit:

het gras groeit

en in de bomen zingt de wind

het lied van zijn verlangen.

En mensen zijn onze weg door het leven.

Met dromen die hen gaande houden

tot ver voorbij de horizon.


Gaandeweg

Ga met me mee

als de vogels hun nesten bouwen,

als het voorjaar uitbot en bloeit

en aan de wereld verhalen vertelt

over wat komen gaat

en nog nooit werd gezien.

Ga met me mee

als de zomer boven de velden koepelt

en het koren rijpt goudgeel,

als de straten warm zijn tot in de avond

en de mensen dankbaar om zo veel zon en zegen.

 

Ga met me mee

als de wind in de bomen klimt,

als hij wolken aanjaagt van verre

en als de dagen gebukt naar de avond gaan.

Schuil dan bij me

en luister naar wat de hemel

in de bomen zingt

voor jou en mij misschien

een lied van verlangen.

 

Ga met me mee

als de wereld stil wordt,

als de bomen verstard tegen de hemel staan

en in de stilte dromen van morgen,

van mensen die als jij en ik

verwonderd door de wereld gaan.

 

Ga met me mee,

want de wereld is te groot voor een

en mensen worden gegeven aan mensen.


Licht van liefde  

'Wie in de liefde leeft,

blijft in het licht',

staat er geschreven.

'Gij zijt het licht de wereld',

evangeliewoord,

gesproken tot .... en....,

en tot allen die in het spoor vandaag en voor altijd

de weg van vrede willen gaan.

Daarvan moge deze handvol vuur

een hartverwarmend teken zijn.

'Wie liefheeft,

blijft in het licht'.


Kind zijn

is blind geboren worden

tussen dromen en sprookjes,

zoekend naar vrijheid

in een raadselachtig bestaan.

 

Kind zijn

is leven met een lach en een traan

in een veel te nauwe ruimte,

groeiend in hels lawaai

van motor en ander vreemd signaal.

 

Kind zijn

is spelen in de zon

zoekend naar een stukje groen,

waar je nog rustig

een spelletje met de bal kunt doen.

 

Kind zijn

is groeien in het licht van de zomer

om naar je eigen echo te kunnen luisteren;

tot je moegeteld aan uren en tijd

jezelf niet meer herkent in de spiegel

der volwassenheid.  

Jos Vandromme


HOOR MAAR IK KAN NIET

Hoor. Maar ik kan niet horen.

Mijn oren dichtgestopt.

Mijn adem opgekropt.

Mijn hart van leegte zwaar.

Ik ben nog niet geboren.

Ik ben niet. Niet waar.

 

Hoor, Maar ik wil niet horen.

Zou ik uw woord verstaan,

ik moest uw wegen gaan,

U volgen hier en nu.

Ik durf niet zijn geboren

en leven toe naar U.

 

Hoor, roept Gij in mijn oren

en jaagt mijn angst uiteen.

O stem door merg en been

verwek mij uit het graf,

uw mens opnieuw geboren -

o toekomst, laat niet af.


TROOST  

in handen ben ik

met gevoel om te strelen

in handen ben ik:

troost is mijn naam

 

achter ogen kijk ik

in harten van mensen

achter ogen kijk ik:

troost is mijn naam

 

door oren hoor ik

het verdriet en de vragen

door oren hoor ik:

troost is mijn naam.

 

van mensen leef ik:

hun verstaan en begrippen;

van mensen leef ik:

Troost is mijn naam.  

Annelou Koens


TOEVERTROUWEN  

Je Toevertrouwen

aan een ander

als je kwetsbaar bent.

 

Je toevertrouwen

aan een ander

zonder je uitgeleverd

te voelen, zonder je

slechts overgeleverde

te weten.  

Je eigen gezicht,

je eigen waarde

omhoog houden.

 

Je toevertrouwen

als je zelf

niet meer kunt,

zonder gezichtsverlies.

 

Dat vraagt om

mensen die zichzelf

en elkaar hoogachten.  

Marinus van den Berg


Komt, verwondert u hier, mensen  

Komt, verwondert u hier, mensen

ziet, hoe dat u God bemint,

ziet vervuld der zielen wensen,

ziet dit nieuwgeboren kind!

Ziet, die 't woord is, zonder spreken,

ziet, die 't woord is, zonder pracht,

ziet, die 't al is, in gebreken,

ziet,  die 't licht is, in de nacht,

ziet, die 't goed is, dat zo zoet is,

wordt verstoten, wordt veracht.

 

Ziet, hoe men met Hem handelt,

hoe men Hem in doeken bindt,

die met zijne godheid wandelt

op de vleugels van de wind.

Ziet, hoe ligt Hij hier in lijden

zonder teken van verstand,

die de hemel moet verblijden,

die de kroon der wijsheid spant.

