|
|
Er moet een andere wereld zijn1. Er moet een
andere wereld zijn niet ver van hier, waar vossen holen hebben,
vogels broeden op hun nest en mensen stoten op een steen om op te zitten
of onder te schuilen misschien bij slecht weer of tegen hete zon; een steen om
vuur uit te slaan, dat warmte geeft aan de aarden kom vol levenswater, gevormd
uit moedergrond, waar de graankorrel in gestorven is en er vruchten van draagt:
brood op de plank, wijn in de kelder en vrede in de kring; er moet zo'n wereld
zijn, anders dan deze van vel over been er moet een
wereld zijn warmer dan deze, hartstochtelijker, een boom in het midden, twee
harten erop, een boom met groene lokken, als een kind in de wind en in zijn
blaren de geur van jeugd '- zoals een dichter zegt- het jonge hoofd
nog ongeschonden, de romp nog onverslagen alsof nog alles kan, en vruchten als
ogen van een vrouw? van een man? een wereld als een boom, een wolk van groene
aarde maar wie zal er zijn die het ziet door de vervuilde lucht? muziek 2. Er moeten
andere mensen zijn, zonder pantser aan, met hun zachte huid vlakbij, geen vuur
in hun handen maar zwijgende littekens en je kunt gerust naar ze toegaan: je
vingers leggen in hun handen, je handen steken in hun zijde, want ze vreten je
niet op, die mensen, ze zijn al verteerd door de liefste pijn zo waar als ze
geleden hebben hun handen, hun harten geopend als een schoot, en zie wij worden
geboren en nemen en eten de vrede uit de schaal van elkaar; er moeten
andere mensen zijn: gaaf als vazen, gehard in de oven, met bloemen als ogen van
vrienden, al zijn ook hun dagen gras en hooi, dat 's morgens bloeit en 's avonds
ligt verschroeid; want niet het telraam onzer dagen bepaalt en maakt uit wie we
zijn, maar wie wij zijn, wie ik tot liefde ben, wie mij, wie mij een zorg is,
wie een lied muziek 3. Er moet een
andere God zijn, dan die ik van buiten moest leren uit het boekje van: gij zult
niet, een andere God dan die van
afrikaans hout is, van mexicaans steen, maar wacht
eens,... er is een land dat heeft geen naam, maar soms- er is een mens die
niemand kent, en toch,..- er is geen kans, maar als je even wacht... want
ook wie niet geloven zullen zien, als ze hun vingers durven leggen in een anders
doorzeefde handen en voeten, in het doorstoken hart van wie is uitgestreden; er moet zo'n
God zijn: een stem in mijn hart die fluistert 'je bent beter dan je bent,
gelukkig maar dat ik je toch hebt
gemaakt' een stem die laat weten
liefde is anders, komt van verder, groeit door je huid van asfalt heen, klimt
over de wallen van je lippen er moet zo'n
stem zijn, een andere God dan die je gewend bent en zegt: al ken jij je vader
niet, al draagt jou je moeder niet, al ben je al drie dagen zoek, al zijn oude
vrienden niet meer als toen ik verlaat je niet, nee nooit laat ze maar praten,
ik ben die ik ben die jou kent; al geeft je vader een steen en geen brood, je
moeder een zoen zonder liefde, al verlaten ze jou, zoals paarden hun veulens,
vogels hun jongen, moeders hun kinderen kunnen verlaten, ik verlaat jou nooit; muziek Na acht
dagen waren zijn leerlingen weer in huis en Thomas was erbij. Terwijl de deur
gesloten bleef kwam Jezus en stond midden tussen hen groetend: vrede voor u.
Toen zei hij tot Thomas: kom hier met je vinger en zie mijn handen en steek je hand in mijn
zijde en wees niet langer ongelovig, maar gelovig (Johannes 20,
26‑27). Het kruisHet
duidelijkste en meest bekende symbool van het christendom is het kruis. In elke
christelijke kerk te zien, in vele huizen boven de deur of op de
schoornsteenmantel, op torens met of zonder neon-verlichting, als gebaar
gemaakt voor en na het eten, op het voorhoofd van kinderen bij het naar bed gaan,
in weer en wind op hoeken van straten, Het is een
zo algemeen symbool geworden, te pas en te onpas gehanteerd, dat de waarde en
werking ervan tot een minimum kan dalen. Het veelvuldig gebruik van dit symbool
geeft anderzijds wel aan, dat het om iets wezenlijks gaat. Groei van
duisternis naar licht, een licht, helderder dan ooit tevoren. Dit zien wij
gebeuren bij herders en koningen die bij het pasgeboren kind kwamen. Soms
gebeurt het ook bij ons: duister dat licht wordt en licht dat lichter wordt en
vuriger! Onblusbaar vuur, dat vraagt om doorgegeven te worden. stilte Het eerste
vuur is het vuur van het geloof; geloof in God, Zijn mensgeworden Woord en Zijn
Geest die voortleeft in ieder van ons. Geloof dat geworteld is in het verleden
en reikhalst naar de toekomst. A: Omdat
Gij het zijt, groter dan ons hart die mij hebt gezien, eer ik werd geboren. Het tweede
vuur is het vuur van de hoop; hoop op een wereld, vrij van onderdrukking. Een
wereld, waarin mensen rechtop kunnen gaan, zoals mensen bedoeld zijn. A: Omdat
Gij het zijt, groter dan ons hart die mij hebt gezien, eer ik werd geboren. Het derde
vuur is het vuur van de liefde; liefde voor jezelf en liefde voor de ander.
Liefde die troost, vergeeft, geduldig en trouw is, die vrede brengt en goedheid
uitstraalt, maar ook kwaad wordt om onrecht. A: Omdat
Gij het zijt, groter dan ons hart die mij hebt gezien, eer ik werd geboren. Het vierde
vuur is het vuur van de inzet; de inzet van zovelen vóór ons, van al diegenen
die ook nú nog, ieder met haar of zijn eigen capaciteiten, werkzaam zijn voor
ons mensen binnen én buiten de kerk. Inzet van al die mensen die werken met een
droom in hun hoofd. Inzet die soms tevergeefs lijkt, maar dóór alles heen
vruchten draagt. A: Omdat
Gij het zijt, groter dan ons hart die mij hebt gezien, eer ik werd geboren. Het vijfde
vuur is het vuur van het gebed; gebed dat als wierook opstijgt tot God. Gebed
dat ons doet inkeren. Gebed dat ons samenbrengt en helpt om de strijd voor de
gerechtigheid niet op te geven. A: Omdat
Gij het zijt, groter dan ons hart die mij hebt gezien, eer ik werd geboren. Het zesde
vuur is het vuur van de vreugde; vreugde die we soms ervaren om al die kleine
gelukte stapjes op weg naar die droom. Vreugde die je in je hele lijf ervaart.
