liturgie18
Start Omhoog

                 



Het lied van de vredestichters  

God laat ons volop leven,

wij komen aan het licht,

Hij heelt wat heilloos is,

Hij is een God van vrede.

Wij mogen vrolijk vieren

een onbedreigd bestaan,

God heeft tenietgedaan

de afstand die wij schiepen.

 

God roept ons tot de orde

van zijn barmhartigheid,

wie eenmaal is bevrijd

zal vredestichter worden.

Verzoenend en genezend

doen wij gerechtigheid,

wij werken wereldwijd

aan ongebroken leven.

 

Zalig wie Jezus volgen,

de grote vredevorst,

Hij toont het hart van God,

Hij is voor ons gestorven.

Zoeken wij offervaardig

de vrede die Hij vraagt,

een vrede als een zwaard,

het heil voor heel de aarde.


Gij zijt onze God  

In een wereld waar alles mogelijk is

maar geen geluk, geen vrede, geen recht,

in een wereld bijna onbewoonbaar,  

waar de lucht zwart is van angst,

het water ziek van tranen,

onrecht kleeft aan alles wat wij doen,  

in een wereld waar mensen geen mensen zijn,

dieren geen dieren, bomen geen bomen,

hopen wij o God op uw verlossend Woord,  

Gij lijdt aan deze wereld,

ons verdriet is uw verdriet,

onze eenzaamheid is uw eenzaamheid,  

God, groter dan ons hart is uw hart,

groter dan onze smart is uw smart -

Gij zijt onze God.


Het lied van Gods naam  

God heeft zijn naam gezegd -

Ik zal er zijn voor jou -

Hij gaat met je op weg,

Hij blijft je eeuwig trouw.

 

Geloof Hem op zijn woord,

Hij zet zich voor je in,

Hij trek je in zijn spoor,

bemint je als een kind.

 

God heeft zijn naam gezegd,

wij weten wie Hij is,

je komt weer tot je recht,

Hij maakt geschiedenis.

 

Een bondgenoot is God

voor wie geen leven heeft,

Hij zal er zijn voor ons

als deernis ons beweegt,

 

De schepping is in nood,

God brengt ons aan het licht,

Hij stelt op ons zijn hoop,

zalig wie vrede sticht.

 

God heeft zijn naam gezegd,

wij nemen hem ter hand,

wij gaan met God op weg,

Hij staat aan onze kant.

Met de kracht van Jezus

 

Met de kracht van Jezus

gaat Gods Woord door de wereld,

niet ledig keert hij terug,

 

het woord is vlees geworden,

man van smarten,

wie hoorde zijn stem,

 

man aan het kruis,

het Woord werd vertrapt,

alles sloeg dicht,

 

Hij stond op uit de doden,

doorbrak de stilte,

keerde terug,

 

niet ledig,

zinloos,

onverrichterzake,

 

met de kracht van Jezus

gaat Gods Woord door de wereld,

de schepping raakt in bloei.


Ontferm U over ons  

Omdat Gij het uiterste van ons verwacht,

omdat Gij op ons hoopt, in ons gelooft,

wilt bouwen op ons, bidden wij U  

Heer ontferm U over ons

 

omdat wij zouden heersen over uw schepping,

gestalte zouden geven aan uw zeggenschap,

omdat wij uw beeld zouden zijn, bidden wij U  

Heer onferm U over ons

 

omdat Gij bondgenoten in ons wilt zien,

medestrijders voor vrede en recht,

kinderen van U, bidden wij U  

Heer ontferm U over ons

 

omdat wij elkaar recht hebben te doen,

omdat wij een naaste moeten zijn, de minste,

mensen nederig en offervaardig, bidden wij U  

Heer ontferm U over ons

 

Omdat deze wereld onze wereld is,

omdat ons hart overal in klopt,

bidden wij U  

Heer ontferm U over ons

 

omdat Gij onze beweegredenen kent,

omdat Gij weet wat niemand weet,

bidden wij U  

Heer ontferm U over ons


Het lied van het aloude geloof  

Belijden wij met hart en mond

de trouwe God van het verbond,

prijzen wij onze Vader!

Hij schiep ons mensen naar zijn beeld,

hemel en aarde, al wat leeft,

Hij schiep het en Hij draagt het.

God stelt in ons geluk zijn eer,

Jezus zijn Zoon is onze Heer,

de naam waarin wij leven.

God riep Hem uit een vrouwenschoot,

Hij is ons vlees, een mensenzoon,

Hij brengt ons heil en vrede.

