rouw4
Start Omhoog

                 



Het lieve leven  

Mocht er ooit iets met me gebeuren,

leef dan door, want het lieve leven

is je voor het leven gegeven:

daarna komt de tijd om te treuren.

 

Na mij komt er altijd een ander,

want jij bent voor samen geboren.

Er gaat zonder mij niets verloren,

omdat er toch weinig verandert.

 

Het enige is dat ik weg ben,

maar dan voor een langere tijd:

zo is het nu eenmaal geregeld.

 

De ander, die ik nog niet ken,

ben ik ook, want je raakt me niet kwijt:

ik blijf in je leven weerspiegeld.

 

Nico Scheepmaker


De dood is als een regenbui  

-plaatselijk-

 

de hemel blauw

en hier en daar

een wolk witgrijs

 

een plas op straat

geeft stil getuigenis

is echo

van een voorbij moment

 

hij valt als regen tussen ons in

doet zo zijn krachtig werk

 

wij blijven

- wachten -

weten niet

 

ons verdriet

zwelt tot een stormvloed aan

 

beukt met slagen

tegen ons hart

 

geen deur sterk genoeg

geen ziel te zwaar

 

een windvlaag neemt ons allen mee

totdat de stilte daalt


Avondtijd  

Bleek geworden is mijn levenslust...

ik viel zo eenzaam op de aarde

van waar ik kwam, heeft nooit een mens geweten,

alleen jij, opdat ik verenigd eens met jou zal zijn.

 

Ik ben door inhammen ver omgeven,

en elk ding ervaar ik in het schuim.

De mens, die mij als vijand tegemoet treedt, vervalt!

En ik weet slechts van hem in dromen.

 

En zo beleef ik de schepping van deze wereld,

op aarde reeds ontkomen aan haar schaal.

En jij de ster die hoog uit de hemel valt

begraaft zich diep in het dal van mijn hart.

 

De avondtijd verdonkert sterk mijn bloed -

dooradert vol kwellingen mijn vermoeide ziel.

Naakt stijgt ze weer uit de voorwereldlijke vloed

is angstig, dat ze lichamelijk hier op aarde zou ontbreken.

 

En wat de dag nog voordat hij ontwaakt,

verzuimde morgenroodachtig te beleven,

reikt hem het droomende beeldenspel der nacht

in enkel kleurrijke weefsels.

 

Verre handen brengen mij naar huis

uit gele sikkels een vroom boeket.

De wijzer wandelt langzaam om  het cijferblad

de zonnewijzer, die goud van mijn leven had.

 

Zij gloeit door het kloppen bewaakt

en luidt tussen nacht en middernacht...

Daar wij ons zagen in het raadselachtige uur -

jouw mond bloeit duizendschoon op mijn mond.

 

Al mijn levenslust vervloeide

in het donkere gewaad met de avondtijd.

Ik zocht zonder ophouden een hemel waar...

Alleen in de openbaring is de weg tot hem niet ver.

Else Lasker-Schüller


Jij en Ik  

Als de tienduizend gerechten voor God aantreden,

deze tienduizend gerechten, door wie elke aeon bestaat,

waarom zijn wij dan niet onder hen, jij en ik?

Was onze tijd toch overvol met het boze

en verlangde een goed gewicht.

Zal de weegschaal blijven zweven, als wij ontbreken

jij en ik?

 

Makkelijker was het, te vallen in deze dagen, zo zeggen jullie,

makkelijker dan in de tijden van de herders, van Abel en Kain,

makkelijker dan in de tijden, toen wijde bossen nog rookten en woestijnen brandden

in eenzaamheid

en mens en mens zich vrolijk groetten,

blij, een gezicht te zien, dat het op het zijne leek.

 

Afgunst baart engte, en ellende vraagt niet naar prijs en verdoemenis.

Maar was het boze niet op de weg, om ons te wekken?

Schreeuwde op de straten niet luid het lot van duizenden,

de verdrevenen, schreeuwde niet het lot van de hongerigen en de onteerden

luid in ons hart en luider dan in de dagen van de herders,

maar het hart, ons hart, bleef stom?

