|
|
Vrienden,
zullen we een afspraak maken Wie God doet,
God ontmoet "Vrienden,
zullen we een afspraak maken over het woordje "God"? Kunnen we
afspreken, dat we een stem bedoelen, als we bidden en zeggen: God? Welke stem? De stem die
roept: Wie ben je? Waar is je broeder? De stem die zegt: Honger is diefstal,
armoede is diefstal, die zegt: je zult de armen niet verarmen, de benige niet
uitbenen; die zegt: vrees niet, het zijn maar mensen, ze zijn te ontmaskeren; de
stem die tot uittocht dwingt, die het binnenste buiten keert, het onderste boven
brengt; die zegt: wat lieg je, wie ben je? Ik hard het niet langer, ik kom.
Er zijn mensen, die zeggen dat ze door die stem geraakt zijn. Geroepen.
Losgewoeld uit staat en land. Ontworteld! Ergens heen. Naar iemand toe. Ze zijn
onbruikbaar binnen de machtige systemen. Ze kunnen niet meer wonen in de oude
orde, tussen mensen die hun goden omklemmen. Ze zijn rusteloos. Ze reiken altijd
boven hun krachten, en kunnen niet anders. Kunnen we afspreken dat we die stem
bedoelen, als we bidden en zingen "God"? H. Oosterhuis Bij u, ik ben
altijd bij u, Gij houdt mij vast, uw hand in mijn hand. Alles zult Gij ten goede
leiden. Gij voert mij mee in uw raadsbesluit. Wat is de hemel voor mij zonder u, wat moet ik op
aarde als Gij niet bestaat? Al
wordt mijn lichaam ook afgebroken al sterft mijn hart, Gij zijt mijn rots, mijn
God, de toekomst die op mij wacht. Uit psalm 73 Ik
wil Hem noemen bij zijn naam Uit psalm 103: V. Ik wil Hem
noemen bij zijn naam: de heilige God, zowaar als ik leef. Ik dank Hem uit de
grond van mijn hart en geen van zijn weldaden wil ik vergeten. A. Wat Hij
beloofd heeft maakt Hij waar; Hij neemt het op voor alle verdrukten. V. Barmhartige
Heer, genadige God, eindeloos geduldige liefde. A. Hij twist
niet met ons ten einde toe, Hij draagt ons geen zonden achterna, Hij zal geen
kwaad met kwaad vergelden, groter dan onze zonden is Hij. V.
Ja, wat de
hemel is voor de aarde dat is zijn liefde voor hen die geloven. Zoals een man
voor zijn zonen barmhartig is zo is Hij voor ons een barmhartige vader. A. Hij kent ons
toch, Hij is niet vergeten dat wij gemaakt zijn uit het stof van de aarde. V.
Mensen, hun
dagen zijn als het gras, ze bloeien als bloemen in het open veld; dan waait de
wind en ze zijn verdwenen en niemand weet waar ze hebben gestaan. A. Maar duren
zal de liefde van God en Hij doet recht van geslacht op geslacht voor allen die
zijn verbond bewaren, zijn woord behartigen en het volbrengen. V. Ik wil Hem
noemen bij zijn naam: de heilige God zowaar als ik leef. Gij
zijt voor ons van geslacht op geslacht Uit psalm 90 V. Gij zijt
voor ons van geslacht op geslacht, o Heer, een veilige woonplaats geweest; sinds
mensenheugenis zijt Gij, God, en in alle komende eeuwen. A. Gij doet de
mens tot stof vergaan, Gij zegt: voorbij, ach, kinderen van Adam. V. In uw ogen
zijn duizend jaren als de dag van gisteren weg, als een uur van waken, 's nachts. A. Wij zijn als
het welig tierende gras, 's morgens komt het omhoog en bloeit, 's avonds is het
gemaaid en dood. V. Toon dat Gij
met ons bezig zijt en laat uw kinderen uw heerlijkheid zien. A. Wees met uw
mildheid om ons heen, Heer, bestendig het werk van uw handen, bestendig het werk
van onze handen. De
man had z'n leven lang hard moeten werken KLEIN IBIZA De man had z'n
leven lang hard moeten werken en verlangde er naar binnenkort te worden
gepensioneerd. Ook zijn vrouw verheugde zich op dat moment. Samen hadden ze het
plan om kort na de pensionering een vacantie door te brengen in Ibiza. Ze hadden
bijzondere verhalen gehoord over dat vakantie-oord en eigenlijk waren ze nog
nooit in het buitenland geweest, dat zou nu dan binnenkort gebeuren. In een paar
jaar hadden ze zoveel gespaard, dat ze er enkele weken zouden kunnen
doorbrengen. Eindelijk brak het moment van pensionering aan. Toen werd de man
plotseling heel ernstig ziek. Gelukkig knapte hij na enkele maanden weer zover
op, dat hij het ziekenhuis kon verlaten en naar huis kon. De dokter raadde hem
echter aan om af te zien van verre reizen in de komende periode. De vakantie in
Ibiza zat er in de eerste maanden zeker niet in. Het was puur toeval dat ik
iemand sprak die het echtpaar kende; een jaar was voorbijgegaan, sinds de man
uit het ziekenhuis ontslagen was. Ik vroeg die kennis hoe de man en z'n vrouw de
schok van de plotselinge ziekte en het niet doorgaan van hun droomreis verwerkt
hadden. Het bleek dat ze het voor die reis bestemde geld gebruikt hadden om een
volkstuintje met een klein zomerhuisje erop te kopen. Buiten op het zomerhuisje was een bord aangebracht met erop in zwierige letters geschilderd 'Klein Ibiza''. L.H.C. Friederich Je
keerde niet meer terug naar het nest! DE VLUCHT Je keerde niet
meer terug naar het nest! en ik ging uit in de morgen ik zocht langs de wegen
het spoor waarlangs je bent heengegaan. Ik zocht en zocht tussen heuvels en
rotsen tussen rivieren en de zee... en ik vond mijn kind: Opgesloten tussen
dikke muren! gevangen en gekwetst met verse wonden geslagen door handen van
gewetenloze wezens zonder ideaal, zonder toekomst met verkrampte zielen
verdorven door het kwaad! En... smartvol
en vermoeid daalde ik af van die hoogte om mijn handen te vullen met het schuim
van de golven van de zee... Ik verzorgde je wonden ik suste je angsten en ik zei
je met liefde dat ik steeds met verlangen en verwachting aan de voet van die
muren zal blijven wachten tot je opstijgt en je vlucht je weer naar huis voert. Dit gedicht is
geschreven door een Chileense moeder. Het gaat over haar zoon. Zij vond hem
terug in de gevangenis, nadat hij daar vier dagen was gemarteld. Gemarteld omdat
hij opkomt voor de mensenrechten. Het staat afgedrukt in een illegaal Chileens
informatiebulletin over de situatie van de politieke gevangenen in Chili. Er
kan een moment komen, waarop een mens ONTSNAPPING Er kan een
moment komen, waarop een mens zich afvraagt: wat wil ik nou, verzoen ik mij met
alles zoals het is, zal ik het er maar bij laten, of... Wat wil ik: mij
opsluiten of ontsnappen aan 'men', aan mijn schuldgevoel, aan mijn verleden, aan
mijn betweterigheid, aan mijn luie, gemakzuchtige geloof of ongeloof (die liggen
niet zo ver uit elkaars buurt). Moedigen elkaar aan om te ontsnappen of trekken
we elkaar terug in het oude vertrouwde waarbij we geen risico's lopen? Deze
vraag heeft niets met leeftijd te maken of met opvoeding of politieke opvatting.