 

Hij deelt ons menselijk bestaan,

ten dode toe met ons begaan,

Hij sterft aan onze zonden.

Hij overwint de duisternis,

baanbrekend treedt Hij aan het licht,

ons roept Hij om te volgen.

Hemelhoog richt de Heer zich op,

vorstelijk troont Hij naast zijn God,

heilzaam en hartverwarmend.

Eenmaal spreekt Hij het laatste woord,

vrede zal bloeien ongestoord,

zalig wie Hem verwachten.

 

De Geest van God brengt leven voort,

Hij gaat de ganse schepping door,

Gods Geest is mededeelzaam.

Hij brengt ons bij de Heer terecht,

Hij bindt ons aan de ene kerk,

sticht liefde en gemeenschap.

Hij heeft het groot geheim onthuld,

wij sterven niet aan onze schuld,

de zonden zijn vergeven.

God redt ons uit de diepste dood,

Hij is de trouwe bondgenoot,

voorgoed zullen wij leven.


Licht in onze ogen

dagelijkse zon

uitzicht veelbelovend

glimlach om Gods mond

 

vrijheid van beweging

richting die wij gaan

ruimte om te leven

zin van ons bestaan

 

brood op onze tafel

herder die ons hoedt

bron van levend water

land van overvloed

 

hart van deze aarde

dak boven ons hoofd

blijk van Gods genade

broeder, huisgenoot

 

vrede allerwegen

kracht die ons vervult

hand van God die zegent

Jezus ons geluk.


Maak ons ontvankelijk  

O God ons leven

is zo ver en donker,

zo vreemd en vijandig,

 

ons bestaan is zo gesloten,

weerbarstig,

steenachtige bodem,

 

uw Woord

komt zo onverwacht,

is zo ongehoord,

 

weerspreekt zo

alles wat wij doen en laten,

zeggen en zwijgen _

 

uw stem dringt nooit tot ons door

als Gij zelf niet baanbrekend

door ons midden gaat,

 

wij roepen om uw Geest,

laat Hij onze harten omploegen,

ons herscheppen tot goede aarde,

 

maak ons ontvankelijk,

ruimschoots,

opdat uw Woord vrucht draagt.


Het lied van Gods nabijheid  

O God Gij zijt zo ver zo vreemd,

geef ons een teken dat Gij leeft,

wij roepen zingen maar Gij zwijgt,

geen blijk van uw aanwezigheid.

 

Zijt Gij het beuken van de wind,

verterend vuur, een siddering,

de aarde beeft van woest geweld,

als bomen zijn wij neergeveld.

 

Gij zijt aan soms voorbijgegaan,

Gij zijt verborgen in uw naam,

wij smeken U: wees ons nabij,

bewaar ons voor de eenzaamheid.

 

Wij prijzen uw barmhartigheid,

geen storm geen vuur geen schok zijt Gij,

het dodelijk rumoer verstomt

nu Gij in stilte tot ons komt.

 

Gij geeft uw naam ons te verstaan,

Gij raakt ons met uw adem aan,

o trouwe God van het verbond,

Gij legt uw woord in onze mond.


De hemel op handen  

Nu zal Hij komen

is het hoge Woord

gevallen als een zaad

is aanstaande als vlees

 

lopen de tijden

reikhalsend te hoop

komt de schepping

als een bruid aan het licht

 

Gij Zoon onuitsprekelijk

hoe komt Gij ter sprake

door de keel van een vrouw  

wordt Gij God

uit het hart gegrepen  

nu is de hemel op handen

wij mensen zullen U dragen  

onze dromen komen uit

als een schoot.


