liturgie5
Start Omhoog liturgie6

                 


 


Om aan te komen op het punt

dat je nu nog niet kent

ga langs de weg die heet

weg van de onbekende -

om te bezitten wat

je nu nog niet bezit

ga langs de weg die heet

weg van bezitlozen -

om aan te komen op de plek

waar je nu nog niet bent -

ga over de weg

waarover je nu nog niet gaat -

en wat je niet weet is

het enige dat je wel weet -

en wat je nu bezit is

wat je niet bezit -

en waar je nu bent

ben je niet  

naar T.S. Eliot


Schepping 1  

In de morgen

zal ik geboren worden,

vliezen mist om mij heen.

Zon doet ze breken,

licht begint.  

Ik kan er niet tegen.  

Des middags zullen

de dieren komen

snuffelend, likkend.

Ik word meegenomen -

en aan hun stromen

doen ze mij drinken.  

Ik beweeg.  

Des avonds pas

zullen er mensen zijn.

Een man het laatst: mijn vader.

Achter zich latend

drooggelegd land.  

Ik hoor een naam,

ik word herkend.

Ik leef.  

Zo wordt het avond,

eindelijk.


Schepping 2  

Paradijs,

ik heb getracht te schrijven:

wat het is.

 

Maar geen woord wou beklijven.

Een vogel werd een vis,

een mens een beest,

vrede vrees.

 

Beweeg je niet -

en hoor wat je niet ziet;

wind van land

naar de overkant.

 

Dat is het paradijs.

Geen grens dan de lucht.

En de wind als een brug

naar huis terug.

 

Vergeef in Godesnaam wat ik

er van heb gemaakt

in een onbewaakt

ogenblik.

 

En die ik liefheb -

laat zij mij vergeven,

om wat ik heb gemaakt,

om wie ik heb geraakt.  

Want van eb

en vloed gaat het leven.


Mens en mens  

Ben jij mijn schaduw

als de zon haar hitte spreidt?

Ben jij mijn steunen stut

wanneer mijn voet uitglijdt?

Ben jij mijn hulp, mijn wederwoord

dat mijn geluk bekoort!?

 

Ik ben het antwoord

waar jij telkens weer om vraagt.

Ik ben er altijd bij

als jij je laten draagt.

Ik ben voor jou een schaduwbeeld

dat zonder jou niet bestaat.

 

Als in een spiegel

tonen jouw ogen mijn gezicht.

Om jou bewogen

tonen mijn ogen jouw gezicht.

Leven is licht.


Vragende mens  

Waarom heeft een mens soms pijn?

Omdat mensen wolven zijn:

koud, gemeen, verscheurend hard,

haat die alle liefde tart.

 

Dan denk je: God is dit het nou,

wat Jij de mensen geven wou?

 

Waarom staat een mens alleen,

zonder vrienden om hem heen?

Moe, verbitterd, star en stug,

valt hij op zichzelf terug.

 

Dan denk je: God is dit het nou

wat Jij de mensen geven wou?

 

Waarom heeft een mens verdriet?

Omdat hij 't 'waarom' niet ziet.

Schreeuwend van verslagenheid

raakt hij alle houvast kwijt.

 

Dan denk je: God is dit het nou

wat Jij de mensen geven wou?

 

Waarom is een mens soms bang?

Omdat hij een leven lang

doodsbenauwd zichzelf niet geeft

en beseft: 'Ik heb nooit geleefd..'

 

Dan denk je: God is dit het nou

wat Jij de mensen geven wou?

 

Eens is er een mens ontwaard

die zichzelf niet heeft gespaard.

Iedereen zag Hij als vriend:

te goeder trouw of onverdiend.

Dwars door diepe eenzaamheid:

angst en pijn en zware strijd

maakte Hij zichzelf heel klein

om toch maar dichtbij te zijn.

Gevend tot het einde toe.

Vraag je nu: waarom en hoe?

