rouw5
Start Omhoog

                 



Ars Moriendi

Als het zover  is  - laat me dan eindelijk 

weten hoe je dat kan, sterven

hoe je kan weggaan, weg

 

zou het iets hebben van wat er in mij

gebeurt wanneer een choraal van Bach klinkt

er welt een gevoel op, een besef van onontkoombaar

verlies maar het geeft niet, nu even niet

het heeft misschien ook iets van het zien van 

een uitzicht over de bergen, die lucht en leegte en de 

huiver voor de eenzaamheid die in de verte

op mij wacht, maar het geeft niet, nu even niet

 

af en toe is er zo'n avond dat er over de wereld

het mooiste licht valt dat er is, laat laag licht

en dat ik denk: dit was het dus

als het zover is - laat me dan eindelijk

weten hoe het is om te zeggen: ik kom.

Rutger Kopland


Namen

Streep hun naam niet door

al zijn zij tot stof vergaan.

Streep hun naamniet door

alsof zij nooit hebben bestaan.

 

't liefste dat ik heb bezeten

't toekomstbeeld van mijn bestaan.

Vraag me niet dat te vergeten

en gewoon weer verder te gaan.

 

Want ik wil wel verder leven

maar ik weet niet hoe dat moet.

'k hoor bij hen die achterbleven.

Overleven vergt veel moed.

 

Streep daarom hun naam niet door.

Noem hun naam en laat me weten

dat ook jij niet zult vergeten.

Zo alleen kan 'k verder gaan.

 

Gery den Otter

 


Sub finem

En nu nog maar alleen

het lichaam los te laten - 

de liefste en de kinderen te laten gaan

alleen nog maar het sterke licht

het rode, zuivere van de late zon

te zien, te volgen - en de eigen weg te gaan.

Het werd, het was, het is gedaan.

M. Vasalis


Zwart als git  

Zwart als git wordt het licht,

aardedonker de zon.

 

Loodzwaar hangen de wolken,

na regen klaart het niet op.

 

De huisbewaarder vlucht uit het huis

en onbeheerd blijft het achter.

 

Bomen van mannen

beven als riet.

 

De harde hand van de molenaarsvrouw

is moe van het malen.

 

Toonloos wordt een liedje gezongen,

ijl klinkt de stem van een vogel.

 

Iedere hoogte is me te hoog,

trappen te steil, woorden te veel,

 

ik durf de schrikwekkende

straten niet meer begaan.

 

Ach olijven, je smaakt me niet meer,

amandelbomen, bloei niet voor mij.

 

Ik streel je nog wel maar voel je niet meer,

zegt de ene mens tot de ander.

 

Weg, weg naar je eeuwige huis,

roepen de doodgravers door de straten

 

voort, naar onze blijvende woning,

roepen de doden de levenden toe.

 

Het zilveren snoer wordt doorgeknipt,

de gouden lamp valt stuk op de vloer.

 

De kruik barst aan de boorden van de bron,

het scheprad schept geen water meer.

 

Stof wordt stof en leem wordt leem,

alles keert naar zijn oorsprong terug.

 

De adem stroomt naar de ademzee,

tot Hem die leeft.


de dood  

Deur,

door jou heen

kunnen wij de aren

naar de dorsvloer dragen,

onze hartsgedachten.

 

Naar ons toe vloeit

door jouw duisternis

licht,

dat ons gebiedt te leven,

ons land te bewerken.

 

Jij

spoort ons aan ongewapende

leerlingen van jou te worden,

leerlingen in

de werkplaats van de Verrezene.  

Jochen Bärner


Gemis  

Jij hebt de weg voor mij gebaand

die onbegaanbaar was

stuurde mijn gedachten

in m'n zware nachten

hebt in m'n bos van boze dromen

de bomen omgekapt tot ik het licht weer zag

en in de dag die aanbrak kon geloven

jij die de bergen kon verzetten

leidde me zo zachtjes door m'n diepste dal

jij bedwong m'n zwaarste stormen

brak m'n val.

