liturgie15
Start Omhoog

                 



ZOMAAR ZITTEN  

Zomaar zitten en kijken luisteren

maar weinig woorden die nodig zijn

stil denken in vingertoppen

voelen met ogen

wat jij doet om gezien te zijn.

 

Zo wil ik meer dan buitenkant

gezien zijn

en gelezen door jou  

Annelou Koens


GELOVEN  

Ik zal niet geloven

in hebben en houden,

in onmin en oorlog,

in gebalde vuisten.

Ik wil geloven

in geven en ontvangen,

in uitspraken en vergeven

in geopende handen.

 

Ik zal niet geloven

in muren, grenzen en rassen.

Ik wil geloven

in vrije landen,

open huizen,

gastvrije mensen,

in alle kleuren

van de regenboog.

 

Ik zal niet geloven

in eten en drinken

in leven in mij alleen.

Ik wil niet geloven

in eten en drinken,

leven in overvloed

voor al wie leeft

op deze aarde.


En dat  

zal hemel zijn

eindelijk het eerste onbewolkte

zien staan als de zonnebloem

met het gezicht naar de zon gekeerd

doordrenkt van licht in het stille centrum

gehouden terwijl de rondcirkelende planeten

gonzen van opperste vreugde

zien en weten

eindelijk geheel en al

gezien en gekend en niet weg draaien

nooit meer weg draaien


God ik ben niet hooghartig

ik kijk niet op anderen neer

 

beeld mij niet in dat ik groot ben

droom geen geweldige dromen

 

ik heb mijn verlangens getemd

mijn ziel is tot rust gekomen

 

als een kind dat gedronken heeft

en rust aan de borst van zijn moeder

 

een kind dat gedronken heeft

zo is mijn ziel in mij

 

alles verwachten van Hem

nu en in eeuwigheid


SPIEGEL  

De rabbijnen zeggen:

`God is een spiegel.

De spiegel verandert nooit,

maar ieder die erin kijkt,

ziet een ander gezicht.'


DONKER  

In een donkere nacht,

op een donkere steen,

een zwarte mier.

God ziet haar.  

Afrikaans spreekwoord


STILLE STEM  

Ik heb geen bijzondere openbaring

van Gods wil. Het is mijn vaste

overtuiging dat Hij zich dagelijks

aan ieder mens openbaart.

Maar wij sluiten onze oren voor die

stille stem.  

Mahatma Gandhi


OPA  

Opa keek vaak in onze tuin

naar de zeven sprietjes gras,

en daar zag opa dan een koe

die er helemaal niet was.

 

En later, in het ziekenhuis

kon hij verwonderd vragen

waarom ze toch de buitenmuur

uit zijn kamer hadden geslagen.

 

Voor opa was het doodgaan

dus niet zoiets als nacht;

het was de steeds grotere ruimte

die hij voor zichzelf had bedacht.  

Willem Wilmink


Het gebed van een timmerman  

`Vergeef me dat ik U schrijf.

Het is logisch dat U me niet kent.

Ik ben niemand, mijn naam is Pedro da Silva, timmerman,

getrouwd, ik heb een vrouw en vijf kinderen.

Ik werk in een timmerwerkplaats (en doe andere klusjes).

Ik ben ‚‚n van uw arme drommels. Vandaar dat mijn krachten

zijn uitgeput en ook mijn geduld.

Heer, wat moet vechten voor weinig eten.

Het zou goed zijn om opnieuw af te dalen en rond te kijken.

Ik heb weinig onderricht genoten, maar hoorde vertellen

dat U hetzelfde werk deed als ik, toen U nog jong was.

Ik weet niet wat U in die tijd verdiende,

maar ik weet wel dat het hier een groter wonder is

dan dat van brood en vissen, om iets op tafel te zetten

en uit te delen, zodat ieder voldoende kan eten.

Probeer het maar eens.

Kom opnieuw werken als timmerman hier

en leven van de opbrengst:

U zult bloed zweten, zoals eens in die hof.