Dit om misverstand te voorkomen. Willen we ontsnappen aan bemoeials, de
mopperaars, de gelijkhebberige eigenwijzen
buiten ons en in ons. Willen we? Durven de stilte aan, waarin we ons
ontvankelijk tonen, ons openstellen voor de Ander, die blijkbaar een uitweg
weet, die belooft en die dat niet zo maar doet. De Ander die ons begrijpt en die
het verhaal wil vertellen, waarin sprake is van liefde die zich niet laat
kisten. Hoe helpen wij elkaar te ontsnappen aan systemen die overal hun
wachtposten hebben uitgezet, omdat ze geen ontsnapping dulden. Vaak vraag ik mij
af waarom ik zo weinig mensen ontmoet die in hun belangstelling doordouwen, die
zich niet om de tuin laten leiden, die niet even informeren, maar die de ander
willen ontmoeten zoals de ander is en niet zoals deze zich voordoet. Een belangstelling die op zoek is naar een ontsnapping uit het al te vanzelfsprekende, die zich door geen enkel systeem de wet laat lezen. Alje Klamer
Zoals
je met je hand vlak voor je gezicht Zien Zoals je met je hand vlak voor je gezicht de grootste berg kunt bedekken, zo onttrekt dit futiele aardse leven de uitgestrekte pracht en de geheimen waarvan de wereld vervult is, aan het gezicht en wie in staat is dat leven weg te nemen van zijn ogen, zoals je dat met je hand doet - die zal de stralende grootheid van de wereld zijn. Er was een
chassid die van de ene tot de andere sjabbad vastte. Op een vrijdagmiddag - vlak
voor het begin van de sjabbat kreeg hij zo'n vreselijke dorst, dat hij dacht dat
hij zou sterven. Op dat moment zag hij een bron voor zich en hij strekte zij
hand er naar uit. Maar hij trok zijn hand meteen berouwvol terug en bedacht, dat
het dwaas zou zijn om juist nu alle moeite die hij zich getroost had door een
hele week te vasten, te verspillen. Hij beheerste zich en dronk geen druppel.
Vervolgens dacht hij: 'Wat heb ik een sterke wil, dat ik er in geslaagd ben om
mijn aandrang te overwinnen', en hij was buitengewoon trots op zich zelf. Maar
al snel besefte hij wat er met hem
aan de hand was en hij dacht: 'Het is beter dat ik iets drink, in plaats van zo
trots op mezelf te zijn'. Hij ging naar de bron, maar toen hij zich voorover
boog om te drinken, merkte hij dat hij geen dorst meer had. VISIOEN Visioen heeft
alles te maken met visie. Maar het is méér. Is visie vooral een zaak van het
hoofd, het visioen betrekt ons hart erbij. Het hart maakt een toekomstvisie tot
visioen. Er zijn vandaag, misschien meer dan ooit, mensen nodig met visie op
toekomst, maar ook visionairen, mensen die het al zien gebeuren! De bijbel zegt,
dat onze zonen en dochters visioenen zullen hebben (Joël 3:8). 'Visioenen',
zegt Dorothee Sölle, 'zijn levensnoodzakelijk en het ophalen ervan, het inleven
ervan, is een feest dat telkens opnieuw gevierd moet worden en dat ons met
elkaar verbindt. In kerkelijke taal heet zo'n feest eredienst. Het betekent:
alle eer gegeven, recht doen aan het visioen
over toch een andere, nieuwe wereld. Het betekent God toelaten, of zoals Pablo
Neruda zegt: de lucht van morgen inademen. Als we dat niet doen, verwilderen
wij, vallen wij ten prooi aan zelfvernietiging, door de bijbel dikwijls de dood
genoemd. Jan van Opbergen Je
hebt je strijd alleen gestreden lief Herinnering aan
mijn vader Je hebt je
strijd alleen gestreden lief, dapper vadertje van mij. Wie weet, hoe vaak je
hebt gebeden: ,,Heer, wees uw eenzaam kind nabij!" Je was gesloten, en je
woorden verrieden zelden, wat je dacht. Wij vonden, dat het bij je hoorde; Maar
hebben wij wel ooit getracht je eenzaam hart wat te verwarmen? Of bleef je alléén,
door onze schuld? Heeft God toen, in Zijn groot erbarmen onze tekorten
aangevuld? Pas toen we zelf wat ouder werden en geen vooroordelen ons meer de
toegang tot je hart versperden, kwam je ons nader, iedere keer. En nu mocht je
bij Jezus komen. Je levenskaars is stil gedoofd. Zo werd je van ons weggenomen
zonder veel pijn. - God zij geloofd. - Die
wij niet kennen, die nieuwe, hij dreef ons uit LIED VAN HET
BITTERE WATER Die wij niet
kennen, die nieuwe, hij dreef ons uit, uit het diensthuis vandaan, dat mooiste
oord van de wereld. En wij maar lopen, kruipen de wegen der vrijheid - die ons
een landschap van bronnen beloofde, waarom schept hij geen water in deze
woestijn. Toen werd het
water gevonden, het stond in poelen en meren bijeen, omkraagd door bloeiende
stroken. Zij die het dronken, zeiden: dit water is bitter - die ons een nieuwe
geboorte beloofde, waarom laat hij
ons sterven in deze woestijn? Toen werd een
spreken vernomen, het kwam van rotsen omlaag als een wolk, omkraagd door
vuurgloed en stilte. Wij die het zagen, wisten: dit woord wordt ons leven- die
ons het bittere zoet maakt, hij zal ons sleuren, dragen op handen tot waar we er
zijn. Huub Oosterhuis VOLLEERD Toen de zoon
van de rabbi van Lenteschno nog een jongetje was, zag hij rabbi Jitschak van
Worki eens bidden. Verwonderd ging hij naar zijn vader en vroeg hem hoe dat toch
kon dat een tsaddik zo rustig en eenvoudig kon bidden zonder dat je iets van zijn extase kon merken. Zijn vader zei: ,Wie niet goed kan zwemmen, moet heel veel beweging maken om boven water te blijven. De volleerde zwemmer gaat in de stroom liggen, en die draagt hem'. DROMEN Er was eens een
prins, die woonde heel ver weg in sprookjesland. Omdat hij maar een dromer was,
hield hij ervan om in een wei dicht bij het kasteel te liggen dromen en staren
naar de blauwe lucht. Want in de wei bloeiden de bloemen hoger en mooier dan
waar ook ter wereld. En de prins droomde van witte kastelen met hoge,
spiegelende ramen en stralende balkons. Maar nu geschiede het dat de oude koning
stierf. De prins werd zijn opvolger. En de nieuwe koning stond nu vaak op de
balkons van witte kastelen met hoge, spiegelende ramen. En droomde van een
kleine wei waar de bloemen hoger en
mooier bloeiden dan waar ook ter wereld. Bertolt Brecht In
het gelaat van elke uitgebuite boer IN HET GELAAT In het gelaat
van elke uitgebuite boer in het gelaat van elke jonge werkloze In het gelaat van
elk hongerig kind In het gelaat van elke onderbetaalde mijnwerker In het gelaat
van elke ontslagen arbeider In het gelaat van elke weggedrukte Indio In elk
gelaat is God m‚‚r aanwezig Dan in een kerkgebouw van baksteen. Een klap in het
gelaat van de uitgebuite boer In het gelaat van de jonge werkloze In het gelaat
van het hongerig kind In het gelaat van de onderbetaalde mijnwerker In het
gelaat van de ontslagen arbeider In het gelaat van de weggedrukte Indio Is een
klap in het gelaat van de Heer Christelijk volkslied, Bolivia Ik
vraag me af, als ik dood ben Ik vraag me af,
als ik dood ben en in mijn kist lig, of het helemaal donker is. En of ik al op
een ander kist lig of dat er onder mijn kist
alleen maar zand is. En wat mijn vader en moeder en oma's zouden doen.
