rouw2
Start Omhoog

                 


 


Speciaal voor jou  

wees niet wanhopig, als de hemel lijkt gesloten,

als je van ieder mens verlaten bent,

als je je hoofd zo dikwijls hebt gestoten

dat je geen blijdschap en geen vreugd meer kent,

als je verward bent in de leugen, het bedrog:

God is er toch? God is er toch?

 

Denk aan je doop. Toen heeft de Heer gesproken:

'Je bent mijn kind.' En of je wilt of niet,

al heb je elke dag je word gebroken,

toch breek Ik mijn belofte aan jou niet.

Ik zei het toen, Ik zeg het nu nog:

Ik ben er toch? Ik ben er toch?

 

Voel op je voorhoofd: daar brandt nog het water

dat teken was van mijn verbond met jou.

Dat gold voor toen, dat geldt voor nu, voor later,

al ben jij ontrouw, eeuwig is mijn trouw.

Denk niet wanhopig: 'God wat moet ik nog?'

 

Ik ben er altijd. Maar je moet Mij zoeken,

Ik zal je horen, vóór je roept tot Mij;

maar roep dan ook. Al lijkt je bidden vloeken,

Ik hoor je stem. Ik kom en maak je vrij.

Al is er niets, dat in je voordeel pleit

Mijn kind, Ik ben er toch. Voor jou. Altijd.'  

N. Benschop


Een kind maakt zich los

uit de veilige holte

van de moederbuik,

het maakt zich vrij

om zelf mens te worden,

kome wat komt.

 

Pijn doet het baren,

golven pijn het loslaten

van dat stuk van jezelf

dat een nieuwe mens wordt

de uittocht van een kind.

 

Pijn doet aan een kind

het licht in de ogen

het geluid in de oren

de kou van de lucht.

 

Misschien is zo de dood:

een mens maakt zich los

uit het warme leven

uit het veilige weten,

en dringt zich een weg

naar het onbekende

buiten

kome wat komt.

 

Pijn doet het afscheid

loslaten van een mens

die je lief is geworden

die een stuk van jezelf was

de uittocht van een geliefde.

 

Misschien is zo de dood:

de gang waardoor wij

ons dringen,

naar vrijheid, nieuw leven,

kome wat komt.


Dagloner  

Ik heb hier geen hoog loon gevraagd,

ik heb me hier niet rijk gerekend -

ik heb alleen mijzelf betekend,

en hebt u aan Gods woord gewaagd.

 

Ik stuurde in dit land de ploeg

van woorden door nog natte bodem:

dat God gewoner is en groter,

dat hij die draagt ook ons verdroeg.

 

Slechts één ding vroeg ik telkens: kracht,

te dulden dat ik ben geboren

in tijden, dat wij veel verloren -

geduld toch maakt ook stenen zacht.

 

Het oogsten maak ik niet meer mee -

maar nooit wordt dit land nog bedolven

onder de hemelhoge golven,

want niet meer neemt en doodt de zee.  


Dit wordt het laatste gedicht  

Dit wordt het laatste gedicht wat ik schrijf,

nu het met mijn leven bijna is gedaan,

de scheppingsdrift me ook wat is vergaan

met letterlijk de kanker in mijn lijf,

 

en, Heer (ik spreek je toch maar weer zo aan,

ofschoon ik me nauwelijks daar iets bij voorstel,

maar ik praat liever tegen iemand aan dan

in de ruimte en zo is dit wel

 

de gemakkelijkste manier om wat te zeggen),

hoe moet het nu, waar blijf ik met dat licht

van mij, van jou, wanneer het vallen, weg in

 

het onverhoeds onnoemelijke begint?

Of is het dat jij me er een onverdicht

woord dat niet uitgesproken hoeft voor vindt.  

Hans Andreas


Wanneer het einde nadert

komen mensen, niet zelden

langs een heel moeilijke weg,

pas echt aan zichzelf toe.

De lagen stof die een leven

lang kwamen aangewaaid,

schudden ze van zich af en

breken heen door de schors

op hun ziel vast gekoekt.

En alwat ooit zo moest,

zo nodig, onontbeerlijk was

hoeft ineens niet langer meer.

Alles staat in ander licht.

