|
|
Oudere religieuze poëzie
Geweldig lente
wordt het op de wereld! Blauw, blauw en
niets dan blauw, dan pleilloos blauw omhoog de
lucht, die met haar blauwen gloed het koele groen
der open landen kleurt. Blauw zijn de
heuvels; blauw de ruige kloven; blauw zijn de
klimmen, en de verre torend der verre stad
zijn blauw als lucht en land. In dit groot
wonder van vergroenend blauw en blauwend
groen liggen de korenvelden. Nog zijn ze
frisch en gaaf en koel en goed de jonge
halmen, breed en omgebogen; ze deinen
zwijgend in den vochten wind, die als een
lauwe donder door de landen gevaren komt in
losse, korte vlagen. Verloren in het
wijde der landouwen liggen de
velden, die in heeter tijd gaan schenken
't graan, dat ons het brood zal bieden. Zoo ligt een
akker op een stillen heuvel en een ligt
tusschen lichte abeelenweiden, een andere
achter kiezelige helling; daar zijn
'r
honderden in 't blauwe land. Van welken
akker brengt men mij het brood, wanneer de
winter me in de steden sluit? Ik weet het
niet; waarom er over denken? Het is zoo goed
het denken te vergeten, nu algeweldig
blauwe lente blauwt in rijken dag
en nog véél rijker nacht, - nu 't groote
blauw verwonnen heeft de lucht, het dal, de
heuvels en het schoon verschiet en al de vele,
vochte korenvelden. P. Kemp
|
|
|
voor meer en ander werk zie http://landscape.mystiek.netcanandanann - 01-09-2007 13:29:29 |