rouw
Start afscheidsviering allerzielen rouw1 rouw2 rouw3 rouw4 rouw5 rouw6 rouw7

                 


 

 

 


 

 

Alleen verder?  

Afscheid nemen is loslaten, en toch nog iets van die persoon of plek (waar je geweest bent) in je houden. 

Je kunt iemand niet vasthouden. 

Je moet afscheid nemen ook niet als iets droevigs zien, eerder als blijdschap. Die mens, die plek, laat iets in jou achter, opdat jij er verder mee kunt. 

Je kunt blij zijn omdat je rijk bent dat je die persoon hebt mogen ontmoeten dat je op  die plaats bent geweest en er vol van bent.

Afscheid nemen is dag zeggen en  proberen alleen verder te gaan met de steun die je gekregen hebt. 

Abel Herzberg


 


 

Het vermogen om gelukkig te zijn

(column NRC)

Marjoleine de Vos

 

Ze is negentien, eerlijk, openhartig, gevoelig en sinds drie maanden diepgaand verliefd. Een halfjaar geleden stuurde het lot haar een pijnlijke boodschap. Na weken van vreselijke buikpijn was ze in het ziekenhuis opgenomen, waar de doktoren hadden kunnen vaststellen wat ze had: de ziekte van Crohn, een ongeneeslijke darmziekte, die steeds weer ontstekingen veroorzaakt, en die, als hij echt toeslaat, de darmen kan verwoesten.

Ineens bleken veel mensen door deze ziekte getroffen te zijn, een ziekte die de onaangename eigenschap heeft zich in de late puberteit of de vroege volwassenheid te openbaren en die zo een doem legt over nog vrijwel ongeleefde levens.

Een poosje geleden kwam de pianist Andras Schiff aan het woord in een televisieprogramma over Bach, die hij zeer bewondert. Hij vertelde dat hij iedere dag begint met wat Bach te spelen,  liefst 'Das wohltemperierte KJaviet'. Dat is een goede oefening, zegt hij. En niet alleen dat, het is ook prettig: "It makes you feel happy to be alive."

Het is altijd bijzonder als iemand zoiets zegt. Het voelt alsof even een deur openzwaait die zicht geeft op een geheim, het geheim van de levenslust. Het is het beste wat iemand kan doen, gelukkig zijn om in leven te zijn. Opstand, afkeer of tegenzin maken het leven, dat er nu eenmaal is, hoe het er ook uitziet, alleen maar zwaar. Toch liggen die gevoelens soms meer vooraan dan dat gevoel dat Schiff zichzelf elke dag probeert te bezorgen.

De zieke negentienjarige had na een half jaar haar tweede grote aanval van Crohn te verduren. Voorzichtige chirurgen vertelden haar ouders dat ze geschrokken waren van wat ze hadden aangetroffen in haar buik. Er waren gedeeltes darm weggenomen. Er was een tijdelijke stoma aangebracht. Met behulp van medicijnen werd het met slangetjes aan het leven verbonden meisje bewusteloos gehouden. In de nacht kwam ze een beetje bij. Met een viltstift schreef ze briefjes aan haar ouders: "Zijn jullie erg ongerust geweest?"

Ze heeft een enorm litteken, ze heeft een stoma, ze heeft een tijdbom in haar buik. Ze brengt desondanks bezorgdheid op voor de mensen die haar het naast staan. Ze heeft een geliefde die een van de liefste en wijste negentienjarige jongens moet zijn die er rond lopen, die overal met haar over durft te praten, alles durft te zien, en zo verliefd is dat hij haar met bom, stoma en al toch wil; steeds wil, aldoor wil. En zij hem.

Toch. Angst, afkeer, verdriet, tegenzin  - die voeren allemaal hun aanvallen uit. Hoe moet het verder met zo’n leven. Ze is de enige niet, anderen hebben hetzelfde te verduren en misschien ook nog eens zonder zo'n nauwe band, zonder een grote liefde die het hele leven wat beter te dragen maakt. Voor hen is het nog moeilijker om terecht te komen bij het gevoel dat het allemaal de moeite waard is, om niet te blijven steken in de vraag waarom ze dit nu toch moest overkomen -want die vraag ligt nogal voor de hand, al is hij dan niet te beantwoorden.