Vreugde die uitgesproken, uitgezongen, uitgespeeld, uitgedanst moet worden. Een
roes van vreugde! A: Omdat
Gij het zijt, groter dan ons hart die mij hebt gezien, eer ik werd geboren. Het zevende
vuur is het vuur van de solidariteit; solidariteit van mensen tot elkaar in
vreugde en verdriet. solidariteit die sterk maakt. Solidariteit met tweederde
van alle wereldbewoners, die het zo nodig hebben dat wij achter hen gaan staan
in hun strijd om een menswaardig bestaan. Solidariteit met de vluchtelingen in
ons land, solidariteit, uitgedrukt in het breken en delen van brood.
A: Omdat
Gij het zijt, groter dan ons hart die mij hebt gezien, eer ik werd geboren. Ik wil
jullie uitnodigen om nu het vuur door te geven, om elkaar bij te lichten, om
elkaar toe te schijnen met geloof in Hem die ons aanstoot als het licht in de
morgen. Lied: Licht dat ons aanstoot in de morgenEr bloeit een nieuwe wereld openIk sta met
duizenden tijdgenoten op de scheiding van een oude en een nieuwe wereld. En ik
houd mijn hart vast. Ik geef niet graag toe dat ik bang ben om het onzekere dat
komen gaat. Het klinkt niet dapper, niet vooruitstrevend. Maar ik voel het: ik
ben bang. Soms rol ik mij in mijn oorspronkelijke embryohouding: een oerreflex
naar behoud, geborgenheid, zonder druk van buiten, niet‑bestaan. Ik klamp
me vast aan oude waarden, verschans me op een veilige plek, koester me in de
vast bestaande cultuur. Maar ik voel ook: mijn hart springt op, popelt van leven
bij deze omwenteling, bij deze wereldrevolutie. Ik ben ook pionier, ik wil
bestaan, uitbreken. Dan vecht ik voor nieuwe waarden, voel ik de grond
deugddoend onder me wegschuiven omdat het mij tot zwerver maakt. Tussen vrees en
hoop zweef ik als moderne mens, als kind van deze tijd, en ik weet niet wat ik
uit deze oude wereld als waardevol moet behouden, en ik weet niet welke waarden
die nieuwe wereld mij aanreikt. Ik stamel nog een oude taal en vind geen woorden
voor mijn nieuwe ervaring. Ik steun nog op oude normen en vind geen boeien voor
een nieuwe houvast. Ik leef nog in oude structuren en vind geen veilig nieuw
thuis. Ik voel nog in oude relaties en vind geen nieuwe vormen van betrokkenheid.
Er leeft in mij een nieuwe mens, maar ik heb de oude nog niet afgelegd. Ik weet
dat ik weer zal moeten leren, moet herboren worden, en vraag me af hoe dit nog
kan op mijn leeftijd. Mijn zintuigen moet ik wekken. Mijn verstand
vermenselijken. Mijn gevoelens opdiepen en er gestalte aan durven geven. Ik zal
beetje bij beetje een andere taal moeten durven spreken. Ik zal met creatieve
moed ruimte scheppen, voor mezelf en voor de gemeenschap, voor de andere wereld
in mij, rondom mij - en ik weet het, want ik zie het: ook in de anderen leeft
het. Er bloeit een nieuwe wereld open. AansporingWees kalm
temidden van het lawaai en de haast en bedenk welk een vrede er in stilte kan
heersen. Sta op goede voet met alle mensen - zonder jezelf geweld aan te doen. Zeg je
waarheid rustig en duidelijk en luister naar anderen; ook zij vertellen hun
verhaal. Mijd
luidruchtige en agressieve mensen, zij belasten de geest. Wanneer je je met
anderen vergelijkt, zou je ijdel en verbitterd kunnen worden; want er zullen
altijd grotere en kleinere mensen zijn dan jij zelf. Geniet zowel van wat je
hebt bereikt als van je plannen. Blijf
belangstelling houden voor je eigen werk, hoe nederig dat ook moge zijn; het is
een werkelijk bezit in het veranderlijke fortuin van de tijd. Betracht
voorzichtigheid bij het zaken doen; want de wereld is vol bedrog. Maar laat dit
je niet verblinden voor de bestaande deugd; vele mensen streven hoge idealen na
en overal is het leven vol heldendom. Wees jezelf.
Veins vooral geen genegenheid, maar wees evenmin cynisch over de liefde, want
bij alle dorheid en ontevredenheid is zij eeuwig als het gras.
