|
|
Mocht er ooit
iets met me gebeuren, leef dan door,
want het lieve leven is je voor het
leven gegeven: daarna komt de
tijd om te treuren. Na mij komt er
altijd een ander, want jij bent
voor samen geboren. Er gaat zonder
mij niets verloren, omdat er toch
weinig verandert. Het enige is
dat ik weg ben, maar dan voor
een langere tijd: zo is het nu
eenmaal geregeld. De ander, die
ik nog niet ken, ben ik ook,
want je raakt me niet kwijt: ik blijf in je
leven weerspiegeld. Nico
Scheepmaker -plaatselijk- de hemel blauw en hier en daar
een wolk
witgrijs een plas op
straat geeft stil
getuigenis is echo van een voorbij
moment hij valt als
regen tussen ons in doet zo zijn
krachtig werk wij blijven - wachten - weten niet ons verdriet zwelt tot een
stormvloed aan beukt met
slagen tegen ons hart geen deur sterk
genoeg geen ziel te
zwaar een windvlaag
neemt ons allen mee totdat de
stilte daalt Bleek geworden
is mijn levenslust... ik viel zo
eenzaam op de aarde van waar ik
kwam, heeft nooit een mens geweten, alleen jij,
opdat ik verenigd eens met jou zal zijn. Ik ben door
inhammen ver omgeven, en elk ding
ervaar ik in het schuim. De mens, die
mij als vijand tegemoet treedt, vervalt! En ik weet
slechts van hem in dromen. En zo beleef ik
de schepping van deze wereld, op aarde reeds
ontkomen aan haar schaal. En jij de ster
die hoog uit de hemel valt begraaft zich
diep in het dal van mijn hart. De avondtijd
verdonkert sterk mijn bloed - dooradert vol
kwellingen mijn vermoeide ziel. Naakt stijgt ze
weer uit de voorwereldlijke vloed is angstig, dat
ze lichamelijk hier op aarde zou ontbreken. En wat de dag
nog voordat hij ontwaakt, verzuimde
morgenroodachtig te beleven, reikt hem het
droomende beeldenspel der nacht in enkel
kleurrijke weefsels. Verre handen
brengen mij naar huis uit gele
sikkels een vroom boeket. De wijzer
wandelt langzaam om het cijferblad de zonnewijzer,
die goud van mijn leven had. Zij gloeit door
het kloppen bewaakt en luidt tussen
nacht en middernacht... Daar wij ons
zagen in het raadselachtige uur - jouw mond
bloeit duizendschoon op mijn mond. Al mijn
levenslust vervloeide in het donkere
gewaad met de avondtijd. Ik zocht zonder
ophouden een hemel waar... Alleen in de
openbaring is de weg tot hem niet ver. Else Lasker-Schüller Als de
tienduizend gerechten voor God aantreden, deze
tienduizend gerechten, door wie elke aeon bestaat, waarom zijn wij
dan niet onder hen, jij en ik? Was onze tijd
toch overvol met het boze en verlangde
een goed gewicht. Zal de
weegschaal blijven zweven, als wij ontbreken jij en ik? Makkelijker was
het, te vallen in deze dagen, zo zeggen jullie, makkelijker dan
in de tijden van de herders, van Abel en Kain, makkelijker dan
in de tijden, toen wijde bossen nog rookten en woestijnen brandden in eenzaamheid en mens en mens
zich vrolijk groetten, blij, een
gezicht te zien, dat het op het zijne leek. Afgunst baart
engte, en ellende vraagt niet naar prijs en verdoemenis. Maar was het
boze niet op de weg, om ons te wekken? Schreeuwde op
de straten niet luid het lot van duizenden, de verdrevenen,
schreeuwde niet het lot van de hongerigen en de onteerden luid in ons
hart en luider dan in de dagen van de herders, maar het hart,
ons hart, bleef stom? Alleen lauw
waren wij. Zelfs nog niet slecht.