 

Wanneer het einde nadert

vallen alle holle frasen,

lege leuzen door de mand.

Alle grootspraak is bedrog en

bakerpraatjes tijdverdrijf.

Sprekend zijn enkel nog

de woorden die reiken

van hart tot hart en

lucht en adem geven aan

de ziel die in ons huist.

 

Wanneer het einde nadert

lokt geen verwachting meer

dan het totale visioen,

hoe ver en wazig ook;

gloort geen enkele horizon

dan het eindeloze vergezicht,

hoe moeilijk ook te zien;

trekt geen enkele toekomst

dan alleen de Eeuwige nog,

zo onnoembaar als Hij is.


Afscheid nemen  

Die laatste weken

van een leven

de laatste dagen

van een mens,

de laatste uren

van een ziekbed..

die blijven je bij.

 

Wat Anne Frank,

op haar kamer benauwd,

vluchtig in haar dagboek

nog heeft neergeschreven.

Wat Etty Hillesum, wachtend

op de reis naar het einde,

in Amsterdam en Westerbork

over God en Goed

onder woorden heeft gebracht.

 

Wat mensen op het laatst

nog zien en zeggen...

waarover zij zich

zorgen blijven maken..

wat ze nog willen dat wij ...

 

Laatste woord en gebaar,

laatste blik en oogopslag,

die blijven je bij.

 

En de stilte die dan volgt

vult zich langzaam zeker

met dierbare herinnering,

met leven en wezen van

die zijn heengegaan.


Wat is erger  

Wat is erger

dan doodgaan

 

het leven verliezen

door achterdocht,

wanhoop, verbittering,

verliezen van het leven

 

wat is erger

dan leven

 

doodgaan voordat

je de liefde kent

geslagen door

die bliksemschicht geluk

en nadien al die uren

gemis en verdriet

 

iets ergers

dan leven en doodgaan

is er niet  

Bea Dorpema


Wij zagen je gaan  

wanneer ik weer naar huis zal gaan. 

U zult niet in de kamer staan

en mij omhelzen, als voor dezen.

 

'k Zal nooit meer, als u zat te slapen boven een boek, boven een krant, het blad, dat

glipte uit uw hand glimlachend van de grond oprapen.

 

'k Zal nooit uw "Goede nacht" meer horen, of het gestommel op de trap, wanneer uw

trage, moede stap de morgenstilte kwam verstoren.

 

Nooit zult u meer door de tuin lopen, waar iedere bloem en iedere plant getuigde

van uw verzorgende hand. - Nu ging de hemeltuin u open. - 

 

O, die vertrouwde, kleine dingen, die u zo onopvallend deed, die zal ik missen, tot

dit leed verstild is tot herinneringen.


Dood  

De dood waarvoor elk mens

met goede reden huivert

is als een vlammend vuur

dat alle zielen zuivert

Dat snel verteert

al wat verblinding is en waan

en tast alleen het schone

en werkelijke niet aan.  

Frederik van Eeden.


De tuinman  

De bloemen staan in 't donker bed

Als porceleinen scherven -

God heeft ons op de wereld gezet,

Het leven kan niet sterven.

 

Ieder mens is een hovenier,

Ieder mens is een graver:

En zacht en diep graven we hier

Een kuil voor ons cadaver.

 

Maar 't leven is te vast en hard:

Of we al een rustplaats graven,

Nog nimmer kwam de grote nacht

En er is een mens gaan slapen.

 

Zie naar de bloemen op een graf,

Het leven kan niet sterven.

Nooit komen we de wereld af,

Al barsten we tot scherven.  

Martinus Nijhoff


In memoriam  

De blaren vallen in de gele grachten:

Weer keert het najaar en het najaarsweer

Op de aarde, waar de donkre harten smachten

Der levenden. Hij ziet het nimmermeer.

 

Hoe had hij dit bemind, die duistre straten,

Die atmosfeer van mist en zaligheid,

Wanneer het avond wordt en het verlaten

Plaveisel vochtig is en vreemd en wijd.

 

Hij was geboren voor de stille dingen,

Waarmee wij leven - maar niet even lang -

Waarvan wij 't wezen slaken in ons zingen,

Totdat wij zinken, en met ons de zang.