 

Jij hebt de weg voor mij gebaand

die ik alleen moet gaan

wees me waar ik zwak was

wees me waar m'n kracht lag

jij hebt een brug voor mij geslagen

over al m'n drijfzand naar een zeker land

hebt me als ik niet meer kon gedragen

jij die me eigenlijk geleerd hebt

dat liefde wegen vindt als er geen uitweg is

blijft nu ik het goed alleen kan

mijn gemis.  

Liselore Gerritsen


Sta even stil  

Sta even stil

draai niet om

en kijk ook niet vooruit

tel de seconden

niet de uren

adem in en uit.

 

Sta even stil

en leg je armen

langs je eigen lijf

voel je voeten

op de aarde

want dit is je verblijf.

 

Sta even stil

en weet het weer

leg het nooit iemand uit

aan liefde

is niets uit te leggen

adem in en uit.

  Liselore Gerritsen


Loop niet voor mij

ik kan je niet volgen

loop niet achter mij

ik kan je niet voorgaan

loop naast mij

geef mij een hand

we zullen samen gaan.


Geheim  

Al zwijgen de mensen

de bergen zwijgen niet

zij tonen ons het rotsvast geheim

dat er een grond van leven moet zijn

 

zij bewaren voor ons het oergeheim

dat wij in God geborgen zijn

 

al zwijgen de mensen

de bomen zwijgen niet

zij zingen ons het kwetsbaar geheim

dat er een kracht tot leven moet zijn

 

al zwijgen de mensen

de vogels zwijgen niet

zij zingen ons het kostbaar geheim

dat er adem tot leven moet zijn

 

al zwijgen de mensen

de wateren zwijgen niet

zij tonen ons 't verfrissend geheim

dat er een bron van leven moet zijn

 

al zwijgen de mensen

de dieren zwijgen niet

zij leren ons het veilig geheim

dat er behoud van leven moet zijn

 

al zwijgen de mensen

de kinderen zwijgen niet

zij dromen ons het eeuwig geheim

dat ons leven een wonder moet zijn  

H. Jongerius


Er hangt een huilbui als een onweer in elk van ons  

Er hangt een huilbui als een onweer in elk van ons

Maar je houdt je groot

Je houdt je in

En als we dat niet deden

Kwam het met bakken naar beneden

Stond het water ons al gauw tot de kin.

 

Om al de dingen die we slikken

Waar we stilletjes in stikken

Maar waar wij van blijven schrikken

Altijd weer...

 

Om kinderen niet geboren

Voelen nergens bij te horen

Om een jeugd voorgoed verloren

Komt niet meer.

 

Om de kans die is verkeken

Om het plan dat is blijven steken

Om 't verzet dat is bezweken

Onder de tijd.

 

Om bedrogen uitgekomen

Om vervlogen mooie dromen

Om illusies je ontnomen

Kwijt.

 

Er hangt een huilbui als een onweer in elk van ons

En stel, dat wij ons een keer lieten gaan

Als de gene was verdwenen

Kreeg je het oeverloze wenen

Werd het tranen dweilen

Met een open kraan.

 

Om de drift die wij bedwingen

Het verdriet dat wij verdringen

Om de dingen die niet gingen

Als gedacht.

 

Die ontglippen en mislukken

Die in scherven en in stukken

Door ons onbegrijpelijk krukken

Dag en nacht.  


Tijd van vloek  

Tijd van vloek en tijd van zegen

tijd van droogte, tijd van regen

dag van oogsten, tijd van nood

tijd van stenen, tijd van brood

tijd van liefde, nacht van waken

uur der waarheid, dag der dagen

toekomst die gekomen is

woord dat vol van stilte is

 

tijd van troosten, tijd van tranen

tijd van mooi zijn, tijd van schamen

tijd van jagen, nu of nooit

tijd van hopen, dat nog ooit

tijd van zwijgen, zijn vergeten

nergens blijven, niemand weten

tijd van kruipen, angst en spijt

zee van tijd en eenzaamheid.

