liturgie8
Start Omhoog liturgie9

                 



EN NIET MINDER

Om zo te kunnen zingen -

zo verheven, zo verheffend,

zo rakend aan de eeuwigheid

en ook niet minder

zo verscheurend, zo afgrondelijk,

zo peilloos verlaten

moet je wel van hoge

zeer hoge komaf zijn.  

H. Bouma


TOT HET LAATSTE

Zo sterfelijk als je bent

als een levende

tot het laatste

trouw blijven aan het leven.

Jezelf niet verloochenen,

het mysterie niet verraden.

Zo sterfelijk als je bent

blijven kiezen voor het leven,

het leven

dat eenmaal koos voor jou.

Goed je sterft,

tenslotte verlies je toch,

maar je sterft eervol -

als een levende.  

H. Bouma


WOORDEN

O God

dat er woorden zijn

die onbeperkt

van kracht blijven,

woorden die mij

ook nu verwarmen,

bemoedigen, dragen,

woorden zelfs bestand

tegen de dood -

zo veelzeggend,

zo onweersprekelijk.

Woorden van U.

Ik woon er in.  

H. Bouma


NAMEN

Namen ooit genoemd,

namen ooit geschreven, geschreven

in de palm van een hand,

gekerfd op de tafel van een hart.

gekerfd op de tafel  van een hart.

Esther Boektje, Ruben van Boele,

Mozes van Gelderen, JozefGoudsmid,

Margaretha Rudelsheim, Jacob Vos.

Mensen van aarde en licht, mensen

geroepen om te leven, volk van de uittocht, mensen op weg,

mensen met een droom - o jeruzalem, stad van vrede.

Westerbork, Auschwitz, Sobibor, Buchenwald-.

Mijn God, wat je noemt: volk van de uittocht.

Droom na droom spat uiteen. leven na leven loopt dood.

Wat nog te zeggen, want nog te zwijgen.

Niet meer, niet minder dan - namen ooit genoemd,

namen ooit geschreven,

geschreven in de palm van een hand,

gekerfd op de tafel van een hart.  

H. Bouma


BESTEMMING

Al is er maar een een mens

die zich aan jou verwarmt, een mens

wiens hoop, wiens troost wiens lente je bent,

een nieuw seizoen.

Al is er maar één - een mens

die een mens aan je heeft, je leeft,

je leeft niet tevergeefs.

Je beantwoordt aan je bestemming.  

H. Bouma


MENS GEWORDEN

Jouw gang gegaan, jouw leven geleefd,

jouw gezicht laten zien.

Mens geworden, mens als nooit tevoren,

onmiskenbaar mens.

Licht koestert je, wind streelt je huid,

bomen groeten je.

Zo prachtig ben je ook, mens rijk in jaren,

mens rijk aan leven, mens.  

H. Bouma


ERGENS

Ergens iemand die hoger reikt,

dieper gaat, je ontdekt in je laatste gestalte,

je noemt bij je uiteindelijke

naam. Ergens een vriend,

een vriendin. Een mens

die je ontmoet op de bodem

van je bestaan.  

H. Bouma


KOM JE THUIS

Gaat de zon als een genade over je op,

wieken vogels zwaar van vrede

welwillend door je bestaan,

vibreert de kosmos,

ademt een verre, een zeer nabije God-

je hoort muziek, het wonder voltrekt zich,

verrukt kom je thuis in het landschap van je ziel.  

H. Bouma


IDENTITEIT

Verdriet. Pijn. Nacht.

Jij mens zo geslagen.

Sta op, blijf staan, weet je uitgedaagd.

Minder, maar ook meer kun je worden.

Meer mens. Alleen een boom

gebeukt en geteisterd,

alleen een boom die storm na storm doorstond

is ook volop, in alle majesteit boom.

Steeds weerbaarder jij,

onweerstaanbaarder. Steeds duidelijker

je identiteit.  

H. Bouma


ALS BOMEN

Mensen

die als bomen naast je staan,

schouder aan schouder, lijf aan lijf, ziel aan ziel.

Als bomen zo standvastig,

zo begrijpend, zo opbeurend.

vrienden, vriendinnen voor elk seizoen,

vrienden, vriendinnen in weer en wind.

Bomen van mensen.  

H. Bouma


Wat overblijft

na alles wat wegzonk-

trotse torens, oppermachtige kastelen,

galopperende bergen- golfjes onvindbaar

in een oceaan van vergetelheid.

