liturgie11
Start Omhoog liturgie12

                 



GEBED OM VREDE  

Gij, gij beteugelt de demonen

met uw goddelijke wil.

De stemmen die uw hoogheid honen

legt Gij alleen in deemoed stil.

 

O kom, en zuiver de begrippen,

ban alle duisternissen uit.

Het water staat ons tot de lippen,

de stormwind huilt met hoog geluid.

 

Maar laat uw eeuwig kruis verschijnen,

richt het uit kolken recht omhoog,

en zend uit helle hemelpleinen

uw duiven langs de regenboog.

 

Verlicht de nacht der sombere breinen,

dat zij u zien als 's werelds spil,

en niet het donker hart omheinen

met maaksels van de eigen wil.

 

Verlicht de ziel, die vol van woede,

de mensen als de wolven haat,

neem de rechtvaardige in uw hoede,

die zich om uw vervolgen laat.

 

Als zuilen stijgen de gebeden

tot u omhoog: bedwing het Beest,

en schenk ons, doodvermoeid, de vrede

van Vader, Zoon en heilige Geest.  

Jan Engelman  


Het lied van God en mens  

Groot is de God die vol verwachting

mensen zijn aarde toevertrouwt,

groot is de God die oppermachtig

zo op de kleine mensen bouwt.

Groot is de mens

die doet wat God wenst:

wie voor zijn schepping zorgt

leeft als een ware vorst.

 

God stelt zijn eer in onze hoogheid,

alles legt Hij in onze hand,

zijn naam moet luisterrijk en groot zijn

in wat de mens als koning kan.

Wie zich ontfermt,

Gods werk beschermt,

wie goede herder is

komt stralend aan het licht.

 

Wat doet de mens aan den beginne,

Adam gaf aan het dier een naam,

hij wil zich aan Gods wereld binden,

hij brengt de lieve vrede aan.

Laten ook wij

een herder zijn,

de wereld is in nood,

God stelt op ons zijn hoop.


Ga en open de deur.

Misschien is buiten een boom,

of een woud, of een tuin, of een

magische stad.

 

Ga en open de deur. Misschien

krabt er een hond. Misschien is er een gezicht, of

een oog, of een beeld van een beeld.

 

Ga en open de deur.

Als er mist is, trekt hij op.  

Ga en open de deur. Ook

al was er alleen maar tikkende

duisternis, ook al was er

alleen maar holle wind, ook

l was er niets buiten, ga en open de deur.  

Tenminste zal het tochten.  

Miroslav Holub


Diaspora  

Er zijn psalmen dievertrekken en

naar een land van melk en honing gaan,

te middernacht de eerstgeboor'ne wekken,

haastig, stok in de hand, de tafel dekken om

huiv'rend rond het afscheidsmaal te staan.

 

En altijd weer het meel dat wou niet rijzen,

de vleespot van het zelfrespect viel om,

de koeken en de ruggen trokken krom,

het kleinste kind zal onderweg vergrijzen.

 

En altijd weer de oude hymnen zingen,

odat de droogste keel nog moet bewijzen

Dat ginds in Sion Zijn fonteinen springen.  

Jan Wit  


Het wil niet erg vlotten ook ik ben

een kind van deze tijd de verleidingen zijn groot,

en aanpassen is zo veilig.

 

Maar toch zal ik er doorheen moeten

het lijden is al voor ons gedaan. Leven is je

oprichten, opstaan zodat het echte

leven kan beginnen.  

Gerrit van den Nieuwendijk


Er zijn psalmen die  

Er zijn psalmen

die met ons komen praten;

als het moet een hele nacht;

ze weten overal van

en vinden niets vreemd,

zelfs opstandigheid niet.  

Bij God mag alles.  

Geert Boogaard


Slechts het water  

Slechts het water dat wij te drinken gaven zal ons verkwikken.

Slechts het brood dat wij te eten gaven zal onze honger stillen.

