|
|
Op een morgen
glinsteren de grashalmen vol
dauwdruppels: de bomen leken
wel kristallen luchters; de bloemen
parelden in 't zonlicht. Samen riepen ze
tot de zon: 'Hoe groot en
verheven is uw hoogheid, o Zon! Van u hang af
het lot van ons allen'. De zon
knipoogde naar de flonkerende boom, de parelende
bloemen en de grashalmen en zei: 'Jullie hebben
gelijk. Mijn invloed is groot. Maar vergeet
niet hoe moeilijk 't voor mij is, alles juist te
zien en te beoordelen. Ik zie van
alles alleen de zonzijde; de schaduwzijde
van al wat bestaat, blijft mij
verborgen'. Ik zocht naar
de liefde in een rode roos ik zocht naar
de liefde in een groene boom maar de roos
die had doornen en de boom bleek een kruis het werd een
mislukking, ik was nergens thuis. Maar de liefde
hield mij gevangen. Ik zocht naar
de liefde in een vriendelijk gezicht ik zocht naar
de liefde als in een gedicht maar mensen
vertelden, wij zoeken het ook en veel mooie
woorden gingen op als in rook. Toen kwamen
verhalen die ik nooit had gehoord van God die
Zijn zoon gaf, Hij hield aan Zijn woord, Hij wilde mij
redden en maakte me vrij Hij vult mijn
verlangen, nu hoor ik erbij. Want Zijn
liefde maakt me vrij. Als het donker
wordt gaan veel mensen verloren als het donker
wordt zijn de tranen te horen dit stil
verdriet verbroken lied dissonant als
in een tekst zonder woorden. Tijd staat even
stil, maar de uren verstrijken tijd staat even
stil zonder verder te kijken ik ben alleen
zoek om me heen naar een
lichtpunt op mijn pad levensadem. Nieuwe hoop
breekt aan, ik wil U verstaan U bent onze
kracht, die de pijn verzacht, neem mij mee. Nu ik U herken
voel ik rust en vertrouwen nu ik U herken
wil ik verder gaan bouwen na ieder dal ja
overal loopt U mee en
duwt mij voort zonder vragen. Mijn God, soms
maakt het leven me zo bang. Soms voel ik me
zo nameloos alleen... Er is geen mens
bij wie ik schuilen kan. Mijn God, het
is zo donker om me heen! Is dat uw stem
Heer, die ik hoor? "Vrees
niet, ik ging dit zelfde leven door! en in het
duister der verlatenheid doorleed ik ook
jouw eenzaamheid!' Maar Heer, het
leven maakt mij soms zo moe, zo eind'loos
moe, dan kan ik haast niet meer. Wat is de zin
van alles wat ik doe? Ik weet het
niet, ik ben zo bang o Heer! Is dat Uw sten
Heer, die ik hoor? "Vrees
niet, ik draag je zelf het leven door, de raadsels zul
je straks verstaan. Kom nu mijn
kind, achter Mij aan!' Maar Heer, die
donk're oorlogsdreiging dan? De angst
benauwt me keer op keer. En om de
kinderen ben ik zo bang, hun toekomst is
zo angstig donker Heer! Is dit Uw stem
Heer, die ik hoor? "Wees maar
niet bang, Ik ga toch voor? in elke pijn,
in elk verdriet ben ik erbij,
heus, vrees maar niet!" Maar Heer, mijn
zwarte zonden dan? Zo vaak heb ik
U pijn gedaan... Ja Heer,
daarvoor ben ik het meeste bang dat ik eens oog
in oog met U zal staan. Maar 't is Uw
stem Heer, die ik hoor: "Mijn
kind, daar stierf Ik immers voor! Kom toch mijn
kind, achter mij aan, want al je
schuld is weggedaan!" "Kom dan
mijn kind, hier is Mijn hand, Ik leid je naar
het Vaderland!" Dien de Haan kan als een
druppel water zijn die een bloem
de kracht geeft zich weer op te
richten Een beetje
liefde kan een mens
genezen! Een mens
genezen is hem helpen de verloren
moed terug te vinden Maar dan door
je mond zal de liefde
spreken door de
zachtheid van je handen de tederheid
van je gelaat en de aandacht
van je hart! Voor
allen Heer, die eenzaam zijn, Voor allen die
U zijn vergeten, Voor allen die
zichzelf zo klein, zo hooploos
onbelangrijk weten, Voor ieder die
geen blijdschap kent, Voor elk, die