“0 Zeus wat moet ik zeggen? Dat u de mensen ziet? Of dat men dat zomaar van u gelooft, vergeefs,en alles op de wereld door het toeval wordt bepaald?" roept Hekabe in Euripides' gelijknamige tragedie wanhopig uit. Geloof zou wellicht een goede troost zijn in moeilijke omstandigheden, maar juist in zulke omstandigheden wordt dat geloofzo enorm op de proef gesteld. Want welke barmhartige of goedertieren beschikking zou er achter een bijna ondraaglijk tot kunnen zitten? Dan klinken psalmen die spreken van vertrouwen,die bezweren dat ons niets kan overkomen zolang wij maar vertrouwen op God, als een bespotting. Vertrouwen, ja, maar waarin, overgave aan wat? Andere teksten lijken meer van toepassing: "Uw pijlen zijn op mij nedergekomen, uw hand is op mij neergedaald." Maar dat zijn allemaal grote woorden, vragen en begrippen. Te grote.

In het ziekenhuis schuifelde over de gang een ongeveer veertienjarig meisje, sprietdun wit gezichtje, verrijdbaar infuus in haar arm. Aan haar voeten zag je haar vorm van hardnekkig plezier in het leven: haar dunne benen verdwenen in twee enorme, lachende-hondensloffen.

In het programma van Hanneke Groenteman vertelde Connie Palmen onlangs dat ze na de dood van Ischa Meijer, de ergste gebeurtenis die haar had kunnen overkomen, enigszins tot haar ontzetting gemerkt had dat, je vermogen om gelukkig te zijn niet aangetast is". Het geluk is aangetast, meer dan dat, het is weg, maar het vermogen om opnieuw gelukkig te worden bestaat nog steeds. Dat is, als er iemand gestorven is zonder wie je dacht niet te kunnen leven, een bijna stuitende ontdekking. Maar het is een heel troostrijke ervaring om door te geven aan al degenen die vrezen dat het leven ze nog maar weinig te bieden heeft.

Het is een van de wonderbaarlijke vermogens van mensen, om gelukkig te zijn onder allerlei, soms de meest verschrikkelijke omstandigheden, al is het maar voor even en op grond van soms maar heel weinig. Bach is natuurlijk niet heel weinig, maar in zeker opzicht zijn een paar maten muziek wel weinig. En soms is een verwaand rondlopende spreeuw in zijn uitbundig bespikkelde verenkostuumpje al genoeg, of dat de krokussen ook dit jaar weer hun plicht doen. Of zoals Erik Menkveld dichtte: "Ga maar even zitten/ denken aan zeer bepaald/ maar willekeurig zand/ ergens in de aarde,/ een verloren compositie/ van Anonymus, gevaar / dat iemand liep in 1860,/ alle lucht die Coltrane / ooit heeft ingeademd/, -en kijk eens wat een kleuren/ in de ramen van je tijdelijke/ huis bij lage zon."

Merkwaardig genoeg is een van de beste en bemoedigendste voorbeelden van wat de levenslust kan, de getroffen negentienjarige zelf, al slaat ze soms dubbel van verdriet. Desondanks zijn er veel ogenblikken waarop ze laat zien hoe het moet. Ze verheugt zich, ondanks alles wat haar bedrukt, over kleurige vissen in een kom, over een lachbui met haar vriendje, over weer thuis zijn en weer verder leven. Van ogenblik tot ogenblik. "It makes you feel happy to be alive."

 

 


Droefheid en droefheid

(Trouw  di 25-2-2003)

Ergo

René van Woudenberg

 

Deze week hoorde ik dat een goede vriendin aan een ernstige ziekte lijdt. Ze is een moeder van twee kinderen. nog jong, sprankelend en ze staat midden in het leven. Iemand met wie mensen graag omgaan, iemand met een hart. Maar ze blijkt ernstig ziek. Dat is een enorme slag, voor haar zelf maar ook voor haar partner. haar kinderen en alle anderen die bij haar betrokken zijn (en dat zijn er gelukkig velen}. Dit slechte nieuws doet iets met een mens. Het stemt droef. Een paar dagen later vertelde een collega van me dat bij vrienden van hem een tien dagenjonge baby was overleden. Zoiets moet verbijsterend zijn. hartverscheurend. Maar het gebeurt. Harten scheuren soms. Harten breken soms. Ook dit bericht doet iets met een mens. Het stemt haar of hem droef, intens droef.

Nu leven we in een cultuur waarin het een verplichting lijkt om zich gelukkig te voelen. Wie zich niet gelukkig voelt, wie zijn leven niet zo weet in te richten dat het geluk er van afspat, die is een loser. Erkende tekens van dat geluk zijn natuurlijk: er mooi uitzien, een tiptop  ingericht huis hebben, een verbazingwekkende carrière hebben, goed verdienen, een paar achteloze vakanties per jaar op fantasievolle plekken en nog zo wat dingen meer.