Hoe lang ze verdriet zouden hebben. Andrea, 8 jaar Ik
sta met mijn hart in de ene IN TWEEVOUD Ik sta met mijn
hart in de ene en mijn hoofd in mijn andere hand. Op de maat van de wind wieg ik
heen en weer tussen droom en verstand. Hoezeer ik mij ook beijver nooit blijf ik
in evenwicht: van links gezien ben ik een cijfer van rechts beschouwd een
gedicht. mijn schedel steekt vol begrippen, mijn gemoed raakt ze niet aan; en
wat mijn hart zegt tegen mijn lippen heeft mijn hoofd nog nooit verstaan. Andries Poppe Een heilige had
een droom. Hij wandelde op het pad der waarheid en werd begroet door een engel.
'Waar ga je naar toe?' 'Ik ga naar
de koninklijke tegenwoordigheid'. 'Je houdt je met zo veel wereldse zaken
bezig'. zei de engel,'en je hebt zo veel bagage bij je: rijkdom en bezittingen.
Hoe kun je verwachten dat je met dit alles zult worden toegelaten tot de
koninklijke tegenwoordigheid?'Daarop wierp de heilige alles weg, behalve een
stuk deken, dat bij ruw weer als kleding en beschutting kon dienen. De volgende
nacht had hij opnieuw een droom. Weer zag hij de engel, die hem aansprak:
'Waar ga je vandaag naar toe?''Ik ben op weg naar de zetel van de Heer der
Schepping.''O man van wijsheid', zei de engel,'Hoe zou je daar kunnen komen met
dit stuk deken? Het is een vreselijke hinderpaal op je weg'. Uit zijn droom
ontwakend wierp de heilege de deken in het vuur. De derde nacht zag hij de engel
weer,'O gij die zuiver leeft, waarheen ga je?''Ik ga naar de Schepper van het
heelal.''Je hebt jezelf ontdaan van al wat je bezit; blijft nu maar waar je
bent. Je hoeft niet ergens heen te gaan om je Schepper te zoeken. Hij zal naar
jou toekomen op jouw eigen plek. En daar zal Hij je kleden en beschutten'. Zelden
gelukt het te schrijven Zelden gelukt
het te schrijven op een zo simpele wijze dat de woorden als kinderen ademen in
het bed van de taal onder de dekmantel van het gedicht Soms slapen ze allemaal
als rozen soms richt een zich op kleine slapeloze en vraagt om iets onbestaanbaars Men geeft hem een pop, een betekenis een pose iets ongehoords Men haast zich het licht aan te steken en blijft op de rand van de taal zitten lezen woord voor woord hand in hand. Guillaume van der Graft In
het begin was er een enorme druppel melk IN DEN BEGINNE In het begin
was er een enorme druppel melk. Toen kwam Doondari en schiep de steen. De steen
schiep ijzer En ijzer schiep vuur En vuur schiep water En water schiep lucht.
Toen daalde Doondari voor de tweede keer af. En hij nam de vijf elementen En
maakte daarvan een mens. Maar de mens was trots. Toen schiep Doondari blindheid
en blindheid verslieg de mens. Maar toen blindheid te trots werd Schiep Doondari
slaap, En slaap versloeg blindheid. Maar toen slaap te trots werd, Schiep
Doondari zorgen En zorgen versloegen slaap. Maar toen zorgen te trots werden,
Schiep Doondari dood En dood versloeg zorgen. Maar toen dood te trots werd,
Daalde Doondari voor de derde keer af, En hij kwam als Gueno, de eeuwige, En
Gueno versloeg de dood. Scheppingsmythe van de Fulani uit Mali Eens
kwam er een chassid bij reb Mendi OPRECHT Eens kwam er
een chassid bij reb Mendi met een vraag: 'Rebbe, ik heb zulke afschuwelijke gedachten'. 'En die zijn?' ''Ik durf het niet
te zeggen. Ik vind het verschrikkelijk
dat ik zulke gedachten heb. Zelfs de hel zou daarvoor nog geen straf genoeg zijn',
ging de chassid verder. 'Kom ermee voor de dag'. 'Wat ben ik toch een
ellendeling. Soms denk ik dat er geen oordeel bestaat en ook geen Rechter, dat
de wereld-God verhoede!-wetteloos is'. 'Waarom zit je daar zo over in?, vroeg de
rebbe. 'Waarom?', riep de chassid. 'Als er geen oordeel en geen Rechter bestaan,
wat heef de hele wereld dan voor doel? 'Als
de wereld geen doel heeft, wat gaat jou dat
aan aan?' Rebbe, als de wereld geen doel heeft, wat voor nut heeft dan de
thora? 'Waarom zou jij erover in zitten als de thora geen nut heeft?' 'Wee mij,
rebbe. Als de thora geen nut heeft, dan is het hele leven zinloos! Dat vind ik
een overdraaglijke gedachte'. Reb Mendl antwoordde: 'Omdat je je zo ernstig
bezorgd maakt, moet je een oprecht man zijn. En een oprecht man zulke gedachten
koesteren'. God
zij geloofd uit alle macht UIT ALLE MACHT God zij geloofd
uit alle macht, Hij komt zijn volk bevrijden en heeft aan Israël gebracht
verlossing in zijn lijden. Hij heeft zijn teken opgericht: verheffing van het
aangezicht voor heel het huis van David, zoals voorlang geschreven stond heeft
Hij gedacht aan zijn verbond, zo doet Hij ons herleven. Bevrijding uit
de vijandschap de hand van die ons haten, gelijk Hij eens gezworen had Abraham
onze vader, opdat wij in rechtvaardigheid de Here God zijn toegewijd ons leven
lang op aarde. Zo zult gij voor de Heer uitgang een stem die Hem de toegang
baant: bereidt Hem alle wegen! Gij zijt de stem der profetie sprekend van mededogen, want eens zal ieders oog Hem zien: de Opgang uit den hoge. Gezegend zij de dageraad het licht dat weldra schijnen gaat voor wie in duister kwijnen. Hij zal de schaduw van de dood beschamen met zijn morgenrood, Op aarde daalt de vrede! Vele
jaren geleden bezocht ik met mijn ouders MAAGDELIJKE
GEBOORTE Vele jaren geleden bezocht ik met mijn ouders een kerstfeest van een zondagsschool. Het verliep in de stijl van die tijd. Halverwege een traktatie met alle problemen van dien en dan natuurlijk het kerstspel! Is het u wel eens opgevallen dat Jozef en Maria in zo'n spel een zwijgende rol hebben en dat het niet zo makkelijk is om zonder tekst jezelf een houding te geven? Zo was het ook die keer. Jozef kon het niet helpen, maar hij was met een heel dom gezicht het leven ingestuurd. Hij zat bovendien als een zoutzak op zijn stoel. Toen we weer thuis waren, was het commentaar van mijn vader kort. Hij zei; 'Ik heb nooit in de maagdelijke geboorte kunnen geloven, maar als ik deze Jozef zo eens bekijk, dan geloof ik dat ik er nu iets van begin te begrijpen'. W.K. van Deursen God
die uzelf in licht vertaalt God die uzelf