Een mens onder de mensen  

Een mens onder ons

hou je hart vast

berg je wie is hij  

Vreemdeling

ongehoorde

overkant  

zijn stem snijdt

storm die tegen je optornt

mes op je keel  

hij gaat zijn gang

onweerstaanbaar

lopend vuur  

zijn vlammen

slaan ons uit

je zult aan hem geloven  

dodelijk zwijgt hij

onruststoker

spelbreker black-out  

dodelijk spreekt hij

geen woord blijft heel

scheuren in de taal  

we gaan er aan

wie houdt hem uit

woord werd vlees  

ploegt ons om

hemel op je dak

god onder je leden  

een mens onder ons

mens van mijn mens

hij doet maar  

breekt mijn brood

deelt mijn adem

bloedverwant  

kroop in mijn huid

bewoont mij als een huis

tijdgenoot mijn schaduw  

ging op ons in

zo diep als de schoot

van een vrouw  

ik ken hem niet

de mens - verdwijn

ik sterf aan hem  

o vreemdeling

mij te machtig

ik zeg u duivel

ban hem uit

verlos mij

geen leven zo  

mens onder mensen

wie ben je

waar  blijf je nu -  

strootje in het vuur

pluisje in de storm

je verteert jezelf  

man van smarten

geslagene

onmogelijke  

nowhere man

je gaat in ons onder

je verdrinkt in mij  

ik ben je honger

je dorst je ziekte

o je sterft aan mij

je ging mijn gang

dood loop je

je breekt op mijn hart  

mijn spel gespeeld

jezelf verloren

vlees van mijn vlees  

been van mijn gebeente

huis stort in

grond zakt weg  

zo onze manieren

ons lijf is je graf

sterf jij onze dood -  

vreemdeling

sta je op

aardediep hemelhoog  

o ontferm je

berg je

hou mijn hart vast  

je noemt mijn naam

lijft mij in

zo jouw manieren  

vlees van jouw vlees

brood van je lichaam

rank aan je wijnstok  

je zit bij me aan tafel

dak boven mijn hoofd

grond onder mijn voeten  

o broeder huisgenoot

licht in mijn ogen

lucht in mijn longen  

lach in mijn mond

je bent mijn heer

leven van mijn leven  

ga ik jouw gang

volg ik je na

vreemdeling  

mens onder mensen

zoon van je god

broeder wij delen  

in je geluk

in je god

onze vader

vrede op aarde  


EEN ZAAIER GING UIT

Zondagslied voor de gelijkenis van de zaaier  

Een zaaier ging uit om te zaaien,

hij zaaide zo wijd als de wind,

zo wijd als de winden waaien

waar niemand een spoor van vindt.

 

Een deel van het zaad ging verloren,

een deel van het zaad werd graan,

maar niemand weet van te voren

de weg die het zaad zal gaan.

 

Het wordt op de wegen vertreden,

het valt in een vruchteloos graf,

het sterft aan de doornen beneden,

de vogels van boven af.

 

De lage, de hoge gevaren

bedreigen het kiemende graan,

maar soms kan het openbaren

de zin van het aardse bestaan.

 

Er is geen verwachting van leven,

tenzij in de dood van het zaad,

wij moeten de aarde vergeven

dat zij ons sterven laat.

 

O Zaaier, ga uit om te zaaien

de kiem waaruit leven ontstond,

zo wijd als de winden waaien

en maak ons tot moedergrond!  

Guillaume van der Graft


Al zwijgen de mensen

de bergen zwijgen niet

zij tonen ons het rotsvast geheim

dat er een grond van leven moet zijn

zij bewaren voor ons het oergeheim

dat wij in God geborgen zijn.

 

Al zwijgen de mensen

de bomen zwijgen niet

zij zingen ons het kwetsbaar geheim

dat er een kracht tot leven moet zijn.

 

Al zwijgen de mensen

de vogels zwijgen niet

zij zingen ons het kwetsbaar geheim

dat er adem tot leven moet zijn.

 

Al zwijgen de mensen

de wateren zwijgen niet

zij tonen ons 't verfrissend geheim

dat er een bron van leven moet zijn.

 

Al zwijgen de mensen

de dieren zwijgen niet

zij leren ons het veilig geheim

dat er behoud van leven moet zijn.

 

Al zwijgen de mensen

de kinderen zwijgen niet

zij dromen ons het eeuwig geheim

dat ons leven een wonder moet zijn.  

H. Jongerius


De Geest wil mensen inspireren

en reinigen van alle schijn

met eindeloos geduld hen leren

getuigend kind van God te zijn.

 

De Geest wil mensen troostend leiden

uit klamme schaduwen van dood,

ook hen van alle pijn bevrijden

en voeden met het hemels brood.

 

De Geest zal mensen nooit beschamen,

reikt kleingelovigen de hand,

doorgrondt het hart, roept hen bij name,

geleidt hen naar het Beloofde land.

 

De Geest leert mensen te verwachten,

Hij daalde neer en geeft hen hoop,

onttroont de angsten, boze machten,

Zijn trouw bezegeld door de doop.

 

De Geest wil mensen samenbinden,

van alle ras, en taal en tijd,

hen helpen elkaar terug te vinden,

door grenzen heen en wereldwijd.

 

De Geest leert mensen te aanvaarden,

bereidt een weg, bemoedigt hen,

behoedt de kerk, bewaart de aarde,

dat ik, Heer, zo de Geest herken.  

Jan Mobach


Lied om de mensenzoon  

Nacht is om de huizen heen,

dood is in de bomen,

straat is uitgestorven steen,

aarde moederziel alleen,

tot er licht zal komen

van al zo hoge.