Maar wie zijn ogen werkelijk open heeft, die ziet dit soort spetterende figuren natuurlijk maar zelden. Wie zijn ogen open heeft ziet mensen met kleinere en grotere moeiten, mensen die niet gloriëren maar wel proberen het beste ervan te maken, mensen die niet in de schijnwerpers staan maar wel knokken om verder te komen, mensen wier leven is getekend door mislukking, miskenning. pech en ongeluk. Misschien niet in extreme mate, maar toch altijd wel in enige mate.

Wie zijn ogen open heeft ziet ook mensen met ziekten. Gebreken, met zwakheden van velerlei aard. Wie zijn ogen open heeft en wie luistert naar de impliciete suggesties in de woorden en gedragingen van anderen: wordt die niet bij tijd en wijle overweldigd door droefheid? En in zoverre onze cultuur er één is waar het verplicht is om spetterend gelukkig te zijn. in zoverre zijn we als we droef zijn, vreemdelingen in onze eigen cultuur. En dat pleit tegen onze cultuur.

Want zoals een oude wijze ooit zei: als een mens droef is, is het met zijn hart goed gesteld. En zo is het. Of althans, zo is het vaak. Droefheid, echte droefheid, opent je ogen voor wat telt, voor wat werkelijk belangrijk is. Droefheid focust op essentie.

Toen ik het bericht over de vriendin had gehoord, ging ik na enige tijd als vanzelf nadenken over mijn eigen prioriteiten, over waar ik zelf nu meestal zo druk over ben, over m'n loyaliteiten en tijdsinvesteringen. Dat beleef ik als goed en heilzaam, het is een wakker geschud worden, een megafoon bij je hart. Maar zo gaat het niet altijd.

Want er is droefheid die focust en er is droefheid die afsluit. Mensen kunnen ook, zoals we zeggen, bevangen zijn door droefenis. Ze kunnen nog wel kijken, maar er is een waas tussen hen en de wereld. Mensen die een kind of geliefde hebben verloren, weten dat. Althans, dat denk ik, als ik probeer te luisteren naar wat ze zeggen. Hun smart focust niet, maar sluit af, verdooft. Hun droefheid vereenzaamt hen.

Het bovenstaande is natuurlijk niet opzienbarend. Iedereen weet dit. Dat ik het toch opschrijf, is dus niet omdat ik iemand iets wil leren wat hij nog niet weet. Ik schrijf het om te herinneren aan wat we allang weten maar wat we tevens telkens dreigen te vergeten. En als een moderne moraalridder zou ik hieraan willen toevoegen: het moet tot ons doordringen dat er zo enorm veel kleinere en grotere droefheid is bij mensen, dat levens erdoor getekend worden. En dat moet steeds weer tot ons doordringen, zodat we echte consideratie voor anderen kunnen hebben, bedroefd kunnen zijn met de bedroefden.

In het bovenstaande ligt besloten dat, geheel anders dan de populaire cultuur ons wil doen geloven, verdriet niet zonder meer in tegenspraak is met een gelukkig leven. Met een droevig hart kan het immers goed gesteld zijn. Er is droefheid die focust op het essentiële. Sommige droefheid is een louteringsberg. In het bovenstaande ligt ook besloten dat droefheid niet verheerlijkt moet worden. Want sommige droefheid is als een gevangenis.

Dat er droefheid en droefheid is, roept bij mij tweevragen op. Ten eerste: waarom is het zo dat de ene droefheid focust, de andere blindeert, de ene zuivert, de andere gevangenzet? Hebben we hier zelf op één of andere manier een hand in, en zo ja; hoe ver reikt die hand?

Ik zou denken dat niemand van binnen een knop heeft waarmee hij droefheid in of uit kan schakelen. En ook geen knop waarmee hij droefheid op de stand 'focus' of op de stand 'gevangenis' kan zetten. Maar ook al zijn er geen knoppen, we kunnen, zo lijkt het mij, toch wel enige invloed uitoefenen. Hoe we dat doen? Ga dat maar eens na.

Ten tweede: waar droefheid is, is troost nodig. Of die troost nu focust of opsluit maakt daarbij niet uit. En wat ik me nu afvraag is dit: kunnen wij in onze cultuur, elkaar nog wel troosten? Weten we nog wel hoe dat moet? Weten we nog wel waarmee we anderen kunnen troosten? Of zijn we eigenlijk cynici geworden? Denken we eigenlijk: iemand troosten, ach, dat is iemand een illusie rijker maken, daar doe ik niet aan mee?

 


 

 

                 

 

      de Rijn - collage 30 x 40 cm

    voor meer en ander werk zie http://landscape.mystiek.net

canandanann - 05-01-2008 12:51:31