Omdat Hij steeds heeft voorvoeld:

Daarvoor is een mens bedoeld

 

Dan denk je: God dit is het nou

wat Jij de mensen geven wou!!  

Jeroen Zijlstra


Droom  

Droom van vriendschap voor de rest van je dagen

Droom van een einde aan alles wat scheidt

Droom van een leven in goede gezondheid

Droom dat armoede niet meer bestaat

Droom van een tijd zonder oorlog en strijd

Droom van de liefde en droom van de vrede

Droom dat gerechtigheid overal heerst.

Maar als je droomt, droom dan niet in je bed,

maar met de hand aan de ploeg, en bid

dat God je de krachten geeft om te werken

en de moed voor je droom te sterven.


Dat onmogelijke rijk

is niet van hier,

niet van de groten,

niet van de goudgerande machtigen,

niet van hen

die zetelen op geld.

 

In dat onmogelijke rijk

ligt de macht

in handen van de armen,

wordt de gemartelde gekroond,

wordt geluisterd

naar hen die vrede brengen,

wordt niet getwijfeld

aan de goede trouw van hen

die vergeving schenken.

 

In dat onmogelijke rijk

heerst alleen

de liefde.


Liefde

daar is dat woord

herken je het?

 

Ik heb veel, weet je

ik ben rijk

mijn kennis groeit iedere dag

psychologisch

doorgrond ik de mens.

 

Ik ben iets

vergis je niet in mij

respecteer mij

mijn woorden kunnen je breken

geheimen worden mij gegeven

en mijn invloed

reikt verder dan je denkt

ik heb macht.

 

Maar als er geen liefde is

is er niets.

 

Ik sta er goed voor,

met mijn middelen

kan ik hongerigen voeden

oorlogswezen een thuis geven

verminkten laten behandelen

als ik mij opoffer

leven velen door mij.

 

Maar als er geen bewogenheid is

is er niets.

 

Liefde is meer dan ikzelf

ze deelt

ze huilt om de pijn van een ander

liefde lijdt mee in het lijden

dichtbij - veraf.

 

Liefde is nooit hard

maar zoekt naar woorden

is stil

verdraagzaam.

 

Liefde kent zichzelf

en is zeker niet blind.

Liefde is open

zelfs voor de harde mening

van een tegenstander,

ze leert van alles

uit alles

en is waarheid.

Liefde vecht

legt zich niet neer

en verdooft

maar gaat door met het hopeloze.

 

Zegt ja

vaker dan nee

en nee

tegen het ja

van onrecht.

 

Er is veel waarom,

veel niet begrijpen

machteloosheid

aan de kant staan,

maar eens

kijk ik in de spiegel

en zie mezelf in nieuwheid

stralend door vredevuur -

daar wacht ik op.

 

Nu is er alleen

hoop-geloof-liefde

dat is genoeg.


De bidstoel  

Ik trek mijn schoenen uit

- mijn ambities,

doe mijn horloge af,

- mijn planning,

zet mijn bril af,

- mijn visies,

leg mijn pen weg,

- mijn werk,

leg mijn sleutels neer,

- mijn zekerheid,

om alleen te zijn met Jou,

de enige ware God.

 

Nadat ik met Jou ben samengeweest

trek ik mijn schoenen aan

om te gaan  in jouw spoor,

doe ik mijn horloge om

om te leven in Jouw tijd,

zet ik mijn bril op

om te kijken naar Jouw wereld,

steek ik mijn pen bij me

om Jouw gedachten op te schrijven,

pak ik mijn sleutels op

om Jouw deuren te openen.  