onder druk moet leven, Voor ieder, wie
Gij ‚‚n talent, Geen tien
talenten hebt gegeven, Voor allen, die
met scherpe tong, De ander
ondoordacht bezeren, Voor ieder, die
in lang niet zong, Voor elk, die
't liefste moet ontberen, Maar ook voor
allen, die zich rijk beschouwen, op
zichzelf vertrouwen, Voor allen, die
een sterke dijk van baat rondom
hun harten bouwen.... Voor allen bid
ik U, o Heer, Vooral voor
hen, die zelf niet vragen; En ook mijzelf
bid ik steeds meer of 'k blij en
dapper 't kruis mag dragen. zullen ze ons
hebben verminkt. Nu moet het
gebeuren, zeg aan
iedereen dat het nu moet
gebeuren. Zonder handen: hoe zouden we
morgen slaan? Zonder tong: hoe zouden we
morgen schreeuwen? Nu moet het
gebeuren, niet morgen,
nee! zeg aan
iedereen dat het nu moet
gebeuren. Niet morgen,
nee: nu nu. Alfonso
Murriagui Geloven dat wij niet
alleen zijn hier niet verloren,
zonder uitzicht. Want wie
luistert naar de stilte weet de weg. Gehoorzaam tot
het uiterste het donker in
gaan en het niets de leegte
aanzien, het verdriet, je overgeven
aan wat komt... en dragende
armen zijn onder je God krijgt
gezicht Hoe beter je naar buiten
kijkt, hoe meer je van binnen ziet. Hoe stiller je naar buiten
luistert, hoe meer je van binnen
hoort. Hoe eerbiediger
je met buiten
omgaat, hoe hartelijker je van binnen
wordt Peer Verhoeven Kom tot jezelf Luister naar de
stilte je weet niet
wat je hoort; zoek de leegte je weet niet
wat je ziet. Haal niet
binnen alwat je halen
kunt; schraap de
aarde niet kaal uit alle
macht; je houdt niets
over: Laat je niet op sleeptouw
nemen; laat je door niemand
overschreeuwen; ontloop jezelf
niet. Zouden bloemen
weten hoe mooi ze
zijn en hoeveel ze
ons te zeggen
hebben? Zouden bomen
weten van hun takken
en tooi en van het nest in hun kruin? Zouden vogels
hun lied en zingen
horen en beseffen wie
ze er mee
plezieren? Zou de aarde
voelen dat al wat
bestaat uit en van haar
leeft, dat zij moeder
is? Zouden de
mensen niet moeten
weten dat ze samen
een van hart en
ziel zijn en in dood en
leven gekend gedragen
worden door de liefde? Peer Verhoeven Elke dag is een
uitnodiging om goed te zijn
voor jezelf om jezelf te
bouwen. Elke dag is een
uitnodiging om jezelf te
oefenen in waardering
voor dit leven, in waardering
voor je kunnen. Elke dag is een
uitnodiging om je te
verwonderen over zoveel
goeds in anderen, over zoveel
verlangen naar liefde. Elke dag is een
uitnodiging om tijd te
nemen voor zorg, om aandachtig
te leven. Elke dag is een
uitnodiging om elkaar te
bemoedigen, om te bouwen
aan een wereld van liefde Marinus van den
Berg en het is goed. Licht om wat groeit en
bloeit met kleur te
zien spelen; donker om aan de hemel sterren te zien
flonkeren. Leef en bid met dag en
nacht mee. Er is zomer, er
is winter en het is goed. Zomer om naar
buiten en op pad te
gaan; winter om met alles om je
heen op adem, tot
rust te komen. Leef en bid met de
seizoenen mee. Er is spreken,
er is zwijgen en het is goed. Spreken om te zeggen
waarvan hart en hoofd
vol zijn; zwijgen om te beleven wat geen woord
zeggen kan. Leef en bid met alle leven
mee. Woorden die
vonken. Vlammen,
verwarmen, woorden die
zingen, strelen,
omarmen. Woorden van
vrede, vrijheid,
genade, woorden die
helen, voeden en laven. Woorden voor
mensen, mensen tot
zegen, woorden vol
toekomst, taal van
Godswege. Eenmaal
gsproken, teder en hevig, taal van een
minnaar, woorden voor
eeuwig. Hans Bouma Dat je
vertrouwen ondervindt op de weg die
voor je ligt, dat je open
staat voor alle door
God gezonden signalen, en dat je
altijd zult weten dat Gods vrede
