|
|
Je bent een
gelukkig mens (Matheus 5,1-12) Je bent een
gelukkig mens, als je niet
meer wilt hebben en zijn dan je
aankunt want dan ben je
precies geschikt voor
Gods wereld. Je bent
gelukkig als je iets kan
betreuren. want dan komt
er ook weer eens
een tijd dat je blij
kunt zijn. Je bent
gelukkig als je goed en vriendelijk
bent, want dan ligt
de hele wereld voor je open. Je bent
gelukkig als je door en door
eerlijk bent, want daar kun
je alles mee
bereiken. Je bent
gelukkig als je wat voor een
ander over
hebt, want dan zullen
ze ook wat voor jou over
hebben Je bent
gelukkig als je je steeds zuiver weet op te
stellen, want dan ontdek
je God achter alle
dingen. Je bent
gelukkig als je vrede om je
heen weet te
scheppen, want dan zeggen
ze dat je een
stukje hemel op aarde
brengt. Je bent
gelukkig als ze je
dwarsbomen omdat je goed
doet, want dat zijn
mensen die de nieuwe
wereld opbouwen. Heb er maar
vertrouwen in want later zul je er voor
altijd de vruchten van
plukken. Jij bracht haar
jouw eerste lachje een
mummelwoord: mam-mam-m Jij bracht haar
een handvol blokjes met hout jouw eerste
tekening jij bracht haar
jouw beste vrienden mee rapporten vol
cijfers van school jij bracht haar
kritiek en zorgen aan jij hebt haar
tot wanhoop gebracht toen ging jij
op een dag aan haar zorg voorbij --- men bracht het
bericht van jouw dood. Annelou Koens de moeder van
het gebed, de bevrijding
uit de ballingschap, de bescherming
bij vurigheid, de behoedster
van de overwegingen, een wachtpost
tegen de vijanden, een kerker voor
ons verdriet, een vriendin
voor onze tranen, de vormster van
ons doodsbesef, de schilderes
van de tucht, de bedrijvige
minnares van het oordeel, de
ondersteuning van de onrust, de vijandin van
de vrijblijvendheid, de gezellin van
de rustige adem, de
tegenstandster van de drang tot leraren, de helpster van
de kennis, de vormster van
de beschouwing, de onzichtbare
voortgang en de verborgen opgang ... De minnaar van
de stilte nadert God; terwijl hij
zich in het verborgene onderhoudt met Hem, ontvangt hij
Zijn licht. Joh. Climacus (600 n. Chr) Gezonden zijn is altijd maar
weer risico's nemen om echt mens
voor een ander mens te worden. Gezonden zijn is overal en
met iedereen vieren dat de dood zich verkeken
heeft op het leven van Jezus Gezonden zijn is niet
buitenspel blijven staan, maar jezelf op
het spel zetten. Gezonden zijn is op weg gaan
naar waar je bent naar waar je
eigenlijk moet zijn. Gezonden zijn is
feestmaaltijden bereiden op gloeiende
kooltjes van hoop en verwachting. Gezonden zijn is woedend
worden, wanneer onze stierlijkheden als gouden
kalveren bewierookt worden. Gezonden zijn is niet alleen
aan mensen ver weg denken maar vooral ook
hier en nu aan de slag gaan. Als je geen
spar kunt zijn op de top van
de rots, wees dan een
struik in het dal, maar wees het
beste struikje langs de kant
van de beek. Kun je geen
snelweg zijn, wees maar een
pad; kun je de zon
niet zijn, wees dan een
ster. Groot of klein
zijn, maakt voor
slagen niet uit: munt uit in wat
je ook bent. D. Mallock Het verhaal
begint met een vader die uit adem en stof een
jongen maakte en uit rib en slaap een meisje. Hij gaf ze
namen en een tuin om vrij te zijn. Ze werden
kinderen. Ze werden mooi
als kinderen. Ze deden niets verkeerd, want
ze wisten niet wat slecht was, of goed, zoals dieren
dat niet weten. Ze zochten
niets, ze hadden nog geen reden. Ze waren altijd
samen. Als een fruit
at, dan at de ander ook; als een speelde, dan speelde de
ander mee. Ze waren altijd
samen, ze wisten niet
dat ze ook alleen konden zijn. Ze aaiden
elkaar met sprietjes, ze liepen hand in hand of lagen in
laag gras als lepeltjes. Er gebeurde
niets anders dan het waaien van de wind en het onstuitbare
groeien van leven. -Kinderen
worden groot. Dan worden tuinen klein. Op een dag, op
zomaar een dag, ontdekten ze een hek, verscholen
achter struiken. Ze schrokken niet, ze waren nog
nooit geschrokken. Ze keken door
het hek en zagen dieren op elkaar jagen en
vechten om dood vlees. Ze zagen een slang. Het waren