Slechts het gewaad dat wij wegschonken zal ons bekleden.

Slechts het woord dat leed verzachtte zal ons troosten.

Slechts de zieke die wij bezochten zal ons genezen.

Slechts de gevangene die wij verlosten zal ons bevrijden.

  T. Consalvatico  


Nu het jaar zich vernauwt

tot een trechter van koude

en duisternis

hadden wij iedere nacht

moeten slapen in

elkanders armen.

 

Maar geen nacht

brengt ons meer samen.

Koud liggen wij

in het donker.

 

Buiten stapelen

verdorde bladeren zich op

tot metershoge

versperringen.

 

Wind en regen zeggen ons

het einde aan.


Reiken naar oneindigheid  

Door God als zaad uiteengezaaid,

door mensen met een verfraaid, door wind als

stof bijeengewaaid;

 

Door dorst gestuurd van kust naar kust,

door werk vaak moe en uitgeblust, een

leven lang op zoek naar rust;

 

door ruimte en door tijd geremd;

het menselijk isolement dat twee aan twee wordt

overstemd;

 

zo leeft een mens. Hij doodt de tijd met

uitzien naar de eeuwigheid en reiken naar

oneindigheid.


Leven wil ik, leven wil ik om te sterven

voor jouw leven.

 

Hier zijn woorden: zwijg ze dood of

aanhoor ze. Hier zijn handen: neem ze aan of

doorboor ze. Hier is mijn hart:

oon in mij of vermoord me.     

Leven wil ik...

 

Ik ben jouw ogen die het licht

laten stralen. Ik ben de handen

die je woorden vertalen. Ik ben de

longen die voor jou ademhalen.    

Leven wil ik.....

 

Is het leven niet meer dan een

lichaam van vlees en bloed?

Het is jouw leven waar

voor ik leven en sterven moet...   

Leven wil ik...


Voor iemand uitgaan is meer dan alleen vóór hem lopen

op een weg bochtig en smal

zonder om te kijken hopend dat hij je zo wel volgen zal.

 

Voor iemand uitgaan: soms vrijwillig

dan gedwongen soms gewild dan ongewild.

Voor de pijl die niet op jou is gericht, ben jij het schild.

 

Voor iemand uitgaan: verkenning

en egalisering van een onbegaanbaar terrein;

zorgen dat de hindernissen voor hem weggenomen zijn.

 

Voor iemand uitgaan: jij bent het die wordt getroffen,

jij raakt gewond, jij lijdt pijn

wetend dat ondanks dit alles de laatste

toch het eerst zal zijn.

 

Voor iemand uitgaan: hiertoe worden

wij geroepen, uitgezonden twee aan twee.

Niets kan overkomen want wij krijgen

Gods adem mee!


In je moeders schoot geweven

tot een wonder van bestaan

kwam je bij ons in het leven

dankbaar zeggen wij jouw naam.

Opnieuw mogen wij beleven

wat wij zien maar niet verstaan

welk een groot geheimenis

jong geboren leven is.

 

Aan een lange reis begonnen

die een levensloop beslaat

zul jij door een wereld trekken

waarin heel veel kwaad bestaat.

al vanaf je eerste schrede

bidden wij dat met je gaat

Die ons geest en adem geeft

en ook jou geschapen heeft.

 

Hoeveel liefde wij ook geven

en hoe weerbaar je ook wordt

kwetsbaar zul je altijd blijven

mensenmacht schiet toch tekort

door de doop ben je opgenomen

kind van mensen, kind van God

in de kring hier om je heen

leven kun je niet alleen.


Wees wie je bent.

Wie ben ik?

Een steen in een zentuin,

gevormd door de tijd,

versteend en toch levend,

hard en toch zacht,

stil en toch in beweging,

groeiend, onzichtbaar,

langzaam,

zoals groei betaamt,

in geduld met de tijd,

de tijd om te worden,

te worden wie ik ben.

 

Wie ben ik?

Wees stil en besta!