 

Het was een herfst als nu: de herfsten keren,

Maar niet de harten, na hun korte dag;

Wij stonden, wreed van menselijk begeren,

In de ademloze kamer, waar hij lag.

 

En voor altijd is dit mij bijgebleven:

Hoe zeer veel stiller dood dan slapen is;

Dat het een dagelijks wonder is, te leven,

En elk ontwaken een herrijzenis.

 

Nu weer hervind ik mij in het gewijde

Seizoen, waar de gevallen blaren zijn

Als het veeg zonlicht van een dood getijde,

En denk: hoe lang nog leef ik in die schijn?

 

Wat blijft ons over van dit lange derven,

Dat leven is? Wat, dat ik nog begeer?

Voor hem en mij een herfst, die niet kan sterven:

Zon, mist en stilte, en dan voor immermeer.  

J.C.Bloem


BEGRAVEN  

Zou hij begrijpen dat ik niet aan zijn graf was

omdat ik verkouden was, als ik verkouden was;

En zou hij weten dat dit een smoes was,

mij toeknikken van ja natuurlijk, en dat het helemaal niet hoefde? 

Dat het geen zin had deze regen op zijn kist te horen vallen, dat hij zelf niet was gekomen als hij hier niet toch toevallig -

Hij met zijn schemerlampje opvouwschaartje thermostaat. 

Die deuren dicht hield voor de tocht, zijn ogen open

vooral voor het zien openvouwen van de zachte blaadjes

zijn oren alleen nog voor het vrolijk gekwetter van vogeltjes in de volière - 

Zou hij begrijpen, als hij nog iets begreep, wat mij

hier bracht, onder deze onbetamelijk gehaaste wolken, terwijl hij nergens was?  

Judith Herzberg


TEN OVERSTAAN VAN HET EINDE  

Ten overstaan van het einde

en met het oog op U

beleef ik de laatste termijn, de

stilte van het uur U.

 

Omdat ik niet meer kan leven

en nochtans leven moet,

heeft God mij met U verweven,

liefste en dit voorgoed.

 

En wil ik bij U verblijven,

liefste en dit voortaan,

Hij zal mij van U verdrijven

tot Hem vandaan.  

GUILLAUME VAN DER GRAFT


In deze dagen...  

Onzichtbaar

maar des te meer voelbaar

is in deze dagen

ons gemis.

 

Dat maakt deze dagen

donkerder en langer

dan de nacht.

 

In ons huis

branden we een lichtje

bij Wilriekes foto.

 

Ze  is nooit

uit onze gedachten.

Spreken over haar

geeft troost.

 

Jullie aandacht,

het noemen van haar naam.

Jullie delen van

herinneringen.

 

Het soms stil ziin met ons

doet goed en geeft licht

in onze nacht

 

Jullie aandacht

is als een zachte hand

op onze schouder.

Een zachte hand van de Eeuwige  

M. v.d. Berg


Uit de tijd  

Sluipend ongemerkt

raakte jij uit onze tijd.

Je ging in je eigen tijd leven.

Je trok je niet zoveel meer aan

van onze gewoontes.

Je ging je eigen gang.

Jij doorbrak steeds meer

onze gang van zaken.

 

Sluipend ongemerkt

raakte jij uit onze tijd.

Je ging weer op zoek

naar waar je vandaan kwam.

Je vergat gewoon even

dat je gehuwd was

en kinderen had.

Je zocht je eigen kindertijd weer op.

Je was boos

als wij dat niet begrepen.

 

Sluipend en ongemerkt

raakte jij uit onze tijd.

Je liet ons leven

in twee tijden tegelijk:

die van jou

en die van ons.

 

Zo waren wij

soms meer verward dan jij.

We keken elkaar aan

en vroegen ons af:

hoe kon dit toch?

In ons hart voelden we ons

in de steek gelaten.

Jij liet ons zomaar zitten

in onze tijd

met de handen in het haar

 

Soms, als er niets wordt gezegd,

jij even rust vindt

op je eindeloze dwaalwegen,

dan even ontmoeten onze handen

en onze ogen elkaar:

alles lijkt vergeten,

de pijn en de onrust,

onze ontmoeting is vrede.

