|
|
Bang om mezelf
te zijn en om me te geven - misschien ben
ik eigenlijk bang om te leven... bang om alleen
te zijn en om me te binden - misschien ben
ik eigenlijk bang mezelf te vinden... die angst heb
ik niet alleen die deel ik met velen - misschien kan
ik m'n angst met iemand delen.. iemand die weet
en voelt hoe bang ik ben - en nog vaak zal
wezen misschien vind ik dan mezelf en durf ik te
leven! Geeske Visser Heb geen angst en wees niet
treurig als ik er
straks niet meer zal
zijn. Geloof me, Gods hart is
wereldwijd. Ik ben niet
bang om door de
dreigende dood op Hem terug te
vallen, gewoon omdat ik
weet dat het goed is in Hem, in het Grote
Leven geborgen te
zijn. En ik zeg
jullie: in Hem vinden
wij elkanders leven onbeschadigd
terug tegen de tijd dat Hij zal
zijn 'alles in
allen'. Tot zolang kan ik jullie alleen maar
zeggen: wie mij heeft
meegemaakt heeft tegelijk God zelf leren
kennen. Wat ik gedaan
heb en wie ik ben
geweest, het was de
Levende zelf die in mij ten einde toe aan het woord kon komen en die zichzelf heeft laten
kennen al doende wat ik deed. Moet ik nog
meer zeggen? Geloof
dan, op grond van
mijn daden onder jullie, dat de Vader
leeft in mij en ik in Hem. En jullie ook: als je God wilt
zien, geef Hem dan te
zien door voor
elkaar zo goed als God
te zijn. Dan zul je nog groter
wonderen doen dan ik. Je zult het
leven verder
brengen, tot alles is
voltooid, oneindig goed
gemaakt! Jan van
Opbergen Elk mens is
ergens bang voor al zegt men
soms van niet bang zijn in
het donker bang zijn voor
een hand elk mens is
ergens bang voor en dat is heel
gezond Elk mens is
ergens bang voor dat is toch
heel normaal? Bang zijn voor
de tandarts bang zijn in de
trein elk mens is
ergens bang voor dus maak je
maar niet klein Elk mens is
ergens bang voor voor zaken
klein of groot bang zijn om te
leven bang zijn voor
de dood elk mens is
ergens bang voor al
is-ie nog zo
groot Arjan Vaartjes In het uur wanneer de zon achter de
heuvels wegsluipt en de nacht -een
panter- neerhurkt voor zijn
sprong op onze
nietsvermoedende stad... wil ik zingen over de
kronkelige verlangens van dit land, over de
gekooide dromen van vergeten
mensen wil ik zingen over alles wat
was maar niet
langer is, over alles wat
nooit was maar had kunnen
zijn wil ik zingen over de hoop
van onze kinderen, wil ik zingen om ons te
herinneren nooit te
wanhopen; want ieder uur, iedere minuut gloort, ergens
op aarde, een nieuwe, prachtige
morgen. Cecil Rajendra speel maar,
mijn kind op de markt van
mijn ogen ik zal wel
dansen als je speelt
op de fluit ik zal wel
huilen als je zingt
van de dood speel maar in
het zand van mijn hart graaf er zo
diep als je wilt de schat die je
vindt is voor jou speel mee met
ons spel mens erger je
niet kom, leeg je
glas drink niet meer
nacht in teugen maar ga liggen
languit in de geur van
jasmijn kijk en open je
oren want bloemen
schieten omhoog uit de
ijzige aarde houd vol in het
koude skelet van deze wereld
in aanbouw Paul Begheyn
s.j. Het zonlicht door de
haartjes op zijn armen zijn
slungelmanier van lopen zijn billen als hij
steentjes staat te keilen bij de beek zijn grinniken
als dat lukt dat is grappig
om naar te kijken zo plezierig om
te zien. En ik weet
zeker dat hij mij ook
graag bekijkt. Geef hem eens
ongelijk ik zou lang zo
vrolijk niet zijn als ik niet
prettig bekeken werd. Karel Eykman 'Als je een
stem hoort als voetstappen
naderen als handen
worden uitgestoken als ogen je
aankijken weet dan dat
God gestalte krijgt
in mensen hun handen,
voeten, ogen, mond en
hart dat Hij
mensentaal gebruikt om met jou in
gesprek te zijn dat niets
menselijk Hem vreemd is'. Vandaag koop ik
een luchtballon en zweef ik
vrolijk naar de zon. Huppel op alle
wolken! Ik strooi wat
sterren in het rond, de hemel is
mijn blauw plafond, de wijdte maakt
mij dronken. Ik land op de
glinsterende maan, waar ik een
toverfee zie staan, zij streelt
verliefd mijn haren. Ik fluister
zacht, oh jij, komaan, laten we samen
verder gaan, met mijn ballon
gaan spelevaren. Dan roept een
vreemde harde stem: Marcel Verdonk
zeg waar je bent, niet in de les,
niet in de klas! Ik ruk mij los
van waar ik was, twee tafels ver
van mij vandaan: het mooiste
meisje van de klas was mee de
