|
|
Doof nu het licht en sluit je ogen en vergeet de strijd jouw leven hier is omgevlogen, maar je liefde blijft. En waar jij gaat zijn zon en maan gelijk, de kleinste bloem is daar als de hoogste eik en alle koningen en kinderen zijn daar gelijk. Laat nu die laatste droom maar komen en wees niet meer bang, jouw nacht van vrede is gekomen na een leven "lang". En waar jij gaat daar is geen haat of pijn, het heetste vuur wordt dat als van een kaars zo klein, zoals de zon schijnt na de regen, zo zal het zijn. En waar jij gaat .daar zullen vriend en
vijand samen gaan, wat stof is zal tot stof vergaan en elke storm komt weer tot rust daar, zo zal het gaan. En waar jij gaat laat ik mijn hart en ziel met jou meegaan, jouw taak op aarde is voldaan, zoals je was in alle liefde, zo zal je gaan. iets beters dan woorden of klanken. Zoek mij in de mensen die ik gekend en lief gehad heb". "Nacht
van droom en van verlangen draagt het schemerlicht ternauwernood. Onuitwisbaar groeit verlossing in de barensweeën van de tijd. Onmiskenbaar moe gedragen wijkt het duister voor het volle licht".
Voor James Brockway Die lompe gast zal jou niet overslaan. Nooit belt hij op en vraagt: “kom ik gelegen?” Hij komt te vroeg, te laat, zijn zeis stoot tegen Je lamp of vaas. Hij laat zijn koffie staan. Beloftes worden niet door hem gedaan En hij zal nooit die knekelvoeten vegen. Hij wil niet schaken. Er wordt stuurs gezwegen Tot hij je vraagt om met hem mee te gaan. Dat was het dan. Je bent opeens zo moe. Hij zegt: “je wist toch dat ik ooit zou komen. Die lamp, die vaas, doen er niet meer toe. Kijk niet zo bang. Het sterven doet geen pijn. Het zal een slapen, slapen zonder dromen zijn, Het zal een slapen zonder weerga zijn.”
Patty Scholten Na een poosje leer je het subtiele verschil tussen een hand vasthouden en een ziel aan de ketting leggen en je leert… dat liefde niet betekent leunen en gezelschap niet betekent veiligheid. En je begint te leren… dat kussen geen contracten zijn en geschenken geen beloftes. En je begint je verlies te accepteren met je hoofd omhoog en je ogen vooruit met de genade van een volwassene, niet het verdriet van een kind. En je leert al je wegen te bouwen op vandaag want de grond van morgen is te onzeker; plannen en toekomst hebben de gewoonte om midden in hun vlucht neer te vallen. Na een poosje leer je… dat zelfs de zon schijnt als je teveel vraagt. Dus plant je je eigen tuin en versier je je eigen ziel in plaats van te wachten tot iemand je bloemen brengt. En je leert… dat je werkelijk kunt verdragen dat je werkelijk sterk bent dat je werkelijk waarde hebt. En je leert… en je leert… Bij ieder afscheid leer je...
auteur onbekend
Bittgedanke,
dir zu füssen den weg zum haus Smeekgedachte, voor jou neergeknield
Is een gedicht als een boom dan is het mooi. Is hij mooi dan is een boom als een gedicht.
Rustig met wortels sterk en toch gedragen door de wind altijd beweeglijk zijn eigen vorm tekenend.
Naast de boom staat het gedicht in de aarde geplant groeit vol vertroosting om laag en streeft naar de hemel.
Op vaste grond en zwevend uit stof zijt gij gekomen tot stof zult gij wederkeren uit stof zult gij herrijzen.
Klaus Rifbjerg Bomen spreken weinig, naar men weet. Ze slijten heel hun leven mediterend en hun takken bewegend. Het volstaat om hen in de herfst te bekijken als ze samenkomen in de parken, alleen de alleroudsten converseren, zij die de wolken en de vogels verdelen, maar hun stem gaat verloren tussen de bladeren en zeer weinig bereikt ons, bijna niets.