 

Alleen lauw waren wij.  Zelfs nog niet slecht. Traag alleen en onrechtvaardig. Daar

om spuwt hij ons uit, wij die geen medelijden kenden,

geen gerechtigheid voor de vervolgden,

hem niet zagen in het bedelaarskleed met de magere heupen

en toch zo gelijkend op het beeld van de gemartelde in de kapellen,

voor wie jij, brassende boer, de knie buigt.

 

Waarom zijn wij niet in de scharen die zwijgend voor de Heer verschijnen,

die de weegschaal in evenwicht houden, de toorn verstrooien,

jij en ik?

Zie, hun ogen branden op ons. Wij waren geroepen

en vergaten de roep. Gewogen wordt er. En de schalen, o wee, ze zwenken.

Enkel tienduizend houden ze zwevend. Twee ontbreken: jij en ik.

Zal de weegschaal zinken, omdat twee vandaag verzaakten, wij beiden,

jij en ik?  

H.O. Münster  


Van Abrahams geslacht  

Zwervende mensen, vreemden, ontheemden,

harten onrustig van eeuwigheid

zoeken oase, bron, levend water,

weg uit die doem van onvruchtbaarheid.

 

Harten vol honger, zoekende mensen,

slepende jaren, levenswoestijn,

angstige vragen: Zal levend brood mij

iedere dag weer gegeven zijn?

 

In onze harten flarden gedachten,

levende woorden in ons gezaaid:

Planten in droefheid, oogsten in vreugde,

onkruid verbranden, tarwe gemaaid.  


De gestorvene  

Zeven maal om de aarde te gaan,

als het zou moeten op handen en voeten;

zeven maal, om die ene te groeten

die daar lachend te wachten zou staan.

Zeven maal om de aarde te gaan.

 

Zeven maal over de zeeën te gaan;

schraal in de kleren, wat zou het mij deren

kon uit de dood ik die ene doen keren.

Zeven maal over de zeeën te gaan

zeven maal, om met zijn tweeën te staan.  

I. Gerhardt


 'Sotto voce'  

Zoveel soorten van verdriet,

ik noem ze niet.

Maar ééné het afstand doen en scheiden.

En niet het snijden doet zo'n pijn,

maar het afgesneden zijn.

Verdriet

 

Verdriet kit al mijn krachten samen,

zodat ik roerloos word als steen.

Mijn hele wezen wordt materie,

o sla de rots, opdat ik ween.

 

Nog is het mooi, 't geraamte van een blad,

vlinderlicht rustend op de aarde,

alleen nog maar zijn wezen waard.

Maar tussen de aderen van het lijden

niets meer om u mee te verblijden:

mazen van uw afwezigheid

bijeengehouden door wat pijn

en groter wordend met de tijd.  

Arm en beschaamd zo arm te zijn.  

M.Vasalis


Zoek niet naar mijn graf

vraag me niet wie ik ben

en of jij mij gekend hebt.

De idealen die ik had

blijven ook zonder mij bestaan.

Ik ben dood, maar leef voort

in de idealen die ik had.

En de anderen die blijven strijden

zullen nieuwe rozen doen bloeien.

Wanneer je daarover spreekt, spreek je over mij.

 

Zoek niet naar mijn graf,

want dat zul je niet vinden.

Mijn handen zijn nu de handen

van anderen die strijden.

Mijn stem roept in andere stemmen,

mijn droom leeft voort bij anderen.

En weet dat ik pas sterf

als jullie de moed opgeven.

Want ieder die in de strijd valt,

leeft voort in zijn vrienden.


'Er zijn"  

Er zijn dingen, die alleen het oppervlak beroeren,

daaronder blijft de ziel gelijk en blinkt

zoals een vijver waarop blaadren varen,

of als een kinderoog onder verwaaide haren.

Men zingt en luistert hoe het klinkt.

 

Maar er zijn soorten van verdriet,

die iets veranderen aan het lied.

Men wordt bespannen met heel andre snaren

en wie het niet ervoer, die weet het niet.

O kindje met je zachte witte vingren

en met de blauwe aadren aan je kleine slaap,

die zich als heilige rivieren slingren.

Slaap mijn kindje, slaap.  