kinderen, ze deden niets verkeerd, want ze wisten niet
wat goed was, of slecht. Ze klommen over
het hek. Het was anders
aan de andere kant van het hek. Het rook er
naar bedorven gras. Hein Walter Voor Huub
Oosterhuis 1 november 1998 Tegen de wind
in zingen tegen het
onweer te keer gaan onmogelijke
dingen beweren en
verzinnen wat immers niet
kan bestaan Refrein: Tegen de wind
in zingen tegen de
heersende wind dat het verhaal
van de eerste dingen weer eens te
meer begint Wat immers niet
kan gebeuren tempelgordijnen
die scheuren een hemel met
open deuren vrolijkheid uit
de treure een haast
vergeten verhaal handhaven in de
taal Dat van die
vele planeten er een Tuin van
Adam zal heten en iedereen zal
het weten: aarde is
enkelvoud, deze, ontgonnen is de
woestijn het is waar wij
mensen zijn. En dat daar die
God zal wezen van wie wij
hartstochtelijk lezen in woorden die
zijn verrezen een naam die
wordt geschreven in letters van
brood en wijn een liefde van
mijn en dijn : die alles in
allen zal zijn. Willem Barnard Ziel van ons
bestaan, Hart van het
heelal, kom, Licht van
toekomst, Zicht van
morgen, Inzicht voor
vandaag, Toezicht op ons
doen en laten, kom, Liefde voor
alles en allen, Hoop van de
kleinen, Geloof in het
minste, kom, Machteloos-Machtige, mosterzaadje, graankorrel zuurdeeg van onze
ommekeer ten goede, kom, Stille
Roepkracht van vernieuwing
en bevrijding, dring door tot
achter onze
huid, tot in ons
hoofd en hart. Kom, Grondige
Genezer, geef ons nieuw
terug aan onszelf en aan de
anderen, doe ons elkaar
zien met nieuwe ogen kom, Geest van
menswording, help ons recht
doen en vrede
zoeken, en laat ons
niet los, houd ons vast
ten einde, ten
goede. Jan van
Opbergen Je ademt leven
in Je ademt leven
uit. Je ademt naar
anderen toe met je woorden , je lachen
je zingen je huilen
je klagen. Die
adem, dat
ben jij zelf. Het is jouw
levensadem. De Geest van
God is als God die uitademt naar ons toe. En wij mogen
die Geest van God weer inademen. Maar je moet
het zelf wel willen. De Geest van
God, is een goede Geest. Hij zet mensen
in beweging. Hij maakt
mensen vurig. Hij zet hen in
vuur en vlam. En wat doen ze
dan, die mensen? Ze maken een
nieuwe wereld. Ze troosten
waar verdriet is. Ze geven waar
gebrek is. Ze luisteren
waar nood is. Ze bevrijden
waar slavernij is. Ze zingen en
dansen. Soms komen ze samen, dan bidden ze tot God en vragen opnieuw om zijn Opstanding is
een groot woord, ik probeer het
kleiner te zeggen, schaal één
op tienduizend. Opstanding is
wakker worden en de lijsters
preken van de daken en de raven van
de kansels: Jezus
leeft! Opstanding is
Luther die er niet
meer tegenop kon en met grote
letters op z'n tafel
schreef: Vivit! Hij
leeft! Opstanding is
mijn moeder, ten dode
opgeschreven door alle
mogelijk doktoren en een razend
knappe professor, maar kijk, ze
leeft zo bedrijvig
als een huismus. Opstanding is
een berm vol bloemen, een poldersloot
vol even, beter geen
vogel in de hand en tien in de
lucht. Opstanding is
een grafsteen van Martin
Luther King en daarop de
letters: God zij dank ik ben
eindelijk vrij. Opstanding is
licht dat terugkeert
naar de zon regen naar de
wolken woorden terug
in mijn mond. Opstanding is
een wonder, een
verwondering, je wrijft je
ogen uit, het is
klaarlichte nacht. Opstanding is
een schaterlach van het
licht, de hoeken van
je mond krullen om, je ogen gaan
open en dicht van zoveel
licht en zoveel
waarom. Jaap Zijlstra Gezegend de zon die de aarde
verwarmt, de knoppen laat
uitbarsten en wat groeit, doet reiken
naar het licht. Gezegend de
regen die de aarde
drenkt, het zaad doet
ontkiemen en de wortels
laat drinken. Gezegend de
wolken voor hun
schaduw, de wind voor ander
weer, de donker en de
bliksem voor een nieuw
begin. Gezegend de
mensen die met eerbied de aarde
bewerken, opdat zij
vrucht voortbrengt voor al wie er
op leeft. Kees Posthumus Lege handen gereed om te
bidden te ontvangen te
strelen. Werkende handen gereed om te
vormen te vullen te zorgen Dragende handen gereed om te
tillen te koesteren lief te