Het is moeilijk een kort boek te vullen met gedachten van bomen. Alles aan hen is vaag, fragmentarisch. Vandaag bijvoorbeeld, bij het horen van de kreet van een zwarte koevogel reeds op weg naar huis, slotkreet van wie geen volgende zomer meer wacht, begreep ik dat in zijn stem een boom sprak, een van zovele, maar ik weet niet wat te doen met die kreet, ik weet niet hoe hem op te tekenen.
Eugenio Montejo laat ik nooit vergeten, dat er een boom op de heuvel staat - ergens, ver weg, waar dan ook - een boom zonder naam, bevriend met de komende avonden. Een boom op de heuvel. Die zal me eraan herinneren hoe wakkere ogen zwerven in het gras, hoe in de diepten van de dakloze nacht de stemmen van de krekels aanzwellen. Een boom op de heuvel. Dat hij van me zal houden en me nooit zal vergeten. Hij is naamloos, ik zal hem geduld en groene stilte noemen. Een boom-zulk een ranke belichaming van mijn gedachte! - staat op de heuvel, verenigd met de wol ken, luisterend naar de duistere sprookjes, die de wind hem toefluistert.
Ivon Tzanev wij speelden vaak op de overgroeide begraafplaats waar we met rust werden gelaten; tweehonderd jaar geleden dat dode mensen er kwamen liggen
heide en wilgen verspreid over muurtjes en graven neergelaten lichamen in hulsels van dennenhout en handgesmede spijkers omgevormd tot minder dan lucht: kleine verzakkingen in openlucht
af en toe voetbalden wij er, stelden doelpalen op het was er oneffen, het ging niet zomaar- maar op een of andere manier lukte het steeds we waren niet talrijk, we hadden geen regels dat was ook het beste, allen tegen allen ik zie de bal nog naar het doel rollen: bump bump bump
wij liepen erachter, over de kuilen een sprongetje maar, en we waren er
Paal Helge Haugen Ik verloste hem van de grote plant die in zijn kamer niet meer paste. De wereld om de kleine man werd almaar kleiner.
Zijn vrouw kon hier niet aarden, ze droomde van verre dennenbossen en veranderde in een vogel die door het raam wegvloog.
Haar lichaam brachten ze terug, met de schrik van geknakte knieën en zweetdruppels als ongepaste tranen op hun voorhoofd.
Achter de glazen ruit het bed en op het kussen een gezicht dat het leven opheft.
In zijn handpalmen schepte hij het. Hij hief het gezicht naar zijn lippen zoals je water uit de bron schept.
Jana Beranová De
Dood, die onbekend en onbemind, S. Vestdijk Mijn vader sterft;
als ik zijn hand vasthoud, Jean Pierre Rawie Vroeger toen 'k
woonde diep in 't land, J.J. Slauerhoff Sedert
de droomspin mij omspon Hanny Michaelis Slechts
eenmaal heb ik u gezien. Gij waart Piet
Paaltjens oud
de tijd en vele vogels sneeuwen lucebert Je
zoenen zijn zoeter dan Judith
Herzberg In
de schaduw der zwellende zeilen verborgen Geerten Gossaert Weggaan is iets anders Rutger Kopland Alleen in mijn
gedichten kan ik wonen, J.J. Slauerhoff Zul je voorzichtig zijn? Ik weet wel dat je
maar een boodschap doet hier om de hoek Je kus is licht, Maar achter deze hoek Zul je voorzichtig zijn? Adriaan Morriën Ik heb van-nacht mijn kussen nat geweend Ik heb
van-nacht mijn kussen nat geweend. Dat gij
van elke kant, door alle muren, Maar
deze nacht, de eerste na uw brief, En toen
ik me uit mijn slaap al bevend hief ergens moet het zijn het heeft geregend J.C. van Schagen er is niet meer bij
weinig alles van waarde is
weerloos als het hart van de
tijd lucebert Er is een soort niets
dat ik zoek. Wat je overhoudt in mezelf kan liggen,
op mijn rug, het onderste wat ik heb, lig. Er is te weinig
weinig. De vergevensgezindheid De lucht is blauw als
vergeetachtigheid. Herman de Coninck Innig vertrouwd met
steeds hetzelfde elkaar, geef ons maar
zonnebloemen, weken lang wij krijgen daar niet
makkelijk genoeg van, Anton Korteweg Van jou blijft niets, alleen deze gebroken fragmenten. Dat iemand ze liefdevol verzamelt, wens ik je toe, ze koestert en ze niet geheel en al laat sterven in deze nacht van gulzige schaduwen, waarin jij al weerloos blijft trillen.