Volg de loop der jaren met gratie; verlang niet naar een tijd, die achter
je ligt. Kweek
geestkracht aan om bij onverwachte tegenslag beschermd te zijn. Maar verdriet
jezelf niet met spookbeelden. Vele angsten worden uit vermoeidheid en
eenzaamheid geboren. Leg jezelf een gezonde discipline op, maar wees daarbij
lief voor jezelf. Je bent een kind van het heelal, niet minder dan de bomen en
de sterren. Je hebt het recht hier te zijn. En ook al is het je wel of niet
duidelijk, toch ontvouwt het heelal zich zoals het zich ontvouwt ‑ en zo
is het goed. Heb daarom
vrede met God, hoe je ook denkt dat hij moge zijn, en wat je werk en aspiraties
ook mogen zijn. Houd vrede met je ziel in de lawaaierige verwarring van het
leven. Met al zijn
klatergoud, somberheid en vervlogen dromen is dit toch nog steeds een prachtige
wereld. Wees voorzichtig. Streef naar geluk (Tekst
gevonden in de Oude St. Paulskerk in Baltimore, gedateerd 1692) WeggaanNu het jaar
donker begint te worden staat de
auto volgeladen, en is de tijd gekomen om
westwaarts te gaan. We hebben
hier vele jaren gewoond en zijn min of meer
tevreden geweest; nu gaan we weg. Zo gaat het
nu eenmaal; op nieuwe plaatsen, tussen
nieuwe mensen, zullen wij verder leven met die
bijzondere herinneringen, zowel
gelukkige als ongelukkige, maar waar hoe dan ook
die vreemde ondertoon in meeklinkt van wat
voorbij is, maar niet meer af te nemen: het heldere,
matte licht van de late middag buiten op
het terras; kijken naar de bergen; een borrel
met vrienden. Stemmen en
gelach klinken in de stille lucht, in een licht
dat de tijd leek stil te leggen. Hier hebben
we vriendelijkheid ondervonden, ook wat
onvriendelijkheid; nu gaan we verder. Ook al zijn
we nog jong genoeg en
strijdbaar genoeg om vastbesloten te zijn en vooruit
te blijven kijken, toch is er een ogenblik,
nadat van iedereen afscheid genomen is,
dat we het droge en bittere stof proeven van
alles wat we jaren lang gezegd en gedaan
hebben, en onze mond zwijgt, en de vlotte
tranen helpen niet. Spoedig zal
de noordenwind de blaren schudden, en de blaren
zullen vallen. Misschien
zien we hen wel nooit meer terug, de
vreemdelingen die glimlachend en wuivend op de stoep
staan vóór het hek van hun
ineens verboden huizen. Howard
Nemerov Kolos. 1,15-20Hij is het
beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping. Want in
hem is alles geschapen, in de hemel
en op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, tronen en hoogheden,
heerschappijen en machten. Alles is door hem en voor hem geschapen. Hij
bestaat vóór alles en alles bestaat in hem. Hij is ook
het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij
is het begin, de eerstgeborene uit
de doden, opdat in alles hij de eerste zou zijn. Want in hem wilde de hele
volheid gaan wonen, om door hem alles met zich te verzoenen en vrede te stichten
door het bloed van zijn kruis, alles op aarde en alles in de hemel.
Deuteronomium 6,1-9Dit echter
is het gebod, de wetten en de rechtsbepalingen, dat Hij, jullie god, gebood
jullie te leren, om te doen in het land, waar jullie naar op weg zijt het te
erven: Opdat je vreest Hem jouw God, te bewaren al zijn inzettingen en zijn
geboden, die Ik je gebied, jij, jouw zoon, de zoon van jouw zoon, alle dagen van
je leven, opdat je dagen zich verlengen - horen zul je Israël, bewaren
zul je in het doen, dat het je goed gaat, dat jullie je sterk vermeerderen, net
zoals Hij de God van je vaderen tot je gesproken heeft: land, melk en honing
vloeiend! Hoor Israël:
Hij is onze God, Hij is een! Heb lief hem jouw God met heel je hart, met heel je
ziel, met al je kracht. Het zijn deze woorden, die Ik vandaag jou gebied,op jouw
hart, scherp ze je zonen in, spreek erover, als je zit in je huis en als je gaat
op je weg, als je je neerlegt en als je opstaat, knoop ze tot een teken aan je
hand, ze zijn tot een bindsel tussen je ogen, schrijf ze aan de deurposten van
je huis en in je poorten! Alleenspraak
aan de grens (H. Andriessen) Nu eens niet
over de grenzen van anderen maar over die van jezelf.
Hoe groot is je pretentie anderen
te willen begeleiden. Alsof je zou
weten waar hun grenzen liggen en je
zou kunnen zeggen: 'tot hier en niet verder'.
En alsof je
je eigen grenzen zou kennen en je je zelf zou kunnen zeggen:'verder niet'. Er is
er Één die de grenzen heeft gesteld; in
de Aanvang. En die ze nog steeds stelt: aan de Oorsprong.
Wie was daarbij in de Aanvang? En wie ziet
nu toe aan de Oorsprong? Keek je soms mee toen Hij je weefde in de schoot? En
heb je toegang tot zijn geheim-zinnig werken
tot in dit uur? 'Grens"
is de stekel aan mens, dier of plant; stekel die pijn doet en prikt en
terugslaat; angel in het vlees; pijn
die je wilt ontvluchten; terugslag die je niet past. Grenzen zijn
de stekels aan jezelf. Je zet ze op omdat je verder wilt en dat gaat niet. * * * Maar wie ben
je zelf dat je je zelf kunt steken juist
daar waar je 'eindigt'? Zegt niet elke grens, elk einde dat er méér is? Wie de
grens ziet, keek er al over heen. Waarom dan je stekels: je woede, je onmacht, je verwijt;
zelfs je aanvaarding. Ze zijn goedkoop en doorzichtig.
Ze gaan alle over jezelf: over wat je van je zelf had gedacht - het bleek
een vergissing - en over wat je allemaal kon - je had jezelf opgeblazen - en
over wat allemaal moest kunnen - het oude verhaal van de mens. Slechts over
het bekende en vertrouwde gaan ze, over het gemakkelijke, het min of meer
moeilijke; alles méér van hetzelfde. Juist niet over het onbekende gaan ze;
het onbekende van jezelf en van de ander; niet over het geheim dat zich in alles
en in iedereen nestelt; niet over het Geheim waarin wij leven, bewegen en zijn. * * * Hoe zou het
zijn als je de grens zou zien als een doorgang naar een ander gebied, naar de
voorhof van het Geheim? Welk een helderheid zou er ontstaan in het besef dat er
andere wegen zijn dan de bekende; andere woorden dan de vertrouwde; andere
gevoelens dan die waarin je leerde wonen als in een gewoonte.
Nieuwe helderheid ten aanzien van jezelf en van wat je eigenlijk bent; en
ten aanzien van de ander en van wat die eigenlijk is.