hebben. Haar handen onze handen gereed om ineen
te slaan en aan de gang
te gaan. Anny Matti Grijs hangt de
nevel in het
landschap van mijn ziel. Gelijk de
ochtendmist met grauwe
sluier eerst de
kleurenpracht bedekt van de komende
dag. De zon komt
langzaam op vaag breken
contouren en kleuren
door. Het zachte
groen met dauw bedekt een schittering
op het water een torenspits. Stil komt deze
morgenpracht en op mij wacht een nieuwe dag Daisy Smith prachtig in hun
vergankelijkheid diep rood fel en
doordringend in hun volle
bloei samen een stukje
leven leven even
vergankelijk onderweg zijn met en aan alkaar kunnen groeien bloeien kan alleen in liefde - mooi, schoon en
zo diep in mijn
binnenste getekend, dat, als jij
jezelf verliest, mijn lief, ziel, jij
jezelf moet zoeken in Mij. En mocht je
soms niet weten waar je Mij
zult vinden, dwaal dan niet
van hier naar ginds, maar als je Mij
wilt vinden, moet je Mij
zoeken in jezelf Want jij bent
mijn onderdak jij bent mijn
thuis en plaats van rust, en daarom klop
Ik altijd bij jou aan, als Ik in jouw
gedachten de deur
gesloten vind. Buiten jezelf
hoef je Mij niet te zoeken, want om Mij te
vinden zal het genoeg
zijn Mij slechts te roepen; Ik zal dan
zonder talmen naar jou toegaan, en Mij moet je
zoeken in jezelf T. van Avila
Vlam van de Geest,
verwarm ons hart dat
wij onze naaste liefhebben.
Vlam van de Geest,
verlicht ons pad dat wij
wandelen in de waarheid.
Vlam van de Geest,
wakker in ons aan de
hartstocht voor de vrijheid.
Vlam van de Geest,
smeed ons samen
tot een vierende gemeenschap.
Twee maal,
Een keer om vrolijk En
een keer om droevig te zijn. De
bomen hebben een schaterlach
In hun kroon van bladeren
En een dikke traan
In hun wortel.
De zon is jong
Aan de top van haar stralen,
Maar haar stralen
Zitten vast in de nacht.
De wereld past precies
Tussen deze twee omhulsels, Waar ik alle
dingen heb opgetast,
Die ik twee maal
Heb liefgehad. en zoeken
zinsverband, moeten zwijgen
in het wit en wachten
langs de kant. Klanken scholen
samen zwanger van
taal en lied, woelend in het
donker, ach, ze zijn
zichzelf nog niet. Schemering lost
op en het licht vindt
een begin dat de dagen
openscheurt; en nacht van
macht bindt in. Mensen worden
mensen en krijgen een
gezicht, zingen elkaar
tot zielsverband van zien en
horen: licht Wij zijn in weeën,
leven niet totdat in ons
dat licht geschiedt. S. Bellemakers Verhalen - ik
hoorde honderden woorden en dronk de
toekomst in. Zou ik ze
vergeten nooit zou ik weten van ooit een
nieuw begin. Woorden die de
angst bezworen riepen mij en ik stond
rechtop, ademde, fier en vrij om te zaaien en
te baren levenslang, om te gaan en
vrucht te dragen, niet meer bang. Wegwijswoorden:
struikelwoorden onder het gaan tot ik vond de
minne, tot ik kon verstaan. Vrede spelen,
liefde leren, kleurig licht om te winnen,
te ontginnen. Land in zicht. Uit de diepte,
uit den vreemde opgehaald, uit de doden -
oude woorden vrij vertaald om te leven,
door te geven, aan te gaan, om te doen, te
talen naar een nieuw bestaan. Verhalen - ik
hoorde honderden woorden en dronk de
toekomst in. Zou ik ze
vergeten nooit zou ik weten van ooit een
nieuw begin. Zij verstaat de
kunst van bij me horen, in mijn lichaam
heeft ze plaats gemaakt voor twee, in mijn ogen
woont ze, in m'n oren, ze hoort en
ziet m'n hele leven met me mee, soms begint ze,
in mijn hart te zingen, waar het nacht
was, heeft ze lichtjes aangedaan, en door haar,
weet ik dan door te dringen, tot de
onvermoede schat van ons bestaan. Zo alleen maar
wil ik verder leven, schuilend bij
elkaar, en als ik oud
moet worden, dan alleen met haar. Zij kent al
mijn dromen en mijn wanen, al mijn haast
en al mijn honger en mijn spijt, als ik lach
kent zij alleen de tranen, die daar achter
liggen in de tijd. Zo alleen maar
wil ik verder leven, schuilend bij
elkaar, en als ik oud
moet worden, dan alleen met haar. Zij is meer dan
deze woorden zeggen, in mijn lichaam
heeft ze plaats gemaakt voor twee, maar wie weet
een wonder uit te leggen, en een wonder
draag ik met me mee. door Frans
Halsema |