|
|
dat je nu nog
niet kent ga langs de weg
die heet weg van de
onbekende - om te bezitten
wat je nu nog niet
bezit ga langs de weg
die heet weg van
bezitlozen - om aan te komen
op de plek waar je nu nog
niet bent - ga over de weg waarover je nu
nog niet gaat - en wat je niet
weet is het enige dat
je wel weet - en wat je nu
bezit is wat je niet
bezit - en waar je nu
bent ben je niet naar T.S. Eliot In de morgen zal ik geboren
worden, vliezen mist om
mij heen. Zon doet ze
breken, licht begint. Ik kan er niet
tegen. Des middags
zullen de dieren komen snuffelend,
likkend. Ik word
meegenomen - en aan hun
stromen doen ze mij
drinken. Ik beweeg. Des avonds pas zullen er
mensen zijn. Een man het
laatst: mijn vader. Achter zich
latend drooggelegd
land. Ik hoor een
naam, ik word
herkend. Ik leef. Zo wordt het
avond, eindelijk. Paradijs, ik heb getracht
te schrijven: wat het is. Maar geen woord
wou beklijven. Een vogel werd
een vis, een mens een
beest, vrede
vrees. Beweeg je niet
- en hoor wat je
niet ziet; wind van land naar de
overkant. Dat is het
paradijs. Geen grens dan
de lucht. En de wind als
een brug naar huis
terug. Vergeef in
Godesnaam wat ik er van heb
gemaakt in een
onbewaakt ogenblik. En die ik
liefheb - laat zij mij
vergeven, om wat ik heb
gemaakt, om wie ik heb
geraakt. Want van eb en vloed gaat
het leven. Ben jij mijn
schaduw als de zon haar
hitte spreidt? Ben jij mijn
steunen stut wanneer mijn
voet uitglijdt? Ben jij mijn
hulp, mijn wederwoord dat mijn geluk
bekoort!? Ik ben het
antwoord waar jij
telkens weer om vraagt. Ik ben er
altijd bij als jij je
laten draagt. Ik ben voor jou
een schaduwbeeld dat zonder jou
niet bestaat. Als in een
spiegel tonen jouw ogen
mijn gezicht. Om jou bewogen tonen mijn ogen
jouw gezicht. Leven is licht. Waarom heeft
een mens soms pijn? Omdat mensen
wolven zijn: koud, gemeen,
verscheurend hard, haat die alle
liefde tart. Dan denk je:
God is dit het nou, wat Jij de
mensen geven wou? Waarom staat
een mens alleen, zonder vrienden
om hem heen? Moe,
verbitterd, star en stug, valt hij op
zichzelf terug. Dan denk je:
God is dit het nou wat Jij de
mensen geven wou? Waarom heeft
een mens verdriet? Omdat hij 't
'waarom' niet ziet. Schreeuwend van
verslagenheid raakt hij alle
houvast kwijt. Dan denk je:
God is dit het nou wat Jij de
mensen geven wou? Waarom is een
mens soms bang? Omdat hij een
leven lang doodsbenauwd
zichzelf niet geeft en
beseft: 'Ik
heb nooit geleefd..' Dan denk je:
God is dit het nou wat Jij de
mensen geven wou? Eens is er een
mens ontwaard die zichzelf
niet heeft gespaard. Iedereen zag
Hij als vriend: te goeder trouw
of onverdiend. Dwars door
diepe eenzaamheid: angst en pijn
en zware strijd maakte Hij
zichzelf heel klein om toch maar
dichtbij te zijn. Gevend tot het
einde toe. Vraag je nu:
waarom en hoe? Omdat Hij
steeds heeft voorvoeld: Daarvoor is een
mens bedoeld Dan denk je:
God dit is het nou wat Jij de
mensen geven wou!! Jeroen Zijlstra Droom van
vriendschap voor de rest van je dagen Droom van een
einde aan alles wat scheidt Droom van een
leven in goede gezondheid Droom dat
armoede niet meer bestaat Droom van een
tijd zonder oorlog en strijd Droom van de
liefde en droom van de vrede Droom dat
gerechtigheid overal heerst. Maar als je
droomt, droom dan niet in je bed, maar met de
hand aan de ploeg, en bid dat God je de
krachten geeft om te werken en de moed voor
je droom te sterven. is niet van
hier, niet van de
groten, niet van de
goudgerande machtigen, niet van hen die zetelen op
geld. In dat
onmogelijke rijk ligt de macht in handen van
de armen, wordt de
gemartelde gekroond, wordt
geluisterd naar hen die
vrede brengen, wordt niet
getwijfeld aan de goede
trouw van hen die vergeving
schenken. In dat
onmogelijke rijk heerst alleen de
liefde. daar is dat
woord herken je
het? Ik heb veel,
weet je ik ben rijk mijn kennis
groeit iedere dag psychologisch doorgrond ik de
mens. Ik ben iets vergis je niet
in mij respecteer mij mijn woorden
kunnen je breken geheimen worden
mij gegeven en mijn invloed reikt verder
dan je denkt ik heb