Doortrekken
hier, aan de grens, naar het geheim van bestaan waarin geen weg valt te gaan
noch een woord te spreken noch een gevoel te onderzoeken noch een probleem op te
lossen. Doortrekken naar dit geheim-zin-nig gebied waar een andere macht
werkt:de bescheiden welhaast onmerkbare macht
van dit Geheim. Hoe zou het
zijn als daar ontstaat de vraag naar
jezelf, naar de bronnen waaruit je werkelijk leeft en de woorden die je
werkelijk hoort? Hoe zou het zijn als je stoot op je eigen geheim en daaraan
rijpt in stilte niet meer gesloten door de eigen stekels maar opgeroepen tot een
nieuw wachten? * * * Aan de grens
- plaats van doorgang-ervaren dat niet de oplossing belangrijk is maar dat wat
de vraag met je doet in het aandachtig wachten. Niet de vraag die zich niet liet
oplossen en die je bracht naar de grens en de eigen, bittere stekels maar die
van het Geheim dat vraagt op je te mogen inwerken eenmaal dat je doordrong in
zijn voorhal Geheim dat
je beduidt hoe betrekkelijk is je
weten en hoe kortzichtig je doen en
hoe ongelovig je verlangen; dat je beduidt hoe wij állen zijn als een eiland
een klein eiland, omgeven door de slaap; als trekvogels die wel vliegen
maar niet weten waardoor en waarheen; Geheim dat
je zegt hoe de ander ontschiet aan inzicht en regel, aan wet en methode; en dat
je noopt tot een inkeer waarin de aandacht voorrang heeft op het doel,de weg op
het aankomen, de belangeloosheid op
het belang, de ontzelving op de edele inzet. Geheim dat
je doet weten - zekerder weten dan alle begrijpen - dat er andere wegen zijn die je niet ziet en een andere
leiding dan die jij geeft en een andere schikking van het leven der mensen dan
die jij vermoedt. * * * Pas aan de
grens leer je geloven, pa ná de stekels, wanneer
alles je ontvalt en in je stilte.
Eindelijk bevrijd van de moedwil der woorden en van de macht van het willen en
van de nooddruft van het verlangen, beseft dat wij verlossing behoeven wij allen
in deze advent van bestaan; dat wij uitzien naar een andere wijze van
zijn, en een ander bestel en neer aan
ander haven voor het onttakelde schip. * * * Aan de grens,
pas aan de grens breekt het hart uit zijn oeroude schubben en pantsers - zeven ijzeren ringen, zeggen de oude verhalen
- en breekt het open naar
een andere wereld waar onze woorden -ontledigd- nieuw worden gevuld
met verwachting en onze harten -gebroken- met nieuwe aandacht en
trouw. * * * aan de grens
leidt niemand; daar worden allen begeleid. * * * Is er een
licht dat allen verlicht en dat wij
van elkander ontvangen maar dat ons niet behoort? Is er een licht achter de
stekels, oorspronkelijk licht waarop alle woorden pas kunnen
worden geëikt? Oorspronkelijk licht vóór zon en sterren, vóór het zachte
licht van de maan in de nacht? En is er een Wijsheid met wie Hij speelt,
God met Sophia, Vrouw en Wijsheid, geboren
nog voor alles begon? Zij speelde
in het gezicht van de Schepper, omspeelde al wat hij schiep en stelde, licht
dansend van inval tot inval, Hem nog nieuwe scheppingen voor. Speelt zij met ons
aan de grens aan de stekels voorbij
in een nieuw en oorspronkelijk licht? Speelt zij met mij die de grenzen dacht te
kunnen bepalen; omspeelt zij de
grens, licht dansend, van inval tot
inval; nog steeds? Leer ik nog
dansen, dansen nog in een nieuw
licht? * * * Worden wij
daartoe gevoerd tot aan de uiterste grenzen waar niets nog helpt: dat wij toch
nog gaan zien - al onze maten verstoord, al onze gedachten ontmachtigd, al
onze plannen vervluchtigd- wie wij zijn? Wacht ons daar eindelijk het
inzicht? * * * In de wereld
heerst altijd de angst, bondgenoot van al onze woorden, geheime gezel op de weg,
begeleider van alle begeleiding, laatste woord aan de grens, woord dat ons
steekt. De angsten aanzien in het einde en weten: aan allen gemeenzaam zijn zij.
Aan de grens onderkennen hun ware gelaat; rug tegen de muur, zonder woorden.
In de wereld heerst altijd de angst. * * * Van over de
grens klinkt het aan: 'Vrees niet, ik heb overwonnen'. Maar wat is een woord
door zoveel tijden overgeleverd, wat het verhaal van die ene
Grensganger, Vreemdeling, afdalend diep onder de aarde, gestegen alle
grenzen voorbij tot in een
andere wereld, zeven hemelen hoog; hoger nog tot in Aanvang en oorsprong; Alpha-Omega? * * * wagen de
grens en vertrouwen? * * * 'Wat is
geloven anders dan Wagen?' wagen aan de stekels voorbij.