zeer nabij is. Want God zegt: Ik ben voor
jullie om je de weg te
wijzen. Ik ben naast je om je voor
gevaren te behoeden en je in mijn
armen te sluiten. Ik ben onder
jullie om je op te
richten als je valt en
blijft liggen. Ik ben in
jullie om je met
vreugde te vervullen. En ik ben over
je om je te zegenen. HET VERLOREN
SCHAAP ZINGT ZIJN PSALM Was ik een
schaap, was hij mijn
herder. Was ik een
schaap, bracht hij mij
verder. Hij wist waar
groen grasland was en fris helder
water. Als ik weg
wilde lopen gaf hij mij een
tik met zijn stok. En was ik zoek, ging hij mij
zoeken. Was ik stom ging ik
verdwalen, hij keerde om om mij te halen. Ik was niet
bang want hij was
bij mij. Al moesten we
langs smalle enge
paden, ik durfde best, want leeuwen en
wolven jaagt hij de
stuipen op het lijf. Wie kwaad wil
doen die lacht hij
vierkant uit. Ik voelde mij
goed, kon op hem
bouwen. Ik kreeg weer
moed, had weer
vertrouwen. Hij moedigt mij
aan, en maakt mij
dapper. Met hem erbij
lukt het mij alle dagen van
het leven. Was ik een
schaap dan wist ik het
wel. Naar
vriendschap zulk een mateloos verlangen Ik wil zo graag
eens weten wat jou boeit Ik weet niet
waar ik jouw aandacht mee kan vangen Of waar jouw
hart, verstand en ziel voor gloeit Je kunt toch
soms zo opgesloten kijken Zit je dan vast
of voel je je alleen? Ik weet dan
niet hoe ik je kan bereiken Vliegt er dan
ook van alles door je heen Naar
vriendschap zulk een mateloos verlangen O lieve God,
hoe kom ik dichterbij Ik kan je niet
zo volgen op je gangen Kom ik bij jou,
dan ga je weer opzij Hoe zou ik toch
daar doorheen willen breken Wat is het
waard dat jou het meeste zegt Ik heb het al
van elke kant bekeken En merk steeds
meer ik raak aan je gehecht Naar
vriendschap zulk een mateloos verlangen Het liefst wil
ik dat je open bloeit Dat er een
gloed komt op je beide wangen En dat je naar
het Grote licht toegroeit Els Kolleman Ik zie de hemel
open gaan, de aarde in het
licht van mensen die
elkaar zien staan. Gods eigen
aangezicht. Ik zie de
wereld omgekeerd, het laagste
bovenaan, het ongeziene
in het licht, uit niets
groeit Gods bestaan. Ik zie het lang
beloofde land waar alles
wordt gedeeld, van grond tot
licht, van steen tot
brood wij zijn Gods
evenbeeld. Ik zie een stad
van puur kristal, De leugens zijn
voorbij. Wij leven in
doorzichtigheid, Gods waarheid
leven wij, Ik zie de aarde
vol sjaloom, de ongeest
weggeleefd! Ontmaskerd
staan wij voor elkaar, en zie, de
vrede leeft. Jan van
Opbergen God heeft vast en zeker heel veel oren om de woorden en de taal van alle mensen te kunnen horen. Tel de oren van
iedereen die leeft en je weet hoeveel oren God heeft. Marcel Zagers Tot niets
verplichtende dromerijen,
mijmeringen, fantasieën,
met de rug in het gras - dat is geen
kunst. Dromen hebben, uitzicht zien
en visioen hoog houden
terwijl je rechtop in de werkelijkheid
staat, dat is een kunst. Jan Ruyter Er was eens een
bloem die, niemand weet waarom, opschoot tussen
de stenen. Er kwam een man
voorbij. Hij bewonderde de schoonheid van de bloem,
dankte God voor haar en ging verder. Die nacht stak
er een storm op en de bloem stierf. Er was eens een
bloem die, niemand weet waarom, opschoot tussen
de stenen. Er kwam een
vrouw voorbij. Ze bewonderde de schoonheid van
de bloem en dacht: ik zal haar mee naar huis nemen
zodat iedereen haar kan bewonderen. Een week later
verlepte de bloem. Er was eens een
bloem die, niemand weet waarom, opschoot tussen
de stenen. Er kwam een
kind voorbij dat zich met de bloem vereenzelvigde:
eenzaam geïsoleerd, zonder iemand op de wereld.