 

wie aan dit bestaan verloren

nieuw begin heeft afgezworen

wie het houdt bij wat hij heeft

sterven zal hij ongeleefd

tijd van leven om met velen

brood en ademtocht te delen

wie niet geeft om zelfbehoud

leven vindt hij honderdvoud


strijd  

Om een strijd voor niets gestreden

Een geloof voor niets beleden

Om een onvoltooid verknoeid

Verleden tijd.

 

Om dat steeds weer net niet halen

Om de internationale

Van het totale menselijk falen

Wereldwijd.

 

Er hangt een huilbui als een onweer in elk van ons

Maar je houdt 't leuk

Je houdt je groot

Maar als wij zouden lozen

Ging het hier gigantisch hozen

Dan had je alle dagen watersnood.

 

Er hangt een huilbui als een onweer in elk van ons

Tranen als het water van de zee

En heel ons lange leven

Zal die boven blijven zweven

Drijft die huilbui als een onweer met ons mee.


SPECIAAL VOOR JOU  

Wees niet wanhopig, als de hemel lijkt gesloten,

als je van ieder mens verlaten bent,

als je, je hoofd zó dikwijls hebt gestoten

dat je geen blijdschap en geen vreugd meer kent,

als je verward bent in de leugen, het bedrog:

God is er toch? God is er toch?

 

Denk aan je doop. Toen heeft de Heer gesproken:

'Je bent Mijn kind. En of je wilt of niet,

al heb je elke dag je woord gebroken,

toch breek Ik Mijn belofte aan jou niet.

Ik zei het toen, Ik zeg het nu en nòg:

Ik ben er toch? Ik ben er toch?

 

Voel op je voorhoofd: daar brandt nog het water

dat teken was van Mijn verbond met jou.

Dat gold voor toen, dat geldt voor nu, voor later,

al ben jij ontrouw, eeuwig is Mijn trouw.

Denk niet wanhopig: 'God, wat moet ik nog?'

Ik ben er toch? Ik ben er toch?

 

Ik ben er altijd. Maar je moet Mij zoeken,

Ik zal je horen, vóór je roept tot Mij;

Maar roep dan ook. Al lijkt je bidden vloeken,

Ik hoor je stem. Ik kom en maak je vrij.

Al is er niets, dat in je voordeel pleit

Mijn kind, Ik ben er toch. Voor jou. Altijd.'


NAAR EEN GEBROKEN HART  

Naar een gebroken hart

mag enkel iemand gaan

die ook het hoge voorrecht kent

dat hij pijn heeft doorstaan.  

Emily Dickinson


Als God eerlijk zei  

Als god eerlijk zei:

Straks maak ik één van mijn laatste tochten

maar heden heb ik niets geen haast

Ik wring mij nog in allerlei bochten

maar moet ik gaan, ben ik toch verbaasd

 

Toch leef ik in mijn laatste dagen

Bijna gereed voor de laatste reis

en zal ik die sprong eens wagen

wordt ik weggelokt van 'aardse paradijs

 

Het wordt 'n eindeloos gevecht

Ik schijn er soms aan te bezwijmen

en heb ik niet mijn eigen recht

om te weten...wat ligt er achter die horizontale lijnen

 

Want ik moet gaan, zoals zovelen

Wat geeft het of ik zeg, dat ik 't haat

ik ben gedoemd dat lot met anderen te delen

en denk, mijn god, wat is dat voor verraad?

 

Hij is gestorven, omdat wij zouden leven

maar daar wij nog ten onder gaan

zou ik er alles voor willen geven

als god eerlijk zei...'ik maak't ongedaan'


Omdat jij het bent  

Ja, ik weet het,

grote woorden zijn het,

liefde en trouw.