H. Andriessen
Tot bekering roept Johannes opTot bekering
roept Johannes op. Maar wat houdt die bekering in? Hierover bestaan
verschillende interpretaties. Schrijf de vier voorbeelden hieronder over en knip
alle zinnen (niet de regels) los van elkaar, zodat je uiteindelijk 15 stroken
papier hebt. Schud ze door elkaar, lees om beurten een strook voor, haal er de
fragmenten uit die je aanspreken, en probeer ze in jouw volgorde te leggen. Neem afstand
van alles wat je hebt. Laat je niet verleiden door de rijkdom van de wereld. Elke vorm
van luxe of bezit staat tussen jou en het ware geluk in. Je bent pas vrij
wanneer je kunt zeggen: 'Ik heb niets behalve mijzelf'. Zoek
voortdurend naar nieuwe wegen die passen bij de vragen van deze tijd. Vlucht
niet weg uit het leven maar ga er middenin staan. Zolang je God niet ter sprake
kunt brengen in de taal van deze wereld heb je zijn boodschap niet begrepen. Raak geen
wapen aan: geweldloosheid overwint alle kwaad. Laat je niet verleiden door welke
vorm van geweld ook. Wees niet bang jezelf kwetsbaar op te stellen. De ware
vrede is niet van deze wereld. Zet je
volledig in voor een rechtvaardige wereld. Weiger te accepteren dat onschuldigen
sneuvelen. Ga het gevecht niet uit de weg. Soms kan de vrede niet anders dan met
geweld worden bereikt. Gebukt gaan
wij onder de zondenlast van deze wereld waarmee wij maar al te vaak solidair
zijn in ongenadigheid en gebrek aan mededogen. Wij zijn
verbijsterd om het mateloze lijden van zo veel kinderen der mensen. Maar onze
verslagenheid is te vaak meer een verlamming om niet te doen wat gedaan moet
worden, meer een vlucht voor wat niet te harden is dan een motief om al
het mogelijke te doen opdat genade de overhand krijgt. We komen dikwijls niet
verder dan klagende woorden. Te laks zijn
we en te weinig speurend naar onze kansen om onze kleine, maar zo onmisbare
bijdrage te leveren aan een genadige samenleving. We klagen van alles aan,maar
we missen de inzet, en leggen onszelf niet altijd de beperkingen op die nodig
zijn voor vrede, gerechtigheid en behoud van onze schepping. En hoe
genadig zijn we voor hen die ons niet aanstaan, die ons tegenstaan? Wij zien op
naar de gekruisigde, die bad voor zijn beulen, en die genade aankondigde aan een
gehangene. Laat ons dan
bidden (zingen) dat ons genade geschiede van godswege, opdat wij genade mogen
zijn voor elkaar. De herders worden schaarsIn de
Provence zijn er weer herders: jonge mannen en vrouwen uit alle streken van
Frankrijk, en zelfs van buiten de grenzen, gaan op de uitdaging in. Zij volgen
een opleiding en trekken daarna met een kudde schapen de bergen in voor een
lange, hete zomer. Zij verblijven dag en nacht bij hun dieren. Zij staan vaak
eenzaam, in weer en wind, tussen de aarde en de hemel. Zij voelen zich
verantwoordelijk voor hun schapen, verzorgen ze als ze ziek of gekwetst zijn.
Zij gaan voor, zoeken weiland en duiden richting aan. En als de zomer voorbij
is, keren zij naar hun standplaats terug, kapot, maar gelukkig. Zo heeft
zich de Heer zijn priesters gedroomd: mensen met de gezindheid van een echte
herder, die hun hart verliezen aan hun kudde, er zich verantwoordelijk voor
voelen en zich zelfs schuldig voelen als het misloopt. Zij proberen altijd ter
beschikking te zijn en voor te gaan, inspiratie te bieden en richting aan te
duiden in een doolhof van levensbeschouwingen, maar staan vaak eenzaam tussen de
aarde en de hemel. Die herders
worden schaars en hun kudde wordt onoverzichtelijk. Velen sterven jong... 'Van
't zich te veel aan te trekken', zeggen de mensen, en anderen geraken ontmoedigd.
Er is met de
Kerk iets aan 't gebeuren.... Alsof de grote herder - de enige Herder -
tussenkomt en zegt: 'Kijk! Ziet gij het niet? Ik begin iets nieuws... met vaders
en moeders en jonge mensen. Zij geven catechese, zij bouwen mee aan een liturgie,
zij gaan mensen opzoeken, zij dragen mee de zorg en de verantwoordelijkheid voor
de kudde, zij begeleiden andere mensen, geven inspiratie en duiden richting aan.
Zo'n mensen worden
steeds maar talrijker en hun plaats in de gemeenschap wordt meer en meer erkend
en gewaardeerd. De gemeenschap zelf is er door veranderd, is meer gemeenschap
geworden.' Als dit
nieuwe werkelijk van God komt, zal het niet tegen te houden zijn. Dan wordt Zijn
Kerk toch een kerk van gewone mensen. Manu
Verhulst Teksten; 'Ter herinnering'V1. Als
iemand gestorven is -zegt een oude joodse wijsheid- mag je twee dingen niet doen.
Je mag niet weglopen, en je mag niet spreken. Wij zien hier de werkelijkheid
onder ogen, rond het kruis, zo grof als het is. Wij worden stil om weer te weten
wat haat vermag, wat liefde doet. Wij
herinneren ons Jezus van Nazaret, hoe hij koos te leven voor de minsten, hoe hij
ging op hun weg, het donker in. Wij weten hoe hun dood zijn deel werd: gehangen
als een slaaf, geslacht als een lam. En alsof wij overweg kunnen met zijn
verhaal zingen wij in het donker.Hem herinneren wij ons - maar al die anderen
dan, verraden,veroordeeld, gefolterd, vermoord? Niet eens hun namen weten wij. Maar hun
geschiedenis mag niet verloren gaan, zoveel slachtoffers mogen niet vergeten
raken. Hoe pijnlijk ook: vergeten is ballingschap, herinneren is bevrijding. Er is geen
reden het lijden te verheerlijken. Laat dit een uur zijn van stil protest tegen
àlle dood, in de naam van Jezus, de Levende. Er is alle reden hen te eren die
vielen, en hen niet alsof te laten vallen. Laat dit een uur zijn van eerbied,
van liefde voor het leven,in het aangezicht van de dood. Wie wegloopt van het
kruis zal nooit van zijn leven opstaan. (Servaas
Bellemakers) Wie kan overweg met ons verhaal?Lezing uit Jesaja 53, 1-5a.7-8aL2. Wie kan
overweg met ons verhaal, wie merkt de hand van de Enige op? Hij
opgenomen als een losse loot, als een wortel uit dorre grond; hij had geen
uiterlijke schoonheid, waardoor hij ons zou zijn opgevallen, geen verschijning,
waardoor hij ons zou hebben aangetrokken, veracht als hij was en door de mensen
opgeven, een man van smarten en bekend met het lijden, iemand, van wie wij onze
blik afwenden, een paria, door ons niet geacht. En dat
terwijl hij óns lijden droeg, onder onze smarten gebukt ging; maar wij achtten