Ziet, hoe tere is de Here,

die 't al draagt in zijne hand.

 

O Heer Jesu, God en mensen,

die aanvaard hebt deze staat,

geef mij wat ik door U wensen,

geef mij door uw kindsheid raad.

Sterk mij door uw tere handen,

maak mij door uw kleinheid groot,

maak mij vrij door uwe banden,

maak mij vrij door uwe nood,

maak mij blijde door uw lijden,

maak mij levend door uw dood!


Een zegen  

Al wat een mens geluk kan geven

draag je van binnen met je mee:

zoek het niet hoog of over zee'

het staat al in je hart geschreven.

 

Een stem is het, ons doorgegeven,

die zegt: Ik zal er zijn voor u.

Laat je gezeggen, hier en nu,

en kies de ware weg ten leven.

 

Wie antwoord aan de stem durft geven,

weet zich geboren en bemind,

ontvangt de vrijheid van een kind

en wordt van anderen een zegen!  

Naar Deut. 30, 11-16


Het grote avontuur

is tot je laatste uur

te leven hoe dan ook

 

't Verleden werd geen rook:

in boeken brandt zijn vuur

en blijft nu in de schuur

 

schijnbaar geen brandstof over,

geloof nog in de tover

van het gevorderd uur.

 

De nacht heeft ook zijn zonnen,

zijn brailleschrift, het vuur

der eindeloze bronnen.

 

Het grote avontuur

is wachten op elk komen,

geloven dat jeugddromen

oneindig zijn van duur.  

Johan Daisne


VERLANGEN

soms haat ik je

om wat je me aandoet:

dorsten laat je me,

omdat ik je even heb geproefd.

rusteloos jaag ik je achterna,

je bent steeds verder, achter de horizon.

een glimp vang ik van je op -

dan ben je weer weg.

je drijft me voort

op een weg die ik niet wil

 

en toch kan ik niet anders

dan proberen jouw weg te volgen,

gehoor geven aan jouw woorden.

je hebt me aangeraakt

en ik kan je niet meer wegdenken

uit mijn leven.

soms denk ik alleen maar:

jij

Wil kamminga


ik zocht jou in de sterren  

Ik zocht jou in de sterren

Toen ik hen als kind ondervroeg.

Ik heb jou aan de bergen gevraagd,

Maar ze gaven mij slechts af en toe

Eenzaamheid en rust van korte duur.

Omdat jij er niet was, in de lange avonden

Bedacht ik de dwaze lastering

Dat de wereld een vergissing van God was,

Ik een vergissing van de wereld.

En toen ik, in het aangezicht van de dood,

Neen heb geschreeuwd uit al mijn vezels,

Dat ik nog niet klaar was,

Dat ik nog te veel moest doen,

Was dat omdat jij me voor ogen stond,

Jij met mij naast je, zoals vandaag gebeurt,

Een man een vrouw onder de zon.

Ik ben teruggekomen omdat jij er was.  

Primo Levi


Het eeuwige leven  

Het leven begint en het heeft al een doel:

je moet naar een ander met al je gevoel.

 

Je moet naar een ander met al wat je bent

en lukt het je niet, je voelt je miskent.

 

En lukt het je niet, je slijt aan elkaar:

je wordt slechts met lijden de liefde gewaar.

 

Je wordt slechts met lijden in liefde heel groot

en dan is daar plots het uur van de dood.

 

En dan is daar plots het uur van de pijn,

jouw leven verliest, en toch is dat schijn.

 

Jouw leven verliest met de dood niet zijn zin:

wij dansen met jou het hemelhuis in.


Zijt Gij mij?

Soms denk ik, God

roep toch niet langer,

kijk me niet steeds

zo indringend aan -

 

soms denk ik, God

hou niet zo aan

blijf niet bezig

laat me met rust -

 

soms denk ik, God

waarom altijd

zo met me doende,

waarom maak je

zo'n leven in mij?

 

Zijt Gij de stem

die in mij roept,

zijt Gij in het hart

dat in mij klopt,

zijt Gij de adem

waarvan ik leef;

uw geest mijn ziel?

 

Zijt Gij mij,

mijn diepste wezen

hele leven?


Niet helemaal 100 procent  

Vanmorgen zag ik haar weer lopen

in haar wiebel-waggelgang,

ze is één van de liefste mensen die ik ken

en ik ken haar nog niet eens zo lang.

Ze heeft een misvormd gezichtje

haar ogen zijn bol en dik,

maar altijd is ze blij en vrolijk

en ze heeft vaak de grootste schik.

Ze leeft onbezorgd en tevreden,

dankbaar voor elk lief gebaar.

Hoort zij muziek, dan schitteren haar ogen,

en ze ziet nooit gevaar.

Maar altijd wordt ze nagekeken en overal herkend,

want als ze haar zien lopen, in haar wiebel-waggelgang,