 

Hemelen en aarde slaan

dicht in vrees en dromen,

korte dagen breken aan,

niet te zijn, zijn zon en maan,

tot er licht zal komen

van al zo hoge.

 

Wacht maar op de morgenster

met drie gouden kronen,

en al staat hij heinde en ver,

twintig eeuwen hopen er

tot het licht zal komen,

van al zo hoge.

 

Niemand heeft genoeg aan brood,

want je leeft van woorden,

zij gaan verder dan de dood

en ze zijn de stille hoop

dat hij wordt geboren

als nooit tevoren.  

Jan Duin  


Zo was die man  

Zo was die man, zijn naam ben ik vergeten,

maar wat waar is moet worden gezegd,

zevenmaal heeft hij in de bajes gezeten

en toen hij doodging heeft niemand hem afgelegd.

 

Zijn moeder was een hoer, moest ik later horen,

en zijn vader heeft hij nimmer gekend,

en de eerste liefde die hij ontving, was van een gore

schlemiel, die hem opnam in zijn band.

 

Wie meer wil weten moet gaan naar de rechtbank,

want daar staat het in geuren en kleuren vermeld,

zevenmaal heeft hij in de bajes gezeten,

en de achtste maal zat hij tussen twee bumpers bekneld.

 

Toen was hij dood - maar één van zijn vrinden

heeft op zijn graf deze woorden gezeid:

dat hun makker altijd 'Ons-lief-Heertje' beminde

en nu vrij was tot in eeuwigheid.

 

En niemand kan zeggen: dit is een leugen,

want niemand van ons heeft naast hem gestaan

en het hemelrijk is voor hen, die niet deugen

en voor zondaars is Christus doodgegaan.

 

En zo gij die man hebt veracht in dit leven,

vreest niet, als ge hem hierboven ontmoet,

want de dief en de burger zijn er om 't even:

twee zwarten gereinigd door hetzelfde bloed.  

H.M. van Randwijk  


Vader en zoon  

Vader. Waarom als iemand dat woord zegt

kijk ik nog steeds vooruit, niet achter mij?

ben ik niet, zoek ik? Het is toch voorbij?

jij bent toch in de regen weggelegd?

 

Wat verwacht ik dan: je hand op mijn hoofd?

Waar zou ik moeten komen? ben je daar

nog wel, warm woord? Of hebben ze je naar

het huis gebracht waarin je hebt geloofd?

 

Als ik het hoor is het of ik zelf riep.

Ik moet al antwoord geven en ik ken

nauwelijks de vraag die ik nog altijd ben.

 

Ja, zeg ik en kijk om. De nacht is diep.

Ik weet opeens waarvoor je hebt geleefd:

ik draag de naam van wie de dood doorgeeft.

Michel van der Plas


Kerstmis  

De morgen is nog onberoerd van woorden,

de dag is vreemd en nieuw.

En toch,

de echo van een glimlach

dwingt tot herbeginnen,

 

al ben ik onvoldaan van binnen

en moet ik gauw bekennen

dat ik de taal niet ken

van het Kind

dat ik onmachtig ben.

 

Maar als er handen zijn

die blindweg mij geleiden,

misschien een woord,

een teken, lang verwacht,

dat plots de leegte vult,

 

beken ik graag mijn schuld;

ik dwaalde ziende blind.

De weg werd lang bereid

vóór eeuwen, door het Kind.

Ik krijg de dag

om anderen te beminnen.

Gelukkig, Heer,

mogen wij telkens herbeginnen.

  Christina Quirlande


Geluk is uitgerust wakker worden

Diep ademen voor het open raam

Geluk is voelen, dat je een mens bent;

Leven en handelen onder eigen naam.

 

Geluk is zien, dat de wasbloem vol knop zit,

Kamperfoelie, die geurt na een onweersbui.

Geluk is iets te maken voor de mens, die je lief hebt,

Twee wollen sokken of een lichtblauwe trui.

 

Geluk is een hand, die zegt zonder woorden:

'Ik ben er nu - op dit uur voor jou".

Geluk is geen artikel, dat je ergens kunt kopen

Of ervan hopen: misschien geeft iemand het mij.

Geluk ben je zelf met al je talenten

Met je liefde, voor wat je aanraakt met je lichaam of geest.

 

Geluk is je gaafheid, je oprechtheid en je trouw,

Waarvan de ander zich steeds verzekerd mag weten.

Geluk is kwetsbaar mens zijn, zeggen: "Ik houd van jou",

Een mens met een toekomst, he