hem gestraft, geslagen en vernederd door God. Nee, om onze opstandigheid is hij
doorboord, om ons wangedrag verpletterd; Hij werd in het nauw gedreven, maar
schikte zich en deed zijn mond niet open; als een lam dat geslacht gaat worden,
als een schaap dat zich zwijgend laat scheren heeft hij zijn mond niet open
gedaan. Hechtenis en vonnis hebben hem uitgeschakeld; wie houdt zich nog bezig
met zijn lot? Gebed
'Vanuit het niets' (Ellen van Dam) Vanuit
het niets, God, kwam de taal: teken, woorden, beelden, ons in handen gelegd als
klei. Jouw wereld is door ons gevormd. Namen hebben wij gegeven aan bloemen,
dieren, zon en aarde, schepen, vliegtuigen, atoomkracht gebundeld, golven van
geluid, projecties van licht. Zie wat mensentaal vermag - vanuit het niets. Vanuit
het niets, God, kregen wij elkaar. Maar als wij elkaar bij de naam willen noemen
wordt onze taal een klievend zwaard dat splitst, uiteenslaat en verdeelt. Man en
vrouw, wit en zwart, rijk en arm, homo en hetero, mooi en lelijk, machtig en
machteloos, boven en onder. Overal die ene taal, de zelfde woorden, de zelfde
orde die wanorde is, chaos wachtend op heilige geest. Als
jij God bent, begin dan met ons, vanuit het niets, zing ons in beweging. Lezing: Genesis 11, 1-9Nu
was het zo, dat er overal op aarde één taal gebruikt werd, met dezelfde
woorden. Het
was, toen ze wegtrokken uit het Oosten, dar ze een dal vonden in het land Sinear,
waar ze zich vestigden. Ze zeiden tegen elkaar: 'Kom, dan gaan we tichels persen
en ze bakken
in het vuur'. Ze gingen baksteen gebruiken in plaats van natuursteen, asfalt in
plaats van leem. Toen zeiden ze: 'Kom dan gaan we een stad bouwen, een toren met
een spits tot in de hemel; zodat we naam maken en niet over de aardbodem worden
verspreid'. Maar de Enige daalde neer om de stad en de toren te bezichtigen, die
's mensen kinderen aan het bouwen waren; en de Enige zei: 'Kijk , één volk met
één gemeenschappelijke taal. Dit is nog maar het begin van hun gedoe; voortaan
is niets voor hen nog onbereikbaar, wat ze ook voor ondernemingen bedenken. Kom,
dan dalen we neer om hun taal te versnijden, zodat ze elkaar niet langer
verstaan'. En de Enige verspreidde ze van daar uit over de aardbodem, en de bouw
van de stad werd gestaakt. Daarom heeft de stad de naam Babel gekregen: daar
heeft de Enige de aardtaal versneden, van daaruit heeft de Enige ze verspreid
over de aardbodem. Handelingen
van de apostelen 2, 1-13
En
het geschiedde plotseling uit de hemel: geraas, als van een geweldige adem die
komt, en vol daarvan werd heel het huis waar wij zaten. En door hen werden
gezien: tongen als van vuur dat zich in vlammen deelt, en het zette zich neer op
ieder van hen. En vervuld werden allen van heilige geest, en zij begonnen te
spreken met andere tongen zoals de geest hen uit te spreken gaf. Nu waren daar Judeeërs -elders woonachtig, maar op Jeruzalem gericht- godvrezende mensen, afkomstig uit alle volkeren die onder de hemel zijn. Toen die stem geschiedde, liep de menigte te hoop, en werd door elkaar geschud, want iedereen hoorde hen spreken in zijn eigen taal. En zij raakten buiten zichzelf, en verwonderden zich, zeggend: En allen raakten buiten zichzelf en wisten niet meer hoe of wat, de één zeggend tegen de ander: Wat wil dit zijn? Weer anderen, smalend, zeiden: Die daar zijn vol van zoete wijn. Wat
moet iemand die lijdt - We lezen Job 3,20-26
Wat
moet iemand die lijdt met het licht, iemand die van binnen verbitterd is met het
leven? Zo iemand snakt naar de dood die niet komt, daaraan is hem meer dan aan
rijkdom gelegen. Zo iemand verheugt zich al op aarde die zal toedekken, en hij
juicht als hij een kuil vindt, die hem opnemen wil! Iemand wiens levensweg een
doolhof wordt, Vader, kom uit de hemel Een eigentijds Job-verhaalVader,
kom uit de hemel. Ik heb de gebeden vergeten die mijn grootmoeder mij geleerd
heeft. De arme, nu rust zij uit; ze hoeft niet meer te wassen, het huis schoon
te houden, ze hoeft zich geen zorgen te maken, heel de dag te plagen met wasgoed,
ze hoeft niet meer 's nachts moeizaam te waken, te bidden en zachtjes morrend je
alle dingen te vragen. Kom
uit de hemel als je daar bent, kom naar beneden, want ik sterf van de honger op
deze hoek; ik weet niet waar het goed voor is dat ik geboren ben; ik kijk naar
mijn opgezwollen handen: ze hebben geen werk, er is geen werk voor ze. Kom een
beetje naar beneden, kom kijken wat ik ben: deze versleten schoen, deze angst,
deze lege maag, deze stad zonder brood voor mijn tanden, de koorts die mijn
vlees uitholt, ze moeten slapen, in de regen, door de kou verkleumd, achtervolgd. Ik
zeg je, dat ik het niet begrijp, Vader, kom naar beneden, raak mijn ziel aan,
kijk naar mijn hart; ik heb niet gestolen, ik heb niemand vermoord, ik was een
kind, en toch slaan ze mij en kwetsen ze mij. Ik zeg je, dat ik het niet begrijp,
Vader, kom naar beneden als er bent. Want ik probeer gelaten te zijn maar ik kan
het niet, ik voel de woede in mij opkomen, ik ga opstaan om te vechten en ik ga
schreeuwen tot mijn keel vol bloed barst, want ik kan echt niet meer, ik houd
het niet meer uit, ik ben ook maar een mens. Kom naar beneden, Vader! Wat hebben
ze van je schepsel gemaakt? Een woedend dier, dat in de straatstenen bijt. Beroep
op God
Omdat
mijn ziel huilt omdat mijn hart doodziek is van verdriet, omdat mijn hele wezen
trilt van moeheid, kom, God, ik smeek u. Kom! Bron van alle troost en alle leven,
spreek! Wat wilt u mij zeggen door deze mensen, door al wat gebeurt, door deze
tijd? Ik
wil u volgen Ik
wil U volgen, Jezus, heel mijn leven lang. Alles wil ik doen wat U van mij
verlangt, heel mijn leven lang, heel mijn leven lang. Al
zijn de bergen nog zo hoog, al is de woestijn nog zo droog, wachtend op de regen,
al zijn de deuren nauw en smal en weet ik niet wat komen zal, niemand houdt mij
tegen. Ik wil U... Hier
zijn mijn zilver en mijn goud, ik ruil ze voor een kruis van hout en een paar
sandalen. Zo ga ik U steeds achterna van Bethlehem tot Golgotha: nooit zal ik
verdwalen. Ik wil U... Ik
neem mijn kruis op elke dag zolang ik U maar volgen mag, Jezus, Goede Herder.
