liturgie7
Start Omhoog liturgie8

                 



 De derde Emmaüsganger  

Nu goed dan ik was uit het graf geklommen

ik stonk nog van het hangen aan de balk

al was het zweet opgedroogd

en het bloed zwart geworden -

bij die dingen staan wij niet meer stil dat is

voor barokschilders en dichters

zonder de zindelijkheid van het plastic -

 

het gaat niet om het doodgaan en daarna

het gaat om het leven als de leliën

des velds om het eten en drinken verdelen

zodat ieder verzadigd wordt en er ruimte komt

voor wat eigenlijk pas leven is:

 

de bruiloft en het dansen en het vrijen

het luisteren en luieren en leren

en het meetellen van de timmermannetjes

van de hoeren en de hadjememaars en vissers

tussen de witgekalkte graven

tussen de speculanten in en om de tempels

tussen de priesters en de professoren

en al die pilatussen

die donders goed weten!

 

nu goed dan ik liep de weg op in het donker

het was koud maar toch nog niet moeilijk

en weer aan te wennen

terug te zijn

en ik zag dat twee van de jongens

 

die zich uit de voeten hadden gemaakt

omdat het link was in Jeruzalem te blijven

het even goed koud hadden op de weg -

ik wou echt wel eens horen

of ze iets gesnapt hadden

van waar het om ging of ze

het vlammetje door zouden kunnen geven

van het bereikbare in het onbereikbare

en bij voorbeeld hun kinderen

wat minder zouden belasten en

 ook wat minder vatbaar maken

voor de bacil van de angst

en de leugen

en het wie het eerst mept, mept het best -

 

ik was mager geworden die uren

aan de balk eer ik de spelonk in ging

ik zag er heel anders uit en het was donker

zodat de jongens me niet herkenden

toen ik plotseling naast hen liep en een praatje begon:

jullie kijken wel sip zei ik

en wachtte gespannen op het antwoord

ze keken me niet aan maar een mompelde

weet je dan niet wat er gebeurd is?

we hebben ons blij gemaakt met een dooie mus

het nieuwe rijk stond voor de deur

en we waren klaar het zaakje over te nemen

toen een de boel verried en er met de kas vandoor ging

en de man die gezegd had dat het voor elkaar zou komen

gepikt werd en opslag ter dood veroordeeld -

zouden we dan niet sip kijken?

zo ben je minister en

zo ben je weer jan boezeroen!

en in die trant praatten ze verder

ze hadden ook echt wel met mij te doen

maar veel meer

bleek er toch niet bij te zitten -

 

nu goed dan ik begon het hen opnieuw uit te leggen

dat het niet om dit einde ging

en dat het logisch was dat ik het loodje legde

maar dat het nieuwe rijk er was

voor wie ogen had om te zien en oren om te horen

dat het niet ging om mij maar om

de timmermannetjes

en de hoertjes en de dichtertjes

om de joodjes en de germaantjes

om de hongaartjes en de rusjes

om de negertjes en de algerijntjes

om de mensjes die gekke wezentjes

die twintig of vijftig of tachtig jaar te leven hebben

en leven dat is werken en wonen en eten en daarna

vrijen en muziek maken en in het gras liggen

en wat ze verder plezierig vinden

en die ook moeten lijden o ja

maar echt nooit meer dan onvermijdelijk is -

ik legde het hen uit en ze luisterden

en ze onderbraken me alleen om te vragen:

zeg ga met ons mee een boterham eten!

 

en toen in het licht keek de een mij aan

en werd wit om zijn neus en keek weer

en gaf de ander een duw en riep:

jo kijk eens hij is het hij opgestaan!

en de ander keek en riep:

jezus christus hij is het je hebt gelijk!

een wonder! riepen ze: een wonder!

alsof het daarom ging en in hun opwinding

verdween ik maar stiekum weer in het donker

omdat er toch niet meer met hen te praten was -

 

nu ze liepen zich de benen uit het lijf

om de andere kameraden

dat wonder te gaan vertellen en

te redden wat er te redden viel

om een pausje te maken

en pratriarchjes

om met constantijn te onderhandelen

en met zoveel anderen

om het kalvinisme uit te vinden

en weet ik wat nog meer

tot het ethisch gehijg van de protestantenbond toe

zodat de witgekalkte graven

de pilatussen en de speidels

die donders goed beter weten

het voor het zeggen hebben

tot het einde der tijden

tot het einde der tijden

en de timmermannetjes

en de negertjes

en de rusjes

zie boven -  

A. Marja


God ziet naar je om,

naar jou persoonlijk, wie je ook bent.