Traag alleen en onrechtvaardig. Daar om spuwt hij
ons uit, wij die geen medelijden kenden, geen
gerechtigheid voor de vervolgden, hem niet zagen
in het bedelaarskleed met de magere heupen en toch zo
gelijkend op het beeld van de gemartelde in de kapellen, voor wie jij,
brassende boer, de knie buigt. Waarom zijn wij
niet in de scharen die zwijgend voor de Heer verschijnen, die de
weegschaal in evenwicht houden, de toorn verstrooien, jij en ik? Zie, hun ogen
branden op ons. Wij waren geroepen en vergaten de
roep. Gewogen wordt er. En de schalen, o wee, ze zwenken. Enkel
tienduizend houden ze zwevend. Twee ontbreken: jij en ik. Zal de
weegschaal zinken, omdat twee vandaag verzaakten, wij beiden, jij en ik? H.O. Münster Zwervende
mensen, vreemden, ontheemden, harten onrustig
van eeuwigheid zoeken oase,
bron, levend water, weg uit die
doem van onvruchtbaarheid. Harten vol
honger, zoekende mensen, slepende jaren,
levenswoestijn, angstige vragen:
Zal levend brood mij iedere dag weer
gegeven zijn? In onze harten
flarden gedachten, levende woorden
in ons gezaaid: Planten in
droefheid, oogsten in vreugde, onkruid
verbranden, tarwe gemaaid. Zeven maal om
de aarde te gaan, als het zou
moeten op handen en voeten; zeven maal, om
die ene te groeten die daar
lachend te wachten zou staan. Zeven maal om
de aarde te gaan. Zeven maal over
de zeeën te gaan; schraal in de
kleren, wat zou het mij deren kon uit de dood
ik die ene doen keren. Zeven maal over
de zeeën te gaan zeven maal, om
met zijn tweeën te staan. I. Gerhardt Zoveel soorten
van verdriet, ik noem ze niet. Maar ééné
het afstand doen en scheiden. En niet het
snijden doet zo'n pijn, maar het
afgesneden zijn. Verdriet Verdriet kit al
mijn krachten samen, zodat ik
roerloos word als steen. Mijn hele wezen
wordt materie, o sla de rots,
opdat ik ween. Nog is het mooi,
't geraamte van een blad, vlinderlicht
rustend op de aarde, alleen nog maar
zijn wezen waard. Maar tussen de
aderen van het lijden niets meer om u
mee te verblijden: mazen van uw
afwezigheid bijeengehouden
door wat pijn en groter
wordend met de tijd. Arm en
beschaamd zo arm te zijn. M.Vasalis vraag me niet
wie ik ben en of jij mij
gekend hebt. De idealen die
ik had blijven ook
zonder mij bestaan. Ik ben dood,
maar leef voort in de idealen
die ik had. En de anderen
die blijven strijden zullen nieuwe
rozen doen bloeien. Wanneer je
daarover spreekt, spreek je over mij. Zoek niet naar
mijn graf, want dat zul je
niet vinden. Mijn handen
zijn nu de handen van anderen die
strijden. Mijn stem roept
in andere stemmen, mijn droom
leeft voort bij anderen. En weet dat ik
pas sterf als jullie de
moed opgeven. Want ieder die
in de strijd valt, leeft voort in
zijn vrienden. Er zijn dingen,
die alleen het oppervlak beroeren, daaronder
blijft de ziel gelijk en blinkt zoals een
vijver waarop blaadren varen, of als een
kinderoog onder verwaaide haren. Men zingt en
luistert hoe het klinkt. Maar er zijn
soorten van verdriet, die iets
veranderen aan het lied. Men wordt
bespannen met heel andre snaren en wie het niet
ervoer, die weet het niet. O kindje met je
zachte witte vingren en met de
blauwe aadren aan je kleine slaap, die zich als
heilige rivieren slingren. Slaap mijn
kindje, slaap. M.Vasalis Voor hen die ik
liefheb, en zij die mij liefhebben: als ik ben
gegaan, laat me los, laat me gaan. Ik heb zoveel
dingen te doen en te zien; bind jezelf
niet aan mij vast met tranen: wees verheugd
over zoveel goede jaren. Ik gaf je mijn
liefde; je kunt slechts gissen hoeveel je mij
gaf in vreugde. Ik dank je voor
de liefde die wij aan elkaar hebben getoond maar nu is het
tijd dat ik alleen verder reis. Wees een tijd
verdrietig om mij, want verdriet hoort erbij, maar laat dan
je verdriet omhelsd worden door troost. Het is slechts
een tijd dat we moeten scheiden; daarom zegen de
herinneringen in je hart. Ik zal niet ver
zijn, het leven gaat verder; en als je mij
nodig hebt, roep me en ik kom. En hoewel je me
niet kunt zien of aanraken ik ben dicht
bij je en als je
luistert met je hart zul je horen al mijn liefde
om je heen, zacht en helder. En als je moet
gaan, deze weg, alleen, ik zal je
begroeten met een glimlach en een 'welkom thuis'.