José Angel Valente Wijken voor de trage zon die naar de avond neigt, zich eraan overgeven. Verval. De stroom van leven is stilaan onmerkbaar opgedroogd zoals de rand van vlucht of streling. Ijl duurt nog wat van zijn lichte aanraking een spoor was. Ik weet niet of ik vertrek of terugkeer . Waarheen'? Het einde is het begin. Niemand zegt me vaarwel. Niemand die op me wacht. Nu binnengaan in de ondergaande zon, opgeslorpt worden in licht, tot schaduw geroepen. En jij, die mij hebt liefgehad, offer aan de goden van de nacht het zuiverste deel van mij dat in je geheime rijk zal overleven.
José Angel Valente als ik na de dood naar jou kom zoals ik vroeger kwam en in mij is er iets wat jij niet herkent omdat ik niet dezelfde ben, wat een pijn doet sterven, weten dat ik nooit de randen zal bereiken van het wezen dat jij voor mij was zo diep binnen in mijzelf, als jij ik zou zijn en jij mij helemaal doordrong waarom is deze grens dan zo blind, zo rampzalig deze muur van woorden die plotseling bevroren nu ik je het hardst nodig heb, ik zeg je kom en soms kijkje me nog aan met een tederheid alleen uit de herinnering geboren. Wat een pijn doet sterven, naar jou komen, je kussen wanhopig en voelen dat de spiegel mijn aangezicht niet weerspiegelt noch voel jij van wie ik zielsveel heb gehouden mijn hunkerende onaanwezigheid.
José Angel Valente Misschien in het dorstige, donkere, haastige verbrokkelen van de dag ben je langzaam veranderd in iets anders, in iets wat aan je grenst, niet jij. Je komt niet tot jezelf terug als je tastend terugkeert naar het lichaam dat je had, naar de plek waar tot in het wit van de droom het metaal van de liefde schroeide. Leg neer je aangezicht dat je nu niet meer kent. Laat je woorden vluchten, bevrijd ze van jou en stap traag, onheuglijk en blind, onder de vergulde boog die de weidse herfst daarboven spant als laatste eer aan de schaduwen.
José Angel Valente dat een jongeman van tijd tot tijd je graf komt bezoeken. Hij wiedt het onkruid. Een jongeman. zeggen ze, mooi, met een boerenhoed. Toen ze het hem vroegen zei hij dat hij een vriend van je familie is. Wie is die gedaante die zo opdaagt'? Misschien ben jij het wel die terugkomt om te zien waar je bent en die aan de voet van je as, nat, een takje regen of verdriet neerlegt.
José Angel Valente Al je licht stroomt binnen, duurzaam, hard als steen. Je komt zo onbeweeglijk, zo in jezelf gekeerd. Het diepe. In je enige bestaan, je enige licht, brand je voor altijd. 'De gevoelens springen
over de gedachten.' ECKHART José Angel Valente in je licht niet zichtbaar, niet verwekt, enig, de enige. Je blik legt zich op de afwezigheid van jou of in het niet ontcijferbar, onverhoedse binnenstromen van je vorm in je leegte En daar laat je je stapspoor achter. Ik liep achter je aan. Geef me terug aan je ogen die ik draag in mijn ingewanden gegrift.
José Angel Valente hoewel ik bijna sterf. Open nog het raam waartegen de lucht vogels werpt uit het gele bos waar het licht nog klaart. Klop op mijn deur. Zeg me wie je bent jij die nu komt wanneer alles lijkt te eindigen. De haardos van de tijd rukt nachten weg als rivieren eindeloos op weg naar vaarwel. Vriendin, kom tot het leven terug, jij kunt het nog. Rechtop, op de andere oever, bewaart je witte gedaante het enige zekere getuigenis van mij.