De tijd staat even stil.  

M. v.d. Berg


Als de donkere nacht

van 't verdriet om 't verlies

je overvalt

als 'n overval,

 

als je in je levensboot

alleen verder moet

beroofd van wie jouw liefste

en warmste licht was,

dan word je zoeker

naar licht en troost,

tastend als 'n blinde,

beroofd van licht.

 

Als je liefste licht sterft,

sterf je mee

en word je ondergedompeld

in 't donkere water

van 't verdriet.

 

Als die dingen gebeuren,

ontsteek dan dit licht,

omdat ons beloofd is

dat de nacht zal overgaan

in troostend ochtendlicht.


 De stilte komt de trap af  

Hoe lang is het al geleden

dat jij de trap afkwam,

gewoon om de nieuwe dag te beginnen,

koffie te zetten

en naar je werk te gaan, - onbezorgd.

 

Hoe lang is het al geleden

dat jij de trap opkwam,

gewoon om de dag te besluiten,

tanden te poetsen,

en je lichaam neer te leggen - wel te rusten.

 

Toen kwam de tijd

dat het steeds drukker werd

op de trap.

Vreemden kwamen,

vreemden gingen.

Velen kwamen de trap op

en gingen de trap af,

jij betrad de trap niet meer.

 

Nu komt alleen nog de stilte

van de trap af:

Soms denk ik dat het nu lang

genoeg heeft geduurd,

dat je wel weer gewoon de trap

af kunt komen,

om de dag te beginnen.

Dan voel ik nog steeds meer

dat alleen nog de stilte

van de trap afkomt.  

M.v.d.Berg


Voor wie niet verder kon leven  

Bij wie kan ik schuilen

in dit uur

in deze vreemde dagen,

de dood om mij heen,

nog zo onverwacht toch

na alles.

 

Bij wie kan ik huilen

in deze dagen

bij dit afscheid

van jou,

die als levensdood

geen plek meer vond

om te schuilen.

 

Jij verlangde zo naar een plaats

om te schuilen.

Nergens kon jij die vinden.

Jij huilde van binnen

al jouw jonge jaren

totdat je nog slechts naar

de dood kon verlangen.

 

Jij ging stil van ons weg,

eenzaam en zonder gerucht,

in de vroege ochtend.

Jij kon niet meer opstaan.

Jij ging een ander licht

tegemoet,

vriendelijk en veilig

om bij te schuilen.

 

Mag dat Licht jou groeten

en omarmen,

een schuilplaats voor jou zijn.


Troost  

Niemand gaat echt dood

Iedereen leeft voort

In andermans denken, doen en voelen

En als je goed geleefd hebt

Dan leef je na de dood

Meer dan ooit tevoren.


Barensweeën     

Onzichtbaar voor anderen

maar des te meer voelbaar

voor ons, voor mij,

gaat ons kind

met ons mee

op de levensweg.

 

Ons kind

dat ons leven veranderde

bij de geboorte,

maar nog meer

voor altijd ons leven veranderde,

toen de dood ons

van het kostbaarste beroofde.

 

Onzichtbaar voor anderen,

maar des te meer voelbaar

voor ons, voor mij,

is ons kind

afwezig-aanwezig

bij ons, bij mij

als een wond

die schreiend schrijnt.

 

Weer zijn er

de barensweeën

om opnieuw geboren

te worden uit de pijn

van ons verdriet:

vaak onzichtbaar

maar des te meer

voelbaar.  

M. v.d. Berg


Zo graag  

Zo graag zou ik trots op

je willen kunnen zijn:

'n trotse vader

Zo graag zou ik willen zien

hoe je als 'n jonge boom

openbloeit en omhoogschiet.

 

Zo graag zou ik willen zien

hoe je 'n lust voor het oog

wordt in 't landschap van de mensen

 

Zo graag zou ik met je willen praten,

horen wat jij vindt van de dingen

van vandaag.

 

Zo weinig mensen begrijpen

dat ik je niet minder

maar steeds meer mist

 

Sinds die dag dat je niet

terugkeerde.


Nu we jou dit huis uit zullen dragen

uit huis waar je zo graag was,

uit huis dat je tot een thuis maakte,