Adem, leef!

Laat dragen de aarde,

laat lessen je dorst,

ontvang maar het licht

en de lucht om je heen!

Dooradem

doorstraal

doorspoel

doorgrond.

Leef en besta,

ben er,

op jouw plekje

jouw eigen plekje.

  Vrede daalt neer in je hart!  

F. Ingenriet


Lied van de twijfel:  

Ik twijfel aan de hemel ik twijfel aan de aarde;

ik twijfel aan de mensen ik twijfel aan de woorden

die mensenmonden spreken die mensenhanden schrijven.

Ik twijfel aan de leugens die elke dag weer verschijnen

in kranten en in beelden uit mensen opgetekend met bloederige handen.

 

Ik twijfel aan de goden die prachtig zijn omkranst

met bloemen en gebeden, met wierook en allerhand.

Ik twijfel aan de priesters, de boodschappers van de hemel

de paus, de curie en de leken die het allemaal zo goed weten

de vast omschreven waarheid en wat zonde is in de ogen van God.

 

Ik twijfel aan de aarde, of wij wel zullen verrijzen

of ooit in die dagen het Rijk van God zal verschijnen.

Ik twijfel aan de vreugde als ik zie naar de gezichten

van kinderen en ouden die schreeuwen om een brood,

om vrede in hun huizen en een einde aan hun nood.

 

Maar ik geloof in aarzelend zoeken, in twijfelen en vermoeden,

in samen tasten en langzaam verder lopen op paden van weleer.

Ik geloof in durven hopen tegen beter weten,

wars van elk cynisme, in wanhoop samen dragen

en in knokken voor wat je waard bent.

 

En dan vertrouw ik dat het niet vergeefs is,

dat Hij ons nooit laat vallen al komt de onderste steen boven!

  J. Hacking


De hoop die ons doet leven  

Waar alles doodloopt

gaat Hij zijn gang,

onweerstaanbaar,

 

afgewenteld de steen

afgewend het onheil,

alles bloeit open,

 

ons leven geleefd,

onze dood gestorven,

is Hij onze bevrijder,

 

zegevierend voert Hij ons

uit het diensthuis,

de slavernij der zonde,

 

eerstgeborene der doden,

opstanding en leven,

wie Hem volgt

 

is onaantastbaar,

een ander mens,

hij sterft

 

maar niet aan zijn schuld,

aan wat dodelijk is,

hij leeft voorgoed,

 

ik geloof

dat deze wereld

van karakter verandert,

 

baanbrekend

legde Jezus haar open

voor de toekomst,

 

ik geloof in God

die de aarde trouw is,

Hij verloste zijn Zoon

 

uit de diepte van ons graf,

veelbelovend

riep Hij Hem uit tot

 

het licht der wereld,

het hart der schepping,

de hoop die ons doet leven.


Het lied van het zingende leven  

Wij zijn geroepen om te leven,

God geeft ons vrijheid van beweging,

wij mogen mensen zijn op aarde,

hartgrondig ons geluk beamen.

Geen vreemde macht meer onderdanig

bloeien wij op in Gods genade,

God is zijn schepping goedertieren,

uitbundig mogen wij haar vieren.

 

God schiep de mensen voor elkander,

in liefde doet Hij hen ontbranden,

Hij is gelukkig met beminden

die luisterrijk elkaar bezingen.

Aan man en vrouw geeft Hij de adem

om levenslang elkaar te dragen,

met huid en haar elkaar genegen,

met hart en ziel elkaar tot zegen.

 

God stelt onze aardse leven veilig,

Zijn goede schepping is Hem heilig,

waar wij in slavernij ontaarden

roept Hij bevrijdend onze namen.

Hij heeft zijn Zoon naar ons gezonden,

wij hebben ons geluk gevonden:

de Heer die uit de dood verrezen

ons vrij en opgewekt doet leven.  