G. Kings


DE OVERKANT  

Door het raam zie ik

een vrouw haar kind slaan

de man komt thuis en slaat zijn vrouw

ik sta en kijk

 

Ze zijn nu bij de buren

een veldslag huisraad

vliegt door ruiten

ik sta en kijk

 

Het huis vat vlam

en ook het huis ernaast

er liggen doden in de tuin

ik sta en kijk

 

Kinderkreten sterven weg

de overkant is een ruïne

uit een puinhoop steekt een hand

 

Ik keer mij af en

ga naar binnen

ik schrijf een giro uit  

Lizzy Sara May


Geloven is niet afwachten

geloven is niet dromen

geloven is met grote inspanning

vandaag strijden voor morgen

geloven is als het slaan van een sikkel

geloven is de helpende hand bieden

geloven is niet leven uit een herinnering

die tot het verleden behoort

 

Laten we geen graan verwachten

als we niet hebben gezaaid

Laten we niet verwachten dat een boom

vruchten 'geeft' als we niet hebben gesnoeid

we moeten ons erom bekommeren

we moeten hem begieten

zelfs als onze botten pijn doen

 

Laten we niet dromen over wat voorbij is

d…t heeft de wind meegenomen

een bloem die vandaag bloeit,

verwelkt

al de volgende dag

er moeten ieder moment nieuwe

bloemen opengaan

 

Geloven is niet afwachten

geloven is niet dromen

geloven is met grote inspanning

vandaag strijden voor morgen

geloven is als het slaan van een sikkel

geloven is de helpende hand bieden

geloven is niet leven uit een herinnering

die tot het verleden behoort

 

Laten we de duisternis uitbannen.

laten we de angst begraven

laten we de wolken die het licht verbergen

opzijschuiven

we moeten helder en duidelijk

kunnen zien

want de weg is lang.

 

En we hebben geen tijd meer om

ons te vergissen

we moeten voorwaarts gaan

zonder uit de pas te raken

we moeten de aarde besproeien met

het zweet van hard werken

er moeten ieder moment nieuwe

bloemen opengaan.  

Lluis Llach


De zon speelde op het mondstuk

van de morgen

de steden gingen bloeiend open

als merktekens van leven en bestaan

alles was zeker ten ondergegaan

als er niet een wolk was geweest

als niet zelf de heilige geest

was gedaald over bloemen en mensen

over korte dorpen en lange wensen

over verschijnselen en

over een boerenhoeve

over een eenzame deerne

die in een stedelijk hotel

zich haastig kleedde met nieuwe kleren.

 

Alles was anders geworden

als niet een brok als een ijsschots

in mijn keel was gekomen

als niet alle gevallen en voorvallen

naar de hemel verwezen

terwijl de mensen te zeggen

begonnen

wij zijn voor dit bestaan gewonnen

wij houden van de ark van de kerk

met werkmannen, liefvrouwen en

vogels genade

het schip van de kerk

vaart binnen de haven van de hemel

wij houden gewoon van de wereld met

sprekende tongen van licht met

de dwaalstreep van de nacht

alles was anders geworden

met menselijke stemmen:

 

o Heilige Geest

daal over ons neer

vanaf de heuvels van uw kennis

vanaf de bergen van uw wijsheid

heilige geest schrijf

langs de zandwand van de tijd

wij spreken weerbarstige woorden

wij willen leven

binnen uw aanwezigheid.  

Jan Boelens.


 Als wij niet meer geloven dat het kan

Wie dan wel?

Als wij niet meer vertrouwen op houden van

Wie dan wel?

Als wij niet meer proberen

Om van fouten wat te leren

Als wij 't getij niet keren

Wie dan wel?

 

Als wij niet meer zeggen hoe het moet

Wie dan wel?

Als wij niet meer weten wat er toe doet

Wie dan wel?

Als wij er niet in slagen

De ideeën aan te dragen

Voor een kans op betere dagen

Wie dan wel?

 

Als wij niet meer geloven dat het kan

Wie dan wel?

Als wij niet meer komen, met een plan

Wie dan wel?

 

Als wij er niet voor zorgen

Dat de toekomst is geborgen

Voor de kinderen van morgen

Wie dan wel?

 

Als wij onszelf niet dwingen

Een gat in de lucht te zingen

Waar zij in kunnen springen

Wie dan wel?  