macht. Maar als er
geen liefde is is er
niets. Ik sta er goed
voor, met mijn
middelen kan ik
hongerigen voeden oorlogswezen
een thuis geven verminkten
laten behandelen als ik mij
opoffer leven velen
door mij. Maar als er
geen bewogenheid is is er
niets. Liefde is meer
dan ikzelf ze deelt ze huilt om de
pijn van een ander liefde lijdt
mee in het lijden dichtbij -
veraf. Liefde is nooit
hard maar zoekt naar
woorden is stil verdraagzaam. Liefde kent
zichzelf en is zeker
niet blind. Liefde is open zelfs voor de
harde mening van een
tegenstander, ze leert van
alles uit alles en is waarheid. Liefde vecht legt zich niet
neer en verdooft maar gaat door
met het hopeloze. Zegt ja vaker dan nee en nee tegen het ja van
onrecht. Er is veel
waarom, veel niet
begrijpen machteloosheid aan de kant
staan, maar eens kijk ik in de
spiegel en zie mezelf
in nieuwheid stralend door
vredevuur - daar wacht ik
op. Nu is er alleen hoop-geloof-liefde dat is genoeg. Ik trek mijn
schoenen uit - mijn
ambities, doe mijn
horloge af, - mijn
planning, zet mijn bril
af, - mijn
visies, leg mijn pen
weg, - mijn
werk, leg mijn
sleutels neer, - mijn
zekerheid, om alleen te
zijn met Jou, de enige ware
God. Nadat ik met
Jou ben samengeweest trek ik mijn
schoenen aan om te gaan
in jouw spoor, doe ik mijn
horloge om om te leven in
Jouw tijd, zet ik mijn
bril op om te kijken
naar Jouw wereld, steek ik mijn
pen bij me om Jouw
gedachten op te schrijven, pak ik mijn
sleutels op om Jouw deuren
te openen. G. Kings Door het raam
zie ik een vrouw haar
kind slaan de man komt
thuis en slaat zijn vrouw ik sta en kijk Ze zijn nu bij
de buren een veldslag
huisraad vliegt door
ruiten ik sta en kijk Het huis vat
vlam en ook het huis
ernaast er liggen doden
in de tuin ik sta en kijk Kinderkreten
sterven weg de overkant is
een ruïne uit een
puinhoop steekt een hand Ik keer mij af
en ga naar binnen ik schrijf een
giro uit Lizzy Sara May geloven is niet
dromen geloven is met
grote inspanning vandaag
strijden voor morgen geloven is als
het slaan van een sikkel geloven is de
helpende hand bieden geloven is niet
leven uit een herinnering die tot het
verleden behoort Laten we geen
graan verwachten als we niet
hebben gezaaid Laten we niet
verwachten dat een boom vruchten
'geeft' als we niet hebben gesnoeid we moeten ons
erom bekommeren we moeten hem
begieten zelfs als onze
botten pijn doen Laten we niet
dromen over wat voorbij is d…t heeft de
wind meegenomen een bloem die
vandaag bloeit, verwelkt al de volgende
dag er moeten ieder
moment nieuwe bloemen
opengaan Geloven is niet
afwachten geloven is niet
dromen geloven is met
grote inspanning vandaag
strijden voor morgen geloven is als
het slaan van een sikkel geloven is de
helpende hand bieden geloven is niet
leven uit een herinnering die tot het
verleden behoort Laten we de
duisternis uitbannen. laten we de
angst begraven laten we de
wolken die het licht verbergen opzijschuiven we moeten
helder en duidelijk kunnen zien want de weg is
lang. En we hebben
geen tijd meer om ons te
vergissen we moeten
voorwaarts gaan zonder uit de
pas te raken we moeten de
aarde besproeien met het zweet van
hard werken er moeten ieder
moment nieuwe bloemen
opengaan. Lluis Llach De zon speelde
op het mondstuk van de morgen de steden
gingen bloeiend open als merktekens
van leven en bestaan alles was zeker
ten ondergegaan als er niet een
wolk was geweest als niet zelf
de heilige geest was gedaald
over bloemen en mensen over korte
dorpen en lange wensen over
verschijnselen en over een
boerenhoeve over een
eenzame deerne die in een
stedelijk hotel zich haastig
kleedde met nieuwe kleren. Alles was
anders geworden als niet een
brok als een ijsschots in mijn keel
was gekomen als niet alle
gevallen en voorvallen naar de hemel
verwezen terwijl de
mensen te zeggen begonnen wij zijn voor
dit bestaan gewonnen wij houden van
de ark van de kerk met werkmannen,
liefvrouwen en vogels genade het schip van
de kerk vaart binnen de
haven van de hemel wij houden
gewoon van de wereld met sprekende
tongen van licht met de dwaalstreep