Dus als het niet om jou ging,

bleef ik wijselijk zwijgen misschien.

 

Want het leven is lang, hopen we,

en de dagen zijn zo verschillend als het weer.

En morgen zijn wij zelf anders dan vandaag,

mensen ooit volgroeid?

Dus als het niet om jou ging..

 

Maar het gaat om jou.

En ik weet,

ik lees het in je ogen,

dat jij me zult aanvaarden

met al wat in mij leeft en groeit,

en faalt misschien.

 

Ja, ik vermoed dat liefde in je woont,

te groot en te wijd voor woorden,

waarin ik thuis mag zijn

en waar ik mag terugkeren,

opdat met vallen en opstaan

ik mens mag worden

en jij je daarover in liefde kunt verheugen.

 

Daarom zeg ik "ja" vandaag.

En niemand meer dan jij weet

hoe ik dat bedoel.


in jouw ogen  

Wie in een spiegel kijkt,

ziet zichzelf,

met ogen, huis en haar,

maar niet wat achter ogen ligt

en niet wat in hem zucht en zingt.

Ziet hij zichzelf?

 

Wie in een spiegel kijkt,

ziet die zichzelf?

Maar als ik in de spiegel van jouw ogen kijk,

zie ik - behalve jou -

mijzelf door jou aanvaard

zoals ik ben van binnen

door jou vermoed, bemind zoals ik ben

gezocht en gezegend.

 

In jouw ogen zie ik het antwoord

op mijn ongesproken vragen

een die genade vindt en vrede,

mijzelf,

van binnenuit weerspiegeld

in jouw ogen.


Vandaag en morgen  

Ik zal je liefste zijn, sprak zij,

jouw naam geschreven in mijn hand,

mijn hart geen dagtocht zonder jou.

Ik zal je liefste zijn,

maar vraag en wil niet weten

of ik morgen zijn zal

wie ik ben of gisteren was.

Vraag niet dat ik van plastic word

van binnen.

Ik wil je graag beminnen

zoals ik ben en worden zal,

met al wat in mij zucht,

nog ooit mij overkomt.

 

Kom, sprak hij,

wees wie je worden zult

tot in lengte van jaren.

En elke nieuwe dag

zal eender en vertrouwd,

maar ook anders zijn.

Want leven zul je waar ik ben

en zingen zul je

wat je hart je ingeeft,

tot ook ik geworden ben

een mens van morgen,

anders dan ik was of ben.

Want liefde leeft,

en nieuw zijn al de dagen van ons leven.


Wonen  

Hoe zal ons huis zijn,

opdat jij er vrede vindt?

Met deuren goudbeslagen,

voorzien van sloten

die een vreemde verre houden?

Granieten muren

en kostbaar hars in vaten,

van oude droomverhalen,

moet zo ons huis zijn om te kunnen wonen?

 

Of zal ik aan een houten tafel

het brood van vrede met je delen?

Zal ik rusten waar jij op me wachtte.

En onder een dak van eenvoud,

zal ik zeggen dat ik van je houd.

 

Jouw handen openen ramen

naar het licht van de morgen.

En deuren gaan open

naar wie er vriendschap willen delen.

 

Mag zo ons huis worden?

Wees gerust, de hemel zegent hen

die elkaar zegenen:

jouw huis, oase van vrede.


Luisteren  

De liefde spreekt een ja-woord.

Maar zou het waar zijn

dat liefde meer luisteren is dan spreken?

Luisteren naar jouw ogen,

naar wat jouw hart mij zeggen wil,

met of zonder woorden?

 

Zou het waar zijn

dat jouw ja-woord om mijn stilte vraagt,

waarin het kan uitgolven tot een lied

diep in mij van binnen?

 

Ik luister met gesloten ogen

Laat mij de naklank van jouw woorden zijn,

ruimte waarin jouw woord gaat leven.