Wat overblijft, onaantastbaar,

immuun voor bederf: een koesterende blik,

de tedere rimpeling in een stem,

een vluchtig, o zo liefkozend gebaar.

Wat overblijft- om maar wat te noemen:

blijken van vriendschap.  

H. Bouma


VOETSTAPPEN

Dromen, dwalen door het landschap

dat achter je ligt, dat vóór je ligt.

Overal voetstappen, jouw voetstappen,

tekens van leven, sporen onuitwisbaar.

Hoor vogels zingen je naam,

bomen wijdvertakt vertellen je verhaal.

Dromen, dwalen door het landschap

dat oplicht in je ziel, je vriendelijk toelacht,

landschap dat op je wacht.  

H. Bouma


AARDELING

Aarde en adem, lichaam en ziel,

meer ben ik niet. Adam - aardeling,

handjevol stof, sterveling.

Maar het is goed. Zo hebt Gij mij geschapen,

mens van komen en gaan. Ik leef,

leef met de bloemen, de bomen, de dieren,

leef tot het uiterste en elke dag

is er één. En als ik sterf

ik weet zeker Gij mijn God vergeet mij niet.

H. Bouma


INTENSER

 Heel vreemd o God, het verrast me-

maar nu ik leef met de dood voor ogen,

zie ik het steeds scherper: wat de bedoeling is van alles.

Er zijn geen woorden voor, maar het is werkelijkheid-

een werkelijkheid die alles doortrekt,

alles draagt en omvat. Nu ik leef

met de dood voor ogen leef ik,

leef ik intenser dan ooit.  

H. Bouma


PIJN

Stem kreeg het, stem als nooit tevoren-

wat mij verlamt, verduistert,

wanhopig maakt. Pijn doet het,

hartverscheurend pijn. Een vreemde pijn.

Pijn die zuivert, pijn die geneest.

O strepen licht, heilzaam licht.

Mijn God, een hand, een hand op mijn hoofd.

Ik lach, lach door mijn tranen heen.  

H. Bouma


Wel ouder en ouder

word je, maar droom je nog weg

met de vogels, bespeel je nog

de toetsen van het licht,

schrijf je nog gedichten

op de golvende rug

van de zee- je blijft glanzen,

je verschrompelt niet.  

 H . Bouma


Zolang er bomen zijn,

eiken vol verhalen, neuriënde elzen,

uitbundige acacia's, bomen zich verheffend,

opgetogen broeders, bomen zich vertakkend,

gulle,weldadige zusters, valt er nog te leven,

valt er iets te vieren, aarde, lieve moeder aarde,

is er toekomst, is er hoop  

H. Bouma


WIE LEEFT

Van beperkte duur ben je maar,

je komt, je praat en je doet en je gaat.

Maar wie leeft, heeft lief,

spreekt woorden van vuur,

zegent, streelt, bevrijdt. Wie leeft,

leeft niet voor zichzelf, alleen voor zichzelf,

af en toe noemt hij z'n ware naam,

toont hij z'n ware gezicht, een onherroepelijke naam,

een gezicht dat niet wordt uitgewist.

Wie leeft, heeft lief, hij komt, hij blijft,

hij leeft voorgoed.  

H. Bouma


HELDERHEID

Zoveel mist, een wereld van misverstanden.

radeloos tast je rond, een ontheemde,

een vreemde in je eigen lijf,

een vreemde in je eigen ziel.

En dan opeens die hand

die heel huiselijk het gordijn opentrekt

en volmaakte helderheid schept.  

H. Bouma


TIJDEN

Jij- zo lief als je hebt, zo duurzaam ben je. Naam die niet verbleekt.

Gezicht dat niet vervaagt. Jij.

Koester ze. Je tijden van liefde.

Tijden vol eeuwigheid.  

H. Bouma


Indien ik je dragen kon

 

Indien ik je dragen kon over de diepe grachten

van je gesukkel en je angsten heen,

dan droeg ik je, uren en dagen lang.

 

Indien ik genezen kon wat omgaat in je hart

aan onmacht, ontevredenheid en onverwerkt verdriet,

dan bleef ik naast je staan, uren en dagen lang.

 

Maar ik ben niet groter, niet sterker dan jij

 en ik weet niet alles en ik kan niet zoveel,

 ik ben maar een vriend op je weg, al uren en dagen lang.