in licht vertaalt, met trouw en goedheid ons omstraalt, U zij de lof gezongen,
omdat Gij door uw grote macht als helder licht de zwarte nacht zo krachtig hebt
verdrongen. En uw genade wonder mooi zelf in de slaap mij reeds voltooit. Ontsteek in mij
uw vrolijk licht, de warmte van een lofgedicht waarin uw liefde spiegelt. Zodat
geloof een gloed verspreidt, de weerglans van uw heerlijkheid in mij - zo klein
en nietig. Ik volg met eerbiet en ontzag uw lichte spoor bij nacht en dag. Geef dat ik aan
uw vrede bouw en van geweld mij verre houd, dat niet de zonnestralen mij toornig
zien, dat niet de maan om mij bedroefd zou ondergaan. Laat mij mijn gram niet
halen op mensen en hun bitterheid, door vijandschap, door haat en nijd. Komt, zend uit hemelhoog verschiet uw engel die bescherming biedt, een held aan onze zijde, die schittert in aanwezigheid, in ongeziene majesteit - en draag ons door de tijden. Wij gaan hoe onze weg ook gaat op vleugels van de dageraad GEBED VAN DE
KERSTNACHT Soms maakt het
geen verschil of we onze ogen open of gesloten houden zo donker is het in de
wereld wij zouden wel licht willen zien daarom zijn we hier omdat we een gerucht
hebben gehoord omdat we een ster hebben gezien en omdat we hopen dat het gerucht
tot lied zal worden en dat de ster op uw komst wijzen zal Heer, wilt u
ons laten zien hoe groot het verschil is tussen de nacht waarin wij wakker
liggen van angst en verdriet en deze nacht waarin u verschijnt wij bidden u:
wordt geboren onder ons en maak onszelf tot lichtbrengers in uw naam in de
nachten die komen gaan in de dagen van duisternis waarin wij bestaan Maria de Groot "Wij
verwachten de stad van vrede..." De stad van
vrede "Wij
verwachten de stad van vrede waar de droom geen bedrog meer zal zijn." Daar zal ons
verkeer niemand schaden omdat we elkaar voor laten gaan, en wie sterker is dan
een ander zal niet op zijn recht blijven staan. Daar zullen wij
vrij kunnen spelen, op straat is geen enkel gevaar, geen getoeter meer, geen
sirenes, de fijnste muziek hoor je daar. Daar wordt ook
geen mens nageroepen omdat hij een zonderling lijkt, en wie eenzaam is en
verloren ziet altijd wel iemand die kijkt. Daar lopen de
blanken en zwarten gewoon arm in arm, hand in hand en ze leren elkaar te zingen
de wijzen van andermans land. Daar is ook
voldoende te eten, we kennen de tafel van Eén en we leren opnieuw te delen want
niets is van iemand alleen. Daar zie je een
mens met gebreken weer helemaal mee spelen gaan? wat er pijn
deed raakte genezen en recht kwam wat scheef was gegaan. Daar heten geen
mensen verkeerd meer als ze anders voelen dan jij, want ons bindt alleen maar de
liefde en liefde maakt iedereen vrij. Daar leren ze
niemand meer schieten, we schieten alleen in de lach? hoe je een bom maakt zijn
we vergeten, geweld heeft geen enkel gezag. Daar is onze
vijand verslagen waar iedereen doodsbang voor is, hij kan niemands geluk meer
breken, het is uit met verdriet en gemis. Daar brengt ons
vanavond de nieuwsdienst goddank niet het oude gezang, - maar verrassend nieuwe
berichten van vrede een eeuwigheid lang. Uit. W van der Zee, 'In het huis van de levende' Hoor
Israël. Ik stel u voor ogen KIES VOOR HET
LEVEN Hoor Israël.
Ik stel u voor ogen: leven en geluk, maar ook dood en verderf. Als gij gaat op
de weg van mijn woord zult gij leven, gij en uw kinderen, van geslacht op
geslacht. Hoor Israël.
Hemel en aarde zijn onze getuigen dat Ik u heden voorstel dood en leven, zegen
en vloek. Kies voor het leven. Dan zult gij leven - gij en uw kinderen, van
geslacht op geslacht. Het woord dat
Hij u heden geeft is niet te hoog voor u, het ligt niet buiten uw bereik. Het is
niet in de hemel, zeg dus niet: 'Wie haalt het voor ons uit de hemel'. Het is
niet overzee, zeg dus maar niet: 'Wie haalt het voor ons van overzee'. Het woord
is dichtbij. In uw mond. In uw hart. Gij kunt het volbrengen. Uit Deuteronomium 30 (vert, Huub Oosterhuis) GEBED Ik heb jou gevonden, mijn God, en ik ben blij als een verdwaald kind, wanneer het in de verte een vertrouwde gedaante gewaar wordt. Een traan van
ongerustheid, dat ik alleen ben in de menigte, en wij zijn weer samen God, Jij
met mij. E‚n kreun, dat ik geen raad weet, en we zijn reeds samen, Jij en mij. Door een berg
van Jouw helpers, bemiddelaars, plaatsvervangers, beulen - Door het leven van
verzoeking, door misleidende stofwolken, door de sneeuwjacht van mijn zinnen,
door valse profeten - streelde ik, mijn God, toch tot Jou. Ik ben blij als een
kind en ik noem Je niet de Grote, of de Rechtvaardige, of de Goede - ik zeg:
mijn God. Ik zeg 'mijn' en ik heb vertrouwen. Janusz Korczak Het
kind is geboren alleen voor wie zijn taal ANTIF00N VOOR
KERST Het kind is
geboren alleen voor wie zijn taal wil horen is het kind geboren, want De taal is de
taal van de dingen de taal is de spraak van de vrede de taal is de tongval van
de schepping de taal is de vlag en wimpel van het glijdende verrijzende
vlaggenschip leven dat voorbij gaat aan het niets. Want het kind
is geboren alleen voor wie de vrede voor wie de schepping wil horen, want De
vrede is de vrede van Gods dingen de vrede is de adem van de ruimte de vrede is
het dal tussen heuvels de vrede is het brood aan de maaltijd zij is de
oogwenk van de geliefde zij is de handdruk en de armslag van het lichaam
de vrede van de maan die schijnt in de waterspiegel van de eeuw dit alles en nog
meer dan het dichterlijk merendeel van heel de schepping. Want het kind
is geboren voor hen die luisteren en horen voor hen die met de tong
alles weten die zich in het denken vergissen zich vergewissen van bloemen
en vissen voor wie wil beiden en verbeiden want hij heeft gezegd in het idioom
van de schepping in de grammatica van het lichaam in alle buurten en
buitenwijken op praatdrempels en in alle vormen van bestaan en niet bestaan
is het kind geboren voor iedere omgeving en elke ingeving voor de neigende zon