Wij doen elkaar geen recht,

wij leven langs elkaar heen,

wanneer onderbreken wij onze weg,

doorkruisen wij onze plannen

om bij te staan die geen helper heeft,

wij laten ons leven zo verlopen

dat wij geen oponthoud hebben,

wij gaan het verdriet uit de weg,

 

o God maakt ons barmhartig,

geef ons oog voor wie

zijn hoop op ons richt,

een naaste in ons ziet,

help ons zo te leven,

voortvarend en vindingrijk,

dat wij mensen betrappen

op hun nood, hun verlatenheid,

 

in navolging van uw Zoon

die zijn heerlijkheid prijsgaf,

zijn weg in de hemel

verlegde naar de aarde,

 

om onze broeder te zijn,

onze reisgenoot.


Wij hopen op de stad van God,

de hemel die op aarde komt,

een ongebroken schepping.

Verzoenend neemt God ons ter hand,

Hij heeft zij hart aan ons verpand,

God is een God van mensen.

Hij heeft ons geluk bestemd,

Hij roept ons naar Jeruzalem,

de stad van licht en vrede.

Hij geeft de ruimte aan zijn volk,

wij krijgen vaste voet aan grond,

voorgoed zullen wij leven.

 

Wij zoeken Gods aanwezigheid,

woonplaats van zijn gerechtigheid,

Jeruzalem van boven.

Wie bidt ontvangt, wie zoekt die vindt,

God maakt met ons een nieuw begin,

de stad staat voor ons open.

Wie op Gods grote toekomst hoopt

leeft niet meer zinloos, loopt niet dood,

geen macht houdt hem meer tegen.

God zegent en bevestigt hem,

zijn  weg loopt naar Jeruzalem,

hij is zijn leven zeker.  


's Nachts  

Ach, lieve jongen, kom maar even bij me

kom maar bij mama in het grote bed,

hoewel ook ik soms bang ben voor de morgen

ben jij door mij te voelen al gered.

 

Droog nou je tranen maar en geef je koude voetjes

het was niet echt, het was alleen een droom

vaar weg in rustigere waters in mijn armen

nog af en toe een snik, je wordt weer loom.

 

Laten we ruilen anders wordt het zo eenzijdig

ik help jou door de angst voor al dat donker heen

maar mag ik morgen als het licht wordt bij je schuilen?

Dan voel ik me zo vaak alleen.  

Frans Penders


Lied van de vrouw bij de bron  

Wanneer de oorsprong blijft verborgen

onder het drijfzand van weleer

is er geen zicht, geen weg naar morgen,

geen stroom, geen bedding, tij noch keer.

 

Wanneer het woord versmalt tot klanken

tot rimp'ling aan de waterrand,

geen dieplood heeft, geen bodemranken,

is er geen hier, geen overkant.

 

Maar als die roep gaat over 't water

en weerklank vindt in vaste grond,

is er een doortocht, nu en later,

een samengaan dat niet verwondt.

 

Een vloed van leven, niet te stuiten,

breekt door de vliezen van de stroom,

wij gaan de perken ver te buiten

en bloeien aan de waterzoom.

 

De tijd van oogsten is aangebroken,

de bronnen van uw overvloed

heeft velden in het wit gestoken,

geeft brood dat ons van harte voedt.  

Hanna Lam


Een ster

en als ik bang ben dat ik stilsta

kijk ik heel gauw naar een ster

want ik weet dat die zo snel gaat

dat het lijkt alsof hij stilstaat

dus wie weet

denk ik ben ik ontzettend ver  

Liselore Gerritsen


DE VERLOREN ZOON  

Dit mag ik als een diepe vreugde weten:

God heeft mij lief! Hij heeft op mij gewacht;

Ik hoef geen varkensvoeder meer te eten.

Zó blij is Vader, dat hij huilt en lacht.

Zó blij is hij, dat hij geen woord kan zeggen,

dat hij alleen mijn vuile handen neemt

om daar de sleutel van zijn woning in te leggen;

Ik ben weer thuis! Ik ben niet meer ontheemd!