Door steden vol vijandigheid, door landen vol van angst en strijd ga ik met U
verder.Ik wil U... God
help ons, God, help ons, dat wij ons
niet laten ringeloren door de feiten van vandaag, die ons vaak machteloos maken.
Mogen wij lichtplekken vormen in deze wereld, sporen trekken in onze gemeenschap,
waarin iets zichtbaar wordt van uw rijk, zodat mensen werkelijk het licht in de
ogen gunnen, het brood in de mond, de ruimte om te leven. Wij
bidden U voor arbeidsverhoudingen waarin de menselijkheid hoog wordt
gehouden.Wij vragen U voor alle mensen die plaats in de arbeidswereld, die hun
als uw beelddragers toekomt. Wij
bidden U om een politiek en een beleid van waarachtigheid en
gerechtigheid,waarin de vruchten van de arbeid rechtvaardig verdeeld worden,
waarin wij - als het ons minder goed gaat - niet van de laagstbetaalden eisen
wat bij hogerbetaalden aanwezig is. t.J.Opbergen/m.B.Huijbers Waarom bidden wij door Dorothee SölleOmdat
het ons om de broederschap gaat van
allen niet
alleen van christenen of van een andere groep van allen ook
van hen die na ons zullen leven in onze steden met ons water door
ons grootgebracht tot in de derde en vierde geslacht van allen van
de doden die voor ons geleefd hebben wier
dromen wij hebben verraden de
dromen van 1789 en van 1917 omdat
het ons om de broederschap gaat daarom
zeggen wij ONZE VADER omdat
onze taak oneindig is en
ons verlangen niet afneemt in de loop van ons leven omdat
christus niet onze drank is maar degene die onze dorst vergroot daarom
zeggen wij DIE IN DE HEMEL ZIJT omdat
wij leven op plaatsen waar mensen macht hebben over mensen in
bedrijven kantoren en scholen en weten dat gods naam juist
door macht het meest te schande wordt gemaakt daarom
zeggen we soms UW NAAM WORDE GEHEILIGD omdat
we de kringloop vrezen van produktie en konsumptie en winst waarvoor
ze ons willen africhten daarom
zeggen we soms UW WIL GESCHIEDE omdat
we niet zonder vrees zijn ook voor ons zelf niet
zonder twijfels ook aan ons zelf en onze weg niet
zonder ironie ook ten aanzien van onze pogingen daarom
zeggen we soms UW KONINKRIJK KOME wij
spreken met god telkens als we ons koncentreren op de nieuwe wereld we
spreken van het dagelijks brood en
bedoelen de knop die de gevangene in zijn cel ontbreekt en
de hoge invoerrechten op produkten uit arme landen we
belijden onze schuld als
een van de rijkste volken ter wereld die
vol is van mensen die verhongeren als
burgers van een geordend land dat
vol is van wanhopigen wij
vergeven onze schuldenaars die
ons bij het leven bedriegen door
niet op te houden hun betere voorstellen te doen hen
zo respekteren omdat
we goede vaderlanders zijn en
stikken in ons superioriteitsgevoel omdat
we hele volken onafhankelijk houden en
blind zijn van plichtsbesef daarom
zeggen we soms EN LEID ONS NIET IN VERZOEKING omdat
we onderdanig zijn en
niet geleerd hebben macht in te perken en
machtigen te kontroleren en
nauwelijks in staat zijn mee te beslissen over ons lot omdat
we ons overgeven aan
berusting en blind verdriet daarom
zeggen we soms MAAR VERLOS ONS VAN HET KWAAD omdat
we geloof nodig hebben voor het rijk dat we zijn en bouwen en bemoediging voor ons werk dat we niet voor niets opzetten daarom zeggen we soms WANT VAN U IS HET KONINKRIJK EN DE KRACHT EN DE HEERLIJKHEID en houden het erop dat
god is IN EEUWIGHEID voor ons Hierheen
adem, steek mij aan
Hierheen
adem, steek mij aan, stuur mij uit jouw verste verte golven licht. Welkom
armeluisvader welkom opperschenker welkom hartejager. Beste tranendroger lieve
zielsbewoner mijn vriend mijn schaduw. Even rusten voor tobberd en zwoegers,
voor krampachtigen een verademing, ben je. Onmogelijk mooi licht, overstroom de
afgrond van mijn hart, jou zo vertrouwd. God
ben jij, zonder jou is alles nacht en ontij, wreedheid, schuld, maar jij maakt
schoon. verflenst mijn bloem – geef water zalf mijn wonden. Stijf sta ik,
toegang verboden,ijzig - ontdooi mij, koester mij. Vreemd ga ik, zoek mij. Ik
zeg ja jij, doe nee. Vergeld mijn twijfel met vriendschap zeven maal duizend
maal. Niets ben ik zonder jou. Dood wil ik naar jou toe. Dan zal ik lachen. Zoals
Ik in de dagen van Noach heb gezworen
Zoals
Ik in de dagen van Noach heb gezworen dat nooit meer water de aarde zou
overdekken, zo zweer Ik u, dat Ik nooit meer boos op u zal zijn, dat Ik u nooit
meer zal bedreigen. Eerder zouden de bergen terugwijken en de heuvels gaan
wankelen dan dat mijn goedheid van u terugwijkt en mijn verbond van vrede aan
het wankelen wordt gebracht,‑ zegt de Heer, die barmhartig is. Jij,
stad, die berooid bent, opgejaagd soms en troosteloos, je grondvesten maak Ik
van jaspis, je fundamenten van saffier; je muren van robijnen en je poorten van
karbonkels; al je wallen van edelstenen; en wie je bouwen hebben dat van de Heer
zelf geleerd. Een
kostelijke vrede zal over de zonen komen. Als de gerechtigheid vaste voet in je
heeft gekregen, ban dan de angst uit, je hebt niets meer te vrezen, want al wat
je zou kunnen verschrikken blijft ver weg. Waarachtig, wie jou aanpakt, krijgt