voor de neigende maan en voor het neigende lichaam is het kind geboren voor wie
het wil horen. Jan Boelens Het
Zonnelied (van de H.Franciscus van Assisi, ong.1225) Allerhoogste,
almachtige, goede Heer, U zij de lof, de glorie en de eer en alle zegening. U
alleen, Allerhoogste, komen zij toe, en geen mens is waardig U ook maar te
noemen. Geloofd bent U,
mijn Heer, met al uw schepselen, vooral de heer broeder zon, die de dag is en
ons verlicht door zichzelf. En hij is mooi en stralend met grootse pracht. Van
U, Allerhoogste, draagt hij het teken. Geloofd bent U,
mijn Heer, door zuster maan en de sterren. Aan de hemel hebt U ze gemaakt,
helder en kostbaar en mooi. Geloofd bent U,
mijn Heer, door broeder wind en door de lucht, en door bewolkt en helder en elk
soort weer, waardoor U uw schepselen zorgzaam onderhoudt. Geloofd bent U, mijn
Heer, door zuster water, dat heel nuttig is en nederig en kostbaar en kuis. Geloofd bent U,
mijn Heer, door broeder vuur, waardoor U licht brengt in de nacht. En het is
mooi en aantrekkelijk en krachtig en sterk. Geloofd bent U,
mijn Heer, door onze zuster moeder aarde, die ons verzorgt en voedt, en allerlei
vruchten voortbrengt en fleurige bloemen en groen. Geloofd bent U,
mijn Heer, door hen die vergiffenis schenken door uw liefde, en ziekte en leed
te verduren hebben. Zalig zij die dat verdragen in vrede, want door U,
Allerhoogste, zullen zij gekroond worden. Geloofd bent U,
mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood, waaraan geen levend mens
ontkomen kan. Wee hen die sterven in doodzonde. Zalig zij die aangetroffen
worden in uw wil, want de tweede dood zal hen geen kwaad doen. Loof en prijs
mijn Heer, en dank Hem en dien Hen met grote nederigheid Aan
rabbi Mosje Leib werd eens de vraag gesteld DE
GODLOOCHENAAR Aan rabbi Mosje
Leib werd eens de vraag gesteld: 'Hoe is het mogelijk dat God, die alles goed
geschapen heeft, ook de godloochening geschapen heeft? Wat kan daar nu voor
goeds aan zijn?' Rabbi Mosje antwoorde toen: 'Ja, inderdaad, de godsloochenig
kan heel goed zijn en is soms lange tijd heel erg nodig onder mensen. Laat ik
het zo proberen uit te leggen: stel je voor, dat er iemand bij je komt om hulp
en je raadt hem met vrome woorden aan: heb maar vertrouwen in God en wentel al
je noden op hem, -
dan zit je toch goed fout zeker? Ja, en toch gebeurt dit veel meer dan wij
durven denken. Ik zeg je daarom: als iemand of een heel volk jou komt vragen om
hulp, dan moet je doen alsof er g‚‚n God is, alsof er in de hele wereld maar
één is die de mensen kan helpen, jij alleen!' Elie Wiesel Het
was een van die heerlijke lentedagen Groeien Het was een van
die heerlijke lentedagen, waar iedereen de kriebel van kreeg. Zo'n dag waarbij
je gewoon niet binnen kon blijven. Jezus wandelde met zijn vriendin in haar
tuin. 'Mieters, die zon', zei hij, 'en alles komt al zo mooi uit, je ziet de
blaadjes bijna groeien' 'Ik vind jullie tuin ieder jaar weer even prachtig'.
'Nou dat zal dit jaar wel tegenvallen dan', zei het meisje. 'We hadden zo’ n
leuk plan, we wilden overal bloemen zaaien in allerlei kleuren, hier een groepje
rode en daar een perkje witte en daarachter rose en ginder blauw. Nou eerst is
alles omgevallen, al het zaad lag
door elkaar. We hebben alles nog zo goed mogelijk uitgezocht, maar het wordt
niet wat we graag wilden natuurlijk'. 'Wie weet hoe
leuk het staat', zei Jezus, één kleurenmix van bloemen. Het klinkt al leuk,
kan je nagaan'. 'Da's nog niet alles', zei het meisje. 'De buurman hiernaast
heeft een vogelkooi en iedere week staat hij de voerbakjes uit te blazen, om
alle zaadschilletjes weg te krijgen. En iedere week blaast hij een flinke zwik
onkruidzaad onze tuin in'. 'Er komt al een heleboel op', zei Jezus, 'moet je
kijken, overal hele kleine plantjes beginnertjes, zie je'. 'Ja', zei het meisje,
'en wat is nou onkruid en wat niet? Volgens mij is dit onkruid en dit hier en
dit'. Ze hurkte neer en begon overal kleine plantjes uit te trekken. 'Wat doe je
nou?' zei Jezus, 'laat toch staan joh, straks trek je de goeie plantjes er ook
nog mee uit'. 'Alles laten staan?' vroeg het meisje. 'Dat zou ik altijd doen',
zei Jezus. 'Je kan nou toch nog niet zien wat het
worden gaat. Geef het allemaal een kans'. 'Okee, okee, goed idee', lachte
het meisje. 'Laat maar groeien, dan zien we wel wat goed is en wat niet'. Een Lied van veertig regels (Zondagslied voor het evangelie van de verzoeking in de woestijn). 1. Het waren tien
geboden die God schreef in de steen, het waren tien geboden voor elke vinger
een. 2. de wind blaast
in vier streken wie weet waar hij behoort, de wind blaast in vier streken de
tien geboden voort. 3. en vier maal
tien is veertig het tijdperk van de Geest en al die tijd is Mozes met God alleen
geweest. 4. maar Mozes is
gestorven op weg naar Kanaän en Israël heeft gezworen vier maal tien jaren
lang. 5. Elia heeft
gelopen tot hij bij Horeb kwam, Elia heeft gelopen, vier maal tien dagen lang. 6. en Mozes en
Elia zijn op de berg geweest waar boven in de hemel de Geest genesteld is. Je
dankt aan tafel voor het eten? Danken Je dankt aan
tafel voor het eten? Dat is prima. Maar ik dank
voor het toneelstuk en de opera, en dank voor het concert en de
mimevoorstelling, en dank voordat ik een boek opensla, en dank voordat ik ga
tekenen en schilderen, zwemmen, schermen, boksen, wandelen, spelen, dansen; en
dank voordat ik mijn pen in de inkt doop. G.K. Chesterton Hoe
God, de Vader, onze Schepper WATER IN DE
PAASNACHT Hoe God, de
Vader, onze Schepper, zijn kracht in het water heeft gelegd, zie ik iedere dag
als ik om me heen kijk; Water geeft een thuis aan alle vissen, aan dolfijnen,
zeerobben en walvissen, maar ook aan al die soorten kleine vissen, teveel om op
te noemen. Zonder water zouden ze niet kunnen leven. Ik zie hoe alle
bomen, grote en kleine, maar ook de struiken, het gras, de bloemen en de planten
alleen kunnen groeien door de zon en het water, zonder water zou alles
verdorren; de wereld zou een woestijn worden. Water is ook