Kom opnieuw preken en enkele waarheden zeggen,

zoals eens tegen de Farizeeërs.

Zeg opnieuw tegen de rijken, zoals van die kameel

door de naald. Maar kijk uit voor de gevolgen.

Als ze U niet opnieuw kruisigen, is het omdat

er andere manieren zijn om iemand de mond te snoeren.

Heer, kom ons helpen, opdat ze niet kunnen zeggen:

"zelfs jullie Christus kan geen oplossing brengen".

Van timmerman tot timmerman,

ik smeek om Uw komst en teken.

Uw nederige dienaar:  

Pedro da Silva'


Bij brood en wijn  

Eens, lang geleden, is de mens begonnen

met zaaien en maaien, met dorsen en malen,

en hij bakte het eerste brood,

om goed van te eten

en dan weer verder te gaan.

 

Eens, lang geleden, is de mens begonnen

met planten en sproeien, met plukken en persen,

en hij vulde de eerste beker met wijn,

om goed van te drinken

en dan weer verder te gaan.

 

Eens, lang geleden, is een mens begonnen

met zoeken en vinden, met geven en delen,

en hij nam het brood en de beker

en werd de eerste die zei:

brood met anderen gedeeld

en wijn voor anderen verschonken,

om mens van te worden

en dan weer met velen verder te gaan.

 

Eens, ooit, nog hoeveel eeuwen kan het duren,

zullen we leven, voorgoed en zonder angst,

van geven en ontvangen, van aanzien en beminnen,

en voor het eerst zullen wij weten,

dat liefde is gedeeld en leed vergeten,

dat de hemel de aarde is,

om zomaar eindeloos verder te gaan.


Een wereld zonder angst en pijn

waarin het goed zal zijn te leven,

waarin geen kwaad meer wordt bedreven,

en niemand meer bedroefd zal zijn

en niemand meer naar macht zal streven.

 

Een wereld zonder hongersnood,

waar vogels gouden liedjes kwelen,

waar nooit meer iemand vals zal spelen,

waar nooit een Ka‹n Abel doodt,

waar louter vreugde is te delen.

 

Een wereld zonder zucht naar geld,

zonder kazernes waar soldaten

geleerd wordt wie ze moeten haten,

een wereld zonder bruut geweld,

vol veiligheid in alle straten.

 

Een wereld zonder eenzaamheid,

waar geen gevaren zullen dreigen,

waar naamlozen hun naam herkrijgen,

een wereld waarin haat en nijd

voor eens en altijd zullen zwijgen.  

Jules de Corte


Nieuwe laarzen  

Waar de klappen vielen

stonden zij steeds vooraan

als je die een stok geeft

dan gaan ze er mee slaan

ze voelen zich belazerd

verliezen hun geduld

willen een simpel antwoord

en iemand voor de schuld

 

Ze zijn er weer

ze zijn er weer terug van weggeweest

nieuwe laarzen van een oude leest

botte leugens van een foute geest

nieuwe laarzen van een oude leest

 

of ze wonen in hun villa's

en ze hebben het daar goed

ze zien nooit een buitenlander

en ze vinden dat dát zo blijven moet

want als je gaat geloven

wat ze lezen in hun krant

zijn zij straks de vreemden

in hun eigen land

 

wat mensen wel eens denken dat

zeggen zij hardop

zien enkel wat ze willen zien

daar houdt hun wereld op

voor wat er was en komen gaat

doen zij hun ogen dicht

trappen naar beneden

wat toch al onder ligt  

De Dijk


Als ik aan m'n land denk, denk ik niet aan Holland

maar altijd aan het één of ander land

dat eig'lijk overal kan zijn

zolang er maar geen grenzen zijn

zodat ik ongestoord op weg kan zijn

naar een ander land

 

Want waar een vuur brandt vind ik

wel een huis

waar een boom bloeit daar herken ik

goeie aarde

waar een rivier is stroomt het water

met de zekerheid dat later

de open armen wachten van de zee

 