 

En ik kan alleen maar hopen dat je weet:

je hoeft niet alleen te vechten of te huilen

als je een vriend hebt voor uren en dagen lang.  

M. Weemaes


ZWERVERS  

De zwervers langs de straten,

de buurman van de hoek,

het kleine kind, verlaten,

de filosoof op zoek.

 

De vrouw verward in wanen,

de man, wankel ter been

het stel, nog even samen,

de enkeling alleen.

 

De schreeuwer van de daken,

de stille zonder naam,

zij, die de weg kwijtraken,

zij kloppen aan jouw raam.

 

Dan sluit je de gordijnen

en denkt: niet nu, niet hier.

Of laat de angst verdwijnen,

de voordeur op een kier.


VRAGENDERWIJS  

Waar is het oosten? Waar ligt mijn kamer?

Of sta ik aan alle slagregens bloot?

Vergrijzen de wolken, vervagen de wegen?

Kom ik nog medereizigers tegen?

 

Zie ik al reizend  nog straten en huizen?

Waar brandt er een lamp, die mij nodigt tot rust?

Staan in het westen de tafel die dragen

mijn rugzak en koffer boordevol vragen?

 

Is er een huis met een brandende haard?

Een gastheer die wijn schenkt en luistertijd heeft?

Een bed dat de witheid wist te bewaren?

Een maan die de schaduw wellicht kan verklaren?  

Thijs Weerstra


TOT SPREKEN HOREN  

Tot spreken heb je mij gehoord,

tot nieuwe levenskracht.

Ervaring, eerder nooit verwoord,

wordt aan het licht gebracht.

 

Tot spreken heb je mij gehoord,

en tijdens mijn verhaal

ontstaat in mij een ander woord,

begin van nieuwe taal.

 

Tot spreken heb je jou gehoord

in wederkerigheid.

Wij scheppen samen,

woord voor woord,

de taal die ons bevrijdt.  

  Lies Thielens


GEZEGEND MET DROMEN  

God van de armen,

kom tot ons als die toegewijde vrouw

die twee muntstukken offerde.

 

God van de verlorenen,

kom tot ons als die behoedzame vrouw

die op zoek was naar een verloren penning.

 

God van buitenstaanders,

kom tot ons als die allochtone vrouw

die vroeg om de kruimels van de tafel.

 

God van de zieken,

kom tot ons als die bloedvloeiende vrouw

die greep naar een genezende aanraking.

 

God van de veroordeelden,

kom tot ons als die beschuldigde vrouw

die door haar aanklagers gestenigd zou worden.

 

God van de bezeerden,

kom tot ons als die liefhebbende vrouw

die met haar haren iemands voeten waste.

 

God van de stervenden,

kom tot ons als die rouwende vrouw

die verdriet had om haar broer.

 

Gij hebt ons bezocht door de vrouwen

die vervuld waren met uw Geest.

Gij hebt ons allen gezegend

met de dromen over een gezamenlijke toekomst

en met gaven voor een leven in gemeenschap,

maak ons in alle opzichten trouw

aan de boodschap van uw evangelie

dat wij samen als vrouwen en mannen

getuigen mogen van uw liefde

in Jezus Christus.


LIED VOOR 2000 EN EEN  

Zoals de wind

onder de dode as

verborgen vonken vindt,

die aanblaast tot

nieuw vuur in oude woorden,

geef zo uw Geest

stormenderhand.

Ons hart zal spreken van geluk

om al het nieuwe

dat wij horen!

 

Zoals de dag

 steeds aan de nacht vervalt,

in duister ondergaat,

maar door de nacht

heen over ons blijft lichten,

zijt Gij de zon,

ons lieve licht.

Wij zullen stralen van geluk,

wij weten  s nachts van

vergezichten.

 

Zoals ons hart

 ons bloed in omloop houdt

en ons beweegt te gaan,

ons voortstuwt naar

uw gouden stad van vrede,

herschept ons dan

naar hart en ziel,

Wees ons de weg, tot ons geluk,

en kroon voorgoed

wat blijft gebeden.

 

Zoals het zaad

in diepe voren valt

en aan de winter sterft,

maar als in slaap

ontkiemt en vrucht zal geven,

roep ons zo in

het volle licht.

Ons hart hervindt een groot geluk:

wij kunnen van de

liefde leven!