wolken in gegaan. Diet Verschoor Het is onzin zegt het
verstand. Het is wat het
is zegt de
liefde. Het is pech zegt de
berekening. Het is niets
dan pijn zegt de angst. Het is
uitzichtloos zegt het
inzicht. Het is wat het
is zegt de
liefde. Het is
belachelijk zegt de trots. Het is
lichtzinnig zegt de
voorzichtigheid. Het is
onmogelijk zegt de
ervaring. Het is wat het
is zegt de liefde. Erich Fried Je zoenen zijn
zoeter dan zoeter dan
honing en ik vind je mooier en
liever, liever en aardiger nog
dan de koning. We gaan samen
liggen een eind
hiervandaan we maken van
takken van takken en
blaadjes een vloer en
een dak, dat was onze
woning of ik was het
tuintje, en jij was de
tent daar gingen wij
wonen en blijven en
horen o rep je mijn
liefje ik heb je zo
graag nu of nooit
samen slapen want we zijn er alleen maar
vandaag. Judith Herzberg Laten we samen
er ijlings vandoor gaan, haastig teloor
gaan over de heide; laten we onder
de linde alleen zijn, gretig daar
‚‚n zijn, zó dat geen
woord of gebaar ons kan scheiden. Laten wij niet
meer aan anderen denken, aandacht
slechts schenken steeds aan
elkaar. Laten wij
spelen als jeugdige hinden die in den
blinde maken de wetten
en vrijheden waar. Laat ik je
meedragen tussen mijn borsten, vorst van de
vorsten, edelste kruid. Laat mij zo
telkens je liefde verwerven en bij ons
zwerven word ik in
heerlijke stilte je bruid. Jan Wit Gezegend handen die leven
aanraken gezegend handen die krachtig
zijn gezegend handen die pijn voelen gezegend handen die aarde tot
een tuin maken gezegend handen die open zijn
van vreugde gezegend handen die gebald zijn
van woede gezegend handen die herstellen
en schoonmaken gezegend handen die spelen gezegend handen die getekend
zijn door leeftijd gezegend handen die strelen en
opbeuren gezegend handen die recht doen gezegend handen die belofte van
toekomst dragen gezegend Onuitsprekelijke
God, het werk van uw handen! Jan van
Opbergen Liefde bestaat
hierin: dat twee
eenzaamheden elkaar beschermen en aanraken en begroeten. Rainer Maria
Rilke Ik ben de geest
in de lucht, ik ben de
zwerver die ronddwaalt, ik ben de wolk
van niet-weten, ik ben het
water dat zuivert, ik ben het
gezicht van al wat goed is, ik ben de ster
die geleidt in de nacht, ik ben de duif
van vredige hemelen, ik ben het hart
dat alle leven beweegt, ik ben de
koning van iedere koning, ik ben de zon
om de aarde te verwarmen, ik ben de
liefhebber van het pure, ik ben de
rechter waar gerechtigheid heerst, ik ben de aarde
om op te leven, ik ben de God
voor iedereen. Jim Donnelly Gelukkig de
vrouw die niet
luistert naar laster, niet spreekt
als een slang, niet vorst naar
verraad. Zij doet het
gewone: het werken en
waken, het zorgen en
zingen, het woord bij
de daad. Want zij lijkt
op een boom aan de
levensstroom, die neemt en
geeft, die looft en
leeft. Zij komt tot
ontplooiing bij dag en bij
droom. Maar die
zinloos leven, zich geen
rekenschap geven - lege zaadhulzen
zullen zij zijn. Wel mooi in de
vlucht maar gevuld met
lucht, zonder echte
vreugde of pijn. Gelukkig de
vrouw, wier hart kent
een haven, wier ziel kent
een zin, wier verstand
een gevecht. Zij vindt voor
haar voet een licht in
het duister, een doorgang, een uitweg naar vrede en
recht. Mieke de Jong Jezelf niet
ontlopen, jezelf niet
verliezen, telkens weer je pas
inhouden, jezelf zonder
ogen zien, vraagtekens
plaatsen, wie ben ik, waar ga ik naar
toe? vraagtekens, tekens van
leven, jezelf niet
ontlopen, zoekend en
roepend dwalend door
het landschap van je ziel, je bent er mens
voor. Hans Bouma Het goud der
dotters klatert langs de waterkant, de rogge
wimpelt op de wind in frisse stromen; op groene
voeten waadt april door 't blinkend land en woelt met
witte handen in de bloesembomen. In broze vlucht
opvlindrend naar het hel azuur ontbloeit de
kers en vouwt haar koele schaduw open: een lila
wiegeling befloerst de witte muur der hoeve, die
van zon en bloesems ligt bedropen. Waar het jonge
weiland huivert, fel van licht doorschoten, dat als een
sweepslag op de prille peppels trilt en aan het
water tipt met tintelende lippen, laat zich de
zwaluw uit de sneeuwen takken glippen en werpt zijn
flitsend lijf, dat van verrukking rilt, in blauwe
arebesken langs de tengre sloten. Truus Gerhardt Wij wachten bij