onmisbaar voor mensen en dieren. Zonder eten kunnen we best, maar zonder water
kunnen we niet. Ook de dieren kunnen niet zonder water, ze zouden sterven zonder
dit kostbare levensvocht. Door deze aarde water te geven, gaf God, de Vader, ook
het leven aan alles; mens, dier en plant. Voor de
reiniging van je lichaam is water heel noodzakelijk; daardoor voorkom je
allerlei besmettingen en ziektes. En wat is het niet heerlijk om je te wassen en
te douchen. Je wordt er helemaal fris van. Het lijkt wel of je opnieuw begint te
leven. Water geeft ook
heel veel plezier. Je kunt op water kanoën en roeien; je kunt ook gewoon pootje
baden op een snikhete dag. Water geeft daarbij ook nog verkoeling; wat is
heerlijker in de zomer dan zwemmen in zee of in een zwembad. Maar ook in de
winter. Wat geeft water voor plezier als het is bevroren, en het is sneeuw of
ijs. Alleen
zij die hun persoonlijke visioen MENSEN ALS
BOMEN Alleen zij die
hun persoonlijke visioen en hun eigen van God gegeven wijsheid willen delen en
dienstbaar maken binnen een gemeenschap van gelovigen, zullen in staat zijn de
spanning uit te houden, en vanuit een brandend geduld de wintertijd door te
komen. Zowel wie liefheeft als wie gelooft is niet bang voor seizoenen, en durft
te denken in jaren. Geliefden en gelovigen zijn als bomen, ze hebben tijd nodig
om te wortelen en te groeien, opdat anderen in hen kunnen nestelen. Feiten
kunnen worden verdraaid NIEUWS EN
WAARHEID Feiten kunnen worden verdraaid of weggelaten, maar het geloof, het visioen dat ik heb over hoe de wereld in elkaar zit kan niet worden weggehaald uit mijn hart. Kijken naar het nieuws is kijken naar een virtuele werkelijkheid. Dat besef kan ons aan het denken zetten over onze rol in die van actie? Het nieuws waarnemen doe je met je hart en stelt je open om het visioen van het evangelie te zien. Waar worden we tot leven gewekt door de adem van de Geest, hoe laten we ons oproepen tot profetische daden? Want door te kijken, betrokken te zijn bij de werkelijkheid van alledag, op welke manier ook geselecteerd of gefilterd, zijn wij in potentie profeten, want een profeet is een getuige, zijn daden een getuigenis (A.J. Heschel). In ons kijken
naar het nieuws gaat het om de aanzet tot 'heilige daden', zoals A.J. Heschel
schreef: 'Heidenen verheerlijken heilige dingen, profeten verheerlijken heilige
daden.' Het gaat om de oproep om in de werkelijkheid de Ander te ontmoeten, Zijn
Gelaat te zien in de lijdende mens (Levinas). Dat moet onze keuze bepalen, onze
handelingen kleur geven. De mens die
zijn ogen opslaat naar de hemel is geen passieve waarnemer van uiterlijke
pracht, maar neemt het juk van het Koninkrijk van de Hemel op zich met heel de
kracht van de wet. (A.J. Heschel) De
werkelijkheid bestaat niet, want elke uitspraak daarover ligt niet binnen een
gesloten systeem of een rationele constatering. Elk beeld van onze dagelijkse
realiteit is een 'virtuele werkelijkheid'. Waar het om gaat is het inzicht dat
er niet zoiets bestaat als het tekstuele, maar dat je moet komen tot het
contextuele. 'Hier is mijn
geheim. Het is erg eenvoudig: alleen met je hart kun je echt "zien ".
Dat waar het in wezen om gaat is voor je ogen niet zichtbaar. De mensen hebben
deze waarheid helaas vergeten, maar jij mag het niet vergeten. Je bent je hele
leven verantwoordelijk voor alles wat je gedaan hebt en hoe je het gedaan hebt.'
(Antoine de
Saint-Exupery) Uit de Heraut okt 1996 (H. Brink) Tijdens
een gesprek (Vrijheid) Tijdens een
gesprek zei een vrouw tegen Rindzoewi: "We hebben het nu wel over kiezen,
over vrijheid, over het vinden van je eigen weg, maar ik ben eens nagegaan hoeveel dingen
je als mens in het leven gewoon worden opgedrongen, hoe ingrijpend
gebeurtenissen kunnen zijn waar je geen invloed op kunt uitoefenen, hoeveel
dingen al vastliggen. Is er eigenlijk wel zoveel speelruimte voor je eigen
beslissing en, je eigen spoor?" Rindzoewi nam
de vrouw mee naar een dichtbijzijnde beek, en zei: "Kijk, de loop van deze
beek is haar door het omringende landschap vrijwel volledig opgedrongen, maar de
beek heeft haar bedding zelf van diepgang voorzien!" uit. De eerbiedwaardige Rindzoewi, St. Nicola Kommuniteit Laten wij Maria
zo eens zien: Woonplaats van God omdat zij leeg weet te zijn en in haar
binnenste alleen de Tora draagt. Wij hebben Maria verheerlijkt, verhemeld,
mystiek gemaakt. Zij kwam zover van ons af te staan dat ze ons niets meer kon
zeggen. Vandaag ligt Maria zelf voor ons op de knieën en smeekt: als jullie mij
willen eren, doe dan wat ik geprobeerd heb te doen. Zeg ja tegen de Allerhoogste
en leef in zijn Naam op de plek waar je staat. Wees daar 'troost voor
bedroefden','hulp voor je medechristenen','ark van het Verbond'. Wees navolgers
van mij, zoals ik dat was van mijn zoon. Vorm onze wereld om naar zijn
bedoelingen. Laat het nieuwe gebod werkelijkheid worden in de wereld van
verpleging, onderwijs, handel, kunst parochies. Dat kan niet, maar het moet.
Waar is het Christendom anders voor? Dat kost pijn en strijd. Kleerscheuren,
mislukkingen, tranen. Maar het einde zal een tuin van rozen zijn.
Op
een dag stond God voor het raam EEN SPECIAAL
PROJEKT Op een dag
stond God voor het raam van zijn werkkamer en keek uit over zijn tuin. Die lag
er paradijselijk bij, een staaltje van echte tuinmanskunst, waarover hij zijn
hovenier-engel bepaald nog eens een compliment moest maken, dacht hij opeens.
Over het pad dat van de aarde naar zijn huis leidde, kwam iemand aanlopen; een
donkere figuur, uitdagend om zich heenkijkend, alsof hij de bezitter was van al
dat moois daarbuiten. "Ach", zei God in zichzelf, "daar komt hij
weer eens, lang niet gezien. Hij heeft weer wat ontdekt en komt me vertellen dat
ik de heleboel daar beneden wel aan de kant kan vegen". Even later kwam
zijn secretaris Gabriël de kamer binnen en zei: "Jahweh, hier is meneer
Satan die u wil spreken. Hebt u gelegenheid hem te woord te staan"?