Ze liggen dicht bij elkaar
het zijn tweelingen;
Didymos
leed en vreugde
pijn en genot avondschemering
en ochtendgloren
Goede Vrijdag en Pasen
dood en verrijzenis het ene
schreeuwt om het andere
wil vastpakken
voelen, tasten, weten
dat het waar is
voelen dat het leeft
wonden en wonder
ze liggen dicht bij elkaar;
vraagtekens die
heel af en toe
uitroeptekens worden
kapotgebroken brood brood om van te
leven! geperste
druiven, vergoten wijn
levensvreugde!
opgegeten, leeggeschonken
om van te leven. De
dood en het besef van de dood De dood en het
besef van de dood kan rustgevend
en vrede-brengend zijn. Dat klinkt
wellicht wat vreemd in de oren van
de mensen die zich zelfs
in hun vrije tijd laten opjagen: 'Ik moet nog
zoveel', 'Ik wil nog zoveel', 'ik moet er
niet aan denken dat ik op een dag al deze dingen
niet meer zou kunnen doen'. De dood, en het
besef van dood kan rustgevend
en vrede-brengend zijn. De dood is
angstaanjagend voor mensen die
uiterlijke schoonheid, lichamelijke
gezondheid en materiële rijkdom als
belangrijkste idealen in hun leven zien. Nogal wiedes,
de dood zegt hun hoe relatief,
hoe beperkt hun idealen zijn. De dood, en het
besef van dood kan rustgevend
en vrede-brengend zijn. Hoe vaak hoor
je niet mensen zeggen die met de dood
in aanraking zijn geweest: 'Ik heb geleerd
om meer te genieten van de kleine
dingen in mijn leven'. En: 'Ik maak me
geen zorgen meer of ik mijn werk
wel of niet af krijg'. De dood, en het
besef van dood kan rustgevend
en vrede-brengend zijn. Het klinkt
misschien vreemd, maar het lijkt
wel of je het meeste leert van de dingen
waarvoor je het meest bang bent. Als een twijgje ben je aan de stam wiegend in de
wind de zon onder je
bladeren wiegend in de
wind aan de stam. Als een rank ben je aan de stam nieuwe loot zul je vrucht
dragen? nieuwe loot aan de stam. Houd vol. Houd vast aan de stam tot de herfst, geef je zoete
vruchten? in de herfst aan de stam? Met zijn
wortels tot het water knoestige stam tot de lente tot jij komt om
leven en herleeft in de knoestige
stam. Meer kun je
niet meer hoef je
niet leven is wachten aan
de stam groeien,
blijven hopen wachten aan de
stam op leven.
|
|
|
voor meer en ander werk zie http://landscape.mystiek.netcanandanann - 31-01-2007 18:35:57 |