de bushalte. Het is al laat,
wij willen naar huis. Eindelijk komt
de bus, maar hij stopt
niet, hij rijdt door. Dus bus is vol zonder te
stoppen rijdt hij door. Wij denken na. Hoe vaak gaan
wij zonder te stoppen aan anderen
voorbij. Aan anderen die
verlangend op ons wachten, wachten op een
gesprek, wachtend op
iemand die naar hen luistert, wachten op een
gebaar, wachten op een
lach, een vriendelijke blik, maar wij gaan
door. Waarom Heer,
gaan wij door? Wij zijn net
als de bus, tot de nok toe vol, vol van
onszelf, vol van onze
ergenissen, onze vreugde, onze haat, onze
liefde, onze angst,
onze moed, onze
nederlagen, onze overwinningen, ons gebrek, ons
bezit. Wij zijn van
onszelf vervuld wij zijn vol
van onszelf en gaan aan
anderen voorbij Zijn melodie
was een duet: twee stemmen
die tesamen zongen. Mensenzoon en
Zoon van God, Zijn naam
'Jezus van Nazaret'. Hij zong een
lied van hoop en vrede, van bevrijding
en geloof. Hij zong een
lied van eeuwig leven maar werd
veroordeeld en vermoord. En toen gaf Hij
zijn geest... En toen gaf Hij
zijn Geest en zie, Hij
leeft... Hij is verrezen! Zijn dood was
niet zijn laatste woord, in zijn ogen,
onze harten, leeft zijn
melodie nog voort. Zie de wereld
met zijn ogen, zie de mensen
met zijn hart. Groet elkander
met zijn woorden, loof de Vader
met een lied. Zing zijn lied
van hoop en vrede, van bevrijding
en geloof, zing zijn lied
van eeuwig leven, zonder grenzen,
zonder dood. Want toen gaf
Hij zijn Geest: de Geest waarin
Hij heeft gesproken, de Geest
waarvan Hij heeft geleefd, zijn Geest van
liefde voor de Vader, zijn Geest van
liefde voor de mens. Aangespoeld op het droge
van vandaag de resten van
gister, opgestuwd tegen de
klippen op. De zee neemt, de zee geeft
... en de mens? Hij neemt ...
en neemt ... en zijn spoor
is de dood. God zaait het
leven. Hij is de adem waarvan wij
bestaan. Maar
adem-benemend is de mens. Blindelings streept hij
zijn toekomst door. God schreef
zijn Naam in de sterren, onleesbaar
gemaakt nu, uitgewist. Verduisterd
raakt de hemel. Wie is de mens? Bijna een god, kroon van de
schepping, maar te hoog te
paard voorgoed zijn
val nabij ... Wie is de mens dat Gij hem nog
gedenkt? Nog uitzicht
geeft op de regenboog van Uw trouw? Geef ons nieuw
zicht op de hemel, en leven dat weet heeft van morgen ... een boom zijn en ik zal de
vogel zijn die in me
nestelt ik zal de grond
zijn waar de boom in
wortelt waar de vogel
woont ik zal de wind
zijn en grond en
boom en vogel eindeloos
strelen en onder boom
zal ik de mens zijn die dit dromend
zal bestaan J.C. van
Schagen Het woord
Alleen is altijd bij me. Het schuifelt
rond, het stommelt in mijn hoofd, Het trekt en
rukt aan mijn gevoel als een dreinend kind aan
moeders arm, het knerpt en knarst onder
mijn voeten, het schudt mij wakker, het
ligt te grijnzen op mijn bedde kussen, het
schuurt alles ruw kapot, ook dat heel
tere weefsel van elk voorzichtig ontluikend
begin van belangstelling. Het vernielt
alles wat maar in de verte zou lijken op
aardigheid hebben in het een of
ander. Cri Stellweg Als ik mijn
ogen sluit zie ik dat jij er bent en met mijn
ogen kan ik door je haren woelen en met mijn
ogen weer je lippen voelen en alles wat ik
heb verkend. Ik zie je
handen met mijn ogen dicht en hoe je
vingers zacht de mijne kusten en in de
bedding van mijn heupen rustten en naast het
mijne jouw gezicht. Ik lees die
woorden. 'Dag'. 'Voorbij' en 'Uit' staat bloedrood
aan de binnenkant geschreven. En God, waarom
is het mij niet gegeven dat ik echt
mijn ogen sluit. Jos Brink Voor mensen die
wel over water willen lopen om elkaar te
vinden en de hand te reiken. Voor mensen die
samen blijven breken, blijven delen
met de moed der hoop, drinkend van
het levenswater op weg naar morgen. Voor mensen die
met angst in het hart het onmogelijke
proberen, die het brood blijven breken
en de beker blijven heffen tegen de vernieling in. Voor mensen die
blijven werken voor gerechtigheid
en vrede, - geen verte te ver, geen zee te
hoog! Jan van
Opbergen Wij zagen het
aan de bomen toen wij vanmorgen
ontwaakten, aan de hoge bomen rondom het
huis. En wij hoorden
het, overal om ons heen: het was met
geen naam te benoemen, het was met geen
pen te beschrijven, het was als met
handen te tasten. |