"Heeft hij gezegd waar het over gaat", vroeg God. "Ik heb het hem
maar niet gevraagd", zei Gabriël, "want je kunt toch niet van zijn
antwoord op aan". "Is er iets bijzonders op aarde"? "Niet
dat ik weet", zei Gabriël, "het is het gewone patroon van donkerte en
ellende, maar de stuwkracht van de liefde is onverminderd in takt en alle dingen
ontwikkelen zich zoals ze moeten. Ook de plannen van ons speciale project en de
voorbereidingen daarop zijn grotendeels voltrokken". "Hou het
alsjeblieft eenvoudig", zei God, "het moet klein beginnen als een
zaadje in de grond, met vooral geen publiciteit er om heen". "Maar een
iets feestelijk accent mag toch niet ontbreken", zei Gabriël, "wat
muziek erbij zou wel mooi zijn, want het is ook ongeveer de periode, waarin ze
op aarde Kerstmis vieren". "Het zou
wel eens kunnen dat de satan daarover komt", zei God, "enfin, laat hem
maar hier komen". "Ga zitten", zei God, toen de satan binnenkwam
en hij wees naar de stoel aan de andere kant van zijn bureau, "en zeg eens
wat je te vertellen hebt"! "Ik kom van de aarde", zei satan.
"Zo", zei God. "en heb je ook gezien hoe mijn liefde daar
werkt"? "Helemaal niet", zei de duivel, "ik heb niks anders
gezien dan zonde en verderf. Ze maken er daar weer een grote troep van. Straks
is het ook weer Kerstmis, een groot feest van uiterlijkheden en oppervlakkigheid
en grof geld eraan verdienen, een rotzooi, dat maken die zogenaamde volgelingen
van u ervan". "Zo,
zo", zei God. "Waar jij je al geen zorgen over maakt. Ik had eigenlijk
gedacht dat zoiets jou genoegen zou doen. En als je helemaal hier naar toe
gekomen bent om me duidelijk te maken dat de mensen niet volmaakt zijn; zo zwart
als jij het voorstelt is het helemaal niet. Er gebeuren daar ook goede dingen.
Er is zoveel meer vrede dan oorlog op aarde, de mensen sluiten wapenstilstanden.
Ze nemen vreemdelingen op en geven zoveel mogelijk hulp bij armoede en
rampen". "Ja, ja", zei satan spottend, "met Kerstmis zeker.
Maar wat ik ruik, dat ruik ik het hele jaar door. Het stinkt daar beneden, maar
met Kerstmis stinkt het nog meer dan anders door die zogenaamde vroomheid! En
mag ik dan misschien beleefd informeren wat u daaraan zou kunnen doen,
almachtige God"? Er werd geklopt en Gabriël kwam binnen. "Mag ik u
even storen, Jahweh? Ik wil u even melden dat alles gereed is voor de uitvoering
van het speciale project. Geen publiciteit, maar u gaf mij de vrije hand voor
muziek, dus heb ik wat koren geregeld en nog een paar dingen. Zullen we dus
maar"? Satan keek verbaasd van de een naar de ander. God glimlachte en zei:
"Hier is het antwoord op de vraag. Ik heb er al wat aan gedaan. Ik heb mijn
zoon naar de wereld gestuurd. Mijn zoon zou geboren worden uit een gezegende
vrouw van mijn keuze. Hij zou de schuldenlasten van de mensen dragen en het
nieuwe licht van de aarde zijn. Jou komst hier was vergeefs en je aanklachten
zijn niet ter zake. Ik heb mijn plan met de wereld en daar heb jij geen invloed
op"! De duivel had geen antwoord meer. In een klap was hem duidelijk
geworden dat hij met lege handen stond, zonder winst. "Ik wil graag het
onderhoud als afgelopen beschouwen", zei God tegen Gabriël. "Wil jij
meneer even uitlaten"? "Ik vind dit een rotstreek", riep satan
toen ze buiten de deur waren. "Dit is geen eerlijk spel. Op zo'n manier kun
je het altijd winnen"! Het klikken van het slot was het laatste geluid wat
satan te horen kreeg. Hij stond op de stoep, woedend om zijn verlies. En
scheldend en tierend sloeg hij de weg in naar zijn huis. De wereld sliep. Een
kind werd geboren. In de velden van Efrata schoot het licht langs de hemel, een
engel sprak, koren van vele engelen zongen, herders knielden en koningen gingen
op weg om het kind te zoeken. Het was Kerstmis! Jezus
is ooit zelf geroepen (De roeping van Jezus) Jezus is ooit
zelf geroepen om God in zijn leven tot uitdrukking te brengen. Hij heeft 30 jaar
in stilte gewacht, totdat God de tijd rijp vond en Hem riep. Dat deed God bij
monde van Johannes de Doper, die het volk opriep zich te bekeren. Jezus is deel
van het gewone volk. Hij laat zich dopen. Ook Hij voelt en kent het verlangen
het weer goed te maken met God, met zichzelf in het reine te komen. Jezus is
bevrijd van een ingebeelde God, die angst aanjaagt, die eerst onderdrukt om dan
het verlossende woord te spreken. Jezus ontdekt God als een lieve, goede Vader,
en zó ontdekt Hij zichzelf als een goddelijk, gelukkig kind. Jezus zijn de ogen
opengegaan, als eerste onder de mensen. Hij heeft de hemel zien opengaan in het
diepste van zichzelf, in zijn ziel. Deze ervaring wil Jezus delen met iedere
mens; iedere mens is een veelgeliefd en enig kind van God, en wordt van
binnenuit geroepen weg te trekken uit angst en onmin, uit schaamte en
bekrompenheid. De
hemel en de hel, een joods verhaal: Er was eens een
jood die zijn leven lang de wet trouw had onderhouden. Hij had altijd goed
geleefd en gedaan wat God van hem vroeg. Maar hij had één wens: dat God hem
tijdens zijn leven de hemel en de hel zou laten zien. En omdat hij altijd zo
goed geleefd had, stond God hem die gunst toe. God nam hem mee en bracht hem in
een heel grote zaal. Dit is de hel, zei God. De jood zag een grote zaal met
tafels vol brood; er stonden prachtige bloemen en alles was er even mooi. Het
eten zag er bijzonder lekker uit. Aan tafel zaten allemaal mensen. Deze mensen
hadden allemaal stijve armen, zodat ze niets van de heerlijke maaltijd naar
binnen konden krijgen. De jood knikte. Hij begreep het: Dit was de hel. Toen
gingen ze naar de hemel. En weer kwamen ze in een grote zaal met tafels vol
brood. Ook daar was alles even prachtig en mooi; en ook daar zag alles er
heerlijk uit, net zoals in de hel. En al die mensen hadden stijve armen. De jood
begreep er niets van. Is dat nu de hemel, vroeg hij aan God. Maar God zei: Stil
maar, wacht even. En toen zag de jood dat de mensen met hun stijve armen bij hun
overburen het brood in de mond stopten. Ze konden met hun stijve armen niet bij
hun eigen mond komen, maar wel bij die van hun overburen. Dat was de hemel. De mensen in de
hel kwamen niet op het idee om elkaar te helpen. Daarom zaten ze in de hel en