met mij te doen en wie jou overvalt, die zal het weten. Zie, Ikzelf schiep de
smid, die het kolenvuur aanblaast en er vakkundig wapens mee smeedt; maar Ik
schiep ook de man die ze zal vernielen, geen wapens dat tegen je is gesmeed zal
iets uithalen. Iedereen die je beschuldigt zal voor gek staan; zo zal het gaan
met wie de Heer dienen: zij kunnen van mij op aan. Koning
is onze God, alle stranden der aarde lachen en juichen van vreugde. Hij woont in
nacht en wolken, gerechtigheid en waarheid schragen zijn koningstroon. Vuur
gaat voor Hem uit, brandt zijn vijanden weg. Het weerlicht over de wereld. De
aarde heeft het gezien. De aarde kronkelde en steunde als een barende vrouw. Bergen
smelten als was waar onze God verschijnt, heer en meester op aarde. De hemelen
hebben verkondigd, de heidenen hebben aanschouwd zijn liefde in volle luister. Schande
over de mens die zich voor beelden buigt, die zich beroemt op niets. Moeten niet
alle goden voor Hem ter aarde buigen, knielen voor onze God? Sion
heeft het gehoord, de steden van Juda juichen dat Gij hun redder zijt. O
allerhoogste God, meer en groter zijt Gij dan alle aardse goden. Alwie
boosheid haat wordt van God bemind. Hij bewaart hun hart. Hij zal zijn geliefden
eens voorgoed bevrijden uit de greep van het kwaad. Licht
is uitgezaaid voor Gods gerechte vrienden, vreugde zal ontbloeien. Vrienden,
wees verheugd en verkondig zijn naam boven alle namen. Is
in je
Iemand
leest nu uit het evangelie:Johannes 14, 1-10; 15-16
Posthuum
- zeg vijftig jaar na afloop schreef Johannes deze afscheidsrede voor Jezus:
Wees niet bezorgd; je gelooft in God - geloof ook in mij. In het huis van mijn
Vader zijn veel woningen. Als dit
niet zo was, had ik het niet gezegd, maar ik ga er juist heen om voor jullie een
plaats te bereiden. En
wanneer ik heengegaan ben en jullie die plaats heb bereid, kom ik terug en zal
je tot mij nemen, want ook jullie moeten zijn waar ik zelf ben. Jullie weten de
weg naar de plaats waar ik heenga. Tomas zei: Heer, we weten niet eens wáár u
heengaat, hoe zullen we dan de weg weten? Jezus
zei hem: Ik ben de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan
door mij. Jullie hebt mij gekend, je zult dus ook de Vader kennen, van dit
moment ken je Hem en heb je Hem gezien. Nu vroeg Filippus: Heer, laat ons de
Vader zien, dan is het goed. Jezus' antwoord was: Ik ben al zolang bij je en je
kent me nog niet, Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom
zeg je dan nog: laat ons de Vader zien? geloof je dan niet dat ik in de Vader
ben en dat de Vader in mij is? En
Jezus zei: Als je me liefhebt, onderhoud dan mijn geboden. Ik zal het de Vader
vragen en Hij zal een andere helper geven om voor altijd bij jullie te blijven.
Het is de geest van de waarheid, die de wereld niet kan ontvangen,omdat ze hem
niet ziet en niet kent, maar jullie kent hem, want hij blijft bij je en is in je. Buiten
adem
Wat
was het dan wat
overkwam die mannen wat
kwam er over hen wie
legde de hand op hen wie
zei: 'Ga verder heus
hij leeft niets
is vergeefs ga
door'? Ze
hebben er zelf geen woorden voor ze
zoeken het in beelden buiten
adem vertellen ze: Hij
leeft wij
zien hem hij
gaat door onze twijfel heen als
door een dichte deur zo
staat hij voor ons heerlijk
machtig. Hij
is op onze weg en
opent ons de ogen 'Lijden,
zegt hij is
binnengaan in glorie wist
je dat niet?' Hij
legde alles uit hij
legde alles open. En
wij herkenden hem zoals
hij brood brak en
met zijn Vader sprak wie
zou hem daaraan niet herkennen aan
dat gebaar aan
zo'n gebed? Waarachtig
wij staan er voor in en
wie maar horen wil zal
horen dat hij leeft. En
wie zou straks niet
doen als hij een
lamp zijn voor
de voeten die
vastgelopen zijn een
stem voor het hart dat
maar naar boven staart? Wij
zijn er niet om stil te staan wij
zijn er niet om dood te gaan er
is alleen maar leven hij
zegt: 'Ik ben en
dat is je genoeg ik
houd je overeind mijn
goddelijk gezicht is
boven je en
overschaduwt je.' Zo
begeesterd kunnen
zijn dat
is een gave die
kracht is als wind
in de zeilen je
schip gaat liggen en gaat
lopen die
kracht is als een
zachte bries die
fluistert lieve
woorden vindt die
weet dat strelen mag de
geest van liefde op
de lippen in
de ogen. Wie
wil dat niet zo
sterk zijn en zo teder dat
is een gave waarom
je vragen mag waarin
je groeien moet waarvan je leven kunt. De
goede voerman
De
parabel van de goede voerman voor
iedereen die luistert. Er
gaat een reiswagen tegen
de berg omhoog een
zware postkoets iedereen
mag mee. De
weg is bochtig en smal en
loopt vaak langs ravijnen. De
reizigers hebben zich toevertrouwd aan
de voerman het
is een goede voerman was
er gezegd. Telkens
moeten de paarden uitgespannen
en uitgewisseld de
wagen mag niet blijven staan altijd
moet hij verder. Soms
is de weg steil een
plotselinge klimpartij de
voerman neemt zijn paarden vaster
in de hand en drijft ze aan zuchtend
hangen ze in
het tuig dat drukt de
riemen staan strak een
uur later gaat het weer < |