En waar een stad is is een mens om

van te houden

en waar een kerk is is een toren vol

met hoop

en waar een weg is om te gaan

weet ik dat ik niet stil moet staan

weet ik ik moet verder gaan

met het verlangen mee

 

Als ik van m'n land zing zing ik niet

van Holland

maar altijd van dat ene stukje grond

dat eig'lijk overal kan zijn

want waar twee armen open zijn

zal een liefdeslied m/n volkslied zijn

de liefde zelf m'n koning zijn

en een hart m'n vaderland  

Liselore Gerritsen


KERSTMIS

De wereldbol ligt uit het lood

en draait zich kreunend in 't slot

want elk conflict dreigt wereldgroot:

alles wat heel is, moet kapot.

 

Wat mooi was, klein was, waardevol,

dat ligt verpletterd aan de kant.

Want recht is krom; de nieuwe wet

is "hoofd om oog en land om tand".

 

Maar ergens in dit niemandsland

sluipt toch van struik naar struik

een paria, met Maria

en de belofte in haar buik.  

Hens Stel


VIER MEI  

Herdenken. Hoe was het ook weer?

E‚n minuut stilte of twee minuten.

Nou, en als die om zijn, wat dan???  

Jules de Corte


OPSTAAN ZAL  

Ik begrijp het nog steeds niet zo heel goed,

maar ik zie dat telkens opnieuw

er IETS is dat mij in beweging zet.  

Ik begrijp het niet, rijk burgervrouwtje

dat ik door geboorte ben, waarom ik dan opsta uit mijn luie stoel

en mij waag - ver - te ver - in de hoeken waar de klappen vallen  

en dan sta ik op en ik ga en ik ben en ik schrei 

  ik bid   en ik huil   ik vloek   en ik ben

ik waag mij ik kwets mij ik doe mij en ik heel

en heb lief   en dan zie ik mij staan

- maar STAAN - bij onrecht en de stille pijn

bij het onrecht dat gebeurt

aan het kind dat niet telt

  - echtscheiding is een

  grote-mensen-zaak maar

  zij zit er mee, aan de vrouw die telkens opnieuw

verkracht wordt

  - al 17 jaar of telt dat niet 

  verkrachting in het huwelijk aan de man die geen man is

  - zo zegt men

  want impotent en dus geen   man

  of homofiel en dus verkeerd  

en dan kan ik niet zwijgen

over het grote onrecht dat op de aarde huilt

oorlog-armoede-honger-rassendiscriminatie-

vluchtelingen-milieuvervuiling-vrouwenhaat

 

Waarom zwijg je niet,

domme vrouw

er is toch niets aan te doen

en je maakt de mensen hier

onrustig en bang.

ze hebben 't al moeilijk genoeg.  

Maar ik kan niet zwijgen

ik kan het echt niet

want ik heb een opstandig geloof.  

Ik geloof in de opstanding

      in de opstand

      in het opstaan

      in het breken en de brokken

 

is dit mijn IETS dat mij zo beweegt?

want kijk dat IS beweging

één groot bewegen van het LEVEN

uit alles - alles  

wat dood is   wat dodelijk is

wat dodend is.  

opstaan weg uit uitweg uittocht

naar:   bevrijding adem  levenskracht,  

Ik geloof er zo sterk in dat ik daardoor zelf beweeg

en niet blijf zitten.  

ik geloof dat het kan dat LEVEN zal zijn voor allen:

bevrijding uit alles wat doodt.

 

het grote IETS dat mij beweegt

heeft zich aan mij kenbaar gemaakt

ik herken het nu ik ken het

en het kent mij wij samen zullen opstaan

en doen opstaan met velen samen

ja en amen neen en verdomme

rust en onrust    

Lieve Bogaerts


Een spoor van twintig eeuwen

trok je door de tijd.

het spoor van jou in mij

is korter

maar draagt de tekenen

van zoveel mensen

die jou delen.  