Hij heeft aan mij een gouden ring gegeven,

hij heeft een sneeuwwit kleed mij omgedaan,

ik mocht niet zeggen, wat ik had misdreven,

ik mocht als kind het huis weer binnengaan.

Mijn oudste broer is boos, verbitterd weggelopen,

(wie bitter is, gaat elke vreugd voorbij)

maar Vader zei: 'Laat toch zijn plaats maar open:

Mijn oudste zoon hoort even goed bij Mij!'


KOM, HEER  

Kom Heer,

kom en doe het nog een keer:

dompel de kerk midden in uw volk Heer,

want uw priesters,

getemd werden ze door het kapitaal,

en uw volk zwerft en doolt,

doelloos zonder herder.

 

Gij Heer, koning van het leven, mijn arme vriend

ik ben iemand van het volk dat tot u schreit,

slaven zijn wij gemaakt, slaven van de ikzucht,

slaven van een wereld die het kapitaal vereert.

 

Gekluisterd volk zijn wij Heer, armen,

getraind om niet meer te kunnen denken

en de arbeiders tussen machines en robotten,

zij leven onbewust, totaal van leven vervreemd.

 

De arme en de Indio, hen werd de grond ontstolen:

grootgrondbezitters worden daartoe gefinancierd,

en wij worden verjaagd naar de rand van de stad,

terwijl moordenaars en dieven amnestie genieten.  


VIJF MINUTEN  

Geef mij nog vijf minuten voor de brief

die ik, o Heer, nog steeds niet heb geschreven,

en waardoor in een mensenhart

een leegte is gebleven.

 

Geef mij nog vijf minuten voor een woord,

dat ik, o Heer, nog steeds niet heb gesproken,

waardoor ik in een mensenhart

misschien iets heb gebroken.

 

Geef mij nog vijf minuten voor een lach,

zo maar, gewoon, uit liefde voor elkander,

en geef mij vijf minuten voor een traan

die ik niet heb vergoten om een ander.

 

Maar God sprak: 'Kom, 't is tijd nu. Kom!

Je vijf minuten zijn al meer dan om.'


Alleen zijn dat wil niet

wij scheppen geluid om ons heen

al gaat dat dan door merg en been

we maken lawaai en meteen

zijn we niet meer alleen.

 

Alleen wil ik nooit zijn

ik weet dat ik niet echt praten kan

en maar meepraat met janalleman

maar als ik dat niet doe, ja dan

ben ik alleen maar alleen.

 

Alleen zijn dat gaat niet

we praten maar door, al ontgaat

het de ander waarom het dan gaat

als je dan maar gezamenlijk praat

praat je niet in jezelf.

 

Alleen zijn dat moet niet

waarom is de taal dan zo oud

als God die de mens heeft gebouwd

ze zeggen wel: zwijgen is goud

maar spreken is brood.

 

Alleen zijn dat kan niet

alleen ga je dood, wordt je gek

we kunnen niet zonder gesprek

althans niet zonder gekwek

nee, ik wil niet alleen.


TOEKOMST VAN LICHT  

De dagen en de nachten,

zij volgen elkander op,

wij leven en wij wachten

en weten niet waarop.

 

Dan roep jij ons van verre

en dan breekt het in ons door:

het licht van maan en sterren,

dat heb jij met ons voor.

 

Vandaag nog diep verborgen

- wij moeten de dood nog in,

er wachten ons nog zorgen -

maar dan: een nieuw begin.

 

Zoals het volk dat zuchtte

in jaren van slavernij,

dat opstond en dan vluchtte,

zo'n toekomst wachten wij.

 

Zoals de zoon der mensen

die weerloos gebroken werd

- maar hij doorbrak de grenzen

van dood en lijdenswet.

 

Wij vrezen nog de tijden,

ons donkere vergezicht -

ach, kom ons toch bevrijden

en breng ons in jouw licht.