Hij ziet je, hij begrijpt je,

want Hij is het die je tot leven riep,

Hij weet wat in je omgaat,

wat je voelt wat je denkt,

wat je graag wilt en wat je kunt,

waar je sterkte ligt en je zwakheid.

In dagen van vreugde alsook in tijden

van droefheid ziet hij naar je om.

Hij voelt met je mee als je hoopvol bent,

maar ook temidden van de bekoring

In al wat je angstig maakt,

in alles wat door je herinnering gaat

in al wat je opbeurt en in alles

wat je droevig stemt, stelt hij belang.

Van je voetzool tot je kruin kent hij jou

Hij omsluit je helemaal

hij draagt je in zijn armen,

hij tilt je op en zet je neer.

Of je glimlacht, of je schreit,

ziek bent of gezond,

hij leest het af van je gelaat.

Teder kijkt hij op je neer;

hij hoort je stem, je harteklop,

hij hoort je tot je zuchten toe.

Niet m‚‚r geef jij om jezelf

dan Hij houdt van jou...


GROET DE AARDE IN DIT UUR

GROND EN WATER,LICHT EN VUUR

BEWAAR EN HOED HAAR

VOOR DE LANGE DUUR

 

Gegroet het lieve leven

al wat geboren is

en wie het heeft gegeven

een menselijk gezicht

 

Gegroet de lieve aarde

die onze voeten draagt

onschatbaar is haar waarde

zij voedt ons ongevraagd.

 

Gegroet de zonnestralen

onmisbaar licht en vuur

die ons uit ontij halen

uit nachten,koud en guur

 

Gegroet het bruisend water

steeds onderweg naar zee

het zingt voor nu en later:

'Wie stroomt er met mij mee?'

 

Gegroet het lieve leven

uit water, grond, en licht

en wie eraan wil geven

een menselijk gezicht.

 

Gegroet u lieve mensen

hier samen weer bij elkaar

om te worden vrienden, vriendinnen

eens wordt het waar.

 

GROET DE AARDE IN DIT UUR

GROND EN WATER,LICHT EN VUUR

BEWAAR EN HOED HAAR

VOOR DE LANGE DUUR


loof het onkruid,

wilgen roos en vlinderstruik,

de wouw en de klauw,

de brem, het slangenkruid;

rode klaver, steppeheks

omringd door varkensgras,

de duizendknoop, de klis,

de kleine herderstas.

 

loof het onkruid,

mensen, volken niet in tel

de laagsten die zuchten

onder hoog bevel;

hongerslaven, krotbewoners,

wijd en zijd verspreid,`

bestempeld en geschuwd

als last en minderheid.

 

Loof het onkruid,

en gedenk het oude woord:

de minste zal lachen,

leven ongehoord.

Onkruid wint, wat zeker is,

het allerlaatst gevecht

en brengt de minste mens

tot zijn verloren recht.


Ommekeer  

denkend aan het verleden

op de grens van het bestaan:

dat slavenland

 

zwervend in het heden

in het zand van de woestijn:

dat dorre land

 

luisterend naar woorden

over tekens van nieuw leven:

dat komend land

 

dromend van de toekomst

aan de oever van de Jordaan:

dat vruchtbaar land

 

oriënterend in de richting

van een liefdevol bestaan:

dat beloofde land

 

aarzelend aan de oever

gaan wij door het water heen:

dat helend land

 

wagend de stap naar vrijheid

van een beter nieuw begin:

dat bevrijdend land

 

bevrijd van het verleden

levend in Gods Geest:

dat hemels land


Partnerschap tussen God en mens

 

Partnerschap tussen God en mens

Vriendschap tussen gelijken

Jij en Ik, Ik en Jij

Gesprek

Dialoog

dat is wat wij leren

uit de ontmoeting tussen God en Mozes

God en Elia

God en Samuel

God en Jezus

 

En God spreekt

de mens antwoordt

 

De mens spreekt

vraagt

smeekt

 

God geeft antwoord

zwijgt

 

stilte

 

de stilte als Aanwezigheid

God in de stilte

God is stilte

 

Wij ontmoeten God

als wij stil worden

openstaan

langzaam opengaan

voor het onbegrijpelijke

voor Zijn Naam

Zijn woord

van leven

 

klank van water

kabbelend

van de rotsen

Bron van leven

Lamp voor onze voeten

 

mens en God

Ik en Gij

Ik en Jij

partners

vrienden voor het leven  

j. hacking


Tegenover elkaar gezet

als pionnen op een schaakbord

Licht betekent de duisternis

die onbekend wil blijven.