W. Kamminga


Doop  

Met een natte vinger

wees de doper op je voorhoofd

en zei: Het is maar voor even

en de handdoek hangt er bij.

 

Hij wist veel, die doper,

maar toch echt niet alles.

Want het is voor levenslang

ondergaan en daaruit opstaan.

 

Onderweg leer je leven:

een vloed an tranen

en golven van vreugde,

kortom water bij de vleet.

 

Huilen, krijsen deed het kind

om die zeeën in de ogen,

en het vocht en worstelde

om heelhuids boven te komen.

 

Het had gelijk, een drenkeling,

een goede dopeling dat kind:

het voelde nattigheid,

een veelbelovend mens.  

N. Schuman


Twee minuten lente  

Ik wist niet de dat maan hier scheen

boven de naakte beukebomen

in de eerste dagen van april.

Nooit is een voorjaar zo gekomen,

zo plotseling, zo fel, zo pril:

er waarden ongekende geuren,

de kruin der bomen wiegde zacht,

de struiken, in de vroege nacht,

kregen een schijn van kleuren.

Het duurde slechts een paar minuten,

fluwelig vloog een uil voorbij,

een wind stak op, de regen viel

en al de voorjaarsattributen

lagen verregend in de klei.

Toen zag ik dat nog lichten brandden

aan vele vensters in de stad,

ik dacht: ik heb dit jaar mijn deel

aan zuiverheid en jeugd gehad,

maar twee minuten is niet veel.  

J.van Nijlen


De wind bestaat uit zeven soorten

water,  

De zee is een weerspiegeling van de wind

En helder in haar tijdeloze stilstand

Is de stilte de vlezige oorsprong

 

Van alles dat ontwijdend de aarde

bevolkt om te wijden

Of uit de liefde der wolken geboren wordt

En in de duisternis met snelheid sterft.

 

Van alles dat handelend uitvindt de

nieuwe omgeving der sterren

Of ook vergeet de kleine rivieren

der vriendschap

Naar de grote zee der bestemming.

 

Dit is de heilige wil van de stilte:

Alom met handen en voeten

aanwezig te zijn

Als lichtgevend water,

Als rustend zeil in het der zeeën

evenwicht,

Als witte wol aan het hart van de mens,

Het zwarte schaap der schepping.  

P. Snoek  


Ik heb hem gezien

hij was al driekwart dood

ik moest mijn hoofd afwenden

jullie hebben hem kreupel geslagen

en wie moet de schuld dragen?

Ik deed 't voor ons bestwil!

kon ik hem dit lijden maar besparen!

 

Christus, ik weet dat je me niet hoort

ik deed alleen wat hij wilde

ik zou m'n land ervoor verraden

nu zit ik met de moord op jou

ik heb onschuldig bloed vergoten

en word door modder en slijk gesleurd!

 

Hoe moet ik van hem houden?

hij raakte, maar waarom?

hij is een man, gewoon een man

hij is geen koning, hij is precies hetzelfde

als iedereen die ik ken

hij maakt me bang!

Als hij straks dood is

laat hij mij dan in vrede

houdt hij ook van mij?

Bekommert hij zich om mij?

 

Mijn geest is in duisternis

God, God ik ben ziek

ik ben gebruikt!

en U wist 't al lang God

waarom hebt U mij uitverkoren

voor Uw misdaad!

voor Uw lage bloedige misdaad!

U hebt me vermoord!


Het feestmaal  

Eens werd een feestmaal toebereid:

Sint Petrus was een eeuwigheid

al burger van het hemelrijk

waarin wel duizend jaar gelijk

één dag zijn maar ook omgekeerd:

én enkele dag wordt daar geëerd

en zo genoten met elkaar

als duurt hij minstens duizend jaar

nochtans dit keer een extra feest:

er was destijds veel zorg geweest

om Petrus (dat is evident)

voor ieder die de Schriften kent.