Het kind besloot voor de bloem te zorgen, bracht grond en
water en de volgende dag wat mest. En deze bloem
veranderde in een tuin. Hector Frisotti Zie de dag van
vandaag, God geeft hem
aan jou, hij is voor jou, zie hem in Hem. De dag van
morgen is voor God, hij is niet van
jou. Draag de zorg
van vandaag niet over op morgen. Morgen is voor
God: geef hem aan Hem. Dit ongeluk is
een broos bruggetje: als je belast
met het gemis van gisteren en met de zorg
voor morgen, bezwijkt het
bruggetje en verlies je je draagvlak. Het verleden?
God vergeeft je dat. De toekomst?
God geeft je die. Zie de dag van
vandaag in
verbondenheid met Hem. opdat je met je
nieuwe ogen ons nog liever
zou mogen zien dan je in dit
leven ooit hebt gedaan. Ik zegen je
vorige oren opdat je met je
nieuwe oren nog beter zou
verstaan dat je in dit
leven ooit hebt gedaan. Ik zegen je
vorige mond opdat je met je
nieuwe mond ons er nog
liever mee zou mogen toespreken en
toelachen dan je in dit
leven ooit hebt gedaan. Ik zegen je
vorige handen opdat je met je
nieuwe handen ons nog
tederder zou mogen strelen en omhelzen dan je in dit
leven ooit hebt gedaan. Ik zegen je
vorige voeten opdat wanneer ook
onze tijd gekomen is om door de dood
heen te gaan je er ons mee
tegemoet mag komen stralender en
gelukkiger dan je ooit in
dit leven hebt mogen zijn. jij kwam tot
mij als uit een ver
verleden toen treinen
nog op stoom en kolen reden jij kwam tot
mij als uit een ver
verleden toen paus en
bisschoppen nog veel gezag
bekleedden jij kwam tot
mij als uit een ver
verleden toen studie nog
bijzonder was en professoren
schreden maar op de
avond voor je dood verscheen jij
in het heden; de tijd ontdaan
van ballast stond nu in
schril contrast met alle leven
in verleden op dat moment zag ik het
diepste van je wezen in vrede met de
dood had het leven
niets te vrezen zo werden wij
tot slot bekenden Ik vroeg om
kracht en God gaf me
moeilijkheden om me sterk te
maken. Ik vroeg om
wijsheid en God gaf me
problemen om te leren
oplossen. Ik vroeg om
voorspoed en God gaf me
verstand en spierkracht om
mee te werken. Ik vroeg om
moed en God gaf me
gevaren om te
overwinnen. Ik vroeg om
liefde en God gaf me
mensen om te helpen. Ik ontving
niets van wat ik vroeg Ik ontving
alles wat ik nodig had. Je leeft je
eigen leven wat zij er ook
van vindt, je bent allang
geen kind meer al blijf je ook
haar kind. Je wilt erover
praten maar niet op
haar manier je zult haar
best verdriet doen maar niet voor
je plezier. Wat moet je nog
met haar en met haar ouderlijk gezag? En dan opeens
dan is ie er, die dag De dag waarop
je moeder sterft, de dag die al
je dagen van dan af aan
wat grijzer verft al hou je niks
te klagen.: je hebt je
goeie vrienden nog die staan je
ook dichtbij, en als je soms
een minnaar zoekt dan staan ze in
de rij. Maar niemand
zal meer weten hoe je met je pop kon spelen en niemand zal
nog ooit je vroegste vroeger met je delen. De dag waarna je nooit meer kwetsbaar we |