gingen dood van de honger. Maar in de hemel dachten de mensen niet aan zichzelf,
maar aan de anderen. En daarom bleven ze in leven en waren ze in de hemel. En de
jood knikte. Hij had het begrepen. Als
je van iemand houdt en je verliest hem door het sterven Leegte tot
ruimte Als je van
iemand houdt en je verliest hem door het sterven, kan niets de leegte van zijn
afwezigheid vullen: je moet dat ook niet proberen, je moet eenvoudig aanvaarden
en volharden. Dat klinkt
nogal simpel en misschien zelfs wel wat hard. Toch kan het ook een grote troost
zijn, want zolang de leegte werkelijk leeg blijft, blijf je daardoor met elkaar
verbonden. Het is fout te zeggen: God vult de leegte. Hij vult ze
helemaal niet; Integendeel: Hij maakt van die leegte een ruimte waarin de
herinneringen een plaats krijgen. Zo blijft de onderlinge band met elkaar
bewaard, zij het met pijn. Je moet zorgen, dat je niet in herinneringen
blijft graven en zo jezelf erin verliest; een kostbaar geschenk bekijk je
niet aldoor, maar alleen op bijzondere ogenblikken. Buiten die ogenblikken is
het een verborgen bron van vreugde en kracht. Wat
een geluk wanneer je niets te verliezen hebt Wat een geluk Wat een geluk
wanneer je niets te verliezen hebt, want je hoort bij God thuis; wat een geluk
wanneer je niet oppervlakkig over de ernst van het leven leeft, want je zult
worden getroost; wat een geluk
wanneer je een mild mens bent, want je zult het beloofde land bezitten; wat een geluk
wanneer je met heel je wezen verlangt dat alles terecht komt, want je zult het
overvloedig zien gebeuren; wat een geluk
wanneer je durft vergeven, want je zult genadig worden behandeld; wat een geluk
wanneer je hart ongecompliceerd is, want je zult God zien; wat een geluk
wanneer je vrede brengt, want God zal je zijn kind noemen; wat een geluk
wanneer je lijdt om te bereiken dat alles terecht komt, want je hoort bij God
thuis. Parafrase van Matteus 5, 1-12 door Pius Drijvers. In
drie dingen vindt mijn hart behagen Waarin vindt
mijn hart behagen In drie dingen
vindt mijn hart behagen; ze zijn welgevallig bij de Heer en de mensen: eendracht
onder broers en zussen, vriendschap met de naasten en een goede verstandhouding
tussen mensen. Hoe aantrekkelijk is wijsheid bij mensen, en doorzicht en goede
raad. Rijke ervaring is hun kroon en de vrees voor de Heer hun roem. Wijsheid van Jezus Sirach (25, 1.5-6) Moed
houden, eenvoudig voortgaan als je kunt Moed houden,
eenvoudig voortgaan als je kunt. De weg gaan zoals die komt met zijn voor en
tegen. Je ogen die een lamp zijn van je ziel en die meer zeggen dan je mond
verwerken kan. Doen wat voor de hand ligt, antwoorden geven als die er zijn met
een lach, maar ernstig gemeend. Praten me je allerliefsten of zwijgen als het
mysterie te groot is. En intussen niet teveel omzien, want de weg van het leven
gaat soms dwars door je hart. Moed houden,
eenvoudig voortgaan als je kunt. En als je niet kunt wachten en uitrusten bij
wie je zorgen deelt of bij een vriend/vriendin, als die er is, zomaar een
gesprek, eerlijk en vertrouwd. En als die er niet is toch wachten... Dan maar
alleen... Wachten tot het weer gaat, straks... Enkel blijven
hopen, oogst geen resultaat God vraagt mensen - woord en daad Hij verwacht van
ons geen antwoord maar wel initiatief! Hij heeft ons geschapen, heeft ons allen
lief. En weet je wat Hij wil horen maar je gaat je eigen weg. Wie ben jij, en
wie maakt je vrij, was het Jezus niet die ruimte gaf aan jou en mij? Wie ben ik,
wie maakt me vrij,
het gemis aan discipline overheerst bij mij. Spreek je uit wat je bedoelt?
Durven zeggen wat je voelt. Ondanks je zorgen, tegenslag en verdriet
hersenschimmen helpen niet. Toch geeft Hij ons vertrouwen want Hij weet
hoe mensen zijn. Waarlijk willen leven vraagt inzet dus probeer werkelijk te geven, overwin steeds weer de illusie die je koestert heeft een breder perspectief. Maak het waar, toe maak het waar breng de eenheid en de vrede nader tot elkaar wees oprecht in wat je zegt toon de onder dat je samen voor de vrede vecht leef in vrede met elkaar. Mogen leven in
een wereld waarin geen honger is of dorst...dat is rijk zijn. Morgen leven in een
land waar geen oorlog is of discriminatie... dat is rijk zijn. Morgen leven in een stad of
dorp waarin je niet bang hoeft te zijn in het donker...dat is rijk zijn. Morgen leven in
een wijk of straat waarin buren vrienden mogen zijn...dat is rijk zijn. Morgen leven in
een huis met eten op tafel, een warm bed, waarin mensen wonen die van je
houden...dat is rijk zijn. Morgen leven in vrede met jezelf, in harmonie met de
natuur en verbonden met God...dat is rijk zijn. Ik
heb vaak de neiging te buigen voor kinderen Ik heb vaak de
neiging te buigen voor kinderen. Ten eerste omdat ze klein zijn maar vooral
omdat het 'kanjers' kunnen zijn in moeilijke tijden. Een kind gelooft heilig dat
alles 'gewoon' doodgaat en terecht komt. In perioden van onthechting en afscheid
nemen kunnen kinderen goede helpers zijn. Een kleuter kan een tedere
stervensbegeleider zijn. Een kind brengt een dosis energie mee en
voelt de sfeer goed aan. Houd ze niet weg. Laat ze meepraten over de
angst en de vragen. Bereid ze
geleidelijk voor en help hen de dood te zien als deel van het leven.
Stervenshulp is samen-zijn, geen omhaal van woorden of vervallen in clichés,
maar simpel:'er zijn'. Vorig jaar verpleegde ik een stervende vrouw, die op de
valreep nog beleefde dat ze oma werd. We hebben de couveuse met de twee
pasgeborenen naast haar bed gezet. Haar grote wens was vervuld. Ze had het
gehaald. Lijkt het vruchtwater van het leven op het water van de dood? Soms
vermoed ik van wel. Water als doorgang, al zwemmend met een hand onder je kin.
Naar de overkant. Overkant van licht, plaats van ontmoeting. Thuis! Ria van den Brekel Dieren
kennen geen roeping (Roeping) Dieren kennen
geen roeping; een dier is helemaal af en kent alleen zijn behoeften. Mensen
worden geroepen, en juist daarom heten zij mens. Iets, iemand beweegt ons: er spreekt een
stem, in ons en boven ons, tot ons en aan ons voorbij waaraan wij niet kunnen
ontkomen, tenzij wij onszelf willen ontlopen. We worden geroepen mens te |