Paul van Vliet


Hee kleine meid op je kinderfiets

de zon draait steeds met jou mee

hee kleine meid op je kinderfiets

de zomer glijdt langs je heen

met je haar in de wind

en de zon op jouw wangen

rij je me zomaar voorbij

 

Hee kleine meid op je kinderfiets

je lacht en je zwaait naar een zwaan

en de vijver weerspiegelt jouw witte jurk

en het riet fluistert je naam

en het zonlicht speelt

in de draaiende wielen

schitterend strooi je met licht

 

Hee lieve meid op je kleine fiets

als een witte stip in het groen

slingert jou blinkende kinderfiets

zich dwars door het zomerseizoen

en je rijdt maar door

en je fiets wordt steeds kleiner

plotseling ben je weer weg.  

Ralph Mc Tell/Rob Crispijn  


Late Pinkster  

Ik vond twee oude professoren,

de ene grijs, de andere kaal,

geheel in het bestaan verloren

van droge stof en schilfers taal.

 

Zij voegden zwijgzaam met penselen

fragment aan rafelig fragment,

geen zucht kwam uit hun stroeve kelen,

geen kuchje uit hun kakement.

 

Maar het gesnipperde ging spreken,

de lieden, alle waardigheid ten spot,

zag ik de tranen uit de ogen breken,

 

een kreet ontkwam hun dorre strot,

uit pulver groeide taal en teken,

uit stof en as de stem van God.  

Jaap Zijlstra.


Hij nam de beker, dankte

en zei die bij Hem waren:

'Neem deze en

verdeel hem onder elkaar.

Want vanaf heden zal ik

niet meer drinken van wat

de wijnstok voortbrengt

totdat Gods rijk er is.

Maar jullie die blijven

zullen Israël verder

hoeden en leiden'.

 

Toen ontstond er onder hen

verwarring over de vraag

wie van hen de eerste was.

Maar Jezus zei:

'Koningen knechten het volk

en machthebbers laten zich

weldoeners noemen.

Zo moeten jullie niet doen.

De voornaamste onder jullie

moet als de jongste zijn;

wie bevelen geeft

als iemand die dient.

Wie is de grootste:

die aanligt of die dient?

Toch zeker die aanligt.

Welnu, ik ben onder jullie

als degenen die bedient'.

 

Hij nam brood, dankte,

brak het en zei:

'Dit ben ik geheel en al

en ik beloof jullie vast

dat ge zult eten en drinken

aan mijn tafel in Gods rijk.

Maar zie die mij verraadt

met mij aan tafel'.

Ze vroegen zich af

wie van hen dit zou doen.


Verheug je  

niet aan jezelf

voorbij leven  

of erger nog

jezelf afwijzen

jezelf haten  

méns ben je

weergaloos mens  

hoor je naam

zie je gezicht

voel je hart  

verheug je over jezelf  

H. Bouma  


God

bron van melodieën  

harmonieën

doen zich horen

zetten zich vast

op mijn netvlies

en ik zie

soms even

licht  

ze trillen mijn binnenste

open

zodat mededogen

zich baan breekt  

bespelen  mijn hart

en er ontgloeit

warmte  

mijn handen nemen

hun cadans over

en strelen gezichten

getekend door dood

mijn voeten horen

het ritme

en dansen het leven  

God

openbaar je, je

soms zo?  

bron van melodieën

God

W. Kamminga


Kom in de ochtend

en open mijn venster

kom binnen

door een deur die

gesloten was;

kom met je vragen

en leg je hoofd

in het kussen

van de stoel, die ik

op je te wachten schoof

roer in je ik, als ik in

mijn gestorven zijn

geloof in het wonder

dat wat voorbij ging

vervangen werd

door nieuwe kracht

laat heel je wezen

rusten

in die zegen en wacht

op de Hand, die ook mij

dit wezenlijke gaf  

L. Barbiers


God is liefde

Hoewel

er geen

bewijs

voor is

in wat gebeurt

laat ik

het toch

graag staan.

Schrift is

niet zo maar wat.

 

Liever wacht ik