van de nacht alles was
anders geworden met menselijke
stemmen: o Heilige Geest daal over ons
neer vanaf de
heuvels van uw kennis vanaf de bergen
van uw wijsheid heilige geest
schrijf langs de
zandwand van de tijd wij spreken
weerbarstige woorden wij willen
leven binnen uw
aanwezigheid. Jan Boelens. Wie dan wel? Als wij niet
meer vertrouwen op houden van Wie dan wel? Als wij niet
meer proberen Om van fouten
wat te leren Als wij 't
getij niet keren Wie dan wel? Als wij niet
meer zeggen hoe het moet Wie dan wel? Als wij niet
meer weten wat er toe doet Wie dan wel? Als wij er niet
in slagen De ideeën aan
te dragen Voor een kans
op betere dagen Wie dan wel? Als wij niet
meer geloven dat het kan Wie dan wel? Als wij niet
meer komen, met een plan Wie dan wel? Als wij er niet
voor zorgen Dat de toekomst
is geborgen Voor de
kinderen van morgen Wie dan wel? Als wij onszelf
niet dwingen Een gat in de
lucht te zingen Waar zij in
kunnen springen Wie dan wel? Paul van Vliet Hee kleine meid
op je kinderfiets de zon draait
steeds met jou mee hee kleine meid
op je kinderfiets de zomer glijdt
langs je heen met je haar in
de wind en de zon op
jouw wangen rij je me
zomaar voorbij Hee kleine meid
op je kinderfiets je lacht en je
zwaait naar een zwaan en de vijver
weerspiegelt jouw witte jurk en het riet
fluistert je naam en het zonlicht
speelt in de draaiende
wielen schitterend
strooi je met licht Hee lieve meid
op je kleine fiets als een witte
stip in het groen slingert jou
blinkende kinderfiets zich dwars door
het zomerseizoen en je rijdt
maar door en je fiets
wordt steeds kleiner plotseling ben
je weer weg. Ralph Mc
Tell/Rob Crispijn Ik vond twee
oude professoren, de ene grijs,
de andere kaal, geheel in het
bestaan verloren van droge stof
en schilfers taal. Zij voegden
zwijgzaam met fragment aan
rafelig fragment, geen zucht kwam
uit hun stroeve geen kuchje uit
hun kakement. Maar het
gesnipperde ging spreken, de lieden, alle
waardigheid ten zag ik de
tranen uit de ogen een kreet
ontkwam hun dorre uit pulver
groeide taal en teken, uit stof en as
de stem van God. Jaap Zijlstra. en zei die bij
Hem waren: 'Neem deze en verdeel hem
onder elkaar. Want vanaf
heden zal ik niet meer
drinken van wat de wijnstok
voortbrengt totdat Gods
rijk er is. Maar jullie die
blijven zullen Israël
verder hoeden en
leiden'. Toen ontstond
er onder hen verwarring over
de vraag wie van hen de
eerste was. Maar Jezus zei: 'Koningen
knechten het volk en machthebbers
laten zich weldoeners
noemen. Zo moeten
jullie niet doen. De voornaamste
onder jullie moet als de
jongste zijn; wie bevelen
geeft als iemand die
dient. Wie is de
grootste: die aanligt of
die dient? Toch zeker die
aanligt. Welnu, ik ben
onder jullie als degenen die
bedient'. Hij nam brood,
dankte, brak het en
zei: 'Dit ben ik
geheel en al en ik beloof
jullie vast dat ge zult
eten en drinken aan mijn tafel
in Gods rijk. Maar zie die
mij verraadt met mij aan
tafel'. Ze vroegen zich
af wie van hen dit
zou doen. niet aan jezelf voorbij leven of erger nog jezelf afwijzen jezelf haten méns ben je weergaloos mens hoor je naam zie je gezicht voel je hart verheug je H.
Bouma bron van
melodieën harmonieën doen zich horen zetten zich
vast op mijn
netvlies en ik zie soms even licht ze trillen mijn
binnenste open zodat mededogen zich baan
breekt bespelen
mijn hart en er ontgloeit warmte mijn handen
nemen hun cadans over en strelen
gezichten getekend door
dood mijn voeten
horen het ritme en dansen het
leven God openbaar je, je soms zo? bron van
melodieën God W. Kamminga en open mijn
venster kom binnen door een deur
die gesloten was; kom met je
vragen en leg je hoofd in het kussen van de stoel,
die ik op je te
wachten schoof roer in je ik,
als ik in mijn gestorven
zijn geloof in het
wonder dat wat voorbij
ging vervangen werd door nieuwe
kracht laat heel je
wezen rusten in die zegen en
wacht op de Hand, die
ook mij dit wezenlijke
gaf L. Barbiers Hoewel er geen bewijs voor is in wat gebeurt laat ik het toch graag staan. Schrift is niet zo maar
wat. Liever wacht ik |