 

Zoals het vuur

uit de verharde steen

de zilveraders smelt,

een felle vlam

die zuivert en laat glanzen,

raak zo ons hart

met heilig vuur.

Wij zullen zingen van geluk:

Gij doet verharde

harten dansen!  

Sytze de Vries


PINKSTEREN  

Voor mijn oren gezegd

onontkoombaar verstaanbaar:

ik zal uitstorten van mijn geest

op alle vlees

wat wil dit toch zeggen

 

geen angsttoren meer

tegen verstrooiing

voortaan een taalonderkomen

bevrijding van dovemansoren

woorden toch geen bedrog

 

uw geest er in gebrand

voorgoed

louterend licht

 

geheel met de zaak verlegen

niet dronken

niet nuchter

wel buiten mijzelf

omdat gij

mijn ziel niet aan het dodenrijk

zult overlaten

ja

ook mijn vlees

zal nog een schuilplaats

vinden in hope

 

wat wil dit toch zeggen

hebt u dan werkelijk

met vuur gespeeld  

Wim Ramaker  


GEDULD  

Oefening van geduld

in een ogenblik van toorn

bespaart de mens

honderd dagen

van zorgen en verdriet.  

Chinese wijsheid


DE NIEUWE DAG  

Niemand die weet

waar de einder ligt

die ons eens beloofd is

als een droomgezicht

 

Niemand die weet

dat de nieuwe dag

eenmaal aan zal breken

zo maar, onverwacht

 

Niemand verwacht

dat de aarde nieuw

voor ons zal bloeien

uit het zaad dat viel

 

Niemand verwacht

voor de wereld brood

uit een mensenleven:

liefde totterdood

 

Niemand vermoedt

hoe de mens bemind

en door God geleid wordt

in een mensenkind

 

Niemand vermoedt

hoe er goede moed

in ons hart gelegd is:

Geest die leven doet  

Henk Jongerius


VURIGE WENS  

Dat er licht mag zijn.

licht in onze ogen:

dat we elkaar zullen zien

zo goed als nieuw.

Licht in onze harten:

dat wij ruimte scheppen,

plaats maken voor velen.

 

Licht in onze gedachten:

dat wij komen tot nadenken

en eerlijk besluiten.

Licht in onze huizen:

dat er vriendschap en

gastvrijheid zullen heersen.

 

Licht in de omgang:

dat we te zien zijn,

niet verborgen voor elkaar:

Licht op onze wegen:

dat wij niet dwalen en

elkaar tot doolhof zijn.

 

Licht in alle uithoeken:

dat we nergens het kleine

vergeten, verdonkeremanen.

Licht op deze plaats,

om elkaar bij te lichten,

elkaar toe te schijnen

met geloof in Hem

die eens geroepen heeft:

'Ik ben het licht der wereld!'

Dinie


WAAR MENSEN ZIJN  

De kerk is daar

waar mensen zijn

die geven om elkaar:

Geen hoge God

zal met hen zijn,

maar God dicht bij de grond.

De kerk is daar

waar mensen zijn

die staan in dit verbond.

 

De kerk is daar

waar mensen zijn

die rouwen met elkaar:

En niemand draagt

alleen de pijn.

maar ieder wordt bevrijd.

De kerk is daar

waar mensen zijn

die Goede Geest gewijd.

 

De kerk gedijt

waar uitzicht is

voor iedereen die lijdt.

Hier krijgt het leven

nieuwe zin,

verliest de dood zijn macht.

Wij samen

gaan de toekomst in

en dat is onze kracht.  

Adri Bosch


VUUR EN WIND

 

Luister of het begint

ergens zal het gaan zingen

tegen het klagen in

helder en vol geheim

sterker dan harde woorden

warmer dan het getwist

vuur van andere oorsprong

 

storm van een nieuw bewegen

dwars op de geest van de tijd

onrust en nochtans vrede  

wacht maar en wees bereid  

Inge Lievaart


Wees gegroet, Koningin,  

Wees gegroet, Koningin,

moeder van barmhartigheid,

ons leven, onze vreugde, onze hoop,

wees gegroet.

Tot U roepen wij, ontheemde kinderen van Eva.

Naar U zien we uit in onze nood,

in ons heimwee naar het verre paradijs.

Wil daarom uw ogen vol goedheid op ons richten,

en ons, pelgri