 

Langs elkaar heen gaan zij:

De ongelukkige zonder hoop

en de welgestelde

met de wereld aan zijn voeten.

 

Ze vertrekken als reizigers

en ontmoeten een kruispunt

waar de rollen worden omgedraaid.

 

De nacht wordt ochtend

en de verdrietige glimlacht

terwijl de zon uitdooft

van de eerst zo stralende

maar onzalige mens.

  Esther Disveld


Wangen wachten af.

Mensen wachten af.

Je kunt iemand

een klap in zijn gezicht geven.

Je kunt iemand een kus geven,

als teken van liefde.

De wang wacht af,

wat zal het worden:

een klap of een kus?


Wij zijn de eersten niet

die stil, maar woedend vrezen:

het is niet waar, dat koninkrijk

dat komt, het is een goed bedoeld,

begrijpelijk en vroom bedrog.

Wij zijn de eersten niet

die zuchten onder de geschiedenis:

één stroom van bloed,

onafgebroken

series rampen, haat en geweld,

voortdurend vechten om te overleven,

en waarvoor, waarheen,

is er iemand die het antwoord weet?

 

Maar telkens weer kom ik u tegen,

op het spoor gezet door goede mensen,

betrouwbaar en eerlijk voor u,

en zij zijn u blijven vertrouwen,

in de donkere uren van hun leven

zijn zij de worsteling met u begonnen

en lieten u niet los, op hoop van zegen.

En telkens weer zie ik die ene mens

die eenzaam was en zelfs door u verlaten,

maar die u niet verliet, zijn vrienden hielp

en zei: Ik ben de waarheid en het leven

en wijs de weg naar God die liefde is.

 

Wij zijn de eersten niet,

wij laten u niet los

tenzij Gij ons zult zegenen

Heer, ik geloof,

maar kom mijn ongeloof te hulp.  

Nick Schuman


Ik luister naar de angst van God

Ik, die gevoed ben

die nooit een dag honger heb gekend

ik zie de doden -

de kinderen, van honger omgekomen -

ik zie hen en poog te bidden.

 

Ik luister naar de angst van God

ik, die het warm heb

die nooit de beschutting van een

huis heb hoeven te missen.

In stille paniek

zwerven de mensen rond

die van hut en huis beroofd zijn.

 

Ik luister naar de angst van God

ik die sterk ben en gezond

die liefde kent en lachen in mijn ziel

ik zie massa's kinderen

die niet uit kunnen groeien

ik zou hen zo graag heel willen maken.

 

Ik luister naar de angst van God

maar ik weet maar al te goed

dat pas als ik hun bitter lijden deel

-de pijn en de hel van de aarde -

God in mijn geest kan wonen

om het Koninkrijk nabij te brengen.

 

Ik had honger, maar niet uit

behoefte aan brood

maar uit behoefte aan vrede, die uit

een zuiver hart komt.

Ik had dorst, maar niet uit behoefte aan water

maar uit behoefte aan vrede, die de

brandende dorst naar oorlog lest.

Ik was naakt, niet uit behoefte aan kleren

maar uit verlangen naar

waardigheid van mannen en

vrouwen omdat hun lichaam zo mooi is.

 

Ik had geen huis, waar ik thuis kan zijn

niet omdat er geen onderdak was,

gemaakt van stenen

maar er was geen hart, dat begrijpt,

dat beschermt, dat lief heeft.

 

Ik had honger, ik had dorst,

ik was naakt, ik had geen huis

Toch heb ik vrede gevonden,

vrede en waardigheid

en een hart vol liefde.  