 

Zou het waar zijn

dat liefde meer luisteren is dan spreken?

ik lees het in je ogen.


Jij misschien  

Hoe in mensen

liefde ontspringt,

weet geen wijze.

Zelfs geen kind weet

waar de huiver van liefde begint.

 

Geen wijze, geen kind,

alleen jij misschien

waarom een mens als ik

door jou wordt bemind.

 

Liefde, niet te bedenken,

maar wonder dat welt als verlangen

dat ik voor je zijn mag

al wat gelukkig maakt,

een leven lang

jouw morgenlicht en avondvrede.

 

Door de hemel aan mensen gegeven,

kleurt liefde hun wereld,

net warmte en licht,

wordt zij een lied

dat in blinkt in hun ogen.

 

Adem van liefde,

niet te bedenken,

maar een wonder

dat ruimte vindt

in wie wordt als een kind.


Vanwaar  

Woorden bestormen de hemel vandaag

en roepen om zegen.

Maar grote woorden maken mij verlegen,

ware het niet dat in jouw ogen

warmte en zegen al zichtbaar gloeit.

En wat jouw doorstroomt,

raakt ook mij van binnen.

Vanwaar dit vreemd en wonderlijk gevoel

dat wij, ondanks ons zelf, elkaar beminnen?

Worden wij van hogerhand gezegend

met wat een mens verrassend overspoelt?

Maar dan zal ook, zo bidden wij,

de hemel aan ons blijvend schenken

wat ooit in ons is neergelegd

en wat aan liefde

in ons leeft en bloeit.

Zijn wil geschiede dus op aarde

dat wij, volkomen voor elkaar bevrijd,

in liefde blijvend vreugde vinden

en voor de hemelpsalmen van erkenning

en van vrede zingen.



als een blad van een boom valt  

Als een blad van een boom valt

Kijkt niemand op of om

Een boom een blad ach wat

Een speelbal in de wind

Maar nu valt geen blad

Geen boom zelfs

Nee nu valt een kind

 

Als een bom op een dorp valt

Veert iedereen boos op

Om uitgebreid te melden

Wat hij ervan vindt

Nu valt een stilte

Geen bom valt

Nee nu valt een kind

 

Ach God hou me staande

Ach God anders val ik om

Zeg me God waar ik je vind

Ach God hij was drie maanden

Ach God hij huilde soms

Ach God ben jij dat kind

 

Sprakeloze mensen kijken

Zwijgend naar het kistje

Van spaanplaat met fineer

Dat schommelend wegzakt

In de betraande aarde

Een kind niet meer

 

Geen schuld treft hen

Maar ze zijn gedoemd

De moeder wankelt

De vader houdt zich groot

Hij denkt had ik

Mijn kind maar God genoemd

Dan had ik kunnen zeggen

God is dood.  

Freek de Jonge


Tot de doden  

Wij kunnen u niet meer bereiken,

wij komen een zintuig tekort,

wij leggen ons neer bij de feiten

dat gij minder en minder wordt.

 

De enkele keren dat ge

in dromen ons nog verschijnt,

wordt gij al ijler en ijler

tot ge voor altijd verdwijnt.

 

Straten houden uw namen

voor heden en morgen in stand,

maar onze kinderen brengen

ze niet meer met u in verband.

 

Het land ligt nog net als het toen lag

van polder tot polder te kijk;

de mensen die er in wonen

blijven zichzelve gelijk.

 

Maar éénmaal per jaar is de stilte

tot de hemel toe van u vervuld

en belijden wij zonder woorden

onze dankbaarheid, onze schuld.  

Ed. Hoornik


Weten

Stil aan je bed te staan en geen woord weten te zeggen

verlegen zijn met onze eigen kans, gezondheid, geest en kracht

weten dat jij nog maar zo kort van het leven mag getuigen

dat je, je taak als mens bijna volwaardig hebt volbracht.