José Angel Valente Rouw
om het jaar Albert Verwey Uit de bundel: Persephone en andere gedichten Ik heb bericht ontvangen Toon Tellegen (Uit: Een langzame val, opgenomen in: Daar zijn woorden voor, 2005) De
ploeger A. Roland Holst, Voorbij de wegen (1920). KERKJE
VAN FRANSUM C.O. Jellema De
Tuinman en de dood, P.N. van Eyck. Het licht is op een baar de kamer ingedragen heel stijf en onnoemelijk zwaar en veel engelen hebben geweend hun tranen vormen beken langs het raam die langzaam samenstromen in de oceaan van deze grauwe middag De winkels van je ogen staan leeg en verlaten de koopwaar is verzonken de klanten zijn verdronken diep in de grauwe oceaan van deze middag Zijn dat mijn handen die als zwammen aan je lichaam groeien is dat mijn stem die als een paraplu omhoog staat . O de leegte van deze grauwe middag wie zal de bergen der gebaren beklimmen wie brengt het lange wenen tot bedaren Geen meesterhand zal ons meer redden wij zijn twee logge waterbeesten stom op elkander ingedreven in deze grauwe oceaan ik heb mij zachtjesaan en met een eindeloze draaiïng van mijn romp een vormeloze zwarte klomp
traag aan je vastgezogen.
P. Rodenko
De moeilijkste wegen worden alleen gegaan, de teleurstelling, het verdriet, het offer zijn eenzaam. Zelfs de dode die elk roepen beantwoordt en geen verzoek verzaakt staat ons niet bij en ziet toe of wij het redden. De handen van de levenden die zich uitstrekken zonder ons te bereiken zijn als de takken van de bomen in de winter. Alle vogels zwijgen. Je hoort slechts je eigen voetstap en de stap die je voet nog niet is gegaan maar nog gaan zal. Stil blijven staan en je omkeren helpt niet. Er moet worden gegaan.
Neem een kaars in je hand als in de catacomben, het vlammetje ademt nauwelijks. En toch, als je lang bent gegaan, blijft het wonder niet uit omdat het wonder altijd geschiedt en omdat wij zonder genade niet kunnen leven: de kaars vlamt op in de vrije adem van de dag, je blaast hem lachend uit als je de zon in treedt en onder de bloeiende tuinen de stad voor je ligt, en de tafel in je huis wit voor jou is gedekt. En de verliesbare levenden en de onverliesbare doden het brood voor je breken en de wijn aanreiken en jij hun stemmen weer hoort heel dicht bij je hart.
Hilde Domin Uit het Duits vertaald door Kees Kok
Licht van onze dagen Wij geven je uit handen
Dat de waternimfen je onthalen op een teder feest Dat zij je stil ontdoen van je omhulsel De draden van degene die je bent geweest langzaam afwikkelen
Licht van onze dagen Wij geven je uit handen
Dat zij je daar beneden blijven aanzien totdat je slaakt een eerste zucht je ogen opent en verwonderd in een nieuwe huid ontwaakt
Mariët Mesdag
Ben ik nog zichtbaar Vraag ik aan het water En neem een voorschot Op het antwoord
Ik zie een tuimelende val En zuig de toekomst naar me toe Ze lijkt zo ongerept en roerloos Af te wachten tot ik kom.
Voor elke lijn die nu verschijnt Bedenk ik curven zekerheid Als: toen en vroeger, weet je nog?
Voorbij mijn twijfels is een Straks verborgen. Eergens. Steeds en dichterbij.
Annette v.d. Bosch
Jouw dood maakt kringen In het koude water, Kringen waarin ook ik gevat ben En die mij dragen Als een web van liefde Om de stil bloeiende lotus heen. Eindeloos schijnt de zon in het water.
Het doet je goed eens aan de dood te denken; Je dagen worden er wat duidelijker van. Je dient te weten dat geen mens voor je kan leven; Maar ook dat niemand anders voor je sterven kan.
Ik spreek er s’avonds wel ‘ns over met de kind’ren, Of ‘k maak ’n grapje met de dood, dat kan geen kwaad. Als j’overpeinst waar je tenslotte komt te “liggen”, Dan weet je af en toe wat beter waar je “staat”.
|
|
|
voor meer en ander werk zie http://landscape.mystiek.netcanandanann - 02-11-2007 14:44:21 |