De dis kwam in een tel tot stand

met zoveel engelen bij de hand

zodat de Heer al binnentrad

er men het in de gaten had.

Verheugd begroetten zij elkaar:

"Dag Petrus, hier al duizend jaar?

Wat gaat de tijd toch razendsnel".

"Maar Heer, dat weet Gij zelf toch wel

U, die ook alle tijden schiep

toen gij het al in 't aanzijn riep;  

hoe goed, dat Gij gekomen zijt,

zet U in al uw heerlijkheid."  

Toch bleef de Heer nog even staan

en keek door 't altijd open raam  

dat uitziet op het lief en leed

dat in de Schriften wereld heet.  

"Help Mij eens, Petrus", zei de Heer,

"die man daar, wie is dat ook weer;  

die kromme rug, dat slepend been,

zo diep ellendig en alleen."  

"Mijn God", zei Petrus, "dat o Heer,

is Judas, op mijn woord van eer."  

Toen sprak de Heer: "Als dat zo is,

wacht dan nog even met de dis,  

houd hij zolang maar een sermoen:

Ik heb nog even iets te doen."  


Dat in de vloedgolf van de tijd

jouw stem ons bereikt,

in nietigheid en pracht

van jouw genade spreekt.

Bekrachtig jouw volk.

 

Dat jouw woord

ons trots gebergte schokt,

ons diepst gesteente

vuur ontlokt.

Bekrachtig jouw volk.

 

Dat de woestijn van ons gemis

om jou bewogen is,

wij tot in het hart ontschorst

opengaan voor jou.

Bekrachtig jouw volk.


Jij bent niets dan de lens in de lichtstroom

je kunt ontvangen, geven en bezitten -

zoals de lens het licht ontvangt,

geeft en bezit,

meer niet.

Licht zijn

of in het licht zijn,

zelf niets meer zijn,

zodat het licht geboren kan worden,

zelf niets meer zijn,

zodat het geconcentreerd en verspreid kan worden.  

                                   D. Hammarskjöld, Merkstenen  


Lied van de dwaze moeders  

Wij trekken rond Herodes'huis,

de koning van de beulen

Hij hoort en ziet maar geeft slechts

voor alwie met hem heulen

 

Waar is mijn kind, waar schuilt mijn man,

waar zijn ze toch gebleven?

Herodes lacht, hij weet ervan

hij zelf heeft hen verdreven

 

Zal ooit die dwaze moederklacht

de ware wijsheid heten?

Zal ooit Herodes' man en macht

op aarde zijn vegeten?  

J. v. Opbergen


Toen wel wij tweeën bestonden,

maar woest en verlaten,

onze monden nog niet geraakt

door woorden en kussen van elkaar,

 

toen heeft uw adem ons aangeraakt

en aan elkaar gesmeed als man en vrouw.

Geef dat die liefde bloeien mag,

omdat wij ons leven op u hebben gebouwd.

 

Wij zijn als klei in uw handen, God,

want zonder liefde beginnen wij niets.

Houd ons dan bij elkaar in lief en leed

en maak ons open voor ieder ander.

 

Aan onze ouders denken wij, dankbaar:

geef ze het geluk dat ze verdienen,

dat ze in ons altijd blijven herkennen

de kinderen die zij hebben opgevoed.

 

Aan onze vrienden denken wij:

dat ze bij ons een open huis vinden,

een hand van vriendschap zoals uw hand

die mensen samenbrengt in vrede.

 

Aan ons werk denken wij:

dat wij daar van mens tot mens

vrede en welzijn mogen brengen.

 

Voor uw kerk bidden wij:

dat mensen er in woord en gebed,

in lied en werk

uw woord vinden bij elkaar.

 

Voor heel deze wereld bidden wij,

dat er vrede mag zijn, overal,

dat mensen en volken geen dikke muren,

maar open poorten bouwen voor elkaar.


Vrede, geluk, vreugde en toekomst