Nancy Telfer


Het geheim  

Vertel mij

je geheim

dat zwart ziet van verdriet,

vertel mij,

zodat ik met je kan sterven,

zodat wij

dezelfde afgrond onder ons zullen

voelen afbrokkelen,

en wij elkaar zullen wurgen van angst;

vertel mij.

 

Eigenlijk geloof ik niets,

en twijfel aan alles,

zelfs aan u,

maar soms, wanneer ik denk dat Gij

waarachtig leeft,

dan denk ik, dat Gij liefde bent,

en eenzaam, en dat Gij in dezelfde

wanhoop, Gij mij zoekt, zoals ik u.

 

Telkens schrikt zij weer,

het meisje met de grijsblauwe ogen

vol herinnering en verlangen,

als zijn zoen langs haar lippen glijdt.

Die ogen weten het geheim

van haar zachte kopje, zoals hij dat noemt.

Soms zijn wij golven van de zee,

die samen vloeien.  

Stanislawa


Ze stroopten de vrede zijn vel af

je kon het vlees zien

weerzinwekkend was het

rood en het trilde

 

maar zij sneden het open

en haalden de oorlog eruit

die maakten ze klaar

op een vuur van boeken

 

en kruidden hem met oude

beproefde specerijen

vervolgens een aftreksel erover en opgediend

met brood en wijn

ze zitten nog steeds te eten.

  Erich Fried


duivels is

als ik nee zeg tegen mijn gevoel

dat vreugde wil beleven;

en als ik tegen feesten ben

bonbons en goede wijn omdat die

duivels zouden zijn

 

duivels is

als ik het niet aandurf

de priester van wie ik houd

-en antwoord voel -

te vragen om dat kind-van-liefde

dat in mij leven wil:

omdat liefdeskinderen

niet goddelijk zouden zijn

 

duivels is

als ik doorga in de relatie die

in feite niet meer bestaat zoals

die ooit begonnen werd en

ingezegend:

omdat bevrijding-wederzijds

niet liefdevol zou zijn

 

duivels is

als ik met tegenzin een plicht vervul

-die mij allang niet meer vervult-

en plicht geschreven zie

als hoogste goed:

dan

ben ik goed op weg

een duivels pad te gaan  

Annelou Koens


Het geluid dat mij verhindert  

Het geluid,

dat mij verhindert

de stem van God te horen

is niet,

werkelijk niet,

het geroezemoes van mensen

of de bedrijvigheid van de steden,

en nog minder

het geruis van de wind

of het gemurmel van het water...

 

Het geluid,

dat de goddelijke stem smoort

is het innerlijk oproer

van gekwetste eigenliefde,

van opkomende argwaan,

van eerzucht, die nooit inslaapt...


Lichtblauw  

Geef mij een woord, een lichtblauw woord

tegen wind en water, aarde en zon.

 

De kleurloze wind waait de verhalen weg.

Het water lost mijn zinnen in een onzin op.

Luchtige woorden zakken door de zwaartekracht.

De zon doet de letters verschroeien.

 

Maar een lichtblauw woord waait niet weg.

Het is waterproef en bestendig.

Het kent sfeer, het is levend en licht,

vol warmte van binnen, met van buiten een schild.

 

O, rustig, lichtblauw woord

tegen meer dan vier elementen!  

Thijs Weerstra


Niet voor niets  

Mocht ik één helder lied horen van de merel,

één wilde roos zien, kamperfoelie

ruiken, en zon in het water zien schijnen,

dan heb ik niet voor niets geleefd.

 

Mocht ik één ogenblik voelen van

bevrijdende dankbaarheid,

voor alle goeds, mij geboden

uit het hart van medemensen,

dan heb ik niet voor niets geleefd.

 

Mocht ik één druppel meedrinken

uit de oceaan van lijden,

en onpeilbare eenzaamheid van

Jezus, de Nazarener,

dan heb ik niet voor niets geleefd.

 

Mocht ik één lichtje ontsteken van

vrede, liefde en begrip,

door mijn eigen zin, en streven om

te groeien in geesteslicht,

dan heb ik niet voor niets geleefd.  

Anne-Margreet  


Kom in de ochtend

en open mijn venster.

Kom binnen

door een deur die

gesloten was;

kom met je vragen

en leg je hoofd in het kussen

van de stoel, die ik

op je te wachten schoof.