M.Vasalis


Voor hen die ik liefheb  

Voor hen die ik liefheb, en zij die mij liefhebben:

als ik ben gegaan, laat me los, laat me gaan.

Ik heb zoveel dingen te doen en te zien;

bind jezelf niet aan mij vast met tranen:

wees verheugd over zoveel goede jaren.

 

Ik gaf je mijn liefde; je kunt slechts gissen

hoeveel je mij gaf in vreugde.

Ik dank je voor de liefde die wij aan elkaar hebben getoond

maar nu is het tijd dat ik alleen verder reis.

 

Wees een tijd verdrietig om mij, want verdriet hoort erbij,

maar laat dan je verdriet omhelsd worden door troost.

Het is slechts een tijd dat we moeten scheiden;

daarom zegen de herinneringen in je hart.

 

Ik zal niet ver zijn, het leven gaat verder;

en als je mij nodig hebt, roep me en ik kom.

En hoewel je me niet kunt zien of aanraken

ik ben dicht bij je

en als je luistert met je hart

zul je horen

al mijn liefde om je heen, zacht en helder.

 

En als je moet gaan, deze weg, alleen,

ik zal je begroeten met een glimlach

en een 'welkom thuis'.


Wonden en wonder  

   Ze liggen dicht bij elkaar

      het zijn tweelingen;

            Didymos

        leed en vreugde

         pijn en genot

avondschemering en ochtendgloren

     Goede Vrijdag en Pasen

      dood en verrijzenis

 

het ene schreeuwt om het andere

         wil vastpakken

     voelen, tasten, weten

        dat het waar is

      voelen dat het leeft

 

        wonden en wonder

  ze liggen dicht bij elkaar;

        vraagtekens die

         heel af en toe

      uitroeptekens worden

      kapotgebroken brood

brood om van te leven!

geperste druiven, vergoten wijn

         levensvreugde!

   opgegeten, leeggeschonken

        om van te leven.


De dood en het besef van de dood  

De dood en het besef van de dood

kan rustgevend en vrede-brengend zijn.

Dat klinkt wellicht wat vreemd

in de oren van de mensen

die zich zelfs in hun vrije tijd laten opjagen:

'Ik moet nog zoveel', 'Ik wil nog zoveel',

'ik moet er niet aan denken dat ik op een dag

al deze dingen niet meer zou kunnen doen'.

 

De dood, en het besef van dood

kan rustgevend en vrede-brengend zijn.

De dood is angstaanjagend

voor mensen die uiterlijke schoonheid,

lichamelijke gezondheid en materiële rijkdom

als belangrijkste idealen in hun leven zien.

Nogal wiedes, de dood zegt hun

hoe relatief, hoe beperkt hun idealen zijn.

 

De dood, en het besef van dood

kan rustgevend en vrede-brengend zijn.

Hoe vaak hoor je niet mensen zeggen

die met de dood in aanraking zijn geweest:

'Ik heb geleerd om meer te genieten

van de kleine dingen in mijn leven'.

En: 'Ik maak me geen zorgen meer

of ik mijn werk wel of niet af krijg'.

 

De dood, en het besef van dood

kan rustgevend en vrede-brengend zijn.

Het klinkt misschien vreemd,

maar het lijkt wel of je het meeste leert

van de dingen waarvoor je het meest bang bent.  


Aan de stam  

Als een twijgje

ben je

aan de stam

wiegend in de wind

de zon onder je bladeren

wiegend in de wind

aan de stam.

 

Als een rank

ben je

aan de stam

nieuwe loot

zul je vrucht dragen?

nieuwe loot

aan de stam.

 

Houd vol.

Houd vast

aan de stam

tot de herfst,

geef je zoete vruchten?

in de herfst

aan de stam?

 

Met zijn wortels

tot het water

knoestige stam

tot de lente

tot jij komt om leven

en herleeft in

de knoestige stam.

 

Meer kun je niet

meer hoef je niet

leven

is wachten aan de stam

groeien, blijven hopen

wachten aan de stam

op leven.  

 


 

                 

 

      de Rijn - collage 30 x 40 cm

    voor meer en ander werk zie http://landscape.mystiek.net

canandanann - 31-01-2007 18:35:57